Werklust

17

Langzaam was het licht uitgegaan bij Jean-Yves. Op woensdagnamiddag was hij trager gaan nieten en liet hij het monteren aan ons over, op donderdag raakte hij geen nietmachine meer aan en staarde wezenloos naar de computer die etiketten uitspuwde die hij kleefde op de boxen die Romain en ik, zonder hem, gemonteerd hadden. Toen op vrijdag de computer haperde, liet hij ook zijn laatste taak in het bedrijf schieten. Romain en ik schakelden een versnelling hoger.

Herman LoosBijna twintig jaar werkt Jean-Yves. In al die tijd heeft hij nooit een vast contract gekregen, enkel interims of contracten van bepaalde duur. Het is gewoon zo gelopen, zegt hij er zelf over. In het bedrijf kreeg hij contracten van een week, dan weer drie dagen. Meestal op montage, later ook in de ochtendploeg laden-en-lossen. Een paar dagen was hij niet nodig. Het enige wat hij wenste, was een contract van bepaalde duur. Enkele maanden zekerheid, inkomen en gemoedsrust. Hij heeft ze nooit gekregen.

Aan flarden

Er waren wel beloftes, dat hij zou mogen blijven tot het einde van het jaar, maar die haalden nooit de papieren versie van zijn contract. Dan werd het weer een week van doorwerken, jezelf bewijzen, wachten op donderdagnamiddag om al dan niet bevestiging te krijgen dat je de volgende week mag blijven. Hoezeer je ook je best doet om je dat niet aan te trekken, het scheurt een mensenziel aan flarden, weet ik nu. (Ik mag dit honderd keer schrijven maar als je nooit in die situatie verkeerde, zal je het nooit echt vatten.)

De hele week waren de voortekenen slecht. Donderdagnamiddag werden ze bevestigd. Ook ik, die einde oktober een contract tot einde december aangeboden kreeg, zou vrijdag mijn laatste dag werken. Ook mijn belofte had nooit het papier gehaald. Niet dat het veel had uitgemaakt. De meisjes die wel een contract tot einde november hadden, verbraken het in onderling overleg. Wat moet je immers? Een scène maken en op de zwarte lijst belanden van zowat het enige bedrijf dat op regelmatige basis nieuwe mensen zoekt?

Gebruiksmateriaal

Hoezeer je ook je best doet om je dat niet aan te trekken, het scheurt een mensenziel aan flarden

Ik begrijp Jean-Yves maar ik betreur zijn keuze, zei ik tegen Romain – ancien met contract van bepaalde duur. Ik begreep de moedeloosheid die zich van hem meester had gemaakt. Ik voelde het lood in zijn schoenen waarmee hij thuis aan de keukentafel, aan zijn vrouw en stiefdochter, had moeten melden dat het toch weer op niets was uitgedraaid. Zelf verkoos ik door te werken. De tijd gaat sneller als je doorwerkt en bovendien hoop ik na de winter en een passage in het slachthuis zelf een ancien te worden. (Zo dacht Jean-Yves waarschijnlijk een week geleden ook nog.)

Maar toch. Dit zijn wij: gebruiksvoorwerpen. Goedkoop, vervangbaar gebruiksmateriaal. Ondanks mezelf moest ik er even bij slikken, die donderdagnamiddag. Volgende week investeren ze in een machine die alles sneller doet en zetten ze ons op straat. Een maand later roepen ze dat we geen goesting hebben om te werken. Intussen doen wij gemeenschapsdienst voor een uitkering waarvan we niet kunnen leven. Cui bono?

Auteur: Herman Loos

Herman Loos is auteur van Menselijke grondstof. Over leven op de bodem van de Europese arbeidsmarkt (Uitgeverij EPO), docent filosofie en ethiek aan hogeschool Odisee (Brussel) en docent sociologie aan AP Hogeschool (Antwerpen). Hij schreef columns voor Apache en publiceert ongeregeld opiniestukken en gastbijdragen bij uiteenlopende media.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid