Vers van de Chinese pers

28 augustus 2013 Fenneke van der Aa
(Foto: Moira Clunie/ January 2008/ Flickr-CC)
(Foto: Moira Clunie/ January 2008/ Flickr-CC)
(Foto: Moira Clunie/ January 2008/ Flickr-CC)
(Foto: Moira Clunie/ January 2008/ Flickr-CC)

Dat het niet al te best gaat met menige drukkerij, wordt al duidelijk als je een beetje de krant leest. Reclamedrukkers, die hun opdrachten op grote schaal naar Oost-Europa zien verhuizen, zitten vaak in grootse problemen. Maar ook met kleine én grote boekdrukkers gaat het minder florissant. In Vlaanderen ging vorig jaar de Kortrijkse drukkerij Verraes failliet, in Nederland volgde begin dit jaar Euradius, een van de drie grootste drukkers van het land. Ook de grote Nederlandse drukkerij Koninklijke Wöhrmann moet momenteel reorganiseren, hoewel ze jaarlijks zo’n 16 miljoen boeken vervaardigt. De reorganisatie is noodzakelijk om het hoofd te kunnen bieden aan een dalende vraag naar pockets en kleinere oplagen. Wöhrmann is dochter van Groupe CPI, een van de grootste zwart-witdrukkers van West-Europa.

Dat drukkerijen van boeken moeten inbinden of zelfs de deuren moeten sluiten, is niet geheel vreemd: de afgelopen jaren werd de Nederlandstalige boekenmarkt geteisterd door teruglopende omzetten. Jaarlijks worden nog altijd zo’n 25.000 boektitels geregistreerd in Nederland en in Vlaanderen, maar omzet is een andere zaak. Vorig jaar daalde – voor het zoveelste jaar op rij – de omzet van het A-boek in Nederland met 6,3%. In Vlaanderen bedroeg die daling slechts 1,4%, maar wel dankzij bestsellers als de trilogie Vijftig tinten grijs – die overigens ook de Nederlandse bestsellerlijsten aanvoerde – én de Dagelijkse kost-reeks van Jeroen Meus. Niettemin is er dus een verminderde omzet, die logischerwijs ook effect heeft op het drukkerijwezen.

Maar als we de geruchten mogen geloven, is die daling voor drukkerijen relatief groter dan voor uitgevers. Dat heeft weinig te maken met nieuwigheden als printing-on-demand, dat voor drukkers zowel bedreigingen als kansen met zich brengt, of het e-book, dat nog altijd een marginaal verschijnsel blijft (zie Lang leve de onafhankelijke boekhandel). De sector zelf klaagt vooral over overcapaciteit: er zijn meer persen dan drukopdrachten op de markt. Die overcapaciteit zorgt voor een heftige concurrentie op prijsniveau, aangezien iedereen zijn persen wil laten draaien en uitgeverijen zo makkelijk een lagere prijs kunnen afdwingen. Maar wellicht speelt globalisering ook een rol. Want pikt het buitenland, zoals bij de reclamedrukkers, niet een groot deel van de opdrachten in?

Open Boek

De sector zelf klaagt vooral over overcapaciteit: er zijn meer persen dan drukopdrachten op de markt

Uitgeverijen blijken niet al te happig om te vertellen aan wie ze hun drukwerk uitbesteden. ‘Aan dit soort onderzoeken doen we niet mee’, klinkt het. Of: ‘voor dit soort vragen zijn we momenteel te druk met de zomeraanbieding.’ WPG Uitgevers België geeft wel thuis. Met de eigen uitgeverijen Standaard Uitgeverij, Manteau en De Bezige Bij Antwerpen is dit concern een van de grootste boek- en stripuitgevers en importeurs in het Nederlandse taalgebied. Daarnaast heeft het ook Nederlandse importfondsen, waaronder de Arbeiderspers-A.W. Bruna, De Bezige Bij, Prometheus-Bert Bakker, Querido en Unieboek-Het Spectrum. Vorig jaar kwam het aantal gedrukte boeken van WPG België uit op maar liefst 5 miljoen exemplaren.

Het merendeel van die producties wordt gedrukt in Nederland, België en Duitsland. ‘Dan gaat het om zwart-witproducties, zoals pockets en romans, en kunstboeken waarbij controle aan de persen nodig is’, zegt Ramses De Kuyffer. ‘Een kleine 25% van ons drukwerk laten we in het buitenland vervaardigen. Dat zijn vooral kleurenproducties die we laten drukken in landen als Italië, Spanje en China, maar ook in Polen en Tsjechië.’

Studie overbood

Ook educatieve uitgeverijen wijken voor drukwerk uit naar verre oorden. Volgens uitgever Peter Laroy werkt Academia Press sinds drie jaar, via een Nederlandse agent, met Poolse en Hongaarse drukkers voor haar grootste oplages. ‘De kwaliteit is vaak beter, ambachtelijker, dan wat wij hier krijgen van drukkerijen. En de lagere loonlast maakt het bijvoorbeeld mogelijk om in 500 boeken een extra blad te steken of boeken in kleinere verpakkingen manueel te behandelen.’ Uitgeverij Noordhoff, een van de grootste educatieve uitgeverijen van Nederland, laat 85% van haar boeken drukken in China en 15% in Oost- en Zuid-Europa. ‘Slechts uitzonderlijk, bij ingewikkelde producten zoals spelletjes of atlassen, drukken wij nog in Nederland’, vertelt Marchien van Doorn, directeur Operations. Jaarlijks brengt het bedrijf 2.500 titels op de markt, wat gelijk staat aan zo’n 8 miljoen boeken. Voor zulke grote aantallen is het bedrijf aangewezen op buitenlandse drukkers, omdat Nederlandse drukkers, ondanks hun overcapaciteit, te klein zijn om deze grote oplagen aan te kunnen.

Noordhoff hanteert een Code of Conduct, waarin afspraken over milieu-eisen en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden staan. ‘Denk bijvoorbeeld aan kinderarbeid of geluidsoverlast’, aldus Van Doorn. ‘Elk jaar controleren we ter plaatse of onze leveranciers zich echt aan onze voorwaarden houden.’ Houdt een leverancier zich niet aan de afspraken, dan is het contract met Noordhoff over. En daarmee ook met de internationale moedermaatschappij Infinitas Learning. Dat bevestigt Mia Brosens, inkoop- en productiemanager bij de Belgische Infinitas-dochter Plantyn. ‘Zich niet houden aan onze eisen heeft grote gevolgen: de Code of Conduct hanteren we immers Infinitas-breed. Vanuit België dus ook. Wij werken ook veelvuldig met buitenlandse drukkers, maar bij dringende titels of om de concurrentie voor te zijn, drukken we nog wel binnen de Benelux.’

Chinezen kleuren de markt

Lagere loonkosten zijn de voornaamste reden waarom Nederlandstalige uitgevers al jarenlang uitwijken naar Zuid-Europa en, meer recentelijk, naar Azië. Volgens het Nederlandse Publishers Services, dat zich als drukwerkmakelaar opstelt voor buitenlands drukwerk, kan drukken in Azië 30 tot 50% in de kosten schelen, afhankelijk van de oplage en de technische specificaties van het boek. Maar het is niet alleen prijsvoordeel dat uitgeverijen hierheen lokt. De kwaliteit van het Aziatische boek is immers niet te onderschatten. Zo winnen het Chinese 21st Century Publishing House, de Singaporese en Maleisische Tien Wah Press en het Hongkongse Everbest Printing en C&C Offset Printing regelmatig prijzen met bijvoorbeeld prentenboeken.

(Foto: Formosa Wandering/ Mei 2005/ Flickr-CC)
(Foto: Formosa Wandering/ Mei 2005/ Flickr-CC)

Prijswinnende kwaliteit tegen een lagere kost: dat maakt van Azië een populaire uitwijkmogelijkheid. China is koploper. Op dit moment is het land veruit de grootste Aziatische drukwerkleverancier voor Europa en verantwoordelijk voor 30% van de totale Europese drukwerkimport. Volgens Febelgra, de beroepsvereniging van de Belgische grafische industrie, is China zelfs belangrijker voor de Belgische import van grafische producten dan bijvoorbeeld Italië of Spanje. In 2011 kwam 4,68% van de import vanuit China.

Het cowboytijdperk voorbij

Het zijn niet alleen de Chinezen tegen wie Nederlandstalige drukkers moeten concurreren wanneer kwaliteit het onderscheid maakt. Oost-Europa is namelijk ook in opmars, en kan zelfs belangrijker worden dan Azië. Vanuit Azië verschepen naar Europa kost vier tot zes weken vaartijd. Daarbij lopen de transportkosten bij grote oplagen aardig op. Daarom is Oost-Europa voor steeds meer uitgeverijen, ondanks gemiddeld 10% hogere drukkosten dan Azië, een goede en goedkopere optie. Aanlevering is een kwestie van enkele weken, de transportkosten zijn lager en de kwaliteit gaat er sterk op vooruit.

Een land als Polen bijvoorbeeld telt momenteel zo’n 8.500 drukkerijen. En hun apparatuur bestaat niet langer slechts uit West-Europese afdankertjes. 27% van de Poolse drukkerijen schaft namelijk state-of-the-art drukapparatuur aan met steun uit Europese subsidies, terwijl 4% en 5% van de Poolse drukkerijen dat doet met nationale en lokale subsidies. Daarbij wil bijna de helft van de Poolse drukkers voor hun machineparken in de toekomst nog verder gebruikmaken van Europese subsidies. En dat levert een nog grotere concurrentiekracht op tegenover Azië én Nederlandstalige drukkers. De smet die eens op de Oost-Europese drukkerijen lag – denk: slechte reclamefolderdrukkers – is de laatste paar jaar dan ook sterk verminderd. ‘Het zijn geen cowboys meer’, zegt De Kuyffer van WPG. ‘Tegenwoordig zijn Poolse drukkers betrouwbare partners, met een stabiel prijsniveau en goede kwaliteit.’

Opbosken tegen het buitenland

Hoe kan een Nederlandstalige drukkerij wedijveren met die buitenlandse drukgrootmachten?

Hoe kan een Nederlandstalige drukkerij wedijveren met die buitenlandse drukgrootmachten? Drukkerij Proost, die bekend staat om zijn stripboeken en in 2009 in financiële moeilijkheden kwam, koos voor drievoudige uitbreiding: meer vertegenwoordigers die meer opdrachten moeten binnenhalen, een groter acquisitiegebied – tot in Scandinavië – en een uitgebreider drukwerkassortiment met nu ook magazines. Proost drukt voor Lemniscaat, Leopold en Querido en maakte voor de prijswinnende Minestrone Culinaire Uitgeverij het peperdure kookboek Sergiology van de Nederlandse driesterrenchef Sergio Herman. De Nederlandse drukkerij Wilco, die op jaarbasis 1,6 miljoen boeken drukt voor WPG Nederland, werpt zich op de meerwaarde voor de klant, door zich te profileren als duurzame partner. Het bedrijf is daarom aangesloten bij het Nederlandse project ‘Duurzaam Boek’, dat de boekproductieketen wil verduurzamen met materiaal- en energiereductie.

De Vlaamse drukkerij Oranje zocht juist de samenwerking met de buitenlandse concurrent op. Oranje werkt sinds een half jaar met Oost-Europese drukkers. ‘Vanuit onze zorg voor de drukkerij hier hebben we die stap met enige aarzeling gezet’, zegt Jannick Vercamer, ‘maar kostentechnisch ga je er wel op vooruit. Een boek dat we hier voor 15 euro maken, kost daar misschien 4 tot 7 euro. Bij langetermijnopdrachten en goede volumes is dit uitbesteden het wel waard.’ De drukkerij heeft weliswaar te maken met teruglopende opdrachten, maar kan zich verzekeren van familiale opdrachten: de boeken- en kindertijdschriftenuitgeverij De Eenhoorn en de Evolution Media Group, die business-to-business en lifestyle magazines uitgeeft, behoren immers tot dezelfde familiale holding.

Dagelijkse Gentse kost

In Gent zochten vijf drukkerijen samenwerking op uit concurrentieoverwegingen. Sinds dit jaar werken Geers Offset, Druk in de Weer, New Goff en Sintjoris samen onder de naam Graphius Group. Volgens algemeen directeur Denis Geers mogen de drukkerijen niet klagen over opdrachten – New Goff drukt bijvoorbeeld de Dagelijkse kost-reeks voor uitgeverij Van Halewyck. 57_VanderAa_Vijf Gentse drukkerijen worden Graphius.jpg

Toch is de samenwerking broodnodig om concurrentieel te blijven. ‘We besparen zo op huisvesting, transport en opslag en dat vertaalt zich naar de klant. Bovendien zijn we nu flexibeler en hebben we door onze verschillende achtergronden meer kennis in huis. Wij kunnen last minute opdrachten aan, bieden kwaliteit, persoonlijke aandacht en een beperkte ecologische voetafdruk.’

Geers bekent dat hij in het verleden ook de berekening heeft gemaakt of verhuizen naar het buitenland geen goedkopere optie is. ‘Een ploegbaas kost in Slowakije op jaarbasis misschien 15.000 euro, hier is dat 55.000 tot 60.000 euro. Maar met sommige mensen werken we al twintig of dertig jaar samen. En we gaan niet vijftig mensen de laan uit sturen, net daarom zijn we deze samenwerking aangegaan.’

Mistige zaken

Vraag blijft echter waarom uitgeverijen zo mistig doen over hun buitenlandse drukpraktijken

In tijden van crisis, digitalisering en globalisering is het niet raar dat ook uitgeverijen voor hun productie uitwijken naar verre oorden. Talloze massaconsumptiegoederen – zoals speelgoed en elektronica, maar ook boeken – worden al decennialang in het buitenland geproduceerd. Wie geen plastic pop uit China wil, moet moeite doen om een regionaal vervaardigd exemplaar te vinden. Zo werkt kapitalisme: om winst te maken, moet je de productiekosten zoveel mogelijk beperken. Uitwijken naar lagelonenlanden is dan een logische keuze.

Vraag blijft echter waarom uitgeverijen zo mistig doen over hun buitenlandse drukpraktijken. Noordhoff, dat zelf zeer transparant is over haar buitenlandse drukactiviteiten, ziet geen reden om mysterieus te zijn. ‘Niet als je zeker weet dat je met goede leveranciers werkt en goede afspraken maakt over de omstandigheden’, zegt Van Doorn. Tegenwoordig is het als bedrijf ook juist interessant om jezelf te profileren als maatschappelijk verantwoord. Of het nu gaat om een FSC-keurmerk op je papier of door te benadrukken dat je jouw boeken – wat nog vaak gebeurt – regionaal laat drukken: je wordt als bedrijf als sympathieker ervaren. Nederlandstalige drukkerijen kiezen dan ook steeds vaker expliciet voor het duurzaamheidslabel als onderscheidend concurrerend kenmerk. Strengere plaatselijke milieuwetgeving wordt dan juist de kracht van de drukker, in plaats van de zwakte.

Ook is er hoop aan de horizon: de tijd van spotgoedkope arbeid in China is voorbij. Voor het derde jaar op rij zijn de lonen van Chinese fabrieksarbeiders vorig jaar met dubbele cijfers gestegen. Daarnaast blijft, of je nu werkt met Nederlandstalige agenten of niet, de aansturing van buitenlandse drukkers altijd lastiger. Zoals Van Doorn ook stelt: ‘Je moet meer aandacht besteden aan de juiste kwaliteit en aantallen, dat een boek op de juiste manier wordt gedrukt. Dat gaat toch altijd makkelijker als je met een drukkerij om de hoek werkt.’

Dit artikel is het gevolg van een samenwerking tussen Apache en Recto verso.
LEES OOK