De Nieuw-Vlaamse spagaat

5

Hommeles bij de N-VA. De abdicatie van één van de militanten van het eerste uur – Nick Mouton, schepen te Lovendegem – uit ongenoegen met de asociale partijlijn wijst voor velen op de wankelende almacht van de Vlaams-nationalisten. Opiniërend links likt er zich de vingers bij af. Het einde van de lange klim naar boven wordt afgekondigd. Het afscheid van Mouton noopt echter tot doorwrochter onderzoek. Het zou de aanzet kunnen zijn tot een veel belangrijk debat, over een fundamenteel probleem ten huize van de N-VA zelf. Hoe denkt de partij immers –  anno 2013 –  haar economische liberalisme met haar programma van culturele volksverheffing te rijmen?

(Foto Julia M. Free)

Antwerpen, verkiezingsavond 14 oktober 2012 (Foto Julia M. Free)

Het probleem van de N-VA is niet de sterrenwichelarij die peilingen heet. Dat zijn bijkomstigheden –  prille, pre-electorale beslommeringen. Het probleem van de N-VA ligt elders. De partij vindt zich gevangen in een spagaat. Ze stijgt ten tonele met een traditionalistische boodschap, die gehoor vindt bij dat deel van de Vlamingen dat vindt dat het postmoderne tijdperk hen niets dan boerka’s en cultuurrelativisme heeft opgebracht. Bart De Wever mag de redding van het ASO op zijn conto schrijven. Hij heeft het Latijn gevrijwaard – een heldendaad voor vele Vlamingen. Overal benadrukt de N-VA de nood om het Vlaams te onderhouden. Frans De Corts woorden worden ter harte genomen: ‘Mijn Neerlandsch, dat houd ik in ere’. In vele Vlaamse gemeenten ontstonden plannen om een nieuwe ‘Vlaamsheid’ te huldigen, op initiatief van de N-VA.

Pletwals

De partij doorziet echter niet dat net haar economisch agenda al deze ‘culturele’ strijdpunten zal te niet doen. Als iets de Vlaamse taal heeft verpauperd de laatste decennia, dan is het wel het consumentisme. Vlaamse jongeren spreken op heden een idiolect dat enkel nog te herkennen valt aan de Angelsaksische beharing die er op tiert. Ze weten niet meer dat er voor Engelse termen als ‘awkward’ of ‘outsourcen’ ook Nederlandse uitdrukkingen bestaan. Zoals Benno Barnard ooit schreef: ‘De Nederlander kent geen Nederlands meer, en dan gaat hij maar Engels spreken, wat hij nog minder kan.’ Hetzelfde kan  over de Vlaming gezegd worden.

De hedendaagse Vlaming lijkt in het flamingantisme een laatste zuil te hebben ontdekt. Overal wordt de Vlaamse identiteit met nieuwe ferveur gevierd. Men wijst daarbij herhaaldelijk naar de onbeschaamde mores van de Franstalige elite, met haar negentiende-eeuwse waanbeelden over tweetaligheid. Velen doorzien echter niet dat één van de belangrijkste redenen voor het vervagen van deze Vlaamse identiteit niet zozeer die imperialistische verfransingsdruk is (op Brussel na valt die stelling moeilijk hard te maken, in Antwerpen is het Frans tot een waar curiosum verworden), maar net de pletwals van de massacultuur.

Wanneer De Wever er op uit is van Antwerpen ‘de eerste Vlaamse shoppingstad’ te maken, ziet hij niet in hoe hij met deze aspiraties zijn eigen culturele discours hypothekeert

Tittytainment

Wanneer De Wever er op uit is van Antwerpen ‘de eerste Vlaamse shoppingstad’ te maken, ziet hij niet in hoe hij met deze aspiraties zijn eigen culturele discours hypothekeert. Evenzo met Siegfried Bracke’s teerbeminde ‘bedrijven’. De wereld die bij hun gratie wordt geïmporteerd heeft het minste ontzag voor de conservatieve canon – Latijn, familie, volksaard – en dus al helemaal niet voor taal. De Vlaming die dag in dag uit geconfronteerd wordt met de deugden van het ‘Shop Til You Drop’ en het ‘tittytainment’, is de eerste om zijn taal achterwege te laten.

Het afscheid van Mouton is voor links een dankbare toevoeging aan hun Vlaams-nationalistische offerblok. Er wordt gretig gekeven. Woorden als ‘neoliberaal’ en ‘extreemrechts’ worden weer volop de blogosfeer in gekanonneerd. Men likt er zich de vingers bij af.

Maar de ware vragen echter – die links tevens aan gaan – worden niet gesteld. Links én rechts lijden aan eenzelfde kwaal, hetzij in een andere vorm. Links pocht met een flamboyant discours voor meer solidariteit, maar lijkt niet te snappen dat deze alleen maar bij een zekere graad van sociale cohesie kan gedijen. Het zweert bij een naar nihilisme hellend ‘multiculturalisme’  – of ‘multinihilisme’,  in de woorden van Matthias Storme. Termen als ‘natie’ of ‘gemeenschap’ hebben bij links een bijna bacillaire status.

Arm Vlaanderen

Rechts lijkt deze identitaire nood dan weer wel te doorzien, maar ziet niet in dat haar economische agenda zelf schuld ligt aan de culturele godendeemstering die het aanklaagt. Het zijn de shoppingcentra die het oude Vlaanderen uit het dorp lokken – weg van huis en haard, naar de koude tempel der consumptie. Het Vlaanderen dat ooit ‘Vlaming wou zijn, om Europeër te worden’, lijkt nu niets meer dan een horde adolescenten die bij Facebook en Tomorrowland zweren, en die de iPad 5 boven de Leeuw verkiezen.

Misschien is dat wel het ‘Arm Vlaanderen’ dat August De Winne ooit beschreef.

Auteur: Anton Jäger

De biografie van deze auteur is niet beschikbaar.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid