Geef de sociaal-culturele professionals hun vrijheid terug

2

[Opinie] Op dinsdag 11 maart promoveerde Bert Anciaux, ex-minister van cultuur, jeugd en sport, aan de VUB met een doctoraat over ‘Zelforganisaties in Vlaanderen: een onderzoek naar plaatselijke (zelf)organisaties op basis van etnisch-culturele diversiteit’. Het proefschrift bevat veel interessante vaststellingen over de wijze waarop zelforganisaties van migranten van verschillende origine, zowel erkend als miskend worden in onze Vlaamse samenleving. Maar, het gaat in belangrijke mate ook over de positie van sociaal-culturele professionals in relatie tot deze zelforganisaties en ten aanzien van het overheidsbeleid.

Professor Danny Wildemeersch

Professor Danny Wildemeersch

Sociaal-culturele professionals zijn mensen die zich in het brede maatschappelijk middenveld inzetten voor de participatie en emancipatie van burgers. Ze doen dit vaak met groot engagement en betrokkenheid. Bert Anciaux is op dat vlak goed geïnformeerd. Zowel vanuit zijn wetenschappelijk onderzoek, als vanuit zijn eigen beleidservaring pleit hij voor de autonomie van deze professionals en hun organisaties. Hij stelt echter vast dat veel van die zelforganisaties, en bij uitbreiding vele sociaal-culturele organisaties in het Vlaamse middenveld, in toenemende mate, zowel door de Vlaamse, als door de lokale overheden worden beperkt in hun noodzakelijke autonomie. Ik citeer:

Het is een duidelijk signaal uit dit onderzoek dat overheden steeds meer gebruik maken van hun macht (zij verdelen de middelen) om de overeenkomst (het reglement, de convenant) overmatig door hun logica en noden in te vullen. Deze overmacht verkleint de autonomie van de verenigingen en pleegt soms roofbouw op de wezenlijke doelstellingen (p. 536).

De betekenis van wat in die organisaties gebeurt wordt in toenemende mate ingevuld vanuit nutscriteria die exclusief door de overheden worden gedefinieerd en waarbij de ervaringen, visies, en perspectieven van deze organisaties in kwestie quasi buiten spel worden gezet. Met andere woorden: de beleidslogica wordt wel zeer dominant, terwijl de logica eigen aan de professionele deskundigheid en ervaring steeds verder wordt ingeperkt.

Nederland

Deze beleidsontwikkelingen zijn niet exclusief voor Vlaanderen. Vorige week promoveerde in Amsterdam een onderzoeker die al twintig jaar de evoluties in het sociaal-culturele veld in Nederland opvolgt. Marcel Spierts, de promovendus, schreef hierover een prachtig boek: ‘De stille krachten van de verzorgingsstaat’, uitgegeven bij Van Gennep. Daarin schetst hij de ontwikkeling van de sociaal-culturele beroepen in Nederland in samenhang met de evolutie van de verzorgingsstaat. Hij laat zien hoe de positie van deze professionals in belangrijke mate afhankelijk is van het steeds wisselende, conjunctuurgevoelige beleidsmodes.

De voorbije twee decennia werd de autonome ruimte van de sociaal-culturele professionals steeds verder ingeperkt door de ingrijpende instrumentalisering van overheidswege.

Daarbij valt ook op dat, zoals ook Anciaux vaststelt, vooral in de voorbije twee decennia, de autonome ruimte van deze professionals steeds verder wordt ingeperkt door de ingrijpende instrumentalisering van overheidswege. Die ontwikkeling is een gevolg van de verschuiving van de ‘sociale beschermingsstaat’ naar de ‘sociale investeringsstaat’, waarbij van burgers in toenemende mate zelfredzaamheid wordt verwacht en de ‘belaagde’ professionals zich voortdurend moeten aanpassen aan de instrumentele verwachtingen van de overheid.

Stille kracht

Maar Marcel Spierts laat ook overtuigend zien hoe, in de voorbije zestig jaar deze professionals, als ‘stille krachten’, een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de dynamiek van de civiele maatschappij. Bovendien stellen ze maatschappelijke thema’s op een democratische manier aan de orde. Niet door, zoals de beleidsmakers dit doen, de mensen vooral op hun eigen verantwoordelijkheid te wijzen en zo van publieke kwesties, zoals zorg, welzijn en cultuur, private problemen te maken. Maar door private zorgen te vertalen in kwesties van publiek belang en collectieve verantwoordelijkheid.

De twee doctoraten in Vlaanderen en in Nederland komen op dat vlak tot dezelfde conclusies. Sociaal-culturele professionals kunnen aan een democratische samenleving een belangrijke bijdrage leveren, op voorwaarde dat ze door het beleid ernstig worden genomen en een voldoende mate aan vrijheid behouden om die opdracht op kritische wijze, vanuit de bekommernissen van de participanten én in overleg met de beleidsmakers, in te vullen.

Danny Wildemeersch is emeritus hoogleraar sociale en culturele pedagogiek, verbonden aan het Laboratorium voor Educatie en Samenleving (KULeuven)

Auteur: Danny Wildemeersch

Emeritus hoogleraar sociale en culturele pedagogiek
Verbonden aan het Laboratorium voor Educatie en Samenleving
KULeuven

Word lid

Steun onze advertentievrije onderzoeksjournalistiek en mis geen enkele onthulling. Ja, ik word lid