Racisme

13

“Verdomme, uit welk oerwoud hebben ze die opgevist?” Ik ben net zestien en vertegenwoordig België op een internationale zwemmeeting in Istanboel. Naast me aan de start van de tweehonderd meter rugslag staat een Braziliaanse jongen, een man eigenlijk, vijftien nog maar en anderhalve kop groter en twee schouders breder. Hij heeft een volle baard, borsthaar en zal me later die dag lachend met één arm optillen. Ik denk wat ik denk: verdomme.

Herman LoosIk ben opgegroeid in de topsport, het deeldomein van de samenleving waar afwijking de norm is. Talent is per definitie een afwijking, in mijn geval ging het onder andere om de lenigste schouders waaraan men in het topsportcentrum van Herentals ooit draaide, bijzonder geschikt voor de vlinderslag en de rugslag. Wie zich, zoals ik, in de jeugdreeksen mag meten met de wereldtop in zijn discipline, bevindt zich tussen het ruwste en meest ongeloofwaardige wat de Schepper uit de losse pols heeft getoverd.

Geen stap verder

Het beruchte Afrikanen-stukje dat Hans Vandeweghe in De Morgen neerschreef, waarin hij in een uitermate plompe bewoording stelde dat Afrikaanse voetbalploegen zich steeds laten verleiden door vroeg succes in het WK-tornooi, las ik in de eerste plaats vanuit mijn ervaring in die wereld. Ik zag de tragiek van de jonge topsporter, het hoofd zot gemaakt door de ontelbare haaien die zijn afwijking te gelde willen maken.

Dat de manier waarop Vandeweghe zijn bevindingen uiteenzette kwetsend, zelfs ronduit racistisch is, ontging me bij de eerste lezing. Ik ploegde me door een resem reacties, waaronder een van de sportjournalist zelf waarin hij de bal wil spelen maar toch vooral de man tackelt, en geraakte geen stap verder. Geloof me dat het niet gemakkelijk is dat openlijk toe te geven, ik schaam me er voor, maar ik bleef steken op: grof, onzorgvuldig geschreven en een tikje ongepast – zoals mijn eigen onuitgesproken gedachte, een half leven geleden?

Boetekleed

Leven in een open, democratische samenleving veronderstelt dat het niet de dominante groep is die bepaalt wat kwetsend is en wat niet

Misschien ligt daarin ook wel de kern vervat van het hele racisme-probleem: het is onmogelijk jezelf echt in te leven in een andere groep, in wat die groep aanvaardbaar vindt en wat niet. Komiek Michaël Van Peel mag daarom in De Morgen gerust de etymologie van het woord neger onderzoeken, hij mag niet beweren dat het gebruik van het woord niet beledigend is. Leven in een open, democratische samenleving veronderstelt immers dat het niet de dominante groep is die bepaalt wat kwetsend is en wat niet.

Ted Bwatu heeft met recht en reden alles geschreven wat er te zeggen valt over het gebruik van het woord neger. De vele reacties vanuit minderheidsgroepen zijn een sluitend bewijs dat de column van Hans Vandeweghe een racistische passage bevat. Ik hoef me daar, als lid van de dominante groep in de samenleving, niet in te kunnen vinden om het te accepteren en er rekening mee te houden. Schuld bekennen en afstappen van het eigen gelijk: precies dat is nodig om als lid van de dominante groep mee te werken aan een open samenleving. Bij momenten zijn we immers allemaal volstrekt fout.

Auteur: Herman Loos

Herman Loos is auteur van Menselijke grondstof. Over leven op de bodem van de Europese arbeidsmarkt (Uitgeverij EPO), docent filosofie en ethiek aan hogeschool Odisee (Brussel) en docent sociologie aan AP Hogeschool (Antwerpen). Hij schreef columns voor Apache en publiceert ongeregeld opiniestukken en gastbijdragen bij uiteenlopende media.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid