Een vrolijke column over Kristof Calvo

4

Zal ik deze week schrijven over de reddeloze eenzaamheid die me overvalt als ik de zaterdagcolumn van Griet Op de Beeck ’s ochtends uitgelezen van me weg duw? De waanzinnige radeloosheid die me in een wurggreep houdt wanneer ik Kathleen Cools of Lieven Verstraete één van onze vele gestelde lichamen zie interview misschien? Of over het angstzweet dat me bekroop als ik vroeger mijn naam boven een uitzending van Radio Plasky zag staan? Nee, hoor. Gewoon een vrolijke column over Kristof Calvo, jongens.

Peter CasteelsHet was Bart De Wever die het in zijn openingscollege voor Carl Devos en diens studenten in 2010 voorspelde. Tijdens zijn lezing over identiteit zag hij een strijd tussen België en Vlaanderen: “Hier zijn twee natiestaten aan het vechten om uw ziel. Zij proberen uw wil te bepalen om naar een objectieve werkelijkheid te kijken die Vlaanderen is of die België is – of die België was, zo u wilt.” Dat klonk toentertijd romantischer dan het was. Het Vlaamse nationalisme had zich ontworsteld aan de marginaliteit en een rationeel discours gevonden om haar droombeeld van een onafhankelijk Vlaanderen in te verpakken.

De voorstanders van België lieten zich inpakken door hetzelfde discours en vochten amper terug. Ze hadden slechts bedenkingen bij de haalbaarheid van een splitsing. Iets waar ik mij regelmatig aan ergerde. Niemand stelde de voorafname in vraag dat een democratische identiteit samenhangt met een gedeelde taal, of erkende nog maar dat een debat over de toekomst van België er geen is van optelsommen en aftrekposten. Geen enkele partij durfde het aan om het Belgicisme innig en zonder enig voorbehoud te omarmen. De strijd om onze ziel was overtuigend gewonnen door N-VA.

Nochtans jeugdig en ambitieus

Sinds enige tijd – vanaf het begin van de regering Di Rupo, denk ik – is daar verandering in gekomen. Paul Magnette dacht in een column in De Standaard een Belgisch gevoel of cultuur te herkennen in ‘Sprakeloos’ van Tom Lanoye en ‘De Helaasheid der Dingen’ van Dimitri Verhulst. In zijn openingscollege in Gent toonde Elio Di Rupo trots foto’s van Belgen die het goed deden in het buitenland. Wie Gwendolyn Rutten volgt op Twitter, weet dat ze al maandenlang krampachtig een Belgisch gevoel van samenhorigheid probeert op te roepen. Ietwat bizar voor een liberaal.

De meest openlijke verdediging van het Belgicisme – door hemzelf vakkundig omgedoopt tot belgitude – is Kristof Calvo. Het groene parlementslid greep het handvol woorden Nederlands dat Stromae tijdens het Feest van de Franstalige Gemeenschap in Brussel sprak aan om in De Morgen een pleidooi te houden voor een ‘jeugdig en ambitieus wij-gevoel met eigen symbolen en persoonlijkheden’. België dus. Ook de sympathieke uithalen van Vincent Kompany werden enthousiast aangehaald. Het succes van de Rode Duivels bleef daarentegen onvermeld.

Calvo wil naar eigen zeggen een heus debat openen over onze nationale identiteit. Nationalisme leidt niet per se tot de gaskamers, maar wel altijd tot armetierige discussieronden.

Durfal

Het leverde de jongen een knorrige column op van Marc Reynebeau en dat heeft hij uiteraard verdiend. Calvo wil naar eigen zeggen een heus debat openen over onze nationale identiteit. Nationalisme leidt niet per se tot de gaskamers, maar wel altijd tot armetierige discussieronden. Eender welk groepsgevoel is een onderwerp dat afschrikwekkend (en besmettelijk) wordt als iemand het in woorden probeert te vatten. Het hoeft ook niet te verbazen dat zulke opzichtige pogingen om Stromae en Kompany te recupereren mij volkomen koud laten. Ik ben tenslotte een gediplomeerd politicoloog.

Toch is het een verademing dat iemand het ongegeneerd voor de Belgische ‘meertalige en superdiverse’ identiteit opneemt. Bart De Wever had gelijk toen hij een strijd om uw ziel zag gebeuren. Ik heb altijd beweerd dat die met rationele drogredenen niet te winnen viel, dus kan ik het enkel maar toejuichen dat een jonge politicus de durf toont om die discussie aan te gaan en luidop droomt van een Belgisch vaderland dat meer betekent dan verschraalde nostalgie. Ook al is het een debat waar verstandige mensen niet warm van worden en graag hun neus voor ophalen: iemand zal het toch moeten voeren.

Auteur: Peter Casteels

Peter Casteels (1989) studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Op Twitter spreekt u hem best aan met @pcasteels en mailen kan naar peter.casteels@apache.be.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid