Iedereen journalist

0

We hebben de les niet bijgewoond en met een samenvatting van een samenvatting van een college doen we de discussie zonder meer oneer aan. Op de site van NRC en op de site van De Nieuwe Reporter vindt u ruimere achtergrondinformatie, maar om toch ergens te beginnen een poging om de kern van het debat dat mediakritisch Nederland vorige week in de ban hield weer te geven.

(Foto: NIcola since 1972)

(Foto: Nicola since 1972)

Josten en Vasterman hekelen wat ze de dominante visie op de toekomst van journalistiek noemen. Die zou stellen dat nieuws niet langer iets is waarin moet worden voorzien door professionele journalisten die zich houden aan de geldende regels en codes, maar wel iets dat zowat iedereen kan maken. Het volstaat vandaag een smartphone op zak te hebben om journalist te zijn en journalisten van de oude stempel beseffen nauwelijks dat hun professionele bastion bijgevolg op instorten staat. Dat is de dominante visie volgens Josten en Vasterman en ze miskent het belang van professionaliteit: nieuws is niet zomaar iets dat voor iedereen voor het oprapen ligt. Het veronderstelt kennis, een degelijke methodologie en ethiek.

Valse tegenstelling

Het pleidooi van de Nederlanders voor een erkenning van de waarde van professionele journalistiek zal ook veel Belgische professionele journalisten als muziek in de oren hebben geklonken en is op zichzelf zeker gegrond. Tegelijk roept hun tekst echter een soort valse tegenstelling in het leven: oude versus nieuwe media. Papieren kranten en klassiek audiovisueel nieuws staat in hun verhaal zowat synoniem voor oud en degelijk. Het wordt immers in een klassieke journalistieke omgeving gemaakt en krijgt dus impliciet een keurmerk: professioneel, degelijk en betrouwbaar. Digitaal nieuws is dat allemaal niet omdat iedereen die over een smartphone beschikt het zou kunnen maken. Kenmerkend aan veel innovatieve ideeën, zo stellen Josten en Vasterman ook nog, is dat er een eind zou moeten komen aan de autonomie van de professional. Iedereen journalist, wil de stelling en die evolutie hebben we te danken aan de digitale wereld.

Vraag is of die tegenstelling wel echt bestaat. Natuurlijk zijn er massa’s internetpublicaties die weinig of niets met journalistiek van doen hebben. Sociale media maar ook heel wat websites die een stem in het maatschappelijk debat claimen, publiceren zo goed als uitsluitend meningen. In het beste geval zijn die opinies stevig gefundeerd en vlot neergepend, maar veel vaker zijn het gewoon schreeuwtjes. En ja, hoe luider en cassanter de schreeuwtjes hoe vaker ze geshared, geretweeted en druk becommentarieerd worden. Of dat het maatschappelijk debat ten goede komt of niet, is een aparte discussie. Feit is dat het met journalistiek weinig of niets te maken heeft.

Sociale media maar ook heel wat websites die een stem in het maatschappelijk debat claimen, publiceren zo goed als uitsluitend meningen

Maar wil dat ook zeggen dat we dan maar meteen alles wat naar nieuwe, andere, digitale, zeg maar niet-klassieke journalistiek ruikt, moeten afserveren wegens niet professioneel? Hoewel de vraag in Nederland terecht werd opgeroepen, gaan we even voorbij aan de discussie of journalistiek zoals die vandaag bedreven wordt in klassieke papieren en audiovisuele media zich wel zo consequent laat leiden door gedegen kennis, een correcte methodologie en ethische afwegingen. Relevanter hier is de vraag of online ‘journalistiek’ dat consequent niet doet.

Goedkoop

Inderdaad, de meest afstotelijke vormen van wat onder de noemer ‘journalistiek’ passeert, vallen online te beleven, maar ook het omgekeerde is waar. De meest beklijvende journalistieke bijdragen wereldwijd stonden de voorbije maanden (en eigenlijk al jaren) te lezen op de website van The Guardian en dat komt heus niet omdat die ‘krant’ dagelijks ook nog op 200.000 papieren exemplaren wordt verdeeld. In Frankrijk deed de kleine ploeg journalisten van de betalende website Mediapart afgelopen voorjaar de machtscentra op haar grondvesten daveren na publicaties over de geheime Zwitserse bankrekening van (ex)-minister Cahuzac. In Groot-Brittannnië doet Exaro News mooie dingen. In de VS is er Pro Publica, …  Om maar te zeggen dat de wereldwijde voorbeelden over hoe het digitaal wél goed kan, voor het oprapen liggen.

Er is ook een belangrijk argument om aan te nemen dat het digitaal misschien wel beter en vooral onafhankelijker kan dan via de klassieke ‘professionele’ journalistieke kanalen: digitaal nieuws is veel goedkoper. Niet alleen iedereen met een smartphone, ook journalisten zelf kunnen het heft in eigen handen nemen en zijn niet langer afhankelijk van uitgevers om drukpersen aan te kopen, tonnen papier in te slaan en dagelijks honderden vrachtwagens volgestouwd met kranten over de weg te sturen. De kosten voor digitaal nieuws blijven zo goed als beperkt tot het redactionele werk. Anders gezegd: je kan met veel meer journalisten voor veel minder geld veel betere journalistiek bedrijven. We kunnen de smartphone als een bedreiging voor de klassieke TV-camera zien en internet als een bedreiging voor de papieren krant, of journalisten kunnen de innovatie omarmen en gebruik maken van de democratisering van nieuwsmiddelen om echte onafhankelijkheid te kopen, ook van de steeds meer geconcentreerde macht van hun (kranten)uitgevers. Het geeft journalisten, een sterk drukkingsmiddel in handen, alleen is dat besef nog niet overal helemaal doorgedrongen.

Niet alleen iedereen met een smartphone, ook journalisten zelf kunnen het heft in eigen handen nemen en nieuws zelf brengen

Of we het nu willen of niet, de economische mediacrisis lijkt sowieso in die richting te duwen. Binnen de reguliere media is het weliswaar bon ton om te beweren dat we nog nooit betere kranten hebben gehad dan vandaag, maar tegelijk is er veel kritiek op ‘de media’ en ook met de score op de geloofwaardigheidsbarometer valt het flink tegen. Echt vreemd is dat niet: de voortschrijdende mediaconcentratie dunt het peloton journalisten uit en maakt de kranten dikker dan ooit. En toch zouden we alleen maar betere kranten krijgen. Beide stellingen vloeken met elkaar. Dat de economische mediacrisis ook een journalistieke crisis in het leven roept, is de logica zelve. Toch lijken ook Josten en Vasterman gevoelig voor de ontkenning ervan:

Een probleem met het verdienmodel is iets anders dan de voorgespiegelde crisis van de professionele journalistiek en de belangrijke waarden die zij vertegenwoordigt.

Te vrezen valt dat beiden – de economische en de journalistieke mediacrisis – hand in hand gaan. Samen met haar klassieke dragers zit ook de professionele journalistiek op de schopstoel. We kunnen dat allemaal geweldig jammer vinden. We kunnen terechte pleidooien houden voor degelijke, ethisch verantwoorde en professionele journalistiek. Maar misschien moeten we vooral ook durven kijken welke kansen de digitale revolutie biedt in plaats van ze te zien als de bron van alle onheil.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid