‘Journalisten moeten beleefde klootzakken zijn’

0

‘Remember they’re public servant, and you serve the public’. Telkens hij zijn bronnen raadpleegt, werpt Damien Spleeters een schuinse blik op bovenstaand citaat, ergens tussen de notaboekjes op zijn werktafel. Zeker als het om overheidsbronnen gaat. Spleeters is zelfstandig onderzoeksjournalist met wapens als stokpaardje. Het gouden pistool van Kadhafi, de verkoop van Belgische helikopters aan een duistere Brusselse firma, de illegale vernietiging van nationale archieven… het zijn allemaal dossiers waarin hij zich de voorbije jaren onderdompelde.

Damien Spleeter, autoportrait à notre demande. (

Damien Spleeter (zelfportret)

Amper 27 jaar is hij en een typisch Belgisch product: geboren in Henegouwen, getrouwd met een Vlaamse, en met een optrekje in Gent. De resultaten van zijn onderzoekswerk publiceerde hij op Apache.be, in De Morgen, The New York Times, La Libre Belgique en Le Soir. Als trouwe medewerker van het eerste uur, sluit zijn journalistieke aanpak perfect aan bij het mission statement van Apache.

Columbia Journalism School

Enkele dagen voor zijn vertrek naar de gereputeerde Columbia Journalism School, voor een bijkomende opleiding, sprak Apache met Damien Spleeters over zijn carrière, over zijn leven als onderzoeksjournalist en over zijn soms bittere kijk op de realiteit van de Belgische pers.

Hoe ben je in het vak gerold?

Damien Spleeters: “Ik heb een bacheloropleiding journalistiek gevolgd aan de ULB, maar eerlijk gezegd was het allemaal veel te theoretisch naar mijn zin. Als het zo moet, dan is journalistiek niets voor mij, dacht ik. Ik was 18, en niet echt een blokbeest (lacht). Ik haalde mijn bachelor uiteindelijk wel, maar daarna koos ik voor een Master in de Theaterwetenschappen. Maar daar begon ik pas echt te balen. Veel te intellectueel. Toch heeft het me op journalistiek vlak iets bijgebracht: de maskerade, de interactie tussen de acteurs, de rollen die er vertolkt worden, en die we onszelf toebedelen in de maatschappij.

In die periode schreef ik veel verhalen en poëzie, maar na mijn masterdiploma in 2010, wilde mijn vrouw een jaar naar de Verenigde Staten. Ik besloot om mee te gaan. We woonden in Washington waar ik een baantje vond in een supermarkt. Ik deed er vaak nachtwerk. Daar ontmoette ik mensen die het zwaar te verduren hadden, die twee jobs combineerden om hun rekeningen te kunnen betalen. Over hen wilde ik het hebben, over het Amerika van de meritocratie.

Vanuit Washington trokken we landinwaarts. Op veertig dagen tijd legden we meer dan 40.000 km af. Met de zelfopgelegde verplichting om een persoon per dag te ontmoeten en ermee te praten. Voor mij was het een belangrijke journalistieke oefening, een oefening waar creativiteit uit dwang ontstaat. Ik heb het project naar Rue89 gestuurd, en Apache.be heeft sommige delen ervan overgenomen in het Nederlands. Zo ontstond de blog West We Go.”

Daarna kwam je terug naar België en besliste je journalist te worden. Hoe keek je toen naar de Belgische media ?

“Ik had er nauwelijks een idee van. Ik las geen kranten. Ik ben beginnen samen te werken met Le Soir over Bekileaks, daarna heb ik het Elisa-project voorgesteld, een beetje zoals West We Go maar dan over de asielcrisis die elke winter opnieuw de kop opsteekt. Ik begon ook te werken voor de webredactie van Le Soir. Steeds als zelfstandig journalist. Zo ontdekte ik stukje bij beetje de realiteit van de sector. Hoe zwaar het is. Laat ons zeggen dat ik de goede en de slechte kanten heb gezien, maar ik wijd er liever niet over uit. Na enkele maanden hebben we de samenwerking beëindigd.”

Gouden pistool

Hoe kwam je er uiteindelijk toe om je te specialiseren in wapens?

“Toen ik nog bij Le Soir werkte, besefte ik dat ik een niche moest vinden, een thema waar ik dieper op in kon gaan. Doe je dat niet, dan overleef je als freelancer niet. Terwijl ik in de zomer van 2011 de dienst waarnam op de webredactie, was ik heel actief op Twitter en interesseerde ik me voornamelijk voor het internationale nieuws. De situatie in Libië kwam tot een kookpunt. Toen ik vernam dat daar Belgische mijnen waren, was mijn nieuwsgierigheid definitief geprikkeld. Ik wilde er meer over weten. Alles eigenlijk (lacht).

Als freelancer moet je een niche vinden. Doe je dat niet, dan overleef je als freelancer niet

Ik twitterde en maakte gebruik van Facebook. Door tekst, beeld en video te mengen, gaf ik een soort multimediaal karakter aan mijn werk. Op Twitter begon ik mensen te volgen die over wapens praatten, ik raadpleegde gespecialiseerde blogs, en vond nieuwe contacten. Pas na verloop van tijd begrijp je wie kwalitatieve informatie verspreidt, wie betrouwbare bronnen zijn en wie wel en wie niet goed is om gevolgd te worden op de sociale media. Ik maakte een tumblr, (The trigger), een ‘work in progress’ waarop ik goede video’s, foto’s en bronnen over wapens publiceerde. Op basis van al die bronnen, ben ik dan een artikel beginnen schrijven over wapens. In oktober 2011 werd Kadafi gearresteerd in Syrte. Op de foto’s was een gouden pistool te zien, dat van hem. Ik heb ingezoomd op het beeld en ik zag de inscriptie ‘Made in Belgium’. Zijn wapen was afkomstig uit België! Kijken naar wapens en ze analyseren heeft uiteindelijk tot iets gediend (lacht).”

Maar intussen had je wel geen vast contract meer.

“Ik was werkloos. Nu moet je weten dat mijn vrouw nogal feministisch is ingesteld. Allebei dezelfde inspanning leveren en allebei werken is belangrijk voor haar. Na Le Soir moest ik een vaste job hebben, een structuur, maar dan één die me tegelijk ook tijd gaf om het onderzoek te verrichten dat ik graag wilde doen. Daarom heb ik een halftijdse job aangenomen in de Delhaize van mijn wijk, in de groenten- en fruitafdeling.

Het achterliggende idee was dat ik zo ‘gemakkelijk’ verlof kon opnemen om op reportage te vertrekken. Maar zo eenvoudig was het niet. Door onderzoek te doen naar wapenexport en de aanwezigheid van Belgische wapens eerst in Libië en daarna in Syrië, ben ik uiteindelijk vier keer ter plaatste geweest (twee keer in Libië en twee keer in Syrië, SM). Ik kreeg steun van het Fonds voor Journalistiek en van het Fonds Pascal Decroos, maar ik heb ook dingen zelf moeten financieren.

De focus ligt op wapens, maar uiteindelijk zijn die wapens een voorwendsel om het over dat deel van de wereld te hebben, over de relaties tussen landen onderling en tussen mensen. Over België ook, de manier waarop dit land wordt geleid. Weet je, als de kogels je om de oren vliegen, maar de volgende dag schik je gewoon bloemkolen in de rekken, dan creëert dat een zekere bescheidenheid.”

We moeten weg van de journalistiek van de meeloperij, van de veel te sterke banden tussen media en politiek

Verenigde Staten

En nu ga je tien maanden naar New York om te studeren aan de ‘Columbia Journalism School’ en om er mee te werken aan het ‘Toni Stabile Center for Investigative Journalism’. Wat verwacht je ervan?

“Ik hoop er meer te leren over de manier van werken in de VS, waar een agressiever soort journalistiek wordt beoefend, waar het normaal is dat de politiek verantwoording aflegt en waar journalisten om verantwoording vragen, in tegenstelling tot het meegaande soort van journalistiek dat hier beoefend wordt. De achterliggende vraag is: wat doet de overheid met onze centen, met de belastingen die wij betalen?

De selectieprocedure duurde lang, bijna een jaar. Met veel documenten die ingediend  moesten worden om de Fulbright beurs en de BAEFF beurs te krijgen waarmee ik mijn studies kan bekostigen. Het idee is om de drie belangrijkste aspecten van mijn werk te combineren: onderzoek, internationale informatie en nieuwe media. Ik wil een werk voorbereiden en realiseren, en een virtuele gemeenschap creëren met Youtube, Twitter, Facebook en Tumblr. Het is een avontuur dat veel persoonlijke opofferingen vraagt, maar dat heb ik er voor over.”

Welk advies heb je voor jonge en minder jonge journalisten die eraan willen beginnen?

“Je moet een klootzak zijn. ‘The toughest son of a bitch in town’. Maar dan wel één van het beleefde soort. Je moet iedereen lastig vallen: hoofdredacteurs en chefs die jouw artikel kopen, je bronnen en de regering. En bovenal, je moet het leuk vinden.

We moeten weg van de journalistiek van de meeloperij, van de veel te sterke banden tussen media en politiek. Het doet me denken aan de woordvoerder van een federale minister die mij op Facebook een vriendschapsverzoek stuurde terwijl ik hem geregeld lastig viel over bepaalde dossiers. Ik heb hem geantwoord dat zoiets voor mij niet compatibel was.

Je moet ook geen schrik hebben om jezelf beperkingen op te leggen door te specialiseren. Als zelfstandig journalist moet je ophouden met over je heen te laten lopen. Als iedereen dat zou doen, dan zou dat ons werk veel gemakkelijker maken”

Auteur: Sylvain Malcorps

Manager d’Apache.be partie francophone, j’apprends tous les jours à faire mon métier de journaliste.

sylvain@apache.be
Facebook: Sylvain Malcorps

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid