Red de journalistiek, niet de mediagroepen

12 december 2012 Tom Cochez
gazet
(Beeld: NS Newsflash)
gazet
(Beeld: NS Newsflash)

Een maand geleden werd Wouter Verschelden aan het hoofd van de redactie van De Morgen vervangen door Yves Desmet. De krant zou opnieuw aansluiting zoeken bij haar oude waarden. De Morgen wil zich opnieuw profileren, opnieuw onderzoeksjournalistiek brengen en afscheid nemen van de als inhoud verpakte lifestyle. In interviews over die koerswijziging werd uitvoerig verwezen naar lezersonderzoek. Met de nieuwe aanpak hoopt De Morgen de afgehaakte lezers opnieuw naar de oude vertrouwde stal leiden.

Laatste eiland

Begin deze maand was het de beurt aan Karel Verhoeven om in De Standaard een uitgebreid essay te schrijven. In 'Als de krant wedijvert met Twitter' laat de hoofdredacteur zijn licht schijnen over de moeilijke toekomst van 'de media' en van De Standaard in het bijzonder. Een uittreksel:

In de wereldwijde mediastorm leek Vlaanderen jarenlang het laatste eiland van beschaving, maar ook hier begint het te waaien. Nieuwsmagazines zijn al enige tijd in vrije val, nu smelt de verkoop van kranten in de krantenwinkel en grijpt de crisis bij veel kranten in op abonnementen. De grote vraag die nu alle uitgevers en hoofdredacteuren wakker houdt, is of lezers én adverteerders willen betalen voor zo'n digitale krant. Niet zomaar een kopermuntje, neen, die digitale krant moet evenveel opbrengen als de papieren krant. We willen die krant met een even grote redactie blijven maken. Hoe kan de krant overtuigen als ze op het scherm van de tablet of smartphone slechts een icoontje is tussen zoveel andere icoontjes. Als ze moet wedijveren met Facebook en Twitter?

Goed nieuws

Het goede nieuws is dat we de fase waarin het zonlicht werd ontkend nu wel definitief achter ons hebben gelaten. Er mag intussen openlijk worden gezegd dat er een mediacrisis is. Dat is een eerste en noodzakelijk stap. Maar is het ook de belangrijkste stap? Vanuit democratisch oogpunt is de journalistieke crisis alvast veel belangrijker dan de mediacrisis. Dat een aantal grote mediabedrijven het mogelijk moeilijk krijgt, is een jammerlijke zaak, maar als het personeel elders aan de slag kan en bovendien een fijnere jobinvulling in de plaats krijgt, dan is het toch vooral voor de aandeelhouders een jammerlijke zaak.

Het valt op dat Karel Verhoeven, net zoals Yves Desmet, de termen 'media' en 'journalistiek' min of meer door elkaar gebruikt

Het valt op dat Karel Verhoeven, overigens net zoals Yves Desmet, de termen 'media' en 'journalistiek' min of meer door elkaar gebruikt. Dat weerspiegelt de gedachte dat beiden noodzakelijkerwijs aan elkaar zijn gekoppeld. Helemaal vreemd is die gedachte niet, want het is ettelijke decennia zo geweest. Zonder drukpers had je geen (geschreven) journalistiek. Wie zich een drukpers kon veroorloven kon journalistiek bedrijven en daarmee was de kous af. In den beginne waren dat vooral politieke organisaties. Hun plaats werd een kwarteeuw terug ingenomen door commerciële mediabedrijven. Allebei hebben ze hun (on)deugdelijkheid bewezen, in de eerste plaats door de grenzen die ze aan 'de journalistiek' oplegden: ideologische grenzen in het eerste geval, commerciële grenzen in het tweede geval.

Drukpers

Vandaag zijn er geen echt dwingende redenen meer te bedenken waarom journalistiek binnen het bekende kader van een mediagroep zou moeten worden bedreven. Journalistiek valt of staat niet langer met een drukpers en dus ook niet met de mediagroep die die drukpers bezit. Internet maakt de publicatie van journalistiek financieel op grote schaal haalbaar. Behalve de last van de gewoonte, de (twijfelachtige) garantie van een door de mediagroep gespijsde bankrekening en de slechts langzaam verdampende gewoonte om te lezen op papier, is er helemaal niets dat een journalist nog hoeft te binden aan een mediagroep. Het is hoogstens een kwestie van tijd voor de slinger het middelpunt passeert.

Journalisten hebben dankzij de technologische ontwikkelingen in de slipstream van internet massaal aan macht gewonnen, ten koste van de mediagroepen. Alleen lijkt niemand het te beseffen, laat staan dat die macht ook wordt gebruikt.

Dat inzicht spreekt op geen enkele manier uit de bijdragen die de voorbije weken her en der verschenen. Integendeel, de nieuwe oplossingen worden ingefluisterd door lezersonderzoek of door de vaststelling dat het, nu de mediastorm aantrekt, ook 'in Vlaanderen begint te waaien'. Het gaat allemaal over de redding van het eigen medium, op geen enkel ogenblik over de redding van journalistiek. In het beste geval spreekt er een nogal naïef geloof uit dat het tweede automatisch volgt uit het eerste.

Het is vooral een gemiste kans, want wanneer journalistiek zich emancipeert en loskomt uit het carcan van de grote mediagroepen is de democratie de eerste winnaar. Journalisten hebben vandaag, dankzij de technologische ontwikkelingen in de slipstream van internet massaal aan macht gewonnen, ten koste van de mediagroepen. Alleen lijkt niemand het te beseffen, laat staan dat die macht ook wordt gebruikt. Zelfs niet minimaal, om de redactionele onafhankelijkheid tegenover de mediagroep te versterken. Nochtans mogen mediagroepen in de gegeven omstandigheden blij zijn dat er nog journalisten voor hen willen werken. Niet omgekeerd.

 

Om het debat verder aan te zwengelen, zal Apache bij artikels die onder de noemer ‘mediakritiek’ verschijnen telkens een aantal concrete vragen formuleren. Het zijn enkele voorzetten, helemaal niet limitatief bedoeld. Ook via Facebook en Twitter hopen we dat uitspraken of stellingnamen worden bediscussieerd. Eens een discussie afgerond, bundelen we de reacties en opmerkingen die verschijnen op de site en elders op het net in een nieuw document.

Is journalistiek buiten het klassieke kader van een mediagroep denkbaar?

Hoe moet/kan zoiets concreet georganiseerd worden?

Kan/moet een overheid helpen om zo'n evolutie te faciliteren?

Hebben journalisten effectief meer macht (intern) dan vandaag wordt gedacht?

Hoe kunnen ze die concreet aanwenden?

LEES OOK