Fietsonvriendelijk

1

Vijfenzeventig ongevallen in de afgelopen twee jaren. Tweeëntwintig verkeersdoden. Het staat op een reeks borden langs de Route Nationale 21, de verbindingsweg die door mijn thuisdepartement Gers loopt. Wat het merendeel van de autobestuurders betreft, is dat een redelijke prijs om te betalen. Ze zullen dat niet hardop zeggen en misschien denken ze het niet bewust, maar uit hun rijgedrag valt niets anders op te maken.

Herman LoosJaarlijks rijd ik per fiets een veelvoud van het aantal autokilometers dat ik afleg. Tijdens fietsreizen heb ik ruim tienduizend kilometer afgelegd in West-Europa, waarvan de laatste gisteren, rond een uur of vijf, in de gietende regen. Op de Route Nationale 21. Als er een ding is waarvan ik zeker ben, dan wel dat voor het merendeel van de autobestuurders een fietser een obstakel is, een voorwerp dat zonder mededogen een tiental seconden van je kostbare tijd kan verspillen.

Fietsvriendelijke steden

Hoe graag men politiek ook uitpakt met fietsvriendelijke steden, fietsen is onveilig en zal dat zijn zolang auto’s en fietsen veroordeeld zijn de rijweg te delen. Dat Bordeaux, de stad die ik deze week met ware doodsverachting doorfietste, zich tot de meest fietsvriendelijke steden ter wereld mag rekenen, toont hoe ernstig de situatie is. Bordeaux is niet fietsvriendelijk. Om eerlijk te zijn: ik ben nog nooit door een fietsvriendelijke stad gefietst. Het lijstje met steden die ik heb aangedaan is nochtans eindeloos.

Fietsvriendelijkheid ligt niet in het aanleggen van fietsersstroken of fietspaden, maar in een mentaliteit. Die moet niet enkel van de fietser komen, maar ook en vooral van de voetganger die graag over fietspaden wandelt, van de gehaaste burger die op de fietsstrook parkeert en die zijn afval graag op fietspaden dumpt, van het gemeentebestuur dat wel de rijweg maar niet het fietspad sneeuwvrij maakt.

Onuitstaanbare gevaren

De belangrijkste mentaliteitswijziging komt de autobestuurder buiten de stad toe. Van de vijfenzeventig ongevallen die de afgelopen jaren de Route Nationale 21 ontsierden, is een meerderheid veroorzaakt door chauffeurs die steeds op zoek zijn naar tijdwinst: hier een paar seconden afpitsen, daar wat oponthoud vermijden. Allemaal vinden ze dat ze perfect de risico’s kunnen inschatten. Stuk voor stuk zijn ze er van overtuigd dat het vooral de anderen zijn, die onuitstaanbare gevaren zijn op de weg.

Fietsen is onveilig en zal dat zijn zolang auto’s en fietsen veroordeeld zijn de rijweg te delen

De fietser merkt het beter op dan de autobestuurder: de weg is vergeven van zotten die zelfs het zachtjes wrijven van een rempedaal als een belediging voor het aardse leven beschouwen. Het aantal auto’s dat rakelings langs de fietser scheert, inhaalt voorbij een volle lijn, bochten afsnijdt, … is eindeloos. Zelfs de onverhoedse Belgische toerist met twee koersfietsen op het rek legt zonder problemen het leven van de zwakke weggebruiker in de waagschaal.

Moordende snelheid

Ja, automobilist. U maakt mij ziek. Ik sta doodsangsten uit om u. En ja, net wanneer ik denk dat het wel zeer onwaarschijnlijk is om na een dagtocht van net geen honderd kilometer in de pletsende regen van de weg gemaaid te worden, doet u mij daveren. Terwijl mijn vrouw – wij zijn tandemrijders – reeds vijftig meter lang aangeeft dat we onze thuisstraat indraaien, stampt u op het gaspedaal in de ijdele hoop ons nog net voorbij te kunnen. Uw snelheid is moordend, mijn reflexen zijn barmhartig. Ik ben een risico dat u wilde nemen. U mag mij dankbaar zijn.

Auteur: Herman Loos

Socioloog, woont in de Zuid-Franse stad Tarbes.