Roofbouw

 Leestijd: 1 minuut11

Vrijdag, half twaalf. Kevin deed zijn handschoenen uit. Beheerst draaide hij zich om, gaf zonder een woord te spreken de hele ploeg een hand, ook mij, en stapte de fabriekshal uit met een namiddag op te nemen overuren en daarna het zwarte gat. Ik had dwars door zijn donkere ogen willen kijken, die geen emotie verrieden, willen zien wat er zich afspeelde in zijn hoofd. Ik had willen zeggen: ik weet het ook niet, we hebben er geen van beide schuld aan en zeg alsjeblieft dat je mij, mijn machteloosheid, begrijpt.

Herman LoosKevin stond al dozen te plooien toen ik einde augustus mijn eerste dag aan de lopende band stond en hij deed het ook anderhalve week geleden, toen ik uit personeelsgebrek van de lopende band naar de montage werd gestuurd. Zonder woorden is daar tussen ons een pact ontstaan, waarin we beide afwisselend op andere delen van ons lichaam roofbouw pleegden. Polsgewrichten, knieën en elke pees in beide handen tijdens het plooien van duizenden kartonnen dozen; duimen, schouders, onderarmen en onderrug tijdens het vastnieten en afmonteren van de boxen.

Halverwege de dag, een vast tijdstip was er nooit, kwam Kevin naar mijn deel van de werkplek en nam mijn taken over. Dan stapte ik naar de zijne en deed hetzelfde. We zeiden niets, keken elkaar gewoon even in de ogen en gingen voort met het werk. Zo ging het anderhalve week, een korte periode die in deze stiel voldoende is om een ancien te worden met alle gemakken en ongemakken van dien. Mijn vingers zijn gezwollen, pijn zeurt in mijn polsen, mijn schouderspieren zijn hard en gespannen zoals toen ik nog een competitiezwemmer was. Ik ben een harde werker, dat is geweten.

Einde contract

Vrijdag waren we einde contract. Niet enkel Kevin en ik, maar ook drie anderen. Vijf uit een ploeg van acht, waarin enkel ancien Michel een vast contract heeft – Michel plooit vierenvijftig dozen op vier minuten. Een doos plooien vraagt eenentwintig afzonderlijke handelingen, Michel voert ze een stuk sneller uit dan de machine die vorig jaar door het bedrijf getest werd. Hoewel ik de nieuwkomer was, kreeg ik een contract tot het einde van het jaar. Jean-Yves kreeg een week. Aan Kevin en de anderen werd niets gevraagd, niets gemeld. Zo word je hier na drie maanden roofbouw op straat gezet.

De roofbouw op mijn gemoed, daar kunnen duizend peesontstekingen niet tegenop

Wat Kevin nu gaat doen, weet ik niet. Hijzelf ook niet. Gaëtan die deze week ontslag nam omdat zijn armen het vele nieten niet meer verdroegen? Claude, vijftiger met weekcontracten die, hoe hard hij ook zijn best deed, op geen enkele werkpost kon volgen en bijgevolg aan de kant wordt geschoven? “Je moet in deze tijden pakken wat je kan krijgen Herman,” had hij me donderdagavond toevertrouwd, en dat heb ik gedaan. Maar de roofbouw op mijn gemoed, de schuld van mijn verkiezing boven andere mannen, die ook maar gewoon willen werken en geld verdienen, daar kunnen duizend peesontstekingen niet tegenop.

Auteur: Herman Loos

Herman Loos is auteur van Menselijke grondstof: over leven op de bodem van de Europese arbeidsmarkt (EPO). Hij is docent filosofie en ethiek aan hogeschool Odisee (Brussel) en docent sociologie aan AP Hogeschool (Antwerpen). Hij schreef columns voor Apache en publiceert ongeregeld opiniestukken en gastbijdragen bij uiteenlopende media.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid