De drijvende krachten achter de media-ijsberg (bis)

0

Exact één jaar geleden publiceerde Apache.be een artikel met als kop ‘De drijvende krachten achter de media-ijsberg’. Het was een poging om de mechanismen die ons medialandschap, en in het bijzonder ons krantenlandschap vandaag sturen in een model te gieten en tegelijk ook te waarschuwen voor een evolutie waarbij de vierde macht zichzelf verder uitholt.

De media-ijsberg

Het voorbije jaar publiceerden we vijftig mediakritische artikels waarbij telkens, aan de hand van een gebeurtenis in het medialandschap of naar aanleiding van een concreet artikel of een reportage een of meerdere stellingen werden gepresenteerd. Daarop werd vaak veelvuldig gereageerd. Op onze website zelf of per mail, maar ook via sociale media. Af en toe werd een punt ook elders, in de reguliere media opgepikt en verder bediscussieerd. Of we werden gevraagd om deel te nemen aan debatten of lezingen over media(kritiek).

Op basis van onze eigen ervaring en de veelvuldige reacties doen we een jaar later een poging om het ijsbergmodel verder aan te vullen. Hieronder schetsen we eerst de aanleiding om vervolgens de opbouw van het model te hernemen. Daarna volgen enkele lessen uit de reacties en mogelijke aanvullingen.

Aanleiding

Media staan principieel kritisch tegenover alles en iedereen. Maar door wie worden de grote mediabedrijven zelf kritisch bevraagd? Mensen ergeren zich vaak aan ‘de media’. Mensen vinden ‘de media’ niet langer geloofwaardig. Mensen kopen steeds minder kranten. Adverteerders vinden steeds moeilijker de weg naar de krant. Krantenwinkels gaan bij bosjes over kop. Sociale media worden steeds belangrijker als nieuwsbron. Leesgewoonten bij jongeren veranderen. Tussen titels van dezelfde groep groeien steeds duidelijker synergieën of grote mediagroepen fuseren. De pluraliteit in het medialandschap staat onder druk.

De onvermijdelijke impact van de economische mediacrisis op het journalistieke eindproduct wordt nog steeds geloochend

Waar vorig jaar mediabonzen nog met een ernstige frons in het voorhoofd het verhaal vertelden dat Vlaanderen, net zoals het kleine dorpje van Asterix en Obelix, immuun bleef voor de mondiale mediacrisis, liggen de kaarten vandaag anders. Echt makkelijk gaat het nog niet, maar zeker sinds de overname van Concentra (Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg) door Corelio (De Standaard en Het Nieuwsblad) wordt de economische mediacrisis ook in de reguliere media niet langer geloochend.

Wat wel nog steeds geloochend wordt, is de onvermijdelijke impact van die crisis op het journalistieke eindproduct en bijgevolg ook op wellicht het hoogste goed van de journalistiek: de geloofwaardigheid.

Die impact vertaalt zich soms in slordig geschreven stukken of in journalistieke fouten, maar de essentie van de evolutie toont zich anders. Ze heeft te maken met het kader waarbinnen de gelukkig nog steeds talrijke degelijke journalistieke bijdragen worden gepresenteerd. Dat kader is de voorbije jaren fundamenteel gewijzigd. We zien steekvlamjournalistiek, meer nadruk op lay-out, emo-berichtgeving, personalisering, minder onderzoeksjournalistiek, binnensluipende PR, publireportages, …  Maar hoe is het zover gekomen? Met het ijsbergmodel doen we een poging.

Het ijsbergmodel

De basis: de maatschappelijke context

De basis waarop de rest van de ijsberg rust is ons huidig maatschappelijk bestel, zeg maar de sociaal-economische werkelijkheid zoals ze zich vandaag in Vlaanderen presenteert. Tot zowat halverwege de jaren tachtig waren kranten in Vlaanderen in de eerste plaats de spreekbuis van (partij)politieke organisaties: sterk gepolitiseerd en helemaal in lijn met het verzuilde Vlaanderen. De komst van de commerciële omroep VTM was een belangrijk kantelmoment. De verschillende kranten werden uitgenodigd om te participeren in de commerciële zender. In dezelfde periode namen commerciële bedrijven de kranten de facto over. Het politieke juk werd met succes afgeworpen en kranten werden minder politiek gebonden. Bij de ene krant gebeurde dat al sneller en gemakkelijker dan bij de andere. Helemaal is die politieke stempel vandaag nog niet uitgewist – Het Laatste Nieuws heeft bijvoorbeeld nog steeds een Raad Het Laatste Nieuws waarin onder meer Herman De Croo zetelt, die toekijkt op het liberale gehalte van de krant -, maar de echte macht ligt vandaag bij de eigenaren van de mediagroepen, niet bij de politiek.

De nieuwe commerciële eigenaren drukten, zeker in die beginfase nog geen al te grote stempel. Redacties konden behoorlijk onafhankelijk werken. Journalistieke principes haalden de bovenhand op commerciële afwegingen. Dat kon ook want de bomen leken in die periode tot in de hemel te groeien.

Kranten ontvangen voor hun distributie via Bpost jaarlijks een indirecte perssteun ter waarde van 120 miljoen euro

Kranten ontvangen voor hun distributie via Bpost jaarlijks een indirecte perssteun ter waarde van 120 miljoen euro

Ook vandaag wordt nog een totale redactionele onafhankelijkheid geclaimd, maar de realiteit maakt onloochenbaar duidelijk hoe journalistiek steeds explicieter ondergeschikt wordt gemaakt aan commerciële overwegingen. De slinger is doorgeslagen. Het vrije markt denken is, ook in de media, een absoluut gegeven. De vraag of journalistiek in zo’n vrije markt wel goed gedijt, is niet aan de orde. Want wat is het alternatief? Wie wil er terug naar journalistiek waarbij (partij)politieke of andere drukkingsgroepen de macht hebben en de pen vasthouden?

Pijler 1: omgevingsfactoren

De maatschappelijke ontwikkelingen, vooral op economisch vlak, zorgen niet enkel voor een doorgedreven streven naar winstmaximalisatie op korte termijn (pijler 2) en een spectaculaire toename van de mediamacht (pijler 3), er zijn ook tal van evoluties die samen te brengen zijn onder de noemer ‘bedreigingen’: negatieve omgevingsfactoren die het klassieke papieren businessmodel, waarbij de inkomsten deels afkomstig zijn van lezers en deels van adverteerders sterk onder druk zetten.

Naast veranderende leesgewoonten spelen vooral (technologische) evoluties die te maken hebben met internet de papieren krant parten. Voor veel mensen blijft de papieren krant nog steeds een belangrijke dagelijkse metgezel. De omslag naar lezen op een scherm is voor velen niet evident. Toch zijn de argumenten pro het digitaal aanbieden van nieuws overweldigend. Met tablets wordt het comfortargument in min of meerdere mate getackeld en vanuit ecologisch oogpunt zijn papieren kranten die ook nog eens verdeeld moeten worden, heel moeilijk verdedigbaar.

Het belangrijkste en op termijn doorslaggevend argument is echter economisch van aard: de productiekosten voor een papieren krant zijn, in vergelijking tot de productiekosten voor een digitale krant torenhoog. Drukpersen, papier, inkt, distributie, … in het totale kostenplaatje voor een papieren krant is het aandeel ‘journalistiek’ of ‘redactie’ beperkt. Kranten in Vlaanderen danken hun overleven vandaag in heel belangrijke mate aan de indirecte subsidies (zie verder), vooral voor distributie via Bpost (120 miljoen euro per jaar).

De productiekosten voor ‘online journalistiek’ daarentegen vallen in heel belangrijke mate samen met de journalistieke of redactionele kosten. Dat uitgevers in Vlaanderen de omslag van papier naar digitaal (nog) niet of nauwelijks maken, heeft dan ook niets met het kostenplaatje te maken maar alles met de inkomstenzijde. De bereidheid om te betalen voor informatie op het internet is nog steeds klein en de advertentieopbrengsten blijven vooralsnog zeer matig. Daarbij komt dat de persen er nu eenmaal zijn en de overheidssubsidies voor distributie vooralsnog blijven bestaan. In de krantenwebsites wordt bijgevolg nauwelijks (journalistiek) geïnvesteerd.

de productiekosten voor een papieren krant zijn, in vergelijking tot de productiekosten voor een digitale krant torenhoog

Mediabedrijven in Vlaanderen aarzelen niet alleen zelf om in online journalistiek te investeren, hun papieren kranten worden ook bedreigd door evoluties op en om het internet. In de Verenigde Staten zijn de advertentiebudgetten die online worden besteed al groter dan de advertentiebudgetten in de oude media. In Vlaanderen is dat (nog) niet het geval, maar de slag om de advertentie-inkomsten kondigt zich ook hier aan en de uitkomst lijkt vooraf vast te staan.

Parallel loopt de slag om de tijd van de lezer. De mediabedrijven hebben hun monopolie op het nieuws verloren. Andere spelers zijn (via internet) op de markt verschenen en concurreren met de oude krantenboeren om de tijd van de lezer. We hebben het dan niet zozeer over initiatieven zoals Apache of De Wereld Morgen, wel over Facebook, Twitter, Google, YouTube of andere giganten die doorlopend ‘nieuws’ verspreiden.

Samen met Internet komt onvermijdelijk ook de globalisering van het nieuws: internationale nieuwsmedia die wel durven te investeren in online journalistiek vormen een fundamentele bedreiging voor Vlaamse kranten. Krantenwebsites stellen zich vandaag tevreden met het aggregeren van allerlei soorten nieuws. Het eigen nieuws, de eigen analyses en grote verhalen worden voorbehouden voor de papieren krant.

Pijler 2: kortetermijnwinst

Naast de bedreigingen (pijler 1) en de toegenomen mediamacht (pijler 3) speelt het streven naar winstmaximalisatie op korte termijn een doorslaggevende onderliggende rol in de nieuwsoutput via de papieren kranten zoals we die vandaag zien. Kranten wijzen graag naar de graaiende bankiers als aanstokers van de kredietcrisis, maar de grote mediagroepen doen er zelf alles aan om op steeds kortere termijn steeds hogere winsten te boeken. De krant als drager van journalistiek relevante informatie, heeft plaats gemaakt voor de krant als geloofwaardige verspreider van reclame. De historisch opgebouwde geloofwaardigheid van krantentitels wordt gebruikt om snel geld te verdienen, nu het nog kan. Dat die geloofwaardigheid gaandeweg verder verbrokkelt, is in het kader van dat kortetermijnwinstdenken geen bezwaar.

Dat streven naar winstmaximalisatie vertaalt zich op twee manieren. Er zijn maatregelen die dienen om de inkomsten te verhogen en er zijn maatregelen die dienen om de uitgaven te beperken.

Pijler 2.1: de inkomsten verhogen
Starsuckers

Starsuckers

Naast de belangrijke directe en indirecte overheidssteun draaien kranten vooral op inkomsten van advertenties en inkomsten van lezers die de krant kopen. Inkomsten verhogen kan dus door meer lezers te trekken of door adverteerders te plezieren. Of door een combinatie van beiden. Om meer lezers te trekken wordt vandaag voluit de kaart ‘sensatie’ getrokken. De termen ‘sensatie’ of ‘tabloïdisering’ zijn wellicht overtrokken, maar een beter woord is er niet en niemand zal ontkennen dat de evolutie er een is naar steeds schreeuwerigere koppen, het steeds nadrukkelijker mikken op emotionaliteit, het opvoeren van BV’s, een onevenredige focus op spraakmakende rechtszaken, … Dat vertaalt zich ook in een sterk gewijzigde samenstelling van de redactie. Het aantal mensen op de redacties dat zich bezighoudt met de presentatie van het nieuws – koppen, quotes, foto’s, … – ligt vandaag relatief een heel stuk hoger. Die evolutie gaat onvermijdelijk ten koste van het aantal journalisten en de focus op nieuws.

Naast de ‘sensationalisering’ van het aanbod is er ook een duidelijke verbreding van het aanbod. Het volstaat om de huidige weekendkranten, vaak met bijhorende magazines, in de weegschaal te leggen naast de weekendkranten van tien jaar terug om te zien hoe veel ruimer het aanbod vandaag is geworden. Van sommige magazines en bijlagen is de enige bestaansreden het werven van advertenties. Met journalistiek en de hele vierde machtsgedachte hebben ze weinig te maken.

In dezelfde evolutie kadert de toename van entertainment in de krant. Dat gaat van puur entertainment dat ook als dusdanig wordt gepresenteerd tot een meer entertainende manier van voorstellen: een kiesstrijd die als boksmatch wordt voorgesteld, het opdelen in hanteerbare lijstjes, pro’s en contra’s, …  Ook de ‘naam’ van individuele journalisten wordt in schreeuwerige ‘promoboxen’ op de voorpagina volop als troef uitgespeeld: journalist X interviewt zanger Y, journalist X analyseert gebeurtenis Y, … Er verschijnen vandaag ook geregeld foto’s van journalisten bij artikels. Allemaal moet het helpen om de lezer toch maar te overtuigen de krant te kopen.

De vraag waarom journalisten en redacties instemmen met de hierboven beschreven evoluties die grotendeels haaks staan op de essentie van journalistiek, vindt voor een deel een antwoord in de gewijzigde rol van de hoofdredactie. Vroeger was de hoofdredacteur de baas van de redactie. Hij bewaakte de redactionele lijn en behoedde zijn journalisten voor inmenging van bovenaf. Vandaag lijken hoofdredacteurs in veel moeilijkere omstandigheden te (moeten) werken. De druk om de redactie mee te krijgen in de verzuchtingen van de top van het mediabedrijf is gigantisch groot geworden. De spectaculair toegenomen snelheid waarmee kranten vandaag van hoofdredactie wisselen, is daarvan een indicatie.

Die gigantische druk heeft alles te maken met de wens van bovenaf om meer kranten te verkopen en parallel de advertentie-inkomsten te verhogen. Kranten stellen zich nadrukkelijk open voor (redactionele) samenwerking met adverteerders. Van waterdichte beschotten tussen redactie en commerciële diensten is geen sprake meer. Dat uit zich onder meer in zogenaamde publi-reportages en in verregaande sponsordeals waarbij ‘content’ geleverd wordt over en op vraag van de sponsor.

Pijler 2.2 Uitgaven verminderen

Terwijl kranten steeds dikker worden, er magazines bij krijgen en vandaag ook websites onderhouden, wordt er flink bespaard op journalistieke kosten. Er wordt meer gedaan met minder journalisten en met goedkopere journalisten: oudere journalisten worden bedankt en in het beste geval ingeruild voor jonge krachten. Steeds vaker wordt ook gewerkt met freelancers die zeer slecht worden betaald. De combinatie van een verlies aan ervaring, het uitdunnen van de ploeg en de uitbuiting van externen leidt, samen met een uitbreiding van het takenpakket, onvermijdelijk tot een toename van fouten, het minder checken van feiten en het steeds vatbaarder worden voor ‘spinning’ van buitenaf. Parallel zien we hoe steeds minder wordt ingezet op ‘dure’ journalistiek: onderzoeksjournalistiek, gespecialiseerde journalistiek, eigen buitenlandjournalistiek, …  Risicovolle onderwerpen met mogelijke schadeclaims worden steeds vaker gemeden. In de plaats komt veilige snelle en gemakkelijke journalistiek.

Het persagentschap Belga wordt redactioneel aangestuurd op directe vraag van de kranten

Een andere forse besparing op journalistieke kosten gebeurt via het aangaan van synergieën waarbij kranten van dezelfde mediagroep stukken van elkaar overnemen. De onvermijdelijke verschraling die daarvan het gevolg is, wordt nog versterkt door een toenemende afhankelijkheid van persagentschappen. Wanneer verschillende titels voor hun berichtgeving steeds nadrukkelijker gaan leunen op enkele persagentschappen, stelt zich de vraag hoe divers ons krantenlandschap vandaag eigenlijk nog is en hoeveel echte nieuwsbronnen we nog overhouden. Dat die persagentschappen bovendien zelf vaak zware saneringsrondes achter de rug hebben, is niet van aard om die conclusie te nuanceren.

De soms bewust georganiseerde afhankelijkheid van persagentschappen – het persagentschap Belga wordt redactioneel aangestuurd op directe vraag van de kranten – leidt niet alleen tot een sluipende mediaconcentratie, het zet ook aan tot agendajournalistiek met minder eigen nieuwsgaring, minder eigen topic setting en meer eenheidsworst. De focussen van de kranten lopen grotendeels parallel, wat het veel moeilijker maakt om nog een dissonant geluid te laten horen of moeilijke thema’s in het maatschappelijk debat te krijgen.

Pijler 3: de toegenomen mediamacht

Een laatste pijler die van belang is voor de nieuwsoutput is de toegenomen mediamacht. Media maken of kraken vandaag politieke carrières. Vooral televisie speelt daarbij en rol, maar in de ogen van politici zijn ook kranten cruciale schakels om zich aan hun kiezers te presenteren. Als beheerders van die etalage hebben media bijgevolg veel macht. Politici zijn vandaag gewoon bang van media. Dat gegeven plaatst (politieke) journalisten en redacties in een ongezonde machtspositie. Bij gebrek aan tegenmacht wordt er vaak zeer ex cathedra en hautain gewerkt.

Tegelijk is de angst bij politici tot op zeker hoogte virtueel: wellicht overschatten krantentitels (en politici) de impact van wat er in de krant verschijnt. Het is vooral de wisselwerking tussen verschillende oude en nieuwe media, al dan niet van dezelfde mediagroep, die maakt dat bepaalde uitspraken of gebeurtenissen worden opgeblazen met soms verregaande gevolgen voor politici tot gevolg.

Terecht of onterecht, kranten geloven alleszins graag dat ze macht hebben en ze gedragen zich er ook naar. Tegelijk worden ze net zo goed, zonder dat ze het goed en wel beseffen, door politici gebruikt. De uitgedunde redacties, het verlies aan ervaring en specialisatie maakt dat redacties met de regelmaat van de klok ‘gespind‘ worden en door politici worden gebruikt om hun boodschap sluipend ingang te laten vinden of om de aandacht af te leiden van wat echt belangrijk is. Ook een-tweetjes waarbij politici een interview ‘krijgen’ in ruil voor ‘nieuws’ zijn schering en inslag.

Toch blijft de interactie tussen media en politiek dubbel. Het is immers dankzij de politiek dat klassieke mediakanalen in België jaarlijks voor naar schatting 300 miljoen euro aan directe en indirecte steun van de overheid genieten. Anders gezegd: politici hebben een belangrijke troef in handen om de evoluties in ons medialandschap mee vorm te geven. Ingrijpen op de persvrijheid is ondenkbaar, wat wel kan is overheidssteun voorwaardelijk maken door er welomschreven kwaliteitseisen of welomschreven journalistieke garanties (redactionele onafhankelijkheid, redactiestatuut, …) aan te koppelen. Garanties, zeg  maar, dat de overheidssteun effectief het journalistieke eindproduct en niet de achterliggende mediagroep ten goede komt.

Topje

De macht die krantentitels hebben (pijler 3), in combinatie met de externe bedreigingen (pijler 1) en de hang naar winstmaximalisatie op korte termijn (pijler 2) ligt aan de basis van de kranten en de krantenwebsites zoals we ze vandaag in Vlaanderen kennen. Zoals gezegd, er staan nog veel goede en lezenswaardige stukken in de Vlaamse kranten, maar het kader waarbinnen die verschijnen is fundamenteel gewijzigd. De afweging ‘nieuwswaarde’ versus ‘privacy’ wordt steeds nadrukkelijker en steeds frequenter in het nadeel van de privacy gemaakt. Steekvlamjournalistiek steekt om de haverklap de kop op. Er is een duidelijke evolutie naar eenheidsworst: kranten(websites) die dezelfde artikels brengen, vaak ook omdat ze op dezelfde persagentschappen draaien. Er zijn te vaak fouten. De scoringsdrift om toch maar de eerste te zijn speelt daarbij een rol. Bovendien worden de fouten ook nog eens in een veel sneller tempo verspreid. Via het opvoeren van BV’s wordt het voyeurisme van de lezer bevredigd. Promotie en marketing, of ze nu politiek, wetenschappelijk, technologisch of economisch van aard is, komt vaak ongefilterd in de krant. In ruil sneuvelen artikels die omwille van hun inhoud ‘niet sexy’ worden geacht of om een of andere reden als moeilijk of gevaarlijk worden gezien. Dat alles zorgt tegelijk voor een inflatie van de vierde macht en de creatie van een soort pseudowerkelijkheid, een vertekend beeld op de samenleving.

Kranten genereren een soort pseudowerkelijkheid. Ze geven een sterk vertekend beeld van de samenleving (Foto Laffy4K)

Kranten genereren een soort pseudowerkelijkheid. Ze geven een sterk vertekend beeld van de samenleving (Foto Laffy4K)

En nu?

Maar wat hebben we het voorbije jaar uit de reacties op onze bijdragen geleerd? En wat is er intussen gebeurd in het Vlaamse medialandschap? Behoorlijk wat. Veel van de evoluties die zich (verder) hebben voltrokken en heel wat elementen die extra werden aangedragen door lezers zitten in het model vervat. Maar soms is het relatieve belang ervan onvoldoende belicht. Soms zijn de interacties tussen bepaalde evoluties onvoldoende duidelijk. We lijsten hieronder een aantal zaken op die het model verder kunnen aanvullen.

De interactie met sociale media

Sociale media zoals Facebook en Twitter hebben voor een deel de rol van nieuwsverschaffer overgenomen en trekken bijgevolg ook de bijhorende advertentiebudgetten naar zich toe. Maar wat sociale media ook doen, is interageren met de oude media. Krantenartikels en opiniestukken vormen een belangrijk deel van de brandstof waarop de debatten en debatjes op Facebook en Twitter draaien. De sociale netwerksites spelen bovendien een belangrijke rol bij ‘steekvlamjournalistiek‘. Als een onderwerp driftig wordt besproken en kranten stellen vast dat op Facebook en Twitter het kookpunt stilaan wordt bereikt, wordt het ‘nieuws’ opnieuw overgenomen in kranten en op krantensites. Sociale media kunnen zowel bron als katalysator van nieuws zijn. Dat de massale informatiestroom op die sociale media in principe geen enkele journalistieke behandeling krijgt, maakt dat ook ongecheckte feiten soms zo dwingend worden dat reguliere media zich verplicht zien om ze over te nemen en op die manier een aureool van journalistieke geloofwaardigheid geven.

De impact van concurrerende (buitenlandse) media

Het debat over het al dan niet betalend maken van nieuws online staat in Vlaanderen stilaan op scherp. De pro’s en contra’s liggen op tafel, maar de hamvraag blijft onbeantwoord: wat doet de concurrentie? En bij uitbreiding: wat doet de buitenlandse concurrentie?

Algemeen kan de stelling gelden dat de relevantie van een paywall recht evenredig is met de waarde van het nieuws dat erachter zit. Niet enkel willen mensen niet betalen voor hap-snap-journalistiek waar nauwelijks werk in kruipt, er zal altijd wel een initiatief opduiken waar hetzelfde nieuws toch gratis te vinden is. Het onlinemodel waarbij heel veel clicks worden gegeneerd met nieuws zonder veel journalistieke waarde heeft bovendien zijn (beperkte) financiële deugdelijkheid bewezen.

Wie zou er nog naar een betalende HLN.be gaan als er straks een nieuwe HLN.be op de markt komt die gratis toegankelijk is

Wanneer het om journalistiek gaat waar wel veel werk in kruipt, liggen de kaarten helemaal anders. De consensus lijkt stilaan te zijn dat er ook online voor betaald moet worden. De klassieke mediagroepen kijken daarbij naar een gemengde betaalvorm: lezers en adverteerders betalen elk hun deel. Als alle Vlaamse kranten straks samen hun eigen nieuws online betalend maken, dan maakt die operatie kans op slagen. Maar de vraag is of iedereen dat wil. Het heeft er immers alle schijn van dat nieuwe gratis initiatieven zoals dat van de ex-hoofdredacteur van De Morgen en de hoofdredacteur van HLN.be anticiperen op de commerciële opportuniteit die in bovenstaand geval zou ontstaan. Anders gezegd: wie zou er nog naar een betalende HLN.be gaan als er straks een nieuwe HLN.be op de markt komt die gratis toegankelijk is.

Bovendien heeft de digitalisering van journalistiek ook de buitenlandse kranten en nieuwe journalistieke initiatieven veel toegankelijker gemaakt. Er is vandaag niet enkel heel veel buitenlandse journalistieke pulp gratis beschikbaar, er is ook heel straf journalistiek werk gratis online te vinden en te lezen.

De individuele journalist

Een van de terugkerende kritieken op het ijsbergmodel is dat het onvoldoende rekening houdt met de menselijke factor. Overal waar mensen aan het werk zijn, worden fouten gemaakt en dat is in de journalistiek niet anders. Door enkel te wijzen op de achterliggende structuren vlakt het ijsbergmodel die menselijke factor weg. Het gaat daarbij overigens niet enkel over ‘fouten’ in de enge betekenis van het woord. Het gaat ook om menselijke trekjes die de kwaliteit van de journalistiek omlaag kunnen halen: ijdelheid die maakt dat analyses als feiten worden gebracht, grote ego’s die de drang om ‘Mitspieler’ te worden -vooral bij politieke berichtgeving- moeilijk kunnen weerstaan, slordigheid die maakt dat niet gecheckte berichtgeving in de krant terechtkomt, … We kunnen zo nog een tijdje doorgaan, maar de vraag is of die menselijke factor met de jaren is veranderd en dus een oorzakelijke rol speelt binnen de evoluties in ons medialandschap. Ons lijkt het eerder dat de gewijzigde structuren in ons medialandschap maken dat fouten zich vandaag sneller voordoen of anders presenteren dan vroeger.

Interessant in dat verband zijn de resultaten van de Journalisten Survey 2013 waarin onder meer werd gepeild naar de visie van journalisten op de ‘sensationalisering’ van het nieuws. Liefst 85 procent van de Belgische journalisten gaat ‘akkoord’ of ‘helemaal akkoord’ met de stelling dat het nieuws de afgelopen vijf jaar sensationeler geworden is. Nochtans is een hang naar sensatie niet meteen iets waar een journalist zich op wil laten voorstaan. Daaruit zou je kunnen concluderen dat het de omgeving is die journalisten aanspoort sensationeler te berichten. De in het ijsbergmodel beschreven evolutie naar een gewijzigde verhouding op de redactie tussen enerzijds journalisten en anderzijds mensen die met de presentatie van hun journalistiek werk bezig zijn, is daar wellicht een indicatie van.

Journalistieke thema’s: de grootste gemene deler

Een ander item dat geregeld terugkwam en vorig jaar (te) weinig aandacht kreeg in ons model, is de eenzijdige bril waardoor media kijken. Het al dan niet uitgesproken doel van algemene nieuwsmedia (en hun adverteerders) is om zoveel mogelijk lezers (of kijkers) te bereiken. Kwaliteitskranten en populaire kranten hebben, tot op zeker hoogte, nog steeds een eigen niche, maar binnen die niche wordt, in de hoop op een zo breed mogelijk bereik, gemikt op de grootste gemene deler. Daarbij worden fenomenen die zich meer aan de rand van de maatschappij afspelen ofwel over het hoofd gezien, ofwel – en vaker- door een eenzijdige bril bekeken.

Officieel mag het zo niet heten, maar er heerst paniek in het Belgische medialandschap. Die paniek wordt steeds zichtbaarder en de genomen maatregelen steeds drastischer.

Wellicht speelt de ‘individuele journalist’ daarbij wel een rol. De eerder genoemde survey leert dat de gemiddelde Belgische journalist nog steeds mannelijk, blank en behoorlijk opgeleid is. Mensen hebben de neiging om te schrijven over de wereld die ze kennen en over wat ze in die wereld zien en horen. Dat vertaalt zich dan bijvoorbeeld in een onevenredige hoge aandacht voor de dagelijkse fileproblematiek. Of, omgekeerd, heel weinig aandacht voor de problematiek van bejaarden. Of soms tot een zeer gekleurde blik, bijvoorbeeld op de samenlevingsproblematiek in grootsteden.

Paniek

Tot slot zijn er de al bij al dramatische veranderingen in het Belgische medialandschap zelf. Die sluiten in belangrijke mate aan bij wat we vorig jaar, op basis van het ijsbergmodel konden voorspellen. Het voorbije jaar werd het krantenlandschap, zowel in Vlaanderen als in Wallonië grondig hertekend. In Vlaanderen zijn er nu feitelijk nog twee krantenuitgevers: De Persgroep (Het Laatste Nieuws, De Morgen en De Tijd) en Het Mediahuis (Het Nieuwsblad, De Standaard, Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg). Ook in Wallonië lijkt de opgemerkte komst van de intercommunale Tecteo de krantenwereld om te vormen tot een tweestromenland.

De echte impact van de (verkapte) overname van Concentra door Corelio om samen het Mediahuis te vormen, zal de komende maanden duidelijk worden. Het zou niet de bedoeling zijn dat er titels sneuvelen, maar dat de hele operatie kostenbesparend moet zijn en tot verregaande synergieën zal leiden, staat buiten kijf. Bij concurrent De Persgroep werd de oprichting van het Mediahuis zelfs als argument opgevoerd om de redactie van De Morgen te verhuizen naar Kobbegem waar ze naast Het Laatste Nieuws terechtkomt. Ook daar worden de synergieën steeds zichtbaarder.

Achter de schermen speelt ook het gewijzigde kijkgedrag een rol. De komst van de Woestijnvis-zenders VIER en VIJF vorig jaar, leverde niet op wat ervan werd verwacht. De kijkcijfers en de bijhorende reclame-inkomsten vielen tegen. De gedachte om in dit tijdsgewricht nog zwaar te investeren in het verouderde concept ‘zender’, was volgens velen naïef. Waar of niet, het gevolg was alleszins dat Corelio, een van de aandeelhouders achter de zenders, zich vervolgens genoodzaakt zag de ‘krachten te bundelde’ met Concentra op de kantenmarkt. Tussendoor werd in televisieland – vooral door De Persgroep (VTM) de noodklok geluid over het ‘uitgesteld kijken’ dat de reclame-inkomsten zou torpederen. Of hoe de mediaconcentratie, waarbij verschillende grote groepen op verschillende terreinen actief zijn – televisie, dagbladen, weekbladen, radio -, ervoor zorgt dat een vallende dominosteen meteen een hele reactie op gang brengt.

Officieel mag het zo niet heten, maar er heerst paniek in het Belgische medialandschap. Die paniek wordt steeds zichtbaarder en de genomen maatregelen steeds drastischer. De economische malaise en het krakende businessmodel vertalen zich onvermijdelijk in het journalistieke eindproduct. Dat 85 procent van de journalisten van oordeel is dat sensatie de bovenhand haalt, mag daarvan een duidelijk signaal zijn.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid