Het geld van de partijen: Hoe het anders kan


[OPINIE] De voorbije twee weken bekeek Apache.be de financiering van de politieke partijen in Vlaanderen. Naast een schets van de boekhouding van elke partij, maakten we de rekening op voor het totaal aan eigen vermogen van hen allemaal. Het totale bedrag bleek spectaculair te zijn toegenomen. Sinds 2007 nam het vermogen, oftewel de spaarpot van de Vlaamse partijen, met zo’n 75 procent toe van 28 miljoen euro tot 50 miljoen euro in 2012. Maar nog interessanter dan deze cijfers is het debat dat erover moet worden gevoerd.Die hevige stijging van de partijmiddelen –zeker in een tijd waarin alle politici de tering naar de nering willen zetten– is een opmerkelijke en relevante vaststelling. Partijen worden rijker en rijker. Zelfs in jaren waarin er een verkiezingscampagne wordt gevoerd, en in de periode waarover wij het hadden waren dat er niet minder dan vier, slagen de meeste partijen erin geld over te houden. De wetgeving is het voorbije decennium nochtans amper gewijzigd: enkel de provinciale dotaties zijn verhoogd om de verliezen die traditionele partijen door de opgang van het Vlaams Blok dachten te lijden te compenseren. Maar het bedrag dat een partij in de Kamer per stem krijgt is –tot aan de zesde staatshervorming althans– zelfs niet geïndexeerd.

En toch. De rijkste partij van Vlaanderen, N-VA, heeft meer dan vijf miljoen euro belegd in een fonds van KBC. Vlaams Belang maakt een ongeziene electorale neergang mee: in 2004 haalde de partij bijna 25 procent van de stemmen terwijl haar voorzitter Gerolf Annemans op 25 mei blij zegt te zijn met 10 procent. Maar de partij heeft een reserve van meer dan 10 miljoen euro waar ze de komende jaren mee verder kan. Het systeem zorgt beter voor versleten dan voor nieuwe partijen.

Vooral de hoogte van de bedragen noopt tot de simpele vraag of partijen niet te veel geld krijgen. Die is niettemin lastig te beantwoorden, en onderzoek naar wat partijen precies nodig hebben om te functioneren is niet meteen voorhanden. Ze hebben niet enkel verkiezingscampagnes te overbruggen, maar zeggen ook geld nodig te hebben om moeilijke periodes te overleven. Daar is Vlaams Belang vandaag aan toe. Dat is een steekhoudend argument, maar het kan gebruikt worden om eender welke toelage goed te praten. Bovendien heeft een partij die in een neerwaartse spiraal zit daar ook haar organisatie op aan te passen. Dat –het moet gezegd- doen de meeste partijen ook: na de verkiezingen van 2010 voerde CD&V een besparingsoefening van 1,2 miljoen euro uit.

Fondsenwerving

Naast de hoogte van het bedrag valt er ook iets voor te zeggen om het hele systeem van overheidsfinanciering te herbekijken. Historische schandalen als Agusta maken elk debat over andere financieringsbronnen in België onmogelijk en uit internationale vergelijkingen blijkt ingevolge dat ons land (veel) meer dan de buurlanden instaat voor de financiering van haar politieke partijen. Om die reden noemt politicoloog Bart Maddens hen ‘publieke instellingen’. Hij pleit ervoor overheidsfinanciering deels afhankelijk te maken van fondsenwerving. In Duitsland is dat het geval: voor elke euro die een partij aan giften krijgt, past de staat een deel bij. Daarvoor hoeven de beperkingen op giften niet te worden geschrapt –Maddens wil geen terugkeer van bedrijfsdonaties– maar partijen krijgen op die manier terug een prikkel om de (financiële) steun van burgers te zoeken. De werkwijze wordt met succes gehanteerd door ngo’s voor ontwikkelingssamenwerking. In een reactie noemde Wouter Van Besien dat nochtans een ‘absurde gedachte’. De graadmeter voor de steun die partijen in de samenleving genieten zijn de verkiezingen. Maar in een land met een opkomstplicht is een stem voor een partij soms eerder een noodzakelijk kwaad dan een enthousiaste steunbetuiging.

Uit internationale vergelijkingen blijkt dat België (veel) meer dan haar buurlanden politieke partijen financiert

Het zou hoe dan ook verbazen wanneer de partijen uit zichzelf overgaan tot een grondige hervorming van de partijfinanciering. Vorige week pleitten enkel oppositiepartijen N-VA en Groen voor een vermindering van de dotaties. Ben Weyts schoot het luik over de financiering in de zesde staatshervorming (nogmaals) af en Van Besien zei weliswaar over een hervorming te willen discussiëren, maar zag er niets in om zelf een concreet voorstel te doen. Dat doet N-VA voorlopig ook niet. Het bekendste voorstel dat die partij ooit uitwerkte was een wettekst van Geert Bourgeois om na de desastreuze verkiezingsuitslag van 2003 de eigen dotaties te garanderen.

