Bij de terugkeer van Dyab Abou Jahjah naar België

6

Dyab Abou Jahjah komt terug naar België en dat lokt nogal wat reactie uit. Waaronder ook een aantal behoorlijk hypocriete. Ludo De WItte documenteert uitgebreid hoe tien jaar terug het verpletterende gewicht van het staatsapparaat -politiek, media, gerecht- op Abou Jahjah en zijn Arabisch Europese Liga neerkwam en staat stil bij de misschien wel ware toedracht achter de paniekerige oproep van toenmalig premier Verhofstadt in het parlement om Abou Jahjah te arresteren.

Dyab Abou Jahjah (Foto Wikipedia / Han Soete)

Dyab Abou Jahjah (Foto Wikipedia / Han Soete)

Na een tussenstop van zeven jaar Libanon, zijn geboorteland, komt Dyab Abou Jahjah terug naar België, het land waar hij begin deze eeuw naam maakte als leider van de Arabisch-Europese Liga. De AEL was een militante vereniging van vooral moslimjongeren, met als thuisbasis Antwerpen. De organisatie kwam op voor werk, aangepast onderwijs en degelijke huisvesting voor moslims – drie terreinen waarop moslimminderheden in dit land een grote achterstand hebben. Maar de AEL geraakte vooral bekend wegens acties tegen racistische uitwassen bij de Antwerpse politie, een korps waarin de invloed en aanhang van het Vlaams Blok/Belang erg groot was (en is).

De zelfzekere stijl van Abou Jahjah, de totale onafhankelijkheid van de AEL van subsidiërende overheden of bevoogdende partijen, en de tactiek om met betogingen, prikacties en ‘patrouilles’ een plaats in de publieke ruimte op te eisen: het was in het gezapige, monoculturele Vlaanderen nooit gezien. Kent die migrant zijn plaats niet?, zo reageerde de fermettevlaming, daarin aangevuurd door politici en media. In geen tijd werd A.J. vijand nummer 1, liepen de socialenetwerksites over van beledigingen en bedreigingen aan zijn adres, riepen politici om ter hardst dat er tegen de man moest worden opgetreden en verklaarde prins Laurent zonder verpinken dat zijn aanstaande vrouw haar hondje ‘Jahjah’ had gedoopt.

Luis in de pels

Toen ik Abou Jahjah in september 2002 in zijn vrijgezellenappartement in Deurne opzocht, was ik een van de eerste ‘autochtonen’ die uit de eerste hand wou vernemen wat hij van plan was (ik tel de journalisten niet mee die – op zoek naar een scoop, een leugen, een verspreking – hem beroepshalve kwamen spreken). Ik zat er tegenover een zelfzekere jongeman die dacht dat in dit democratische landje de toekomst van zijn beweging verzekerd  was. Hoe kon het ook anders, zo redeneerde hij: wij kaarten reële problemen aan, de straat volgt ons, niemand doet ons wat. Ik zei ‘m dat hij zich vergiste. De AEL was een luis in de pels van het establishment, en die zou last krijgen van ondraaglijke jeuk. Want de elite wou of was niet in staat om de structurele problemen die hij aankloeg aan te pakken. De politieke wereld zou geen ‘lobbygroep van moslims’ tolereren, en al zeker niet in Antwerpen, waar de diamantsector en de zionistische lobby machtige spelers zijn.

Zouden Yves Desmet en Luc Lamine niet geloofwaardiger zijn als zij een zelfkritiek zouden maken over hun rol in de smeercampagne tegen Abou Jahjah en de AEL in de jaren 2001-2004?

Ik twijfelde er dus niet aan dat het verpletterende gewicht van het staatsapparaat op de AEL zou neerkomen om de organisatie te vernietigen. Dat gebeurde ook. Politiek, media, staatsveiligheid en politie gooiden alle troepen in de strijd om de beweging te diskrediteren en te isoleren van de ‘autochtone’ meerderheid. Leden werden geïntimideerd of zelfs gebroodroofd. En Abou Jahjah zelf belandde enkele dagen in de gevangenis, op beschuldiging van het aanzetten tot rellen. Valse beschuldigingen, zo bleek achteraf. Maar de beweging bloedde dood, en Abou Jahjah vertrok naar Libanon. Tot zeer binnenkort dus.

Met deze voorgeschiedenis in het achterhoofd (uitvoerig gedocumenteerd in mijn boek Wie is bang voor moslims? Aantekeningen over Abou Jahjah, etnocentrisme en islamofobie), las ik deze week enkele commentaren over A.J.’s terugkeer. Zowel De Morgen-journalist Yves Desmet als Luc Lamine, de toenmalige chef van het Antwerpse politiekorps, zeggen dat A.J. hun vriend niet is en dat ze met hem grote meningsverschillen hebben, maar dat hij welkom is. Sta me toe dat ik bij deze commentaren een kanttekening maak. Zouden Desmet en Lamine niet geloofwaardiger zijn als zij een zelfkritiek zouden maken over hun rol in de smeercampagne tegen Abou Jahjah en de AEL in de jaren 2001-2004?

Om hun geheugen op te frissen volgen hieronder uittreksels uit Wie is bang voor moslims? Zij tonen aan dat de persgeneraals en andere opiniemakers, waaronder Desmet, in een-tweetjes met de Staatsveiligheid, politici en politie, de AEL aan de schandpaal nagelden. Met leugens, gemanipuleerde documenten, halve waarheden. En minstens één keer met een getrukeerde foto als absoluut dieptepunt: in zijn ijver om de AEL als een geüniformeerde privémilitie te kunnen afschilderen drukte het Laatste Nieuws een Belga-foto af van enkele in het zwart geklede AEL-ers… waarvan een AEL-er met een wit hemd was afgeknipt! (editie van 19/11/2002)

 

Vrijgesproken

Wat politiechef Luc Lamine en zijn korps betreft, volstaat een verwijzing naar een dossier dat ik in Knack publiceerde. Kort nadat premier Verhofstadt in het parlement de arrestatie van A.J. had aangekondigd werd hij opgepakt en beschuldigd van opruiing van jongeren tijdens onlusten in Borgerhout. Onder applaus van Luc Lamine. Eind 2007 kregen A.J. en Ahmed Azzuz in eerste aanleg zware straffen voor hun vermeend aandeel in de rellen: één jaar effectieve opsluiting en een schadevergoeding van meer dan 5.000 euro. In het dossier in Knack toon ik evenwel aan dat ‘de bewijzen’ van opruiing door Antwerpse politieofficieren in scène waren gezet om Abou Jahjah erin te luizen. (‘Wankele bewijzen tegen Abou Jahjah’, Knack, 23/4/2008) A.J. werd op het proces in hoger beroep dan ook vrijgesproken. Maar een onderzoek naar de rol van de betrokken Antwerpse agenten en de verantwoordelijkheid van korpschef Lamine, laat staan straffen, kwamen er niet.

Kort nadat premier Verhofstadt in het parlement de arrestatie van A.J. had aangekondigd werd hij opgepakt en beschuldigd van opruiing van jongeren tijdens onlusten in Borgerhou

Zal het tweede politieke leven van A.J. in België rimpelloos verlopen? Ik ken zijn plannen niet. Alleszins is het zo dat de grote structurele problemen waarmee moslims in België en West-Europa worstelen nog steeds niet zijn weggewerkt. Al is er vooruitgang geboekt. Het zichtbare, als evident aangenomen racisme is in de verdrukking gekomen. We staan verder dan in 1992, toen in De Standaard bekend werd dat Volkswagen Vorst geen Marokkaanse Belgen wil recruteren omdat de hoofddirectie in Duitsland van oordeel is dat het profiel van Volkswagen geschaad zou kunnen worden indien zij migranten in dienst zou nemen. Noch uit politieke, noch uit mediahoek werd hierover misbaar gemaakt.

Voorts heeft een kleine laag van moslims ondertussen sociale promotie gemaakt. De tegenstellingen zijn dus niet meer zo scherp als in 2002. Maar de hevige uitval van de Antwerpse N-VA’er en zionist André Gantman tegen A.J. – volgens hem moet A.J. opgepakt worden als hij voet op Belgische bodem zet –, en de dubbelzinnige reactie van Bart De Wever (hij noemt Gantmans uitspraken ‘een persoonlijk standpunt (…) waarvoor wij, gezien zijn achtergrond, alle begrip hebben’) tonen aan dat ‘een AEL 2.0’ op niet veel clementie uit die hoek moet rekenen.

Aanslag?

Ten slotte nog dit, over Verhofstadt die de arrestatie van A.J. had aangekondigd en daarmee de scheiding der machten op de helling had gezet. Het is een verhaal dat ik ook vertelde op de plechtigheid die in Leuven bij het overlijden van onderzoeksjournalist Walter De Bock is georganiseerd. Drie dagen voor de arrestatie van A.J. belde mijn goede vriend De Bock me op, met de dringende vraag bij hem langs te komen. Een uur later vertelde hij me in zijn salon dat volgens twee betrouwbare bronnen uit het inlichtingenmilieu een commando uit Duitsland van plan was om A.J. te vermoorden. Het ging volgens zijn bronnen om een Israëlische operatie, uitgevoerd met Libanezen die ten tijde van de Israëlische bezetting van Libanon met Tel Aviv hadden gecollaboreerd en na de gedwongen aftocht van Israël uit het land in Europese veiligheidsfirma’s waren geparkeerd.

Meer weet ik niet. Klopt dit verhaal? Indien wel, krijgt Verhofstadts paniekerige mededeling in het parlement – én de gehoorzame reactie van het gerecht – betekenis. Verhofstadt, die Israël goedgezind is, wou zo wellicht voorkomen dat A.J. zou worden vermoord – want dan had Antwerpen gebrand –, en wou daarom Vlaanderen, België en de wereld duidelijk maken dat Brussel ‘het probleem’ zelf zou oplossen.

 

Uit: Ludo De Witte, Wie is bang voor moslims? Aantekeningen over Abou Jahjah, etnocentrisme en islamofobie,…

Auteur: Ludo De Witte

Ludo De Witte is auteur van onder meer ‘De moord op Lumumba’ en ‘Wie is bang voor moslims?’ Hij publiceert in september bij EPO ‘De laatste oorlog. Laten we het kapitalisme de aarde verwoesten?’ (werktitel)

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books