‘Journalisten schrijven wat ze denken dat mensen willen lezen’

2

De Vlaamse journalistiek kent veel éminences grises, maar er zijn er weinig die zich even scherp en lucide weten uit te drukken als Walter Zinzen (1937). In ‘Mens erger je’ – hij heeft het zelf gemoedelijk over een ‘pamfletje’ – windt Zinzen zich op over de almacht van politieke partijen, de praatjes van N-VA en het gebrek aan visie van beleidsmakers over Afrika. Maar daar houdt het niet bij op: ook de journalistieke stiel trekt nog regelmatig zijn aandacht. ‘Wat er met ‘De Keizer van Oostende’ is gebeurd, doet het ergste vermoeden.’

Walter Zinzen (Foto Julia M. Free)

Walter Zinzen (Foto Julia M. Free)

Uitgever Karl Drabbe van Pelckmans – zelf een notoire N-VA’er – vroeg Walter Zinzen een anti-N-VA pamflet te schrijven. Dat vond de oud-journalist zelf wat smalletjes, en bovendien ergerde hij zich wel aan meer dingen dan het spectaculaire succes van Bart De Wever in de Wetstraat. Zelf berichtte hij enkel de laatste jaren van zijn carrière over de Belgische politiek. Daarvoor was Zinzen onder meer actief als buitenlandverslaggever in Afrika: een grote liefde van hem en ook een onderwerp waar hij – in tegenstelling tot het regeerakkoord van Di Rupo – een heel hoofdstuk aan wijdt.

Maar het grootste deel van ‘Mens erger je’ moet niet enkel N-VA, maar alle Belgische partijen het ontgelden. Een ‘particratie’ noemt Zinzen dat: een term die niet enkel door politieke relschoppers wordt gebruikt, maar die de afgelopen decennia ook door politicologen wordt gebezigd om het Belgische partijenstelsel te beschrijven.

Zinzen: “De particratie is de uitoefening van de macht door een erg kleine groep mensen: een oligarchie. Alle beslissingen worden in dit land genomen door de partijvoorzitters en hun entourage. Zij stellen de kandidatenlijsten samen voor verkiezingen, ze onderhandelen het regeerakkoord en achteraf benoemen ze zelf de ministers. In het parlement heerst een ijzeren partijtucht. Alle parlementsleden van de regeringspartijen moesten voor de GAS-boetes stemmen, terwijl iedereen wist dat veel socialisten daar bezwaren tegen hadden. Zo’n parlement is niet meer geloofwaardig, en schikt zich enkel naar de wil van de regering en de politieke partijen.”

Zijn dat geen compromissen? Socialisten stemmen voor de GAS-boetes als liberalen en christendemocraten hun voorstellen helpen goedkeuren.

“Ja. Blijkbaar werkt het zo. Blijkbaar kunnen wij in onze democratie verlangen van gekozen parlementsleden dat ze in lijn met hun partij tegen hun overtuiging stemmen. Ik vind dat niet zo normaal als het voor velen vandaag misschien lijkt. Ik zou liever hebben dat parlementsleden iets meer durf tonen en het partijstandpunt soms afvallen.”

Op de voorpagina van De Morgen riep Yves Desmet CD&V tot de orde toen Koen Geens en Kris Peeters een verschillend standpunt over het begrotingsakkoord hadden. Partijen kunnen zich niet het minste pluralisme veroorloven, of ze worden aangevallen in de pers.

Blijkbaar kunnen wij in onze democratie verlangen van gekozen parlementsleden dat ze in lijn met hun partij tegen hun overtuiging stemmen

“Zo ver is het gekomen. Ik vind dat onvoorstelbaar: alsof elke CD&V’er woordelijk hetzelfde moet zeggen. Waarvoor heeft een partij dan verschillende politici?”

Misschien is een systeem waarbij elk partijlid iets anders zegt onwerkbaar.

“Een waar woord. Een democratie is geen gemakkelijke staatsvorm: ik heb nooit iets anders beweerd. Er moet natuurlijk in elke partij een zekere samenhang zijn als het over het programma of de ideologie gaat, maar daar hoor je politici sowieso amper over.”

Is er dan geen ideologisch reveil gaande?

“Ziet u dat? Ik heb de interviewreeks met de partijvoorzitters in De Standaard over ideologie gelezen, maar ik heb daar weinig van bijgeleerd. Ze willen allemaal terug naar hun roots. Alle sympathie daarvoor, maar echt wild word ik er niet van. De wortels van de traditionele partijen liggen in de negentiende eeuw: dat zegt weinig over deze tijd. Bart De Wever heeft zijn geest goed gevoed: dat is waar. Maar wat er in de boekenkast van Wouter Beke staat? Dat kan niet zo heel veel voorstellen.”

U gaat in ‘Mens erger je’ op zoek naar een alternatief voor een particratie, maar daar raakt u niet echt uit.

“Dat moet ik eerlijk toegeven. Er is niet zo gauw een ander model voor handen. Ik wist dat David Van Reybrouck een soortgelijke oefening aan het maken was toen ik mijn pamflet schreef. Hij had me erover verteld, maar daar kon ik niets mee doen omdat ‘Tegen verkiezingen’ nog niet was gepubliceerd.”

Kan een volksloterij onze democratie redden?

“Ik moet toegeven dat ik het boek van David nog niet helemaal uit heb. Voorlopig zie ik niet hoe dat een oplossing zou kunnen zijn, en hoe het precies praktisch zou kunnen werken. Maar ik laat mij graag overtuigen: iets wat David erg goed kan.
Het belangrijkste is dat er wordt nagedacht. Daar wil ik met mijn pamflet mensen toe aanzetten: probeer uit het systeem van particratie te breken en anders na te denken over onze democratie. Dat doet David, en daarvoor bewonder ik hem ook.”

Het Duitse model

Jullie beide pamfletten bevatten erg verregaande uitspraken over ons politiek systeem. Schuilt er geen gevaar in als intellectuelen zich zo fors uitlaten over een systeem dat al bij al behoorlijk functioneert? Jullie voeden misschien de antipolitiek.

“Daar voel ik me niet door aangesproken. Integendeel: mijn pamflet is een pleidooi voor politiek. Ik maak me enkel zorgen over het functioneren ervan. We leven in een welvarend land, maar daarom is niet elke kritiek onterecht. De Belgische politiek bewijst een oude wet: wie macht heeft, wil alleen maar meer macht. Om die te gebruiken en te misbruiken. In België zijn er onvoldoende grendels om dat te voorkomen. En dan bestaat het risico dat een democratie snel kan verglijden. In andere landen bestaat dat risico minder.”

N-VA is net als alle andere partijen. Ze zijn enkel tegen politieke benoemingen als ze er niet zelf over hebben mogen beslissen

Doen die het dan zoveel beter?

“Naar de Verenigde Staten mogen we vandaag niet verwijzen, maar de onderhandelingen van de voorbije weken bewijzen wel dat de President geen alleenheerser is. Ook de manier waarop het Europese parlement steeds meer macht naar zich toe trekt, vind ik bemoedigend. Maar Nederland en Duitsland zijn betere voorbeelden. Vooral Duitsland: in de 20ste eeuw heeft het één van de meest gruwelijke dictators gekend en nu is het een modeldemocratie. Angela Merkel kan tijdens de eurocrisis niets beslissen zonder dat ze de goedkeuring heeft verkregen van haar parlement. We kunnen dat lastig vinden, maar zo hoort het wel. In Nederland verkiest het parlement na verkiezingen ten minste zelf zijn voorzitter en gaat het aan de slag. In België wacht het parlement tot zijn voorzitter wordt benoemd door de regeringspartijen en beginnen parlementsleden pas met werken als er een regering is. Dat is de omgekeerde wereld.”

Het parlement moet in ere worden hersteld.

“Ja. Dat moet het hart van de democratie zijn. Volgens de Grondwet is dat het hoogste gezagsorgaan waar iedereen aan onderworpen is. Ik merk daar weinig van. Enkel toen de regeringsonderhandelingen bleven aanslepen, leefde het parlement even op. Toen bleken onze volksvertegenwoordigers zonder noemenswaardige regering over wetten te kunnen stemmen. Ik ben niet enthousiast over alles wat er in die maanden is bekokstoofd, maar het parlement gaf tenminste een teken van leven.
Er is ook een groter probleem met de drie traditionele partijen. Wie vertegenwoordigen zij nog? De partijleiding klampt zich krampachtig vast aan de macht, maar ze hebben minder en minder leden. Ook het verhaal dat ze vertellen is gedateerd. Ik zie daar nog maar weinig goeds uit voortkomen.”

Daartegenover plaatst N-VA gelukkig een vernieuwend alternatief.

“Komaan, zeg. N-VA is net als alle andere partijen. Zij behoren ook tot de particratie: ze zijn enkel tegen politieke benoemingen als ze er niet zelf over hebben mogen beslissen. De Volksunie vond ik een aantrekkelijk alternatief. Die partij heeft ontzettend veel competente politici voortgebracht, en daar heerste niet zo’n strakke partijlijn.”

Daar is ze ook aan ten onder gegaan.

“Dat is waar. Het was een krabbenmand. De ideologische verschillen waren te groot. Vergelijk nu de standpunten van Bert Anciaux en Geert Bourgeois: zoveel verschil kan een partij niet aan.”

Paginalang bekritiseert u in ‘Mens erger je’ N-VA. Dan was u vast erg tevreden over de laatste peiling.

“Zwijg mij over die peiling. Ik heb een hekel aan peilingen, en ik begrijp ook niets van de opwinding. Stel dat de uitslag klopt, en N-VA haalt in 2014 deze uitslag: dan is ze er misschien niet op vooruit gegaan, maar dat blijft een monsterscore.”

In de pers lijkt N-VA helemaal uit de gratie te zijn gevallen.

Politieke verdachtmakingen van journalisten zijn goedkoop: ze schrijven simpelweg wat ze denken dat mensen willen lezen

“Is dat zo? Ik stel sinds de gemeenteraadsverkiezingen vast dat er scherper over die partij wordt bericht. Daarvoor kon ik mij mateloos ergeren aan het gebrek aan kritische zin van veel journalisten als het over N-VA gaat. Een partij die goed ligt bij veel lezers en kijkers leggen journalisten blijkbaar moeilijker iets in de weg dan een partij die toch geen stemmen haalt. Journalisten voelen dat er nu een markt is voor kritische stukken over N-VA: daar moeten we dan maar tevreden over zijn.
Weet u: er was een tijd dat er amper aandacht werd besteed aan communautaire thema’s. Minder dan twintig jaar geleden was dat. Als er nieuws was over Brussel-Halle-Vilvoorde of een ander stokpaardje van nationalisten, ging er een zucht van wanhoop door de redactie. Veel te moeilijk! Niet uit te leggen! Er werd wel over bericht, maar niet van ganser harte. Pas met de populariteit van Bart De Wever is dat veranderd. Journalisten moeten het nu hebben over wat hun lezers bezighoudt: ook al is dat niet relevant.”

Er zijn journalisten die zo meegaand over N-VA berichten dat ze op echte fans van De Wever beginnen te lijken.

“Net zoals ze tien jaar geleden Steve Stevaert als idool hadden? Daar klopt natuurlijk niets van. Die verdachtmakingen van journalisten zijn goedkoop: ze schrijven simpelweg wat ze denken dat mensen willen lezen. Langs de andere kant: bij vorige verkiezingen deed de redactie van Ter zake eens de stemtest, en ze kwamen allemaal bij N-VA uit.”

Presenteerde Siegfried Bracke toen?

“Ja. Die was er nog. Maar dat zegt toch ook iets, nee? Zelfs journalisten voelen zich aangesproken door wat zij beschouwen als een fris alternatief.”

Wat zegt het succes van N-VA over Vlaanderen.

“(zucht) Wat zegt het succes van Geert Wilders over Nederland? Wat zegt het succes van het Front National over Frankrijk?”

Er zijn er niet veel die de vergelijking maken…

“Ze klopt ook niet helemaal. Het Vlaams-nationalisme was oorspronkelijk een emancipatorische beweging. Dat is het patriottisme van Wilders en Le Pen absoluut niet: zij hebben niets bijgedragen aan de ontvoogding van hun volk. Maar ook Bart De Wever beukt in op de traditionele partijen: ze hebben daarmee dezelfde aantrekkingskracht.”

Onbenulligheden

U hebt wel vaker commentaar op journalisten. Waar ergert u zich het meeste aan?

“Ik wilde er in mijn boekje niet weer over beginnen, maar dat is inderdaad een terugkerende ergernis van mij. Vooral de immense aandacht voor faits divers: ongevallen, rampen verkeersellende,… Het moet allemaal vooraan in de nieuwsbulletins, zodat we minutenlang moeten wachten op ernstige berichtgeving. Ik begrijp dat zulke nieuwtjes moeten worden gebracht: de waan van de dag hoort bij het nieuws. Enkel moet daarnaast ook iets anders kunnen bestaan: degelijke onderzoeksjournalist die over belangrijke thema’s gaat. En dat mis ik. Het wordt verdrongen door verslaggeving over onbenulligheden. Of ernstige onderwerpen worden gebracht als amusement. Elke dag heeft Ter zake tegenwoordig een debat. Daarin moeten twee mensen het tegen elkaar opnemen zoals in een boksmatch, terwijl de werkelijkheid meestal toch genuanceerder is dan dat.”

Was het vroeger beter? Dat wordt u wel eens in de mond gelegd.

“Natuurlijk was het vroeger niet beter. Dat heb ik ook nooit beweerd: vroeger waren er andere problemen. Ik wil niet terug naar de tijd dat politici naar hoofdredacteuren konden bellen voor een gunstig artikel in de krant of een item op televisie. Dat is vandaag gelukkig ondenkbaar.”

Natuurlijk was het vroeger niet beter. Dat heb ik ook nooit beweerd: vroeger waren er andere problemen.

Wat vond u van de manier waarop de VRT omging met ‘De Keizer van Oostende’?

“Dat doet natuurlijk het ergste vermoeden. Journalisten van Panorama moeten uitzendingen maken voor dat programma. Als zij dat – om welke reden dan ook – niet mogen, moet niemand kwaad zijn omdat ze een boek schrijven over hun onderwerp. Maar ik weet niet wat daar is gebeurd. Men zegt dat Luc Rademakers een sp.a’er is uit de stal van Steve Stevaert. Wat bewijst dat? Niets.
Beïnvloeding is natuurlijk nooit helemaal verdwenen. Er zijn ook andere methoden gekomen: politici zwaaien met primeurs, of nodigen journalisten uit voor etentjes of buitenlandse reizen. De dag nadat iemand met een politicus is gaan eten schrijft hij geen snoeihard artikel in de krant over diens beleid. Maar dat is niet meer iets dat van bovenaf wordt opgelegd. Journalisten doen daar vandaag zelf aan mee. Niet allemaal natuurlijk: ik zou het zelf ook nooit hebben gedaan.”

Zo komen ze nog eens wat te weten natuurlijk.

“Wat dan? Losse flodders. Politici vertellen natuurlijk niet alles. Ze doen journalisten meespelen in een spel dat ze nooit helemaal begrijpen. Je kan natuurlijk altijd alle puzzelstukken bij elkaar proberen te leggen, maar zulke informatie blijft altijd bezoedeld.
Nu. Ik wil ook niet overdreven mopperen. Om de één of andere reden stel ik zelfs verbetering vast. Zondag keek ik nog eens naar een aflevering van De Zevende Dag, en daar was niets op aan te merken. Alle items over lifestyle en andere onzin zijn blijkbaar, en tot mijn grote tevredenheid, geschrapt.”

Zijn er journalisten die u graag leest of volgt?

“(denkt even na) Ik las Piet Piryns graag. Maar die heeft helaas het rijk der pennenlikkers verlaten.”

Dat is iemand van uw generatie. Maakt u eens een compliment aan een jongere journalist.

“(denkt ietsjes langer na) Als ik één naam noem, is de rest natuurlijk ontevreden… Omdat hij zo boos op mij is: Bart Brinckman lees ik bij wijlen erg graag. En dat meen ik.
Maar laat ons niet onnozel doen: is het niet de normaalste zaak van de wereld dat journalisten goed proberen te zijn in hun vak? Een goede loodgieter verdient evenveel, zo niet meer respect dan een goede journalist.”

Update: Walter Zinzen reageert op de commotie die zijn uitspraak over de stemtest en de redactie van TerZake veroorzaakte

“Bij vorige verkiezingen deed de redactie van Ter zake eens de stemtest, en ze kwamen allemaal bij N-VA uit.” Dit zinnetje uit een interview met ondergetekende lokte enige  commotie uit bij TerZake. Ze  zeggen daar niets af te weten van een collectieve stemtest en ze zouden mijn bron willen kennen. Ter verduidelijking daarom dit : het gebeurde  lang geleden, n.a.v. de verkiezingen van 2009 als ik het goed heb. Een collectieve stemtest was het natuurlijk niet. Voor zover ik weet deed iedereen de test afzonderlijk en individueel, zoals dat gaat als er ergens een stemtest wordt georganiseerd. Voor mijn bron – die ik niet kan identificeren , bronnengeheim weet je wel – steek ik mijn hand in het vuur : iedereen die de stemtest deed kwam bij de N-VA uit. Ze – de bron – was daar heel formeel in. Waarom daar commotie over ontstaat ontgaat me een beetje. Als Siegfried Bracke beweert dat 80 % van de journalisten links stemt reageert niemand. En ik had het niet over stemGEDRAG, alleen over een stemTEST. Zelf kom ik bij dit soort testen ook wel eens op onverwachte plekken terecht.

 

Auteur: Peter Casteels

Peter Casteels (1989) studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Op Twitter spreekt u hem best aan met @pcasteels en mailen kan naar peter.casteels@apache.be.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid