Kapitaal is een dure grap geworden

11 februari 2014 dirk van der maelen, Stephen Bouquin
(Foto LendingMemo)
(Foto LendingMemo)
(Foto LendingMemo)
(Foto LendingMemo)

Naast de factor arbeid is immers ook de factor kapitaal van essentieel belang in de werking van onze economie. KMO’s hebben nood aan kredieten en deze kunnen soms zeer duur zijn. Zelfstandigen hebben behoefte aan overbruggingskredieten en moeten hun eigendom als onderpand geven. Een belangrijk aantal faillissementen bij KMO’s is een gevolg van een (tijdelijk) liquiditeitsprobleem dat de banken weigeren te onderkennen. Grote ondernemingen halen kapitaal op de beurs via de uitgifte van corporate bonds (obligaties) of het uitschrijven van nieuwe aandelen. Beleggers verwachten een rendement voor het kapitaal dat ter beschikking wordt gesteld, of het nu via een bank gebeurt of via de aandelen- en obligatiemarkt. In al deze situaties kan men gerust spreken van een ‘kapitaalskost’ die doorweegt op de activiteit van ondernemingen.

Beurskapitaal

Deze ‘kapitaalskost’ is beginnen stijgen sinds eind jaren ’90. Wanneer bepaalde concerns een Return on Own Equity (de ROE is een vergoedingsratio per eenheid geïnvesteerd kapitaal, zeg maar de winstmarge op geïnvesteerd kapitaal) behalen van 12 à 15%, zoals bijvoorbeeld het geval is in de farmaceutische sector, dan zoeken beleggingsfondsen dergelijke return op. Het vluchtige beurskapitaal zoekt altijd naar de hoogste rendementen en dreigt zich terug te trekken bij slechte trimestriële resultaten van ondernemingen.

In een recente studie trachten de Rijselse economen Laurent Cordonnier en Franck Vandevelde   zicht te krijgen op de exacte stijging van de kapitaalskost. Wat Frankrijk betreft komen zij terecht bij een extra-kost van 50% à 70% bovenop de ‘normale’ kost . Deze extra kost stemt overeen met de financiële terugverdiennorm die gehanteerd wordt door beleggers. De hoge return op geïnvesteerd kapitaal is volgens hen een essentieel aspect van het ‘renteniersliberalisme’. Overal en altijd worden keuzes eenzijdig bepaald door de return van een belegging. Op zich is dat niet nieuw, zij het dat de financiële markten globaal functioneren en er dagelijks voor miljarden euro’s of dollars aandelen en corporate bonds wordt verhandeld tussen investeerders op de verschillende beurzen ter wereld. De meerkost van het kapitaal is de afspiegeling van het overwicht dat financiële operatoren hebben verworven binnen, naast en boven de productieve sectoren.

Er bestaan voldoende indicaties dat we in België dezelfde evolutie hebben gekend. Grafiek 1 geeft de evolutie weer van de dividenden binnen de toegevoegde waarde. De toegevoegde waarde wordt door de inzet van de productiefactoren arbeid en kapitaal bekomen. De data zijn beschikbaar bij de Nationale Bank van België. Voor de periode 2002-2011 stellen we vast dat de dividenden een toenemend beslag leggen op de geproduceerde rijkdom, ondanks de crisis.

Grafiek 1 : aandeel van de dividenden en winstkeringen binnen de toegevoegde waarde (%) [bron NBB-BNB)
Grafiek 1 : aandeel van de dividenden en winstkeringen binnen de toegevoegde waarde (%) [bron NBB-BNB)[/caption] Kapitaal beloont zichzelfDe dividenden en winstuitkeringen stemmen overeen met de bezoldiging van de productiefactor kapitaal, en kunnen dus als een algemene indicator van de ‘kost’ van kapitaal gebruikt worden. Wanneer we de evolutie van de dividenden vergelijken met deze van de personeelskosten, de toegevoegde waarde, de exploitatiesubsidies (patronale bijdragenverminderingen) en het bruto
LEES OOK