Ook elders blijft het stil. In de media was vorige week heel wat de doen over de financiering en ook verkiezingsuitgaven van de partijen, maar doorheen het jaar is het vooral Maddens die af en toe aandacht vraagt voor dit thema. Hij publiceerde in 2009 samen met Karolien Weekens ‘Het geld van de partijen’ en Jef Smulders werkt in Leuven onder zijn begeleiding aan een doctoraat over de boekhouding van de partijen. Rik Van Cauwelaert noemde de organisatie van de partijfinanciering al wel eens, met enig gevoel voor overdrijving, ‘niet alleen verwerpelijk, maar ook gevaarlijk voor de parlementaire democratie’, maar verder laat niemand zich horen. Het is geen chique onderwerp. Wie zich er aan waagt, wordt al gauw populisme verweten.

De macht van partijen

In de wetgeving op campagnevoeren staan nochtans wel meer opmerkelijkheden ingeschreven. Het budget van partijen is geplafonneerd tot één miljoen euro voor elke campagne – ook een bedrag dat al jarenlang niet meer is geïndexeerd. Daarbovenop is gereglementeerd waar partijen geld aan mogen uitgeven. Reclame maken op televisie is verboden. Ook internetcampagnes zijn dit jaar tijdens de sperperiode niet toegelaten, maar dat verbod vervalt volgend jaar dan weer. Je kan je de vraag stellen waarom de manier waarop de beperkte middelen mogen worden gespendeerd tijdens een campagne aan banden moet worden gelegd.

Pas nadat mensen herhaaldelijk hun afprijzen hadden laten blijken, is er een nieuwe regelgeving over ontslagvergoedingen voor parlementsleden gestemd geraakt

Ook wat politici ten persoonlijke titel mogen uitgeven aan hun campagne, en waar partijen vaak in tussenkomen, is op een merkwaardige manier geplafonneerd. Alle kandidaten mogen slechts 5.000 euro uitgeven (en opvolgers 2.500 euro) behalve degene die bovenaan de lijst staan of door de partij worden aangeduid. Zij mogen op basis van het aantal stemmen bij de vorige verkiezingen een veelvoud van dat bedrag spenderen. Bart Maddens heeft er al op gewezen dat die verdeelsleutel de macht van partijen vergroot. Enkel wie door hen op een gunstige plaats op de lijst wordt gezet, kan een persoonlijke campagne die naam waardig voeren. Andere kandidaten hebben amper middelen om zichzelf in de aandacht te werken.

Controle op de boekhouding

Als laatste blijft de controle op de boekhouding van lokale afdelingen van partijen en hun leden haast onbestaande. Dat is een kritiek die de Europese GRECO (de landen tegen corruptie van de Europese Raad) eerder uitte en die wordt gepareerd door alle partijen met de klaagzang dat het ondoenbaar is (of in ieder geval veel te veel geld zou kosten) om voor alle kleine afdelingen een professionele boekhouding op te zetten. Dat klopt. Maar het alternatief om daarom alles maar onzichtbaar te laten –ook de financiën van grotere afdelingen in steden– zou als even ondoenbaar moeten aanvoelen. Al is het maar omdat daarom geruchten over duistere financieringspraktijken in de lucht blijven hangen.

Het gaat hier niet over immense bedragen, en het gaat hier niet over schandelijke regelingen, maar er zijn gegronde argumenten om voor een hervorming te pleiten. Aangezien geen enkele politieke partij er belang bij heeft aan het huidige systeem te tornen, is het aan journalisten of andere kritische omstanders om het publiek daar op te wijzen. Enkel wanneer er van buitenaf voldoende druk ontstaat, komen de partijen in beweging. Hetzelfde is gebeurd toen de riante ontslagvergoedingen van parlementsleden werden aangepast. Nadat mensen herhaaldelijk hun afprijzen daarvoor hadden laten blijken en de politieke partijen een consensus over de onaanvaardbaarheid ervan hadden opgedrongen, is er een nieuwe regelgeving gestemd geraakt.

Wij staan niet te popelen om politici nogmaals op het publieke forum in hun eigen vlees te zien snijden, maar als de ontslagvergoeding van individuele politici het bespreken waard is, is de overdreven financiering van politieke partijen dat zeker ook. De democratie kan er enkel wel bij varen.


Over dit artikel

BronApache [https://www.apache.be]
TitelHet geld van de partijen: Hoe het anders kan
Auteur(s)Peter Casteels & Silvester Klaasman
Permalinkhttps://www.apache.be/?p=44857
Gepubliceerd 07 maart 2014 @ 12:00. Met update op 29 december 2014 @ 13:43
Opgevraagd23 mei 2019 @ 04:48
Klik hier om te printen