Media en Politiek (1): Op zoek naar bloed


In het eerste deel van de reeks Media en Politiek gaat het over de doorlopende zoektocht naar conflict. Die zoektocht gaat zover dat de waarheid er soms helemaal ondergeschikt aan wordt gemaakt. ‘De opdracht die media voor zichzelf weggelegd zien, is niet het juiste verhaal vertellen, wel een zoektocht naar bloed.’Op 11 januari 2012 verscheen in De Morgen een kort interview met toen nog kersvers staatssecretaris voor asielbeleid Maggie De Block (Open VLD). Onder het kopje ‘De Block had haar erfenis beter geweigerd’ wijdde de journaliste ook een bijgedachte aan de kwaliteiten van De Block. Die waren zo goed als onbestaande, oordeelde De Morgen na een eerste gesprekje. Leest u even mee:

“Voorzitter Alexander De Croo (Open Vld) heeft met de aanstelling van deze huisarts een kapitale fout gemaakt. Hij had nochtans mensen in zijn partij die dit domein beter kennen en/of meer ervaring hebben met de media (…) Het enige moment waarop ze van (zelf)kennis getuigt, is wanneer ze eruit flapt dat ‘als dit departement een erfenis was, ze die had geweigerd’. Wel staatssecretaris, dat had u inderdaad beter gedaan. Voor de vluchtelingen, voor uw partij, en voor uzelf.”

Geen twee jaar later voerde ‘de kapitale fout’ van Open VLD het lijstje met de populairste politici van Vlaanderen aan. Nog een half jaar verder lag ze mee aan de basis van een (volgens de media) onverhoopt goede verkiezingsuitslag van Open VLD.

Het voorbeeld van De Blocks wittebroodsweken als staatssecretaris wordt aangehaald door een van de partijvoorzitters. “Het is typerend voor de manier waarop media vandaag werken. De opdracht die ze voor zichzelf weggelegd zien, is niet het juiste verhaal vertellen, wel een zoektocht naar bloed. Bij haar aantreden werd De Block compleet met de grond gelijk gemaakt zonder dat er ook maar één inhoudelijk argument aan te pas kwam. Anderhalf jaar later was ze plots een fantastische staatssecretaris. Met dat laatste ben ik het oneens, maar dat eerste was ook onwaar en vooral zeer ongepast. Het geeft aan hoe verheven journalisten zich voelen en hoe ze zich werkelijk alles kunnen permitteren. Niemand durft hen tegenspreken.”

Angst

Zijn politici dan bang voor media? ‘Bang’ is niet het juiste woord, klinkt het haast unisono. Dat zou getuigen van een verkeerde ingesteldheid, maar het komt toch aardig in de buurt. “Ik ben niet bang, maar ik ben me wel zeer bewust van de potentieel grote impact die media kunnen hebben. Of ik daar altijd rekening mee houd, is een andere zaak. Het is een evenwicht: voor ons blijft het de enige betaalbare vorm van massacommunicatie.”

De dag dat ik me laat leiden door wat in de media verschijnt, stop ik. Let je niet op, dan doe je niet veel meer dan brandjes blussen en bijsturen

“Ik wil de vergaderingen in onze partij waar het grootste deel van de tijd wordt gespendeerd aan wat de pers schrijft niet tellen”, zegt een andere partijvoorzitter. “Voor wie weet hoe het werkt, is dat een gruwelijke gedachte: allemaal verstandige mensen bij elkaar die weten hoe de vork echt in de steel zit, en toch is er angst. Als partijvoorzitter is het mijn taak om te relativeren. De dag dat ik me laat leiden door wat in de media verschijnt, stop ik. Let je niet op, dan doe je niet veel meer dan brandjes blussen en bijsturen. Dat is niet de manier waarop ik aan politiek wil doen. Maar het wordt ons niet bepaald gemakkelijk gemaakt.”

Onvrede is er vooral over de framing: het kaderen van nieuws in een beeld dat niet noodzakelijk strookt met de realiteit, maar teert op vermeend conflict dat de verkoop moet aanzwengelen. “Vaak heeft men al een soort structuur van verhaal klaar. Men gaat dan op zoek naar anekdotes en uitspraken om dat verhaal te stofferen en te legitimeren. Een beetje zoals een doctoraatsstudent die zijn conclusie vooraf al heeft geschreven en enkel nog op zoek gaat naar de juiste feiten om die te onderbouwen. Zo’n kader heeft zelden of nooit met ideologie te maken. Las je vroeger De Morgen dan wist je dat die krant voor een bepaalde ideologie stond. Dat gold ook voor andere kranten. Vandaag zijn alle kranten zogezegd neutraal, maar dat klopt natuurlijk niet helemaal. Ze worden niet meer door ideologie gedreven, maar door iets anders: de oplage. En die heeft zo haar eigen wetmatigheid.”

Alles in hetzelfde frame

Een van de frames die de aanloop naar de verkiezingen kleurde, was de overname van Open VLD door N-VA. “Anderhalf jaar lang schreef iedereen dat. Maar Open Vld hield stand. Je zou kunnen zeggen dat N-VA het Vlaams Belang heeft overgenomen, maar niet de liberale partij. De voltallige pers zat er naast, maar net zoals in het geval van Maggie De Block, lees je daarover achteraf nooit nog wat. Geen excuses. Niets.”

Zo’n frame ontstaat natuurlijk niet zomaar. Vaak zit er een grond van waarheid in, of is het gebaseerd op een logisch klinkende voorafname. De vervorming van de realiteit ontstaat pas wanneer elke gebeurtenis vervolgens bewust in dat frame wordt geduwd.

“Iedereen is er kwetsbaar voor. Vaak speelt er een domino-effect: de ene schrijft iets, de andere neemt het over en de sneeuwbal gaat aan het rollen. Neem nu het interview met twee socialisten vandaag (Hans Bonte en Peter Vanvelthoven uitten kritiek op de partijleiding van sp.a op 18 juni, ToC) in Knack. Intussen staat dat ook al op De Standaard online en op de andere nieuwssites. Je kan er gif op innemen dat het morgen ook in de papieren kranten zal opduiken. Ofwel bloedt zoiets snel dood, ofwel worden er nu massaal socialisten gebeld op zoek naar nog meer uitspraken die het frame bevestigen. Je kan zo al de lijstjes met troonpretendenten in de krant van morgen dromen. Dat gaat dan een eigen leven leiden: er wordt druk gegenereerd die wellicht grotendeels zonder echte basis is. Veel verweer heb je daar als partij niet tegen, enkel de wetenschap dat het gezette beeld fout is of op zijn minst overtrokken. Een voorzitter moet dan de rust in de partij bewaren, maar evident is dat niet. Je hoort partijgenoten editorialen echoën. Soms ook heel ervaren mensen die intussen beter zouden moeten weten, maar het hoort blijkbaar bij de steekvlam. Als je het echte verhaal kent en je ziet op wat editorialen en als nieuws verpakte analyses soms zijn gebaseerd, kan je dat enkel bijzonder treurig vinden.”

Politique politicienne

Angst mag dan al het verkeerde woord zijn. Machteloosheid over de gang van zaken is er wel degelijk. “Soms rest je niet veel anders dan het gewoon uit te zweten. Het is ook niet gewoon één journalist of een krant die verantwoordelijk is. Het is een systeem dat over je heen rolt.”

Als ik stukken over mezelf lees van mensen die ik al jaren niet meer heb gesproken, vraag ik me wel eens af waar we het nog over hebben

Dat systeem, zo zegt een mediaspecialist, hangt nauw samen met het feit dat kranten in hun politieke berichtgeving sterk focussen op het politieke spel en nog weinig ruimte laten voor inhoud. “Voor sommige thema’s zijn er nog specialisten die het terrein goed kennen. Met andere thema’s is gewoon niemand meer bezig. Binnenlands bestuur bijvoorbeeld. De voorbije jaren werd in Vlaanderen een heel traject afgelegd van interne staatshervorming. Dat gaat over bevoegdheden van provincies, gemeenten en intercommunale structuren. Dat staat heel dicht bij de mensen, maar ik heb er nauwelijks wat over gelezen. Journalisten die zich specialiseren delven natuurlijk hun eigen graf. Ze hebben hetzelfde probleem als wij: ze krijgen hun onderwerpen niet verkocht aan het bladmanagement.”

Voor de ‘politique politicienne’ staat dan weer wel een heel legertje klaar.

“Conflicten verkopen en politique politicienne is daar het summum van. Om een of andere bizarre reden geldt dat blijkbaar ook voor je status op de redactie: analyses en opinies schrijven, lijkt journalistiek het hoogst haalbare. Dat is compleet ongegrond. Heel vaak zijn analyses aantoonbaar verkeerd. Dat valt met concrete teksten en zinnen te duiden. Wij lezen erin wie de bron is, door wie de journalist werd aangestuurd, wie spint, duwt en trekt, maar de waarheid? Die lees je er helaas zelden of nooit.”

“Het klinkt misschien heel hard maar de waarheid is dat kranten niet per se nog betrouwbare media zijn”, vult een partijvoorzitter aan. “Het enige wat je kan zeggen is dat ze naar alle kanten tegelijk schieten. Dat het dus niet voorspelbaar is en niet ideologisch gestuurd. De drijfveer is inherent commercieel. Het is ook persoonlijk commercieel: een journalist moet zijn eigen stuk verkocht zien te krijgen en als het geen groot spektakel is, lukt dat niet. Bij sommige journalisten merk je dat de creativiteit en de inspiratie op is en dat makkelijk scoren het enige is wat nog overblijft. Dat mechanisme wordt vandaag heel bewust gebruikt door een aantal mensen. Met veel journalisten heb ik een prima werkrelatie, maar met sommige  journalisten die nochtans bladzijden lang over mij schrijven heb ik helemaal geen relatie (lacht). Als ik stukken over mezelf lees van mensen die ik al jaren niet meer heb gesproken, vraag ik me wel eens af waar we het nog over hebben. Het systeem zoals het zich momenteel verder ontwikkelt, leent zich prima tot dat soort misbruik van macht.”

Niets van geloven

Een van de gevolgen is dat toppolitici nauwelijks nog geloof hechten aan de artikels die ze lezen over andere politici en partijen. “Zelfs al ken ik de feiten niet, dan nog: ik geloof er niets van. Ik vind dat zeer ernstig. Er worden foutieve beelden gecreëerd die een eigen leven gaan leiden en soms heel veel maatschappelijke impact hebben. Natuurlijk gebeurt het soms ook correct, maar heel vaak moet ik echt lachen. Als het gaat over andere partijen én als het gaat over de mijne. Je leest meer gespin dan wat anders.”

Als ik analyses over andere partijen lees, geloof ik die niet. Dat klinkt hard, maar zo simpel is het.

Die stelling wordt door andere partijvoorzitters onderschreven. “Als ik analyses over andere partijen lees, geloof ik die niet. Dat klinkt hard, maar zo simpel is het. Journalisten die ze schrijven dichten zichzelf een veel hogere status toe dan ze in werkelijkheid genieten. Als je weet welke nonsens er over je eigen partij voor waar worden opgediend, dan weet je dat hetzelfde geldt voor andere partijen. Als ik moet gaan onderhandelen met een collega-partijvoorzitter en er stond net een analyse over zijn partij in de krant, dan ga ik er nooit van uit dat die klopt. Eerder van het tegendeel.”

Zeker in tijden van regeringsvorming is het al gespin wat de klok slaat. “Er wordt een grote hoop nonsens verkocht. Het probleem is dat journalisten ook wel weten dat de mensen die hen voeden politiek gezien weinig relevant zijn, een persoonlijk agenda hebben of hun eigen partij vooruit willen helpen. Maar dat verhindert hen niet die informatie toch te gebruiken om irrelevante stukken te schrijven.”

“Het enige voordeel dat je als politieke partij hebt, is dat je in principe evenveel kans hebt om via die weg de wind mee te hebben dan de wind tegen te krijgen”, vertelt een andere partijvoorzitter. “Als het past binnen een bepaald frame of beeld van de journalist, dan gaat het mee. Als politicus of als partij kan dat voor of tegen je werken. Maar kijk je vanuit het oogpunt van de lezer die correct geïnformeerd wil worden, dan is het rampzalig. Veel krantenlezers zijn intussen opgegroeid met het beeld van een eeuwige wedstrijd. Ze zien politiek als entertainment.”

Een democratisch probleem? “Als het gaat om één krant die iets schrijft, dan valt de impact wel mee”, klinkt het. “Dan is het één element van de beeldvorming. Het wordt echt problematisch wanneer iets unisono en langdurig wordt volgehouden. In dat laatste zijn met name Bart De Wever en N-VA zeer bedreven. Ze doorzien perfect de zwakte van de media en gebruiken die om hun eigen frame door te drukken. Dat is een keuze die je als partij maakt of niet maakt. Ik kan me geen enkele andere partij voor de geest halen die er in zou slagen om al haar kandidaten met een V-teken in beeld te brengen, die mensen te overtuigen geen letter commentaar te geven op het moment dat de voorzitter als informateur aan de slag is én geen reactie te geven op vragen over de Rode Duivels. Die aanpak werkt enkel als je één leider, één boodschap en één leger mandatarissen hebt dat braaf uitvoert wat er wordt gevraagd. Op die manier kan je de zwakte van de media prima in je voordeel aanwenden.”

Walter Zinzen formuleerde een tijdje terug de kritiek dat media opvallend positief over N-VA schrijven. Volgens deze partijvoorzitter gebeurt dat niet actief, al is het resultaat wel hetzelfde. “Het is geen bewuste keuze. Het is gewoon N-VA die op een magistrale wijze de media gebruikt om haar boodschap te verspreiden. Als je weet dat media doorlopend op zoek zijn naar bloed en conflict, en je weet dat niet enkel de bereidheid om een verhaal ‘kapot te checken’, maar ook de kennis en knowhow op de redacties om dat te doen afneemt, dan kan je als politicus mooie dingen doen (lacht). Of de democratie er een goede zaak mee doet is natuurlijk iets anders.”

Net zoals overal elders zitten er onder de journalisten kleingeestige mensen die hun machtspositie aanwenden om heel bewust spelletjes te spelen

Mee spelen

Veel van de kritiek die toppolitici verwoorden heeft dan ook niets te maken met voor de hand liggende zaken zoals ‘verkeerd citeren’. “Over fout geciteerd worden heb ik nauwelijks te klagen. Je kan interviews altijd nalezen. Als je daar zelf correct in bent – je vraagt niet om dingen te schrappen die je hebt gezegd –  dan loopt het prima. Daar wil ik onze media gerust een pluim voor geven. Wat wel een probleem is, is het vulsel: de analyses en de analyses verpakt als nieuws. Daar wordt dan wat commentaar van een expert bij gevraagd, desnoods wat anonieme bronnen om toch maar een verhaal te hebben dat voldoende spektakelwaarde heeft om in de krant te geraken en om mee te spelen in het politieke spel.”

Die drang om mee te spelen is bij veel politieke journalisten aanwezig. “Maar ofwel zijn de media een medium en brengen ze kritisch verslag uit, ofwel zijn ze medespeler”, oordeelt een communicatiedeskundige. “Als lezer wil je in de krant toch lezen wat er echt speelt? Toch niet de spanningen die een journalist bedenkt of subtiel wil doordrukken?”

Soms gaat die drang om mee te spelen heel ver. “Iedereen kent wel verhalen waarbij kranten bewust beginnen te provoceren en artikels schrijven om toch maar reactie los te weken”, zegt een partijvoorzitter. “Dat is echt een vorm van pesten en onder druk zetten. Net zoals overal elders zitten er onder de journalisten kleingeestige mensen die hun machtspositie aanwenden om heel bewust spelletjes te spelen.”

Echt problematisch wordt het als de waarheid bewust geweld wordt aangedaan om commerciële redenen. “Waar ik een groot probleem mee heb, is dat kranten die in een hypercommerciële omgeving zitten hun analyse over een dossier niet laten afhangen van de inhoud ervan maar wel van de vraag ‘hebben we het als eerste of niet’. Een van onze ministers heeft op dat vlak in een paar dossiers zeer nare ervaringen gehad. Als een krant op basis van eigen onderzoekswerk met een primeur komt en daar een reactie op vraagt van een minister, is dat mooi journalistiek werk. Als de concurrentie een dag later het dossier waarover het ging met de grond gelijk maakt, niet op basis van de inhoud maar op basis van de voorafname dat onze minister die andere krant een primeur heeft gegeven, is dat geen journalistiek meer. Dat die voorafname bovendien fout was, doet niet eens ter zake: je krijgt als lezer heel gekleurde informatie over een dossier omwille van een louter commercieel gedreven reflex van een krant.”

Sommige kranten hanteren een duidelijk beleid: als jij iets niet aan ons geeft, en je geeft het aan de concurrentie, zal je het geweten hebben

Helaas is het geen alleenstaand gegeven. De meeste partijvoorzitters hebben wel verhalen over journalisten die zwaar aangezette artikels schrijven in het kader van een soort tijdelijke oorlogsvoering over al dan niet uitgedeelde primeurs aan de concurrentie.

Ook tijdens de voorbije kiescampagne waren er gelijkaardige voorvallen. “In de aanloop naar de verkiezingen werd een afspraak gemaakt met een aantal kranten om de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen te becijferen. Enkele kranten deden daar niet aan mee. Die hebben vervolgens zeer verzuurd een negatief geschreven over de cijfers en de gegevens. Niet omwille van de inhoud van de oefeningen, wel omdat ze niet in de oefening waren opgenomen. Blijkbaar restte hen dan nog maar één ding: de hele oefening de grond in boren. Dat kan niet de rol van de krant zijn. Zoiets gebeurt enkel onder zeer sterke commerciële druk.”

Vooral de opiniepagina’s vormen een dankbaar slagveld voor dat soort spelletjes. Het tijdelijk bannen van partij x of politicus y van de pagina’s, de verregaande druk om exclusiviteit te bedingen, … de trukendoos is groot. “Sommige kranten hanteren een duidelijk beleid: als jij ons goed behandelt, zullen wij jou ook goed behandelen. Maar dat werkt net zo goed vice versa: als jij het niet aan ons geeft, of je geeft het aan de concurrentie, dan zal je het geweten hebben.”

Morgen deel 2: De afwezige tegenmacht. ‘Onze kranten beginnen spontaan te doen wat Poetin er in Rusland van eist: onzin op pagina één zetten en een dag later andere onzin, ook al is die compleet in tegenspraak met de onzin van een dag eerder.’

Maak diepgravende journalistiek mogelijk: steun Apache.be en word abonnee of aandeelhouder.

FondsPascalDecroos

Dit onderzoeksartikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.


Over dit artikel

BronApache [https://www.apache.be]
TitelMedia en Politiek (1): Op zoek naar bloed
Auteur(s)Tom Cochez
Permalinkhttps://www.apache.be/?p=47850
Gepubliceerd 26 augustus 2014 @ 08:53. Met update op 19 december 2014 @ 16:48
Opgevraagd19 juli 2019 @ 10:31
Klik hier om te printen