Team-De Wever (1): Philip Heylen, hordenloper

30 januari 2013 Georges Timmerman
gemeenteraadApen20013_0007_Laag 2
Beeld: Koen Huybrechts
gemeenteraadApen20013_0007_Laag 2
Beeld: Koen Huybrechts

De politieke carrière van Philip Heylen (43) nam niet bepaald een vliegende start. Na een ommetje bij de liberale jongeren koos hij voor de toenmalige CVP. Bijna twintig jaar geleden begon hij zijn loopbaan als kabinetsadviseur van Bruno Peeters, schepen van Communicatie, decentralisatie en bestuurlijke organisatie. Samen met Marc Van Peel en Marc Wellens was Peeters verkozen op de lijst Antwerpen '94, een kartel van CVP, Volksunie en onafhankelijken. Vervolgens werkte Heylen van 1998 tot 2000 als adviseur van de nationale CVP-voorzitter Marc Van Peel en diens opvolger Stefaan De Clerck.

Eerste horde: Wellens

In oktober 2000 kon Heylen voor het eerst deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezingen, op een verkiesbare derde plaats. Hij haalde slechts 1.232 voorkeurstemmen en werd niet verkozen, maar geraakte als opvolger toch in de gemeenteraad. Dat ging als volgt. Uittredend schepen Bruno Peeters was boos omdat hij de voorlaatste plaats had gekregen op de lijst. Hij hield de eer aan zichzelf en stapte uit de politiek. Zijn plaats op de lijst werd ingenomen door Marc Wellens, voormalig schepen voor Openbare werken en later van Sociale zaken. Maar de naam van Wellens, die campagne voerde met de slogan "Wellens weet van wanten", was herhaaldelijk gevallen in de affaire rond de beruchte lobbyman en facturenzwendelaar Raoul Stuyck.

Wellens werd genoemd in enkele dubieuze dossiers van 'politieke sponsoring' door het reclamebedrijf JC Decaux en de vastgoedfirma's rond het AMCA-complex. De partijleiding van de CVP vond het verstandiger om Wellens af te voeren naar de provincieraad, als bestendig afgevaardigde. En zo kwam Heylen op een diefje toch in de gemeenteraad. Een schepenmandaat zat er nog niet in. Hij werd wel benoemd tot voorzitter van de intercommunale Isvag, uitbater van de problematische en vervuilende afvalverbrandingsoven in Wilrijk. "Er zijn leukere jobs", zuchtte Heylen.

Tweede horde: De Ranter

In 2000 werd Eric Antonis, die faam had verworven als intendant van Antwerpen cultuurstad '93, opnieuw Cultuurschepen. Maar de oude krijger werd moe en kondigde aan eind 2003 te willen stoppen. Wie zou hem in het midden van de legislatuur opvolgen? Tijdens de formatiegesprekken werd beslist dat die eer te beurt zou vallen aan Ludo De Ranter, toen net als Philip Heylen en Nahima Lanjri een vertegenwoordiger van de jonge garde bij de Antwerpse CVP. Helaas bleek De Ranter een politiek warhoofd en zelfs een regelrecht ongeleid projectiel. Er werd openlijk getwijfeld aan zijn capaciteiten om een monument als Antonis op te volgen. De speculaties en het gekonkel werden uiteindelijk teveel voor De Ranter, die in het voorjaar van 2002 ontslag nam uit de CD&V en als onafhankelijke in de gemeenteraad bleef zitten. Daarmee gaf De Ranter meteen ook de ambitie op om Antonis op de volgen als Cultuurschepen.

Derde horde: de Visa-affaire

In 2003 barstte de Visa-affaire los: een plotse en ingewikkelde stortvloed van echte en vermeende fraude- en corruptiezaken met stadsgeld. De schandaalsfeer, duchtig aangewakkerd door Vlaams Belangers en ontevreden politieofficieren, veroorzaakte een politieke crisis met als hoogtepunt het collectieve ontslag van het college onder leiding van burgemeester Leona Detiège (SP.A). Ze moest het veld ruimen voor partijgenoot Patrick Janssens, die alle schepenen (op twee na) terug opviste in zijn nieuwe bestuursploeg. Van Peel en Antonis overleefden dus de crisis, hoewel hun partij ook enkele klappen had moeten incasseren. (En passant betekende de Visa-affaire ook het genadeschot voor Ludo De Ranter. Hij werd ervan verdacht allerlei lelijke roddels te hebben verspreid over de interne CD&V-keuken en viel bijgevolg totaal in ongenade bij die partij.)

Zo dook er bijvoorbeeld een vrij gedetailleerd verhaal op over een fund raising dinner dat in november 2001 werd georganiseerd voor de Antwerpse CD&V-kandidaten in de Hilton aan de Groenplaats. De 125 deelnemers betaalden elk 500 euro per couvert om de beentjes onder tafel te steken in aanwezigheid van Marc Van Peel, Philip Heylen, Nahima Lanjri en Eric Antonis. Niets aan de hand, ware het niet dat een ontslagen secretaresse van reclamebedrijf JC Decaux naar het gerecht stapte en verklaarde dat drie topmannen van het bedrijf samen 1.500 euro cash hadden betaald en hiervoor een factuur hadden gekregen van de managementvennootschap van Boudewijn Muts, voorzitter van de Antwerpse CD&V en organisator van het evenement. Een onderzoek van het Antwerpse parket naar mogelijke schriftvervalsing en illegale partijfinanciering leverde evenwel niets op: de raadkamer besliste in 2005 om de drie verdachten buiten vervolging te stellen.

Nadat De Ranter van het toneel was verdwenen, kwam Nahima Lanjri in beeld als potentiële schepen. Gelukkig voor Heylen kreeg ze in 2003 een verkiesbare plaats voor de federale verkiezingen

Om de aanhoudende druk van de media te counteren, zag Boudewijn Muts zich in volle Visa-crisis verplicht inderhaast een persconferentie te beleggen, waarop hij probeerde de beschuldigingen te ontzenuwen. Bij die gelegenheid gaf Muts interessante details over de financiering van de verkiezingscampagne van het kartel Antwerpen 94. Die bleek in totaal 335.000 euro te hebben gekost (ter vergelijking: twintig jaar later heeft de recente campagne van de Stadslijst, het kartel van SP.A en CD&V, 340.000 euro gekost). Giften en steun van de nationale partijkassen bleken onvoldoende om de kosten te dekken. Om de financiële krater te dichten, moesten de CVP en de Volksunie elk een lening van 125.000 euro aangaan bij de banken. Beide leningen, die waren afgesloten door wijlen VU-kopstuk en toenmalig schepen van Financiën Hugo Schiltz, werden volgens Muts gedurende de daarop volgende vijf jaar afbetaald door de mandatarissen die zich borg hadden gesteld. Voor de CVP ging het om Bruno Peeters, Marc Wellens, Eric Antonis en Marc Van Peel. Ook dat zegt iets over het politieke gewicht dat de betrokken politici in hun eigen partij hadden in die periode.

Vierde horde: Lanjri

Nadat De Ranter van het toneel was verdwenen, kwam Nahima Lanjri in beeld als potentiële schepen. Gelukkig kreeg ze in 2003 een verkiesbare plaats voor de federale verkiezingen en werd ze parlementslid in de Kamer. "We willen als Antwerpse CD&V Lanjri nationaal uitspelen", luidde de redenering van de partijtop, "Heylen is onze stadstroef." Er werd ook even gespeeld met het idee om Van Peel naar voor te schuiven als opvolger van Cultuurschepen Antonis. Heylen zou in dat scenario dan schepen van Districtraden (dat was immers zijn specialiteit) en Personeel kunnen worden. Dat plan ging niet door en in juni 2004 mocht Heylen eindelijk de eed afleggen als Cultuurschepen.

Vijfde horde: Cathy Berx

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 dienden zich twee mogelijke lijsttrekkers aan: Philip Heylen en Cathy Berx, destijds OCMW-ondervoorzitter en nationaal ondervoorzitter van CD&V. Uittredend lijstrekker Van Peel koos voor Heylen. "Van Peel gaat ermee akkoord lijstduwer te worden, maar zegt meteen dat hij in een nieuwe legislatuur nog schepen wil zijn", noteerde een krant. Berx legde zich braafjes neer bij de gang van zaken en werd enkele jaren later beloond met de post van gouverneur van de provincie Antwerpen.

Kortom, het was vooral onder de vleugels van Havenschepen Van Peel, de sterke man van de christendemocraten in Antwerpen, dat Heylen zijn loopbaan kon uitbouwen. Om een foutloos parcours te rijden, moest hij in de loop der jaren wel enkele moeilijke hordes nemen. Volgend jaar kan Heylen zijn tiende verjaardag als Cultuurschepen vieren, dat is dan net zolang als zijn illustere voorganger Eric Antonis.

LEES OOK