Wegwerpwerknemers (2)

3

Toen ik nog aan de universiteit werkte, werd een collega aan het einde van haar proefperiode ontslagen. Dat gebeurt dagelijks, hoor ik u zeggen. Is ook zo. De komst van deze collega, net geen jaar eerder, herinnerde ik me nog goed. “Ze heeft goede onderzoekscompetenties,” zo vertelde de vice-decaan trots. Nochtans had haar job in de verste verte niets met onderzoek te maken. Vreemde aanwerving, dacht ik, aangezien zeer competente mensen binnenshuis waren gepasseerd.

Herman LoosIn de proefperiode gebeurde veel. Mijn collega worstelde met haar job en afwisselend probeerde ze zich de nodige competenties eigen te maken of het werk van zich af te schuiven. Ik was daar soms slachtoffer van, zo gaat dat. Toen werd ze ernstig ziek en was maanden uit roulatie. Haar eerste werkdag na de behandeling, ze was vervroegd uit ziekenverlof teruggekeerd, kreeg ze haar ontslag. Koud geserveerd. Een zieke, alleenstaande moeder stond op straat.

Laf genoeg

De gangen gonsden. Dat we niets waard zijn, als werknemers. Dat we morgen zomaar op straat kunnen staan. Dat “ze” met ons doen wat ze willen. Toch waren mijn collega’s, de ene na de andere, te laf om hun ongenoegens rechtstreeks te uiten tegen de faculteitsoversten. Waarom? Omdat we allemaal laf zijn, als het er op aan komt. Laf genoeg om een systemische reden – de verwijzing naar de vaste benoeming bij nakende afloop van de proefperiode – als geldig te aanvaarden.

Ik heb mijn mond opengedaan. Het is een pluim die ik zonder veel animo op mijn hoed steek. Een moeilijk karakter, zo is steeds over mij gezegd. Dat moeilijke karakter vertelde aan de decaan en de directeur dat het ontslag van onze collega “onmenselijk, streng en onrechtvaardig, een universiteit onwaardig” was. Ik kan de woorden citeren omdat ik mijn hele betoog had voorbereid: uitgeschreven, ingestudeerd. Als een toneel.

We stellen het systeem niet in vraag zolang ons leven soepel draait. En dat is een gigantische fout

Uit de wind

Maar het was geen toneel. Het was een uiting van pure verontwaardiging. Indignez-vous! Bitter ongeloof was het ook, om voor het eerst aan den lijve te ondervinden hoe mensen wegwerpwerknemers zijn binnen de bedrijfslogica. “Mensen moeten voor regels komen. Altijd.” Het was de stelregel waarrond ik mijn betoog had gebouwd, toen en in zovele andere discussies. We zijn in de eerste plaats allemaal mensen. De systemen en regels hebben we gemaakt om orde te scheppen maar niet om ons achter te verschuilen.

Toch is net dat wat de meeste mensen zullen doen: lafhartig schuilen achter regels en systemen. Waarom immers zelf opstaan wanneer binnen het systeem een klachtenprocedure is opgenomen? De ander zal zich wel redden. Waarom het risico lopen zelf wind te vangen wanneer je in een mooi peloton uit de wind over het jaagpad kan razen? We stellen het systeem niet in vraag zolang ons leven soepel draait. En dat is een gigantische fout.

Auteur: Herman Loos

Herman Loos is auteur van Menselijke grondstof: over leven op de bodem van de Europese arbeidsmarkt (EPO). Hij is docent filosofie en ethiek aan hogeschool Odisee (Brussel) en docent sociologie aan AP Hogeschool (Antwerpen). Hij schreef columns voor Apache en publiceert ongeregeld opiniestukken en gastbijdragen bij uiteenlopende media.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid