Misdaad, straf en kunst

14 januari 2014 Gideon Boie
Foto-1-Gevangenis-Beveren-®-PVL-Het-Nieuwsblad.jpg
Gevangenis-Beveren (Foto ®-PVL-Het-Nieuwsblad)
Foto-1-Gevangenis-Beveren-®-PVL-Het-Nieuwsblad.jpg
Gevangenis Beveren (Foto © PVL - Het Nieuwsblad)

De bouw van nieuwe gevangenissen gebeurt binnen een publiek-private samenwerking. Voor de nieuwe gevangenissen van Beveren en Dendermonde koos de federale overheid in juni 2011 voor het ontwikkelingsconsortium gevormd rond het Nederlandse bouwbedrijf Koninklijke BAM Groep. Dat kon de jury overtuigen met een ontwerp van Stéphane Beel – architect van onder meer deSingel in Antwerpen en Museum M in Leuven. Het generische ontwerp kon op beide locaties worden uitgevoerd en werd ook aangeboden voor Marche-en-Famenne en Leuze-en-Hainaut (waar het de jury niet kon overtuigen). Onder druk van buurtprotest zijn de bouwplannen in Dendermonde tot nog toe uitgesteld.

Mislukte flirt

Ook het aanbod van BAM inzake kunstintegratie was veelbelovend. Met Berlinde De Bruyckere, Ronny Delrue, Emilio Lopez Menchero en Wesley Meuris verbonden enkele gerenommeerde kunstenaars hun naam aan de onderneming. Snel werd echter duidelijk dat niemand zit te wachten op de inbreng van de genoemde topkunstenaars. Meer dan eens werd in de wandelgangen gefluisterd om de meerkosten in de bouwwerken van de gevangenis uit te balanceren ten koste van het kunstbudget. Vandaag, drie maanden voor de oplevering van de werken in Beveren, is nog altijd niet bekend welke kunstenaar betrokken wordt – laat staan welk kunstwerk er komt. Genoegzaam gaan de betrokkenen ervan uit dat kunst uiteindelijk wel een plekje zal krijgen in de gevangenis – en dat zal zeker zo zijn. Maar daarmee valt in elk geval het doek over de kunstintegratie in het ontwerp- en bouwproces.

In het bouwproces van de gevangenissen in Marche-en-Famenne en Leuze-en-Hainaut zien we de kunstintegratie degenereren tot wandverfraaiing en onderdeel van het beveiligingsapparaat. Kunstenaars werden gevraagd om voor de nieuwe gevangenissen enkele voorstellen te doen. Met de staalkaart in de hand, ging de directie op zoek naar een geschikte plek voor de inwisselbare objecten. Voor de gevangenis in Leuze-en-Hainaut stelden George De Decker en Franca Ravet een bundel samen met artistieke ingrepen aan de ingangspoort (sculpturale fontein), centrale gang (muurversiering, sculpturale verlichting en geluidsband), wachtzaal (schilderij op doek), advocatenruimte (beeldhouwwerken en schilderij op doek), personeelsterras (beeldhouwwerk), gebedsruimte (plexi-vensterraam) en panopticon (grafisch fresco aan plafond).

70 miljoen

In het bouwproces van de gevangenissen in Marche-en-Famenne en Leuze-en-Hainaut zien we de kunstintegratie degenereren tot wandverfraaiing en onderdeel van het beveiligingsapparaat

In Marche-en-Famenne werd in een gelijkaardig proces een reeks kunstwerken van Vincent Strebelle geselecteerd. Het meest opvallende werk is een reeks van vier stalen bomen op de wandeling. De in het oog springende constructie heeft een stamhoogte van vier meter en een kruinhoogte van zo’nzes meter. De boom moet niet enkel de wandeling verfraaien, maar ook dienen als afweer tegen het landen van helikopters. Vijf gepolijste inox-spiegels worden tegen de perimeter aangebracht en bieden de gedetineerden de illusie door de muur te kijken.

Aan de hoofdingang komen een symbolisch opendraaiende deur in corten-staal en drie vlaggenmasten die naar elkaar toe buigen. De wand van de strafuitvoeringsrechtbank wordt versierd met een goudkleurig fresco van een menselijke schaduw – naar de hand van B. Drion. Ten slotte vormen ook de kleurrijke opbergkastjes aan het onthaal een geïntegreerd kunstwerk.

Het aandeel kunst in de publiek-private samenwerking blijkt dus bijzonder bescheiden. De bouwkost van de gevangenis in Beveren wordt geraamd op 70 miljoen euro en daarbij komt een beschikbaarheidsvergoeding van circa 13,7 miljoen euro per jaar over een exploitatieperiode van 25 jaar. Het voorgestelde kunstwerk After all … this time van Kris Martin betreft ‘slechts’ een eenmalig budget van 485 000 euro. Hoe dan ook is het gebrekkige draagvlak voor kunstintegratie symptomatisch voor het monopolie van het Ministerie van Justitie binnen het gevangeniswezen. De strafuitvoering in de vorm van eenzame opsluiting wordt nog steeds gezien als de enige taak van de gevangenis.

Alle andere programmaonderdelen worden beschouwd als bijkomstigheid. Onderwijs, welzijn, cultuur of religie staan altijd in de schaduw van de strafuitvoering. Het is de interne staatshervorming van België die de traditie in stand houdt, waarbij onderwijs- of welzijnsprogramma’s binnen de gevangenis aangeboden worden door filantropische organisaties met steun van lagere overheden. In het slechtste geval krijgen dergelijke extrajuridische activiteiten een plaats in een stelsel van gunstmaatregelen die de gevangenen verkrijgen bij goed gedrag.

Gewillige onderaannemers

Het gebrekkige draagvlak voor kunst is echter niet enkel te wijten aan de desinteresse van de opdrachtgevende overheid. Veel is ook gelegen aan de offertebundel, opgemaakt door Stéphane Beel Architecten. Daarin staat de precieze detaillering en raming van het schetsontwerp in scherp contrast met de vaagheid van het hoofdstuk kunstintegratie. Wat hier te lezen staat, is slechts de indrukwekkende staat van dienst van de betrokken kunstenaars, aangevuld met enkele algemene beschouwingen. Enkel Ronny Delrue en Emilio López-Menchero hebben zich moeite getroost om een eerste suggestie te geven van een concrete artistieke interventie.

López-Menchero suggereert situaties te creëren die het lichaam van de gedetineerde weer aanwezig stellen. Hij verwijst daarbij naar eerder werk dat de stem opnieuw introduceerde binnen de stedelijke ruimte, zoals de Tarzankreet (Gent, 2000) en de enorme toeter Pasionaria aan het Brusselse Zuidstation (2006). Alleen blijft het onduidelijk of de stem van de gevangene binnen of buiten de gevangenis aanwezig gesteld wordt. In ieder geval hoopt de kunstenaar op een humanisering van de abstracte ruimte van een gevangenis – en reageert het kunstwerk in zekere zin op de ontmenselijking van het individu binnen het gevangeniscomplex.

Ronny Delrue stelt voor om van elke inkomende gedetineerde portretfoto’s te verzamelen, daarop vervolgens het gelaat uit te wissen en het resultaat op de gevangenismuur te kleven. Op die manier ontstaat een totaalinstallatie waarbij de identiteit van de gedetineerde verdwijnt en de vroegere leefomgeving overblijft als stille getuige. Ook daar blijft onduidelijk of het om de binnenmuren, dan wel de buitenmuur van de gevangenis gaat.

Fotoproject Victoria Deluxe (Foto Michiel Hendrycxk)
Fotoproject Victoria Deluxe (Foto Michiel Hendrycxk)

Het suggestieve karakter van dat geplande kunstaanbod past in een uitgesproken autonome kunstopvatting. De offertebundel beschrijft hoe met de kunstenaars een respectvolle dialoog wordt opgezet. Op geen enkele manier worden zij geconfronteerd met specifieke verwachtingen en voorwaarden – laat staan een resultaatsverbintenis. Het kunsthoofdstuk in de offertebundel van BAM gaat dan ook niet om uitwerkte ideeën, maar om de persoon van de kunstenaars. De belofte is dat zij zullen optreden als een artistieke kwaliteitskamer die diepgaand in dialoog treedt met architect, ontwikkelaar en opdrachtgever. In de praktijk blijkt de totale vrijheid van de kunstenaar goed voor precies het omgekeerde resultaat: een non-dialoog en totale desinteresse.

De stille aftocht van de kunst is dan ook niet verwonderlijk, voor zover de gekozen oeuvres passen binnen een negentiende-eeuwse (romantische) opvatting over kunst. Met het werk van Berlinde De Bruyckere zien we een kunstproductie van sublieme objecten, gericht op passieve contemplatie. In een ruimtelijke omgeving waar elk los element preventief verwijderd wordt, is de overweging snel gemaakt of zo’n object niet beter thuishoort in de binnentuin of op de parking. Binnen een managementmodel waarin elke verantwoordelijkheid scrupuleus in kaart gebracht én cash doorgerekend wordt, is er geen plaats voor het ongeleide projectiel van de kunst. Hoe dan ook blijft onduidelijk wie troost zal vinden in de aanschouwing van een gedeformeerd kunstobject, een reeks gemutileerde zelfportretten of een verheffing van de menselijke stem.

Gestoord contact

Om de kunstintegratie te redden, moet eerst en vooral de vraag gesteld worden: waarin precies wordt kunst geïntegreerd? In het project ARTfloor (2005) verwerkte de Duitse kunstenares Jeanet Hönig abstracte lijntekeningen in de gietvloer van de nieuwe gevangenis van Hasselt. De speelse vormen en kleuren staan in groot contrast met de grijze monotonie en rechtlijnigheid in de gevangenis. De ruimtelijke ervaring moet contact uitlokken tussen de verschillende gebruikers van de gevangenis. De toegepaste strategie past in Hönigs eerdere werken op publieke plaatsen en in doorgangsruimten waarin sociale interactie niet voor de hand ligt, zoals hotels, winkelcentra, stations en luchthavens.

Het probleem van de artistieke kijk op de gevangenis als doorgangsruimte is dat aspecten van misdaad en straf worden genegeerd.

Het gestoorde contact in een gevangenis is geen resultaat van haastig op en neer reizen, maar deel van een regime gericht op mortificatie: de gevangenisstraf ontneemt met de vrijheid van een individu ook het sociale netwerk waarbinnen hij/zij zich beweegt. In de quasireligieuze opvattingen die ten grondslag liggen aan het panopticon, werd voor elke persoon één cel gedacht. De gedetineerde wordt in de cel op zichzelf teruggeworpen – niet alleen met het oog op veiligheid, maar ook met het oog op boetedoening en reflectie. Onderling contact wordt beperkt tot een strikt minimum.

Het probleem van ARTfloor is dat het té direct ingrijpt in de gevangenisarchitectuur en zich op het gemakkelijkste slachtoffer richt: de gedetineerde

Wat bovendien over het hoofd gezien wordt, is dat sociaal contact in de gevangenis niet per definitie goed is. De gevangenis vormt een strafmodel dat een massa gedetineerden onder één dak samenbrengt. In principe is de delictketen, de sociale achtergrond of de psychische gesteldheid van het individu van geen tel. Het ongedifferentieerde regime wordt vaak in verband gebracht met de hoge recidivismecijfers, aangezien in de gevangenis mensen met elkaar in contact komen die elkaar beter niet zouden kunnen ontmoeten. Menigeen omschrijft de gevangenis als een fabriek van criminaliteit, eerder dan als een plaats voor reflectie. Om nog maar te zwijgen over de effecten van overbevolking, die meerdere personen – twee, soms met een derde grondslaper – verplicht om 23 uur per etmaal een beperkte celruimte te delen.

Het probleem van ARTfloor is dat het té direct ingrijpt in de gevangenisarchitectuur en zich op het gemakkelijkste slachtoffer richt: de gedetineerde. Is een beter doelwit van kunstintegratie niet gelegen in het detentieregime zelf? En is het dan niet veel spannender om een dialoog op te zoeken met de vormgevers (het subject) van dat regime, in plaats van met de gedetineerde (het object)? Het regime is blijkbaar niet in staat om de menselijke gevangenisomgeving te creëren die de wet voorschrijft. De Basiswet (2005) stelt dat de vrijheidsstraf plaatsgrijpt in ‘psychosociale, fysieke en materiële omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen, die het behoud of de groei van het zelfrespect van de gedetineerde mogelijk maken en die hem aanspreken op zijn individuele en sociale verantwoordelijkheid’. Die omgeving is noodzakelijk als basis voor de toekomstige rehabilitatie en re-integratie van de veroordeelde.

Straffen en verdringen

Of wat zou er gebeuren als de kunstintegratie de blik naar buiten richtte? Is het niet zinvoller om een kunstintegratie op touw te zetten die het gestoorde levenspatroon van de normale stedelingviseert?De verstoring van de sociale relaties in de gevangenis is immers ook het resultaat van een toenemende repressie in de samenleving. Een politieke opvatting om elk delinquent gedrag onmiddellijk te bestraffen, loopt parallel met een algemene desinteresse voor het gestrafte individu. Die twee vormen van repressie bepalen de huidige modernisering van het gevangeniswezen.

In de eerste plaats maakt de nieuwbouw van gevangenissen deel uit van een stringentere strafuitvoering. Het zogenaamde Masterplan 2008-2012-2016 is opgezet om het gevangeniswezen in België te moderniseren in functie van de nieuwe Basiswet. In de praktijk gaat alle aandacht naar extra capaciteit. Annemie Turtelboom heeft bij haar aantreden als Minister van Justitie duidelijk gemaakt dat de prioriteit ligt in bijkomende cellen. Daarmee hoopte ze een eind te maken aan de overbevolking en vooral aan de straffeloosheid. De nieuwe gevangenissen zullen het rechtssysteem in staat stellen om sneller over te gaan tot effectieve straffen.

Is het niet zinvoller om een kunstintegratie op touw te zetten die het gestoorde levenspatroon van de normale stedeling viseert?

In de tweede plaats verdringt de nieuwbouwoperatie het gevangeniscomplex uit de centrale, zichtbare posities die het in de negentiende-eeuwse stad kreeg. De locatiekeuze voor de nieuwe gevangenissen valt consequent op perifere gebieden. De gevangenis van Beveren ligt aan de autosnelweg E17. De gevangenissen van Sint-Gillis, Vorst en Berkendael worden verplaatst naar een afgelegen industrieterrein in Haren (aan de noordelijke grens van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest), waar ze samengevoegd worden tot een heus gevangenisdorp. De locatiekeuze voor de gevangenis ‘Nieuw Antwerpen’ aan de A12 werd weer ter discussie gesteld door het nieuwe stadsbestuur van burgemeester Bart De Wever – maar volgens het bestuursakkoord staat het vast dat het complex aan de Begijnenstraat verdwijnt.

Een veelgehoorde motivatie voor de verdringingsoperatie is de overlast en het potentiële gevaar voor buurtbewoners in dichtbevolkte stadsbuurten. Maar op de nieuwe locaties rijzen evengoed vragen over de efficiënte aan- en afvoer van gedetineerden. De afstand tussen de gevangenis en het gerechtshof wordt immers aanzienlijk verlengd – met een toenemende kans op vertraging in de file. Hoe dan ook staan de locatiekeuzen haaks op de hedendaagse visie op een strafuitvoering met behoud van menselijke waardigheid en sociaal netwerk. Zo werkt de ruimtelijke inbedding van de nieuwe gevangeniscomplexen stigmatiserend en bemoeilijkt ze het bezoek van verwanten. De modernisering van het gevangeniswezen lijkt zich eerder te laten inspireren door de middeleeuwse traditie om delinquenten uit steden te verbannen.

Een nieuw weerwerk

Een les die we kunnen trekken uit de kunstinterventie in de gevangenis van Hasselt, is dat de integratie van kunst in de gevangenis nooit ver genoeg gaat. Het aanbrengen van kleurtinten in de gietvloer gaat een stap verder dan het plaatsen van een beeld aan de gevangenispoort, maar toont nog steeds een desinteresse voor het wel en wee van gedetineerden. Het toont een ongeloof in de mogelijkheid van de kunst om een bijdrage te leveren aan een humanisering van de vrijheidsstraf. Is het te veel gevraagd aan de kunst om op zijn minst wat weerwerk te bieden aan een geestdodend detentieregime?

Een nieuwe wandeling (Foto ® Evy Menschaert)
Een nieuwe wandeling (Foto ©Evy Menschaert)

Het contrast met de theatervoorstelling Een nieuwe wandeling (2013) van Victoria Deluxe en De Rode Antraciet is groot. Het betreft een productie in regie van Caroline Petrick en Dominique Willaert in de gevangenis van Gent – beter bekend als ‘de Nieuwe Wandeling’. In de voorstelling vertellen een tiental gedetineerden en geïnterneerden aan de hand van een voetbalmetafoor een herkenbaar verhaal over het leven na een gevangenschap. In de verbeelding maken zij een dagelijkse wandeling naar schone plekken die goesting geven om terug op het veld te geraken. Een zware overtreding is wat vermeden moet worden.

De theatervoorstelling is misschien niet bedoeld als kunstintegratie, maar biedt wel – en uitdrukkelijk – een reële aanvulling op een gevangenisregime. Zo stelden de toneelspelers tijdens werksessies zelf het scenario op, terwijl de regisseurs louter optraden als begeleider van een proces waarvan het resultaat niet vooraf vastlag. Het theaterproject ontstond spontaan, op vraag van de gedetineerden en geïnterneerden die betrokken waren bij de tentoonstelling Buiten beeld van Victoria Deluxe. Toen legde een fotograaf de verre herinneringen van gedetineerden en geïnterneerden vast in een artistieke impressie.

Waar het fotoproject was gestopt, ging de voorstelling verder. De deelnemers konden binnen het gemeenschappelijke belang van het stuk hun individuele rol afwegen, en zo de betekenis van burgerschap aan den lijve ondervinden. Kunst herintroduceert daarmee het vergeten perspectief op rehabilitatie en resocialisatie in de dagelijkse strafuitvoering. Daarmee lijkt kunst – vanuit haar bescheiden bijdrage – een van de weinige partijen die recht doen aan een perspectief dat nochtans dwingend beschreven staat in de nieuwe Basiswet (2005).

Belangrijk daarbij is dat voorstelling in de gevangenis herhaaldelijk werd opgevoerd voor een ruim publiek. Dat zeldzame contactmoment opende een andere, virtuele ruimte waarin de gedetineerden en geïnterneerden afstand nemen van de allesbepalende (mis)daad. De betrokken gedetineerden en geïnterneerden representeren niet zichzelf, maar spelen een inwisselbare en zelfgekozen rol, die binnen een gemeenschappelijk scenario past en ertoe doet voor de toeschouwer. Het sublieme in de kunst krijgt daarmee een heel praktische functie in het verbreken van een keten die het individu laat samenvallen met het delict.

De theatervoorstelling 'Een nieuwe wandeling' toont hoe kunstintegratie een precieze functie kan vervullen in de humanisering van het detentieregime

De theatervoorstelling Een nieuwe wandeling toont hoe kunstintegratie een precieze functie kan vervullen in de humanisering van het detentieregime. Het theaterproject zet de gedetineerde niet langer neer als passieve consument van een subliem object, dat werd geschapen door een of ander creatief genie met een verheven boodschap. In Een nieuwe wandeling is de gedetineerde en geïnterneerde zelf de actieve producent van een gemeenschappelijk, artistiek project. Tegelijk ervaart het publiek aan den lijve dat de gedetineerde en geïnterneerde niet louter samenvalt met de misdaad, maar een levend subject is dat spreekt en acteert. Van daaruit kan het niet zo heel erg moeilijk zijn om de verwachtingen naar kunstenaars precies te beschrijven in het performantiebestek, én de kosten ervan een plaats te geven in de beheersovereenkomst van de publiek-private samenwerking voor de veertien nieuwe gevangenissen.

Gideon Boie is architect-filosoof en leidt samen met Matthias Pauwels het onderzoeksbureau BAVO (www.bavo.biz), gericht op de politieke dimensie van kunst, architectuur en planning.

Lees in deze rekto:verso reeks over 'Cultuur en gevangenis' ook Culturele projecten binnen de gevangenis en Het lijstje van de gevangeniskantine.

Dit artikel is het gevolg van een samenwerking tussen Apache en Recto verso.
LEES OOK