Het lijstje van de gevangeniskantine

16 januari 2014 Mia Vaerman
apache

In ‘Marguerite Duras à la Roquette’ (1967) interviewt de bekende Franse schrijfster de eerste vrouwelijke gevangenisdirecteur van Frankrijk. Ze hebben het over de strafcel: een kleine ruimte met het absolute minimum in. 'Disciplinaire opsluiting' wordt gehanteerd als een gevangene zich niet aan de regels houdt, vooral in de omgang met medegevangenen – in een gesloten wereld als de strafinrichting werkt tegendraads gedrag meteen erg storend, vertelt de directrice. De isoleercel heeft geen tussenschotten of afscheidingen, en er zijn geen objecten, niets om te lezen of te schrijven, geen radio of televisie. Niets om handen, aandacht puur op je lichaam, je geest, de lege ruimte. Het is de ergste straf die er in een gevangenis bestaat – want, zegt het gevangenishoofd nog: ‘...C'est important, un cadre.’ De disciplinair gestrafte, voegt ze eraan toe, is dan ‘démuni de tout ce qui fait la vie intéressante de la maison’. Al wat het leven in huis boeiend maakt, ontbreekt in de strafcel. Ook in 1967 bestond dus al het besef van nood aan huiselijkheid voor elk mens, en wist men dat de ontbering ervan psychisch fnuikend is.

Huiselijke cel

In 'Het Huis' (uit Het materiële leven, 1987) somt dezelfde Marguerite Duras een lijst op van wat ze 'altijd in huis moet hebben' als basis voor een huiselijk bestaan. Het huis, zegt Duras, ‘dat is het huis voor het gezin, dat dient om er de kinderen en de mannen in op te bergen, om ze op een voor hen geschikte plek te houden, om te voorkomen dat ze ontsporen, hen af te leiden van hun oeroude neiging om het avontuur te zoeken, ervandoor te gaan’. Het huis als haven voor het opgejaagde bestaan. Dit is de lijst: keukenzout, peper, suiker, koffie, wijn, aardappelen, deegwaren, rijst, olie, azijn, uien, knoflook, melk, boter, thee, meel, eieren, gepelde tomaten, grof zout, nescafé, nuoc mâm (vissaus), brood, kaas, yoghurt, afwasmiddel, toiletpapier, gloeilampen, marseillezeep, scotch brite, bleekwater, waspoeder (hand), spontex, vim, pannenspons, koffiefilters, zekeringen (elektra), isolatieband.

Vraag: hoe huiselijk is de cel van een gedetineerde? Wat houdt de lijst aan materiële goederen in, om van een cel een woonplek te maken? Wat bezit en ontbeert de gevangen mens? Bij onderzoek wordt duidelijk dat er grote verschillen bestaan per strafinrichting in België. Het meest begunstigde rijkshotel is Leuven Centraal, het minst barmhartig zijn de Brusselse gevangenissen (Sint-Gillis, Vorst, Berkendael). Niet toevallig gaat het in Brussel voornamelijk om arresthuizen met een hoge doorstroom en een permanente overbevolking. We nemen in dit artikel de Brusselse strafinstellingen als ijkpunt.

Lijst één: verboden voorwerpen

Officiële lijst van de gevangenis van Vorst

De orde en de veiligheid in een gevangenis zijn erg belangrijk. Daarom mogen gedetineerden sommige voorwerpen niet bij zich hebben: zaklantaarns, kaarsen, olielampen, foto-, film- en videoapparatuur; verrekijkers, telescopen, zend- en communicatieapparatuur; USB-sticks, diskettes, MP3-spelers (tenzij de gedetineerde die nodig heeft als hij een opleiding volgt); en dieren (In Leuven Centraal mochten de gedetineerden tot nu toe wel een parkiet houden. Nu wordt die toelating ingetrokken, omdat nieuwe basisafspraken voor alle gevangenissen verordenen dat geen enkel huisdier meer mag.)

Wettelijk verboden voorwerpen

Mobiele telefoons en toebehoren; geld en waardepapieren, bankkaarten en identiteitsdocumenten; wapens; alcoholische dranken.

Niet expliciet vermeld, maar ook verboden

Alle puntige en metalen voorwerpen; internet (wel ondernemen Brusselse gevangenissen op dit moment pogingen om een open leercentrum met beperkte internettoegang te lanceren)

Lijst twee: toegelaten voorwerpen

Officiële lijst van de gevangenis van Vorst

De gedetineerde mag zijn cel zelf inrichten, waarbij hij de regels voor orde en veiligheid van de gevangenis respecteert. Hij moet zijn cel dan ook zelf onderhouden. Hij krijgt enkele gratis toiletartikelen zoals zeep, een tandenborstel, toiletpapier, ... en mag – voor zover de regels van de gevangenis dit toelaten – bepaalde persoonlijke spullen bij zich houden, zoals een bril, schrijfgerief, posters, foto’s, sieraden, boeken, tijdschriften, computerspelletjes, enz.

Onderbroeken mogen, extern of intern, maar in een paar kleuren

Iedere gevangene krijgt een vork, een lepel en een bot mes. Handdoeken en lakens worden door de gevangenis om de zoveel dagen zelf gewassen en herverdeeld. Ze zijn erg versleten, hard en van slechte kwaliteit. Het gevangenisplunje bestaat uit een grijze vest en een grijze broek in een soort harde, dikke, jeansachtige katoen, en een witte vest en een broek in dezelfde stof voor diegenen die werken. Ondergoed wordt door families van gedetineerden bezorgd en opgehaald voor de was. Voor gedetineerden zonder familie(bezoek) zijn er ouderwetse witte katoenen onderhemden en grootvader-onderbroeken. Onderbroeken mogen, extern of intern, maar in een paar kleuren.

Ook toegelaten

Broeksriem, halskettingen en armbanden, schoenveters (behalve in de isolatiecel, om zelfmoordpogingen te voorkomen). Wanneer gedetineerden naar het bezoek worden geleid, moeten ze slippers dragen, om hen te ontraden snel te lopen in een poging te ontsnappen. Voor verplaatsingen naar buiten mogen gedetineerden hun gewone kleren aantrekken.

Gedetineerden beschikken over een koelkast en kunnen via een privé firma een kleurentelevisie huren. Daarin zitten huur, elektriciteitsverbruik, kosten voor distributie, kijk- en luistergeld, en aansluiting op 'Kanaal+' (met pornonet). De huurprijs bij de vrouwen is 5,21 euro per week. Mannen huren meestal een tv met twee of drie voor de cel – wat neerkomt op 800 euro per drie maand. Het contract is wel op één naam. Elke week moet het aanvraagformulier opnieuw worden ingevuld, maar de huurovereenkomst eindigt pas door annulering, transfer of invrijheidstelling. Bij onvoldoende krediet wordt de huur van de rekening genomen op het moment van solvabiliteit. Een toestel kan weggenomen worden bij wijze van tuchtmaatregel.

Interne Kantine, augustus 2013

Elke gevangene kan per week voor 200 euro artikelen kopen, die hij bestelt via maandelijks bijgewerkte lijsten, 'kantines' genoemd. Op een kopie van de lijst zetten ze hun naam, opsluitingsnummer, celnummer, datum en handtekening, en kruisen ze hun artikels aan.

Kantine voor de mannen

Op de 'kantine' van de mannelijke gedetineerden in Vorst staan zo'n 280 producten. De meeste ervan komen uit de DDL, van het goedkoopste huismerk '365'. In detail: rookwaren (16 soorten in totaal) zoals sigaretten, tabak, hulzen, aansteker, ... – belkrediet (2), postzegels (3),wenskaarten (4) kopieerkaart voor de bib – toiletartikelen en farmaceutische producten (43) waaronder deo, scheergerief (inclusief wegwerpmesjes), toiletpapier, wattenstaafjes, amandelolie, zonnecrème factor 15, deo voetpoeder, oordoppen, Steradent lijm, ... – andere non-food producten (28) omvatten onder meer een rekenmachine, kleurpotloden, spiegel, bidtapijt (9,79 euro), leren voetbal, speelkaarten, leesbril, anti-allergisch slaapgerief (enkel op medisch voorschrift), droogrek – elektrische apparaten (9) vanaf 26,95 euro voor de ventilator tot maximum 75,90 euro voor de Senseo koffiemachine, verder een koffiezet, wekker, radio en cd-speler, scheerapparaat, haartrimmer – warme en koude dranken (29 soorten) met cola, koffie, muntthee, chocolademelk,... – koekjes, snoepjes, chocola en chips (28) – de lijst 'conserven' (14) bevat naast ananas ook pili-pili en zout – 'kruidenierswaren' (36) met olijven en olijfolie, naast mayonaise en ander sauzen, tv-worstjes, tonijn natuur, harissa en suiker – zuivel (16) omvat karnemelk en eieren – charcuterie (8) telt onder meer salami en kip curry – brood en gebak (12) – groenten en fruit (19) waaronder in augustus 2013 meloen en look – weekbladen (35), waaronder zeven Nederlandstalige, vier Duitse en drie Engelse tijdschriften.

Kantine voor de vrouwen

De vrouwen vragen dezelfde of gelijkaardige producten aan in hun 'kantine'. Met een aantal specifieke producten erbij: epileerpincet, nagelvijl, voetvijl, haarknijper, drie soorten borstels, drie soorten 'hairextensions' (in het Engels op de lijst), haardroger (26,50 euro) en steilstang (55 euro) – 18 soorten kleurenshampoo van het merk 'Dark & Lovely' – een 'Afrikaanse kantine' (27 producten) met onder meer hennep, cleaning lotion, lotion voor droge huid, cacaoboter, zes 'fade cremes' (huidverblekende crèmes), acht 'relaxers' (om gekruld haar te verzachten) – maandverband en tampons – fantasie briefpapier – waspoeder – een ticket voor de kapper (1 euro), een wasserijbon (1,50 euro).

280 producten lijkt niet weinig. Zeker naast het lijstje van 37 van Duras. Al is er de vraag waar de schrijfster blijft met zaken als tandenborstels en tandpasta, en zeker is dat de schrijfster alle rookgerief en zoet verving door dat ene item 'wijn' – ze had een drankprobleem en volgde verschillende ontwenningskuren, waarover ze in Het materiële Leven uitvoerig vertelt. Maar de 'rijke' kantinelijst vertekent om andere redenen het beeld van ontbering in de gevangenis. Ten eerste schuilt er achter de lijst met toegelaten producten een veel urgentere lijst van niet toegelaten (en net huiselijke) items: huisdieren, sfeerverlichting, tapijt, condoom (nu enkel verkrijgbaar bij de dokter), breinaalden en wol, alcohol, internet, ... Ten tweede zijn er de karige financiële middelen van de gevangene.

Financiële schaarste

Volgens officiële cijfers werken in de Belgische gevangenissen 3.665 van de 11.100 gedetineerden. Omgerekend verdient een gedetineerde maandelijks zo'n 163 euro. De vermelde bedragen zijn dus een absoluut maximum. In de eigen werkplaatsen, waar celdeuren en gevangeniskledij worden gemaakt, kan dat 219 euro worden (loon voor werkers is vorig jaar in Brussel tijdelijk opgetrokken naar 1 euro per uur, om dit jaar weer te zakken naar 0,80 euro per uur. Wegens besparingen, zo werd aangekondigd op een bericht aan de muur. Er werd bij vermeld dat dat nog altijd boven het wettelijke minimum van 0,63 euro per uur is. Wie niet kan werken of geen werk heeft, en geen geld krijgt van familie of van buitenaf, kan maximaal 20 euro krijgen. De waren in de kantine zijn 50 à 150% duurder dan in de winkel buiten de nor. Om een idee te geven: tabak kost 2,80 euro voor 30 gr tot 15,05 voor 170 gr. Voor 500 gram koffie '365' wordt 4,35 euro gerekend. Een deodorant stick kost 3,84 euro. Chorizo 3 euro, een appelflap 1,87 euro. De rekening is snel gemaakt. Wie niemand kent buiten de gevangenis of in de buurt, leeft in grote ontbering. En heel veel gedetineerden hebben natuurlijk geen familie die vlakbij woont. Eén instantie (Bond Zonder Naam) stelt één keer per jaar een pakket samen voor Kerst en Nieuwjaar. Er wordt dan ook een iets betere maaltijd geserveerd.

Omgerekend verdient een gedetineerde maandelijks zo'n 163 euro

Look is lekker, maar zonder een pan, een kookplaat zijn de kookvariaties snel uitgeput. Hetzelfde geldt voor de conservenblikken die niet echt opgewarmd raken – gevangenen behelpen zich met de plaat van de percolator, maar het eten blijft lauw. Let wel: dat geldt niet in alle gevangenissen. Dutroux beschikt in zijn cel in Nijvel over een elektrische kookplaat.

Dan is er nog de gezondheidszorg. In de gevangenisinstelling van Vorst heeft er één dokter per vleugel permanentie. Dat betekent dat die per vleugel 120 à 150 gedetineerden moet bedienen. Rotte tanden worden verzorgd met pijnstillers (er is geen ander tandartsen-materiaal), een oogarts is er niet, specialistische diensten kunnen enkel op aanvraag. In de psychiatrische annex is een psychiater van het welzijnsteam beschikbaar, maar de medisch psychiater komt maar om de veertien dagen langs. Er is een medische dienst, maar er zijn 150 psychiatrisch gedetineerden, en dus is het behelpen met massaal veel geneesmiddelen. Van enige vorm van groeps- of individuele therapie is geen sprake.

Lijst 3: verboden en toegelaten activiteiten

In Brussel zelf is er een onderscheid tussen de drie gevangenisinstellingen. In Berkendael, de  vrouwengevangenis, wordt het regime omschreven als 'gemengd en progressief naargelang de sectie'. Het regime in Vorst bestaat uit een gemengd regime. Op de vleugels D en C heerst een cellulair regime waar de gedetineerden enkel buiten gaan voor de wandeling, het bezoek, en eventueel een vorming. Op de vleugels A en B heerst een gemeenschapsregime voor de werkers. Zij werken overdag, wandelen ’s middags en hebben 's avonds gemeenschappelijke activiteiten per vleugel. Ook middag- en avondmaal worden gemeenschappelijk genuttigd. Op de psychiatrische annex heerst een gedeeltelijk cellulair regime (1ste en 2de sectie). Op de 3de en 4de sectie kunnen activiteiten gevolgd worden en is er mogelijkheid tot werk.

Het regime in Sint-Gillis werd in 2012 grondig geëvalueerd en kreeg in 2013 een andere vorm. Er werd een progressief regime ingevoerd met aandacht voor het onderscheid tussen beklaagden en veroordeelden. De gedetineerden kunnen dan – afhankelijk van hun gedrag, statuut en verblijfsduur – binnen de gevangenis een bepaald traject afleggen. Maar onlangs werd de minder repressieve gevangenisdirecteur opnieuw vervangen en de logica van de veiligheid opnieuw geprivilegieerd.

Briefverkeer - officiële mededeling

Elke gedetineerde mag een onbeperkt aantal brieven sturen en ontvangen. De post die de gedetineerden van familie en vrienden krijgen, wordt gecontroleerd om te kijken of er geen verboden voorwerpen of middelen in zitten. De post mag enkel worden gelezen als de gevangenisdirectie vreest voor de orde en de veiligheid. Zij kan dan beslissen om de brief of de bijgesloten voorwerpen niet aan de gedetineerde te bezorgen en in bewaring te nemen, en deelt dit aan de gedetineerde mee. De gedetineerde krijgt de brief terug bij zijn invrijheidstelling.

Wie lange tijd opgesloten zit, blijkt helemaal niet om te kunnen met de computer en met sociale media

De post die de gedetineerden versturen wordt in principe niet gecontroleerd. Als de directeur vermoedt dat er een gevaar is voor de orde en de veiligheid, kan hij de post laten controleren en eventueel niet verzenden en teruggeven aan de gedetineerde. De onderzoeksrechter kan in welbepaalde gevallen een verdachte verbieden briefwisseling te voeren met bepaalde personen. De gedetineerde mag onbeperkt brieven sturen naar en ontvangen van zijn advocaat, en naar een consulaire of diplomatieke ambtenaar van zijn land. De gevangenis controleert die briefwisseling niet.

Verbod op internet

Wie lange tijd opgesloten zit, blijkt helemaal niet om te kunnen met de computer en met sociale media. Computers werken enkel met Cd-rom na check en dubbel check. Dat staat in schril contrast met de realiteit buiten de muren: netwerken, communicatie en informatie maken deel uit van onze dagelijkse realiteit. In Gent bestaat daarom sinds kort een project waarin een cursus gegeven wordt met beveiligde computers.

Kranten en tijdschriften kunnen besteld worden via de kantine, maar er is altijd grote vraag naar de stapel Metro's die Wim Ipers, educatief medewerker van het basiseducatie-centum Brusselleer, meebrengt als hij gaat lesgeven. Er is een bib in Vorst, Sint-Gillis en Berkendael, maar het aanbod is zeer beperkt en over het algemeen sterk verouderd. Strips en magazines met 'stoere' onderwerpen als blitse auto's en wulpse vrouwen staan met stip op één.

Toegelaten opleidingen

In de Brusselse gevangenisen wordt een aantal gratis opleidingen gegeven, gecoördineerd door Brucovo (Brusselse Coördinatie Volwassenenonderwijs), en verstrekt door zowel Brusselleer als verschillende CVO's. Ook Franstalige organisaties zoals Adeppi zijn actief (atelier d'éducation pour personnes incarcérées). Van de gevangenen is in theorie 15% in Sint-Gillis en 5% in Vorst Nederlandstalig. In de praktijk ligt het percentage Nederlandstaligen en Nederlandssprekenden een stuk hoger, wat voor de buitenwereld vaak een vertekend beeld oplevert. Voor de onderwijsverstrekkers ter plaatse betekent dit dat lang niet aan alle leernoden en -behoeften kan worden voldaan.

Vorst is een eerstelijns arresthuis, Sint-Gillis een tweedelijns. Dat wil zeggen dat de gedetineerden die er verblijven nog niet berecht zijn, maar in voorlopige hechtenis zitten. Vorst fungeert daarbij als eerste opvang, en vanuit Vorst gaat het meestal eerst naar Sint-Gillis voor de vrijlating of transfers naar een strafhuis, of elektronisch arrest (enkelband).

Opleidingen

Computercursus; NT2 (Nederlands als tweede taal) en NT1 (lees- en schrijfcursus, vroegere alfabetisering); communicatie en conflictbeheersing; tekencursus (door een vrijwilliger); kookcursus. De kookcursus is een educatief project voor maximum twaalf man, onder begeleiding van een kok (Ceria-Coovi). Ze werken met lekkere ingrediënten – zalm en goeie chocolade, bijvoorbeeld – en koken telkens een voorgerecht, een hoofdgerecht en een dessert. De mannen zijn erg enthousiast. Na afloop worden ze elke keergecontroleerd op messenbezit.

Een kleine minderheid is hoog of hoger geschoold. Het begeleid individueel studeren (BIS) was een dienst van de Vlaamse overheid om ieder de kans geven zich bij te scholen, ook als men niet naar een (CVO-)school kon of wilde gaan. Tussen 2000 en 2007 behoorde het BIS tot het volwassenenonderwijs en was het aanbod sterk verbreed: klassieke schoolvakken, maar ook allerlei talen, Nederlands als tweede taal, informatica, economie, recht, techniek, vrijetijdsonderwerpen en meer. Veel van de cursussen werden ook interactief aangeboden via het internet (BIS Online). In 2007 is BIS stopgezet voor het grote publiek. Enkel kandidaten voor de examencommissie en gedetineerden kunnen (voorlopig) nog cursussen volgen. Er wordt geen begeleiding door mentoren meer voorzien. Vanaf 2009 bundelt Klas Clement de ruim 4000 digi(taal)lessen van BIS onder de vorm van computeractiviteiten en syllabi die gratis ingezet mogen worden voor onderwijsdoeleinden. Het volwassenenonderwijs kan georganiseerd worden als contactonderwijs of als gecombineerd onderwijs – een combinatie van afstandsonderwijs en contactonderwijs – en komt tegemoet aan de vraag naar meer flexibiliteit van het aanbod.

Sinds 2009 is het mogelijk om modules bijna volledig in afstandsonderwijs te organiseren: enkel het evaluatiemoment moet nog gebeuren in contactonderwijs. In de tussentijd is de kans groot dat gedetineerden getransfereerd zijn naar een andere gevangenis of vrijgelaten zijn. De kans bestaat ook dat een gedetineerde op het moment van het examen een afspraak heeft met zijn advocaat, of in het justitiepaleis moet voorkomen, of disciplinair gestraft is en dus geen contact mag hebben met buitenstaanders. Daar komt bij dat het de gevangene veel moeite kost om vol te houden: alles staat in het teken van de veiligheid, waardoor de gevangene verantwoordelijkheid en meteen ook discipline wordt ontnomen. Televisie speelt dan weer in op de apathie die de opsluiting met zich meebrengt. Het ene versterkt zo het andere.

In het oplijsten van de cursussen kwam de gedachte op dat een breicursus een fantastisch idee zou zijn: met twee naalden en enkele bollen wol brei je een echt mooie trui. Het kan heel eenvoudig of bijzonder verfijnd zijn, en het vraagt om veel tijd. Daar is in de nor geen tekort aan. Breigoed zou ook verkocht kunnen worden. Maar omwille van metalen breinaalden is breien uitgesloten. Ook in de cel. Er bestaan wel bamboe naalden.

Beweging en douche

Buiten de leren voetbal uit het kantinelijstje is al wat met sport en beweging te maken heeft in Brussel onbestaande

Buiten de leren voetbal uit het kantinelijstje is al wat met sport en beweging te maken heeft in Brussel onbestaande. Geen plaats, geen middelen. Geen training, geen kans tot samenspel in grote groep. Wim Ipers begint elke les daarom met een half uur beweging. De gevangenis van Vorst in Brussel heeft sinds kort wel halftijds een sportmonitor, en drie cellen werden opengebroken voor een fitnesszaaltje. Er kan telkens drie man in. Douchen kan in Brusselse gevangenissen twee maal per week voor maximaal tien minuten. Tenzij voor diegenen die werken: dan kan het dagelijks.

Liefde en ouderschap in tijden van gevangenschap

Er bestaat in Vorst één kamer voor 'ongestoord bezoek'. De gedetineerde moet kunnen aantonen dat hij of zij een stabiele relatie van minstens zes maanden had voor de opsluiting. Een sessie duurt drie uur. De vrouwengevangenis van Berkendael is moderner en een stuk aangenamer. Er is een 'relais parents/enfants', voorzien van speelgoed en spelletjes. Er is oog voor een relatief relaxte omgeving. Eén vrouw heeft een kind in de gevangenis – dat blijft bij de moeder tot het drie is, daarna gaat het naar een instelling.

Over ontbering en menselijke waardigheid

Alle Belgische gevangenissen zitten overvol omdat gedetineerden vandaag langer worden vastgehouden. Niet omdat er meer misdadigers zijn. Sinds 2000 steeg het aantal gedetineerden met 30%. In die periode nam de criminaliteit toe met nog geen 10%. Maar enerzijds duurt voorhechtenis steeds langer, en omdat korte straffen niet worden uitgevoerd, ontstaat de neiging om voorhechtenis te gebruiken als straf. Anderzijds wordt het strafbeleid strenger en worden zwaardere straffen uitgesproken. Ten derde wordt voorwaardelijke invrijheidstelling  strenger toegepast omdat weinig gedetineerden een reclasseringsplan (huisvesting, werk, vorming, therapie) kunnen voorleggen: tijdens de detentie is niet aan herstel en reclassering gewerkt door gebrek aan middelen. 85% van de gevangenen zit een gemiddelde gevangenisstraf uit van drie jaar, berekende Joke Callewaert, advocate bij Progress Lawyers Network en raadsvrouw van Nordin Benallal, in een opinie in De Standaard van 4 juni 2013.

Een recente studie stelt dat drie jaar gevangenschap al onheroepelijke schade aanricht bij een gedetineerde. Er moet wel een onderscheid worden gemaakt tussen gesloten regimes (zoals vooral in Vorst en Sint-Gillis), half-open regimes (waar de gedetineerden overdag kunnen deelnemen aan cursussen, opleidingen en activiteiten) en open regimes. In België bestaan geen open regimes, wel in Noorwegen. In een aantal chalets op een eiland zorgen 70 à 80 gevangenen er voor zichzelf. Eén enkele opzichter komt een keer per dag langs. Het regime is veel duurder, maar de recidive ligt er rond de 20%, terwijl dat hier schommelt tussen 70 à 80%.

Emotionele ontbering

Op 2 december 2004 keurde de Kamer een wet goed waardoor gevangenen rechten kregen. Ze kunnen zich sindsdien ook beklagen als die rechten worden geschonden. Alleen kwam er in de praktijk nog niet veel van in huis.

Deze lijstjes willen doen stilstaan bij de concrete realiteit van hechtenis. Achter elke materiële of fysieke ontbering gaat een emotionele ontbering schuil, en een gebrek aan een waardig menselijk bestaan. Gevangenisstraf zou daarom moeten evolueren van een repressieve logica naar een restauratieve logica. In ons systeem observeerde Marguerite Duras ‘un détenu est coupé de son passé parce qu'il a fauté’. Een gedetineerde wordt afgesneden van zijn verleden omdat hij een fout heeft begaan. Toch is de enige manier om een leefbare wereld te construeren een menselijke straf te bedenken, ook voor mensen die ongeoorloofde daden hebben gepleegd.

Mia Vaerman schrijft gewoonlijk over theater en dans, en vertaalt filosofisch werk.

Lees in deze rekto:verso reeks over 'Cultuur en gevangenis' ook Misdaad, straf en kunst en Culturele projecten binnen de gevangenis.

Dit artikel is het gevolg van een samenwerking tussen Apache en Recto verso.
LEES OOK