Profitariaat

26

Toen wij ruim drie jaar geleden verhuisden naar dit boerengat, het Noord-Limburg van Frankrijk zo lacht een Antwerpse die hier bijna twee decennia woont, hadden wij geen job of inkomen, enkel dromen. Waarom we geen tijdskrediet opnamen, vroegen vrienden wel eens, dan hadden we iets om een tijdje op terug te vallen. Andere mensen deden het ook, was het argument. Ik wist hoe zij die andere mensen door de band genomen noemen: profiteurs.

Herman LoosHet zou vals spelen zijn, dat tijdskrediet, en vals spelen deden wij niet. Tijdskrediet was een systeem bedacht met andere redenen. Om een zieke moeder te verzorgen, een onverwachte drieling op te voeden, een zware depressie op te vangen, weet ik veel. Niet voor jonge koppels die nog even, voor het echte leven begint, de wereld willen zien en in een moeite door vaststellen hoe ver hun dromen reiken. We dreigen dat wel eens over het hoofd te zien maar een samenleving begint nog altijd bij het nemen van je eigen, individuele verantwoordelijkheid.

Achterpoortjes

Waar wetgeving is, bestaan achterpoortjes en die achterpoortjes zullen altijd in gebruik zijn. Je zou denken dat een wetgever dat in het achterhoofd houdt wanneer hij wetten ontwerpt. Het zou hem aanzetten tot enige schroom bij het bedenken van subsidies, uitkeringen, kredieten en dergelijk fraais. Een beetje socioloog moet volgens de eindtermen van zijn opleiding in staat zijn de matteüseffecten van beleid te voorspellen. Misschien wordt in de Wetstraat enkel geluisterd naar economen of loochenen de aanwezige sociologen de enige meerwaarde die hun diploma biedt.

Dat mensen een achterpoortje gebruiken is storend maar we moeten niet van elk vliegje in ons oog een stekelige doorn willen maken die de oogbal verzweert en ons zicht wegneemt. Ik wil dus best geloven dat sommige uitkeringstrekkers er een immokantoortje op nahouden, net zoals ik best geloof dat sommige Europese commissarissen of kandidaat-voorzitters van de Europese Commissie wat al te opzichtig gebruik maken van belastingmatige spitstechnologie. Deze voorbeelden, wettelijk of niet, zijn een vorm van profitariaat, je moet dingen immers bij hun naam durven noemen.

We dreigen dat wel eens over het hoofd te zien maar een samenleving begint nog altijd bij het nemen van je eigen, individuele verantwoordelijkheid

Middelentoets

“Het bestaat dus ik zou wel gek zijn om er geen gebruik van te maken.” Dat is precies de mentaliteit waar we van af moeten indien we ons sociaal systeem overeind willen houden. De vraag die eerst moet komen, is die van het tekort. Lijd ik een tekort dat een gebruik van het sociale systeem rechtvaardigt? De middelentoets moet niet in de eerste plaats door de overheid uitgevoerd worden, maar door onszelf. Dat is een moeilijke oefening, die vooral vereist niet te gemakkelijk in vergelijkingen te vervallen.

We zijn immers niet in staat om eerlijk te vergelijken. De gemiddelde middenklasser meent dat een asielzoeker met OCMW-steun het beter heeft dan hij, de gemiddelde bedrijfsleider dat een minimumloner met een sociale woning in de watten wordt gelegd, de gemiddelde parlementair dat hij in het bedrijfsleven pas echt loon naar werken kan krijgen. We zien altijd iemand die het beter heeft en menen daaruit rechten te puren. Maar profitariaat? c’est les autres.

Auteur: Herman Loos

Herman Loos is auteur van ‘Menselijke grondstof’, een boek over leven op de bodem van de Europese arbeidsmarkt, docent filosofie en ethiek aan hogeschool Odisee (Brussel) en docent sociologie aan AP Hogeschool (Antwerpen). Hij schreef columns voor Apache en publiceert ongeregeld opiniestukken en gastbijdragen bij uiteenlopende media.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid