‘Een mediaminister moet voorzichtig zijn’

1

Op 13 juli 2009 stapte Ingrid Lieten abrupt de politieke arena in. Afkomstig van buiten de politiek werd ze in de regering Peeters II bevoegd voor media, een departement waarbinnen het de voorbije vier jaar geregeld stormde. De overname van de SBS-zenders door Woestijnvis zette het televisielandschap op zijn kop, en terwijl de oplagecijfers van de weekbladen kelderden, werd het krantenlandschap herschikt tot een duopolie. Hoe was het om minister van Media te zijn in volle mediacrisis? ‘Ik vertel u geen groot geheim als ik zeg dat een mediaminister voorzichtig en behoedzaam te werk moet gaan’

Ingrid Lieten geeft de mediasector een duwtje in de rug met het Media Innovatie Centrum Mix (Foto Danny Gys / Reporters)

Ingrid Lieten (Foto Danny Gys / Reporters)

U zette van meet af aan zwaar in op samenwerking. Is dat gelukt?

“We zijn een kleine taal- en cultuurgemeenschap in een geglobaliseerde wereld met grote internationale mediagroepen en nieuwe technologieën die grote investeringen vragen. De boodschap is dus samenwerken in plaats van te concurreren op onze kleine voorschoot. Met initiatieven zoals de oprichting van het Mediafonds, om fictie en documentaire van eigen bodem te financieren, heb ik geprobeerd de samenwerking te stimuleren. Wat ook flink heeft bijgedragen is de opdracht aan de VRT om haar kennis en knowhow te delen met anderen en actief samenwerking op te zoeken. Het is mee de verantwoordelijkheid van de openbare zender om het medialandschap vooruit te helpen.”

Samenwerking werkt onder druk van een gemeenschappelijke buitenlandse vijand, maar ze lijkt wel gebaseerd op een verkavelingsgedachte: ieder zijn deel van de taart.

“Misschien, maar de vraag is of die verkaveling zo erg is als ze maakt dat de verschillende mediahuizen er sterker uitkomen. Neem nu Stievie (een app om Vlaamse zenders te bekijken, nvdr) of de oprichting van de MediAcademie om betere opleidingen aan te kunnen aanbieden. Daar kan niemand wat op tegen hebben.”

Hoe ver kan de overheid gaan in het versterken of afschermen van de Vlaamse mediamarkt?

“Wat als Telenet, intussen in buitenlandse handen, investeert in VIER en VIJF? Wat kunnen we dan doen? Wat moeten we dan doen? In de mediacommissie hebben we er lang over gediscussieerd. Ik probeer altijd vanuit de positie van de mediagebruiker te kijken: krijgt hij of zij goede inhoud aan een verdedigbare prijs? Goede publieke en private zenders zijn heel belangrijk. Ze maken een selectie uit een gigantisch wereldwijd aanbod en de mensen vertrouwen daarop. Dat maakt de zenders tot een verbindende kracht in onze maatschappij. Net daarom vond ik het ook belangrijk om in te grijpen toen de zenders me wezen op de problematiek van de signaalintegriteit en het initiatief van het Vlaams Parlement te steunen. Het kan niet dat derden (kabeldistributeurs, ToC/KvdB) op basis van de inhoud die de zenders brengen, geld verdienen zonder dat er iets terugvloeit. Daaraan heb ik heel hard gewerkt. (Telenet maakte gisteren bekend het decreet aan te zullen vechten bij het grondwettelijk hof, ToC/KvdB)”

Dat werd u niet door iedereen in dank afgenomen. U heeft zich voor de kar van de zenders laten spannen.

“Maar dat heb ik ook uitdrukkelijk gedaan, net omdat de zenders een belangrijke maatschappelijke rol vervullen. Ik weet wel dat jongeren hun inhoud ook elders gaan zoeken. Daar is niets op tegen, maar we moeten wel helpen om onze creatieve spelers overeind te houden.”

Terwijl de televisiewereld het buitenland vreest, gebeurt in de geschreven pers het omgekeerde: De Persgroep is actief in Nederland. Roularta in Frankrijk. Tegelijk zie je in eigen land een toenemende mediaconcentratie. De gemeenteraad zal nu misschien door één in plaats van door twee of drie journalisten gevolgd worden.

“Misschien blijkt dat uiteindelijk een vooruitgang: er zijn vandaag heel wat gemeenteraden die gewoon niet meer gevolgd worden en waar in de toekomst misschien wel weer journalisten naartoe kunnen. Ik ben vooraf niet negatief of positief. Er is de economische noodzaak om de krachten te bundelen, maar het blijft belangrijk om de individuele titels overeind te houden en de onafhankelijkheid van de verschillende redacties te versterken.”

Het kan niet dat derden (kabeldistributeurs, nvdr) op basis van de inhoud die de zenders brengen, geld verdienen zonder dat er iets terugvloeit.

Hoe kan je dat laatste waar maken? Stukken in kranten komen vaak van andere redacties. Als journalist weet je vaak niet eens meer in welke krant je artikel zal verschijnen of welke hoofdredacteur er over zal beslissen.

“We moeten van elkaar weten wat we willen. In onze democratie is er persvrijheid. Dat betekent dat de politieke wereld zich niet mengt en dat we gekozen hebben voor zelfregulering. Die oefening verloopt met horten en stoten, maar in een economisch landschap met nog maar twee grote krantengroepen is het heel belangrijk dat elke titel een onafhankelijke redactie heeft die dat recht ook opeist. Als ik even een steen mag werpen: journalisten zijn bij uitstek individuele diertjes. Ze zouden veel verder kunnen gaan in het gezamenlijk verdedigen van hun belangen. Persoonlijk ben ik vooral bezorgd over het fenomeen van het generalisme en het gebrek aan tijd om te specialiseren. Sommige thema’s die belangrijk zijn voor een samenleving worden onvoldoende gecoverd. Ik heb begrip voor het economisch model erachter – alles moet wat aantrekkelijk en beter ingekleed zijn –  maar over thema’s als sociale zekerheid, ngo’s en ontwikkelingssamenwerking bestaat vandaag minder knowhow in de journalistieke wereld. Daar hoor ik mensen wel eens over klagen.”

Kan de politiek daar iets aan te doen?

“Ik heb de actualisering van de Code van de Raad voor Journalistiek toegejuicht. In de MediAcademie is er aandacht voor deontologie. We proberen ook meer gewicht te geven aan de uitspraken van de Raad voor Journalistiek, onder meer doordat zij de publicatie ervan voortaan in de betrokken kranten afdwingen. Bij de regionale zenders komt de nieuwe bereikvergoeding terecht bij de achterliggende vzw’s, niet aan de nv zodat het geld op redactieniveau terechtkomt. Met dat soort ingrepen proberen we het kader te creëren, maar de zelfregulering blijft heel belangrijk. Als minister kan je niet ingrijpen op de persvrijheid.”

Indirect gebeurt dat wel via steunmaatregelen aan de pers zoals het btw-0-tarief en de voordelige krantenbedeling via bpost. Hoe frustrerend is het om daar als regionaal minister bevoegd voor media niets over te zeggen te hebben?

“Het mediabeleid is regionaal, maar de perssteun is inderdaad federaal. We hebben wel geprobeerd om te doen wat binnen onze mogelijkheden ligt. De sociale dialoog opstarten bijvoorbeeld. Ik heb geïnvesteerd in een studie naar de arbeidsomstandigheden in de sector. Die is intern op wat gefrons onthaald (lacht). Maar we hebben toch doorgeduwd en uiteindelijk is er in de audiovisuele sector een charter gekomen.”

De Regulator kan zonder twijfel sterker worden. In een aantal dossiers heeft de VRM zeker haar rol gespeeld, maar in de toekomst zou ze verder kunnen gaan

Via het voorwaardelijk maken van de indirecte perssteun zou je veel meer kunnen wegen en bijvoorbeeld de onafhankelijkheid van redacties actief kunnen ondersteunen.

“Dat is een zeer interessante vraag, maar ik heb er geen pasklaar antwoord op. Ik vertel geen groot geheim als ik zeg dat een mediaminister voorzichtig en behoedzaam te werk moet gaan. Je kan er allerlei ideeën op nahouden, maar je moet je ideeën toetsen aan de politieke keuze om het zelfregulerend karakter van de media te respecteren. Maar we gaan dit soort discussies moeten voeren. De uitdagingen zijn groot en de middelen schaars.”

Je zou als overheid ook de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) kunnen versterken. Die schrijft elk jaar een rapport waarin wordt gewaarschuwd voor een voortschrijdende mediaconcentratie maar niemand lijkt er wakker van te liggen.

“De Regulator kan zonder twijfel sterker worden. In een aantal dossiers heeft de VRM zeker haar rol gespeeld, maar in de toekomst zou ze verder kunnen gaan. De vraag is natuurlijk ook welk mandaat het Parlement precies aan de VRM geeft.”

Bent u als minister geconfronteerd met grote partijpolitieke verschillen in visie op media?

“Wanneer het gaat over thema’s zoals de signaalintegriteit, hebben we toch lang moeten werken aan een consensus, ook binnen de meerderheid. Dat geldt zeker ook voor de VRT: de partijpolitieke visies daarover lopen behoorlijk uit elkaar. De vraag is steevast: hoe ver ga je in de regulering van de mediamarkt. Daarbij spelen natuurlijk ook economische belangen. Daar moeten we niet flauw over doen.”

Heeft dat u verrast?

“Wat me het meest heeft verrast is de preoccupatie binnen de mediacommissie voor alles wat de VRT aangaat. Ik moet antwoorden op vragen over wat de VRT in bepaalde programma’s heeft gedaan, maar dat is natuurlijk niet mijn bevoegdheid. De VRT heeft de onafhankelijkheid om binnen de krijtlijnen van de beheersovereenkomst te handelen. Ik kan daar wel mijn mening over hebben, maar die doet er niet toe.

Er is vast ook wel iets wat u de voorbije jaren positief heeft verrast?

“Zonder twijfel de brede steun die ik heb gekregen voor initiatieven die te maken hebben met samenwerking. Dat is het voordeel van een klein land: iedereen kent iedereen zodat je snel iets in beweging krijgt.”

Vaak is men voor meer diversiteit, tot er concrete engagementen worden gevraagd

Bij uw aantreden legde u meteen ook de nadruk op diversiteit in de media. Heeft het Vlaamse medialandschap de voorbije jaren meer kleur gekregen?

“Als voormalig gemeentesecretaris heb ik in Maasmechelen de kracht van een multiculturele samenleving gezien, maar tegelijk ook ervaren hoe gescheiden de leefwerelden nog steeds zijn. Media hebben in dat verhaal een belangrijke rol te spelen. Daarom heb ik het thema diversiteit in de beheersovereenkomst met de VRT laten opnemen. De openbare zender had al een diversiteitbeleid, maar door streefcijfers te hanteren, zowel voor als achter het scherm, hebben we grote stappen vooruit gezet. Clichés worden vermeden en er is meer diversiteit in de schermgezichten.”

Zijn commerciële mediagroepen gevoelig voor het thema?

“Vaak is men voor meer diversiteit, tot er concrete engagementen worden gevraagd. Dan gaan mensen nogal eens op de rem staan en zeggen ze dat het allemaal wel vanzelf zal komen. Ik ben van het tegenovergestelde overtuigd. Daarom hebben we met gerichte projectsubsidies diversiteit ook daar gestimuleerd. Ook al omdat het economisch potentieel enorm is. Mediabedrijven die de lees- of kijkcijfers willen opkrikken, moeten ervoor zorgen dat ook mensen met andere origine hun kranten lezen of hun programma’s bekijken. Mensen die zich niet herkennen in media maken ook geen gebruik van die media.”

Kranten en zenders mikken nog steeds vaak op de blanke veertiger

“Het verhaal moet van twee kanten komen. Als een reporter uit de cité in Houthalen voor een krant schrijft, dan gaan de mensen die hij kent die krant ook lezen. Maar vandaag wordt de pers vaak gezien als ‘de andere kant’. Daar moeten we vanaf. Maar dan moeten ook de clichés weg. Soms zijn die echt stuitend. De manier waarop werd bericht over de gebeurtenissen in de wijk Meulenberg in Houthalen, is een jammerlijk voorbeeld. De mensen ter plekke waren geschandaliseerd. De wijk werd tegen de muur gespijkerd als een getto. Dat klopt gewoon niet. Uiteraard zijn er een paar rotte appels die de boel op stelten zetten, maar voor de rest zijn het gewone gezinnen. Alleen heeft iedereen nu iets anders gelezen en gezien. Ga maar een solliciteren als je van Meulenberg komt. De impact op de kansen voor mensen is enorm groot. Maar voor alle duidelijkheid:  het beeld is niet eenduidig negatief. Kijk je bijvoorbeeld naar de talentenwedstrijden op VTM, daar krijg je een heel divers beeld.”

Dit interview maakt ook deel uit van de Media App, een samenwerkingsproject tussen verschillende redacties naar aanleiding van de staten-generaal van de media 2014

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Auteur: Karl van den Broeck

Apache.be-hoofdredacteur Karl van den Broeck (°1966) is journalist sinds zijn 20ste. Eerst 18 jaar bij De Morgen, dan vijf jaar als hoofdredacteur bij Knack en sinds 2011 freelance. Cultuur (en dan vooral literatuur) politiek en geschiedenis zijn zijn passies. Tussendoor maakt hij tentoonstellingen en schreef hij een boek waarin hij probeert te verklaren waarom we nog altijd de indianen willen redden. Sinds 2014 is hij deeltijds Agora-coördinator bij BOZAR. In 2001 won hij de Vacature Persprijs. Op Twitter gekend als kvdbroec

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid