VK2014: Eén voor Allen, Allen voor Eén?


Elke partij die in België aan de verkiezingen deelneemt, breekt een lans voor meer solidariteit. Het vrijwaren van ‘ons sociaal systeem’ lijkt wel de belangrijkste bekommernis van alle politici. Maar de invulling van het begrip solidariteit verschilt sterk. Onder het motto ‘Eén voor Allen – Allen voor Eén’ toetst Apache.be in de aanloop naar 25 mei hoe ‘solidair’ de belangrijkste voorstellen van de partijen wel zijn. En passant ontdekken we hoe rechts links kan zijn en omgekeerd.Vergeet de clichés. Solidariteit is geen monopolie van links. Ook rechtse en centrumpartijen tonen in hun programma een grote bekommernis voor de zwakkeren in de samenleving. Uit welk programma komt dit citaat?

Maar we laten niemand achter. Voor mensen die niet meekunnen, voelen we ons samen verantwoordelijkheid. Voor hen voorzien we zorg en kansen om mee te participeren aan onze samenleving.

Antwoord: Open VLD.

Een tweede citaat: “Met ons aan het roer: welvaart, ja, voluit, maar niet zonder welzijn, niet zonder sociale solidariteit.”

Antwoord: CD&V.

Nog eentje: “We zien met lede ogen hoe het financiële en het maatschappelijke draagvlak voor de solidariteit afbrokkelt.”

Antwoord: N-VA.

En om het af te leren: “XXX staat voor een solidariteit tussen generaties, tussen rijk en arm, tussen gezonden en zieken, tussen werkenden en niet-werkenden.

Antwoord: Vlaams Belang.

Wie solidariteit – volgens Van Dale: “bewustzijn van saamhorigheid en bereidheid om de consequenties daarvan te dragen” – belangrijk vindt, komt dus niet noodzakelijk uit bij partijen die traditioneel als ‘sociaal’ of ‘links’ worden omschreven: SP.A, Groen, PVDA.

Een woord met een staartje

Solidariteit is een verraderlijk woord. Het kan nooit op zich staan. Het heeft altijd een staartje: ‘solidariteit met wie?’. Toen Johan Hendrik van Dale in 1864 de eerste editie van zijn ‘dikke’ liet verschijnen, kende solidariteit nog weinig grenzen. Het woord werd verklaard door de strijdkreet van de musketiers: ‘Eén voor allen en allen voor één’.

De beroemde Franse socioloog Emile Durkheim (1858-1917) omschreef solidariteit als een morele band tussen individuen of leden van een gemeenschap. In De la division du travail social (1893) schreef hij dat een samenleving maar kan bestaan als de leden ervan bereid zijn om solidariteit te betonen met elkaar.

Hoe eenvoudiger de samenleving, hoe mechanischer de solidariteit. Als de leden van de groep dezelfde normen en waarden delen en de rijkdom (of schaarste) is min of meer evenredig verdeeld, is solidariteit bijna een vanzelfsprekendheid.

Complexe samenlevingen, waarbij verschillende groepen (arbeiders, zelfstandigen, renteniers, werklozen maar ook jong en oud, allochtoon en autochtoon) op gespannen voet met elkaar leven, hebben meer moeite met solidariteit. Normaal moet het besef ontstaan dat de verschillende groepen en functies elkaar aanvullen en groeien naar een organische vorm van solidariteit. Maar in een samenleving in verandering (in crisis, in ons geval), verloopt die groei niet zonder slag of stoot en ontstaat er wat Durkheim ‘anomie’ noemde (“gevoel van onzekerheid en frustratie als gevolg van het aarzelen tussen oude en nieuwe zekerheden en normen”).

Ook al beweren alle partijen dat ze de solidariteit willen vrijwaren of versterken, hun definitie van het begrip ‘allen’ is sterk verschillend

Dit artikel is geen les sociologie, maar een beetje grasduinen in oude cursussen en encylopedieën kan in tijden van verkiezingen nuttig zijn. Al was het maar om begripsvervuiling te counteren en een kofferwoord als ‘solidariteit’ opnieuw correct te definiëren.

Vlaamse solidariteit

Ook al beweren alle partijen dat ze de solidariteit willen vrijwaren of versterken, hun definitie van het begrip ‘allen’ is sterk verschillend.

Zo liet ik uit het citaat van het Vlaams Belang het woord ‘Vlaamse’ weg. De partij spreekt van een “Vlaamse solidariteit tussen generaties” en gaat op die lijn verder: “Ieder lid van onze volksgemeenschap dat in nood zit, heeft recht op sociale bijstand.”

De N-VA problematiseert de solidariteit op Belgisch niveau. Lees even mee: “Een ander pijnpunt is de wijze waarop de solidariteit vandaag georganiseerd is binnen België,” De transfers van Vlaanderen naar Wallonië en Brussel worden “zogenaamde solidariteit” genoemd.

In een opmerkelijk interview met De Morgen zei Bart De Wever: “Wij zien niet het individu, niet de staat, maar de gemeenschap als het belangrijkste gegeven.” En verder: “Maar het principe blijft dat een gemeenschap die met zes miljoen op een lapje grond leeft, die een cultureel patroon heeft, die een taal deelt, wel een basis is om een democratie op te funderen.”

Uit het streven naar een meer samenhangende, eendrachtige, gemeenschap van de N-VA spreekt een verlangen naar meer organische solidariteit. Die is volgens de Vlaams-nationalisten niet langer mogelijk in de Belgische context waarbinnen ze sinds het ontstaan van de welvaartsstaat functioneerde.

De N-VA heeft met de liberale partijen de opvatting gemeen dat wie presteert ook beloond moet worden. Wie niet presteert, moet aangepord worden. Of zelfs gestraft.

Maar er is meer. De N-VA heeft met de liberale partijen de opvatting gemeen dat wie presteert ook beloond moet worden. Wie niet presteert, moet aangepord worden. Of zelfs gestraft. De solidariteit van de ‘hardwerkende Vlaming’ met de zwakkeren is niet onvoorwaardelijk. Werkloosheidsuitkeringen worden beperkt in de tijd, er zijn voorstellen om steuntrekkers gemeenschapsdienst te laten doen. Deze opvatting is overigens geen monopolie van rechts: ook Patrick Janssens (sp.a) zwoer bij de ‘voor wat, hoort wat’-theorie. Solidariteit wordt zo enkel voorbehouden voor wie ze verdient. Op zich is dat niet nieuw. Bij het ontstaan van de eerste mutualiteiten werden plantrekkers en ingebeelde zieken door de ‘kameraden’ streng gestraft en geschorst. Sociale fraude was ontoelaatbaar.

De weigering van een ‘linkse belastingregering’ om het leefloon op te trekken tot het Europese armoedepeil toont aan dat ook voor linkse partijen solidariteit niet onbeperkt is.

De ecologische gedachte voegt nog een andere dimensie toe aan solidariteit. De zorg voor het milieu en het streven naar meer duurzaamheid zijn erop gericht de rijkdom ook in de toekomst te kunnen vrijwaren en herverdelen.

1 procent vs 99 procent

Aan de linkerzijde van het politieke spectrum krijgt de slogan ‘Eén voor allen, allen voor één’ een andere dimensie. In het zog van bewegingen als Occupy Wall Steeet trekt links met veel meer succes dan vroeger van leer tegen de ‘1 procent’ die onredelijk veel rijkdom vergaart, ten koste van de ’99 procent’.

Peter Mertens werd een mini-superster met zijn boek Hoe durven ze? waarin hij van een ‘rijkentaks’ de hoeksteen van zijn wat schimmige ‘Socialisme 2.0’ maakt.
In zijn boek Beter citeert Wouter Van Besien dan weer de Indiase econoom Raghuram Rajan. Die toonde aan dat inkomensongelijkheid aan de basis ligt van de financiële crisis. Omdat de lonen in de VS te laag waren en de regeringen van Clinton en Bush de belastingen niet wilden gebruiken om te herverdelen, spoorden ze de banken aan om goedkoop krediet te geven aan mensen die niet kredietwaardig waren. Zo konden ook zij een huis kopen. De rest is geschiedenis.

Dat belastingen moeten dienen om te herverdelen en dat vermogens daartoe moeten bijdragen, is vandaag niet langer de particuliere mening van klein-linkse militanten. Dit citaat uit een column in De Morgen, komt van Paul De Grauwe, topeconoom én ex-VLD-senator: “Hieruit volgt dan ook dat een beleid dat hoge belastingtarieven heft op topinkomens en -vermogens geen economische achteruitgang zal inleiden.”

De toon verhardt

De klassieke tweedeling tussen ‘arbeid’ en ‘kapitaal’ en tussen ‘haves’ and ‘have-nots’ domineert opnieuw de sociaal-economische discussies. De toon verhardt en wie pleit voor meer activering, loonlastenverlaging en deregulering wordt zondermeer als erfgenaam van Margaret Thatcher of Ronald Reagan weggezet. Onder paars was dat enigszins anders. Toen noemde men dat de ‘actieve welvaartstaat’.

Wie, aan de andere kant pleit voor vermogensfiscaliteit, kan niet ontsnappen aan het aloude etiket: ‘communist’. En dat terwijl de hoogste belastingschalen in de jaren zeventig tot 75, zelfs 90 procent konden oplopen.

Zo dreigt ook deze verkiezingscampagne opnieuw een steriel dupespel te worden dat de kiezer verweesd achterlaat in het stemhokje. De ‘anomie’ wordt  nog versterkt door een gebrek aan wervende ideeën, zoals het Sociaal Pact van na de Tweede Wereldoorlog of de neoliberale droom dat een vrije groeieconomie de wereld ook socialer en democratische zou maken. Het einde van de geschiedenis werd vooral het einde van een illusie.

Wat voor zin heeft het solidariteit te organiseren op Vlaams niveau als de sociaal-economische werkelijkheid Belgisch, Europees of mondiaal is?

Bovendien zorgen allerlei disruptieve businessmodellen (die allemaal drijven op de kracht van het mobiele internet) voor machteloosheid van plaatselijke politici. De grootste telecomfirma van de wereld (Skype) investeert geen euro in telefoonkabels. De sociale inspectie en de fiscus staan machteloos tegenover initiatieven als Airbnb en Uber die de hotel- en de taxisector verstoren. Online winkelen slaat grote gaten in de kassa’s van de detailhandel. Banken sidderen en beven bij de opkomst van initiatieven als crowdfunding of bitcoin.

De globalisering mag de wereld dan al in communities-zonder-grenzen hebben verdeeld, met Facebook als de grootste toog ter wereld, toch wordt de klassieke solidariteit er sterk door ondermijnd. Wat voor zin heeft het solidariteit te organiseren op Vlaams niveau als de sociaal-economische werkelijkheid Belgisch, Europees of mondiaal is? Misschien is de Tobintaks wel veel efficiënter dan een Belgische fiscale hervorming?

‘Alle volkeren’

In 1847 werd in Brussel de Association démocratique opgericht. De naar Brussel gevluchte Karl Marx maakte er deel van uit en werd vice-voorzitter. Het doel was het bevorderen van “de eenheid en de broederlijkheid (lees: solidariteit) van alle volkeren”. Deze vroege voorloper van de Internationale wilde de solidariteit niet beperken tot een fabriek, een wijk, een gewest of een land. De solidariteit was gebaseerd op ons ‘mens-zijn’, al zou ze volgens Marx dan eerst moeten passeren via de dictatuur van het proletariaat. Maar passons.

Die droom van universele broederlijkheid, die trouwens geen monopolie is van het communisme, lijkt vandaag verder af dan ooit. De migratiestromen van Noord naar Zuid, aangewakkerd door de globalisering, zorgen voor ontreddering in de klassieke welvaartsstaten.

Is het toeval dat er tijdens deze verkiezingscampagne (behalve door het Vlaams Belang) amper over migratie wordt gesproken? Zelfs Groen heeft zijn ferme houding voor een humaner asielbeleid onder de radar geplaatst. In een opvallend hoofdstuk van zijn boek Beter, citeert Wouter Van Besien een mail aan toenmalig preformateur Elio Di Rupo waarin hij erop wijst dat zijn partij van asiel en migratie geen prioriteit meer zou maken in geval van groene regeringsdeelname.

Ook thema’s als migrantenstemrecht, anti-discriminatie en multiculturaliteit waarbij links tot diep in de jaren negentig electoraal garen kon spinnen, worden niet langer bespeeld. 9/11 en de nasleep daarvan (zoals het conflict in Syrië) hebben van ‘diversiteit’ en ‘ontwikkelingssamenwerking’ politieke no-go-area’s gemaakt in de aanloop nar 25 mei.

Apache.be onderzoekt

Hoe groot de begripsverwarring vandaag is, blijkt uit de analyse van een hele reeks maatregelen die door de partijen worden voorgesteld. In de laatste  rechte lijn naar 25 mei wil Apache.be nagaan of de voorstellen die in de programma’s terug te vinden zijn de solidariteit versterken en vooral op welk niveau en voor wie ze dat doen. Is een loonlastenverlaging een cadeau voor de werkgevers en dus een ‘rechtse’ maatregel? Is een BTW-verlaging solidair? Is een vermogensbelasting nefast voor de economische groei en worden mensen die een basisinkomen (of een verhoogd leefloon) krijgen lui?

Daarnaast gaan we op zoek naar de echte hardwerkende Vlamingen. Mensen die een hele dag in het zweet huns aanschijns werken voor hun dagelijks brood en tóch nog in armoede moeten leven. Want ook een kreet als ‘Jobs! Jobs! Jobs’ (de sleutel tot meer groei én dus meer solidariteit), verdient een kritisch onderzoek.

Apache.be past de komende weken voor de rol van Stadler & Waldorf, de twee norse commentatoren die hun kritiek spuiden op alles wat er tijdens de Muppet Show gebeurde. Een website die beweert aan kritische onderzoeksjournalistiek te doen, is het aan zichzelf verplicht om dieper te graven en verder te kijken. Propaganda en gratuite meninkjes zijn er genoeg in verkiezingstijd. En de glazen bol van Madame Soleil of de lillende ingewanden van pluimvee mogen dan al vervangen zijn door opiniepeilingen, uiteindelijk gaat politiek over visie, doordachte en becijferde maatregelen, overtuigingskracht en transparante machtsuitoefening. Met als doel de solidariteit te versterken voor zo veel mogelijk mensen. Democratie is meer dan een format. Hoe bot ook, het is ons enige wapen.


Over dit artikel

BronApache [https://www.apache.be]
TitelVK2014: Eén voor Allen, Allen voor Eén?
Auteur(s)Karl van den Broeck
Permalinkhttps://www.apache.be/?p=46238
Gepubliceerd 07 mei 2014 @ 09:14. Met update op 07 mei 2014 @ 10:03
Opgevraagd28 februari 2020 @ 08:00
Klik hier om te printen