Media en middenveld: een beetje ruis op de lijn

1

Hoe kijken middenveldorganisaties naar de media? Daar probeerde Apache.be een beeld van te krijgen. Dat beeld bleek on the record een stuk genuanceerder dan wat politici ons off the record vertelden, maar manco’s zijn er altijd. ‘Het is wel lastig als je altijd eerst moet uitleggen wat een cao is.’

nieuws1Voor ons onderzoek naar media en middenveld vroegen we een heel aantal middenveldorganisaties naar hun ervaringen met media en met journalisten. We legden hen vijf vragen voor over hun wedervaren. Apache.be wilde daarmee een beeld krijgen van hoe middenveldorganisaties zich vertegenwoordigd voelen in de media, en of zij het idee hebben dat het beeld dat van hen wordt opgehangen ook strookt met hun werkelijkheid.

Begin september deden we een soortgelijke oefening met de partijvoorzitters, communicatiemedewerkers en mediaspecialisten van de politieke partijen. Het belangrijkste verschil is dat we de middenveldorganisaties niet off the record lieten antwoorden op de vragen.

De eerste vraag die we hen stelden, ging over de expertise die al dan niet aanwezig is op redacties. Hebben media voldoende expertise in huis om met kennis van zaken over de thema’s van het middenveld te berichten? De meeste woordvoerders van de bevraagde organisaties zien veel journalisten op redacties werken die over zoveel onderwerpen op de hoogte moeten zijn dat de echt achtergrondkennis er soms bij inschiet. Iedereen is het erover eens dat journalisten hun best doen om alles goed op te volgen en zich in te werken, maar de tijd ontbreekt om het grondig te doen.

“Wij werken vaak rond technische dossiers: dan is het lastig wanneer ik eerst moet vertellen wat een CAO is”, zegt David Vanbellinghen van het ACV. “Dat merk ik ook als ik persberichten verstuur. Wanneer die over ingewikkelde onderwerpen gaan, komt daar weinig weinig reactie op”. Maar niet elke middenveldorganisatie ervaart dat zo. “Op elke redactie zitten er journalisten die onze thema’s opvolgen en waarbij we terecht kunnen”, zegt Jurgen D’Ours van Beweging.net.

Afrika?

Een gebrek aan achtergrondkennis heeft soms ook een eenvoudige verklaring: je moet een zekere leeftijd en ervaring hebben om een dossier echt in de vingers te krijgen. “Er zijn enkele journalisten die ons domein beheersen: Guy Tegenbos, Chris De Nijs, Steven Dierckx,… Het zijn vooral oudere journalisten. Jonge journalisten moeten zoveel sectoren volgen. Ze moeten alles kunnen, en dan ook nog eens sneller dan vroeger”, vertelt Urbain Vandormael van de Socialistische Mutualiteiten. Maar ook daar zijn uitzonderingen die de regel bevestigen. “Bij De Tijd krijgt Jasper D’hoore wél de ruimte om zich in te werken. Hij kadert het nieuws en kan goed over ingewikkelde dossiers schrijven.”

Vervolgens peilden we naar het gemak waarmee de organisaties informatie die zij maatschappelijk relevant vinden in de media krijgen, en of ze ook tevreden zijn over de manier waarop dat gebeurt. Dan gaat het over de maatstaven die media gebruiken om te bepalen wat nieuws is en wat niet. “De media hanteren criteria waarop zij het nieuws dat ze al dan niet brengen beoordelen”, zegt Hendrik Van Poele van 11.11.11. “Dat is ook nodig om nieuws te selecteren. Nabijheid is, bijvoorbeeld, altijd belangrijk. Dat maakt het soms moeilijk om nieuws over ontwikkelingssamenwerking in Afrika of Azië onder de aandacht te brengen”

Christelijke Mutualiteit: Net zoals we willen dat de pers niet sloganesk is, moeten wij niet sloganesk doen over de pers

We hebben elkaar nodig

“Eens je door hebt welke spelregels de media hanteren, wordt het veel eenvoudiger”, vult Bram Sebrechts van het Minderhedenforum aan. “Ik denk dat middenveldorganisaties nog te veel met een institutionele toon communiceren. De media willen vandaag naast duiding en context ook een verhaal dat je punt stoffeert. Geef hen dat dan”. Om te vervolgen: “Wij hebben de media nodig: zij bieden ons een forum. Het is één van onze luidsprekers waarlangs we politici, andere organisaties en burgers informeren. De media hebben ons ook nodig: we hebben verhalen die stof tot nadenken bieden waarmee zij hun programma’s vullen.”

Ook Jurgen D’Ours merkt dat de criteria waarmee media werken zeer belangrijk zijn. Een goede aanleiding vinden is daarbij van belang: “Wanneer er op Rerum Novarum hard wordt uitgehaald naar het armoedebeleid, dan gaat het ook effectief over armoedebeleid. Dat is minder het geval bij bijvoorbeeld de Werelddag van Verzet tegen Armoede. Als wij daar rond campagnes en communicatie opzetten, is dat geen garantie om het dossier armoede uitgebreid opgepikt te zien in de media”

Over de manier waarop hun informatie uiteindelijk in de media geraakt, is iedereen uiteindelijk tevreden. “Dat is heel sterk verbeterd in vergelijking met vroeger”, zegt Peter Heirman van het Netwerk tegen Armoede. “We kunnen veel duidelijker afspraken maken. Het respect en de nuancering zijn zeker toegenomen, al valt een enkele journalist nog wel eens uit zijn rol”. Vandormael van de Socialistische Mutualiteiten vat het samen: “Er zijn altijd mensen die commentaar hebben op het werk van journalisten, maar het is uiteindelijk wel een vak. Wij beheersen het in tegenstelling tot journalisten niet.”

Sloganesk

De vierde vraag nam een hele reeks kritieken op media samen die de voorbije jaren geregeld opdoken: gepersonaliseerd, sensationeel, weinig diepgang, te zeer gefocust op potentiële conflictstof, schreeuwerige koppen/foto’s/quotes,… Niemand staat te springen om die opmerkingen volmondig te bevestigen. “Net zoals we willen dat de pers niet sloganesk is, moeten wij niet sloganesk doen over de pers”, zegt Bram Swaerts van de Christelijke Mutualiteit. Hij maakt zich vooral zorgen om inhoudelijke dwalingen: “We willen er wel voor waarschuwen dat er door de druk op de redacties zaken onvoldoende gekaderd of verkeerd in de media komen (bvb. de zaak ‘Victor’ die achteraf bleek aangebracht door de betrokken farma-producent). Er is ons inziens nood aan meer ruimte voor journalisten om een algemeen referentiekader en netwerk op te bouwen in bepaalde materies.”

Zeer hatelijk nu is de beeldvorming over vakbonden. Het lijkt of wij voor ons plezier af en toe een wandeling maken in Brussel

Vandormael schetst welke gevolgen zulke veranderingen hebben voor de manier waarop middenveldorganisaties en andere maatschappelijke spelers werken: “Wij spelen ook in op wat de media verkiezen. Vroeger gaven wij één persconferentie voor alle journalisten: daar zijn we mee opgehouden. Een krant is een ander medium dan een televisieprogramma. Die moet je dan ook op een andere manier benaderen. We maken soms ook afspraken met media om nieuws te brengen: zo hebben zij een primeur, en hebben wij de garantie dat iets opgepikt raakt. We zijn natuurlijk niet de enige die zo werken.”

Waan van de dag

Dirk Mertens van de liberale vakbond ACLVB ergert zich aan de toonzetting over de vakbonden. “Zeer hatelijk is nu de beeldvorming over vakbonden. Het lijkt of wij voor ons plezier af en toe een wandeling maken in Brussel. De berichtgeving is ook vooral gericht op voorbereiding en verloop van de betoging, bijna niet op inhoud. De nuances gaan in dit soort van berichtgeving volledig verloren. Dit maakt het zeer lastig voor ons om aan het grote publiek onze boodschap kwijt te geraken.” De vakbonden klagen al langer over een negatief ontvangst in de meeste media. David Vanbellinghen van het ACV wijst in dat verband ook op de eindeloze (en in zijn ogen ook wel begrijpelijke) zoektocht naar conflicten van journalisten: “Er wordt enkel bericht als het slecht gaat. Onlangs hebben de sociale partners een akkoord bereikt over oudere werknemers in bedrijven. Dat heeft amper aandacht gekregen. Pas als er conflict is, wordt het interessant.”

Jurgen D’Ours is niet enkel woordvoerder van Beweging.net, maar ook hoofdredacteur van het ledenblad ‘Visie’. Hij wil niet al te diep ingaan op de kritieken die worden geformuleerd, maar heeft zelf een pijnpunt ondervonden. “Wij hebben een lezersbevraging gehouden, en daaruit kwam onder andere dat artikels die op een eenvoudige manier complexe dossiers zoals buitenlandse conflicten, mobiliteit, pensioen, enzovoorts uitleggen erg worden geapprecieerd. Tijdens focusgroepen gaven de panelleden aan dat in de reguliere media vaak wordt voortgebouwd op nieuwsfeiten of de waan van de dag. Daardoor ontbreekt die bredere context. Blijkbaar is dat nochtans iets waar lezers behoefte aan hebben.”

Socialistische Mutualiteiten: De opkomst van sociale media heeft zeker een impact op de manier hoe wij werken. Niemand heeft er grip op

Geen publiciteit

Als laatste peilden we naar de evoluties die de organisaties. Een heel aantal daarvan – waaronder het Minderhedenforum, Netwerk tegen Armoede en de Vlaamse Jeugdraad – zien verbeteringen van de manier waarop zij of hun thema’s in de media worden behandeld. Maar er worden ook andere constateringen gemaakt. “De evolutie die mij het meeste opvalt is dat redacties steeds meer moeten samenwerken om de kranten te vullen. Er zijn minder buitenlandjournalisten maar er moeten minstens evenveel pagina’s met wereldnieuws worden gevuld”, zegt Hendrik Van Poele van 11.11.11. “Dat is althans een gevoel dat ik heb: ik heb het niet nageteld”, vult hij aan.

En er zijn natuurlijk ook nieuwe media bijgekomen. Sociale media zoals Twitter en Facebook. “De opkomst van sociale media heeft zeker een impact op de manier waarop wij werken. Wat ik merk, is dat we op sociale media veel minder controle hebben over wat er gebeurt met onze berichten. Journalisten hebben een opleiding gehad en weten hoe ze correct moeten werken: op sociale media kan iedereen tussenkomen. Ik hoor zelfs van bedrijven die op internet valse informatie verspreiden over de concurrenten om elkaar te benadelen. Niemand heeft er grip op”, aldus Urbain Vandormael.

De scherpe kritiek die politici in onze eerste reeks uitten op journalisten, ontbrak meestal, of werd altijd genuanceerd met tweede indrukken in dit onderzoek. De aandacht en de druk waar politici mee te maken hebben, zijn dan ook niet te vergelijken met wat middenveldorganisaties doen. Op de vakbonden na misschien is het eerder een gebrek aan aandacht waarmee zij te kampen hebben dan dat ze last hebben van negatieve publiciteit. Dat de interviews niet anoniem waren, speelt natuurlijk ook mee.

De interviews met Minderhedenforum, Beweging.net, ACV, Vlaamse Jeugdraad, Netwerk Tegen Armoede, Socialistische Mutualiteiten, 11.11.11, Christelijke Mutualiteit, ACLVB komen later op de dag online en kan u afzonderlijk nalezen.

Werkgeversorganisaties komen in dit deel niet aan bod. Hun visie op media komt volgende week  aan bod.

Auteur: Peter Casteels

Peter Casteels (1989) studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Op Twitter spreekt u hem best aan met @pcasteels en mailen kan naar peter.casteels@apache.be.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid