Leven in een economisch model

3

In een blogpost pleitte econoom en voorzitter van Liberales Andreas Tirez vorige week voor lagere loonlasten. In ‘Red ons pensioen: schaf loonvorming op anciënniteit af’ rekent hij voor dat het hoge loon van oudere werknemers zorgt voor de lage activiteitsgraad van deze generatie. Het kan niet dat mensen naarmate ze ouder worden meer verdienen. In zijn wereld van cijfers en tabellen klinkt dat niet meer dan logisch. Het is aan anderen om zijn ongelijk te bewijzen.

Peter CasteelsDe redenering van Tirez – overigens een aimabel en intelligent man – is helder. Hij vat het zelf samen:

“Een belangrijke oorzaak van de lage werkzaamheidsgraad van oudere werknemers is wellicht de rol van anciënniteit in de loonvorming. In België zou het loon te veel automatisch stijgen met de leeftijd: hoe langer men ergens werkt, hoe meer loon men krijgt. Dat is in het begin natuurlijk logisch, omdat men ervaring opdoet, waardoor de productiviteit stijgt. Maar die productiviteitsstijging vlakt af: als je ergens 15 jaar werkt, dan zal je het 16de jaar misschien wel nog ietsje beter worden, maar wellicht onvoldoende om de loonstijging te verantwoorden. Na 25 of 30 jaar al helemaal niet meer. Maar men blijft jaar na jaar meer kosten zonder dat je productiever wordt en uiteindelijk prijst de werknemer zichzelf uit de markt.”

Oude mensen produceren niet meer dus ze horen ook niet meer te verdienen. Onder economen is dat een stelling die al langer opgang maakt. In 2011 stelde sp.a-econoom Rudi Vander Vennet in een les die ik van hem had voor om oudere mensen (om weliswaar enigszins verschillende redenen) zelfs iets minder te laten verdienen. Voor wie naar de productiviteitsgraad van ouderen kijkt, is ook dat waarschijnlijk te verdedigen. Oude mensen produceren allicht minder dan hun jongere collega’s. Ze brengen hun werkgever minder op, dus er is vast een econoom te vinden die het een kwestie van rechtvaardigheid vindt dat oudere mensen minder verdienen. En dat anciënniteit een pervers effect is.

Werkervaring

Het zijn redeneringen die enkel binnen de beslotenheid van een economisch model kloppen. Productiviteit daalt, winst van werkgever daalt, loon voor werknemer moet dalen. Wat hierin ontbreekt, is dat het om mensen gaat. Arbeiders zijn geen productiemachines. Oudere mensen produceren minder, maar het werk valt hen zwaarder. Ze moeten meer inspanningen leveren voor dezelfde prestaties. Dan wordt het harder werken voor minder geld. Helaas is er in een model dat vertrekt vanuit de baten van werkgevers geen plaats voor zulke overwegingen. Die spelen wel mee in de samenleving, maar daarin zijn economen minder geïnteresseerd.

De obsessie met economische maximalisatie, die ook door politici is overgenomen, moet eruit

Het afschaffen van de anciënniteit is niet het enige voorstel dat aan zo’n blindheid lijdt. Econoom Gert Peersman hield onlangs een pleidooi voor huurhuizen. In Ter zake noemde hij als één van de voordelen daarvan de verhoogde mobiliteit van mensen die huren. Een huurder kan makkelijker verhuizen als hij elders een baan vindt. Om dezelfde reden verkiezen economen de Verenigde Staten boven Europa. Daar is de mobiliteit van mensen (die allemaal dezelfde taal spreken) veel hoger. Dat een verhuis vaak het sociale leven van mensen onherstelbaar ontwricht, wordt daarbij niet in rekening gebracht.

Of neem onderwijs. Dat kan volgens economen niet genoeg aangesloten zijn op de arbeidsmarkt. Leerlingen moeten tijdens de schooluren stages volgen om werkervaring op te doen. In het voortgezet onderwijs volgen ze best een technische opleiding. In economische modellen dient onderwijs om kinderen op te leiden tot werknemer of – als het even kan – ondernemer. Dat de samenleving hen in diezelfde periode ook graag ziet groeien als burger, mens en democraat, doet er niet toe.

Alsmaar meer

Het kan wetenschappers niet verweten worden dat ze enkel oog hebben voor hun vakgebied. Ze proberen het beste te maken van hun economische modellen. Maar dat hun argumenten elke maatschappelijke discussie domineren is hinderlijk. Zoals Robert Skidelsky (ook al een econoom) in het boek ‘Hoeveel is genoeg?’, dat hij samen met zijn zoon schreef, beargumenteert, moeten ook andere intellectuelen zoals psychologen en moraalfilosofen zich in zulke discussies mengen. De obsessie met economische maximalisatie, die ook door politici is overgenomen, moet eruit.

Dat doen intellectuelen niet door vanaf de zijlijn lekker vanuit de heup te knallen maar intellectueel niet verder te raken dan de gemeenplaats dat het allemaal de schuld is van de vrije markt of een grap over Ivan Van de Cloot. Het mag iets meer zijn. Zoals Wouter Deprez onlangs in Humo op intelligente wijze het verlangen naar ‘alsmaar meer’ verwierp. Hij vroeg zich af waarom zijn generatiegenoten zich in hemelsnaam in zoveel rijkdom laten opsluiten. Een vraag die economen zich voorwaar nooit zouden stellen.

Auteur: Peter Casteels

Peter Casteels (1989) studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Op Twitter spreekt u hem best aan met @pcasteels en mailen kan naar peter.casteels@apache.be.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid