Gie Goris (MO*): ‘Buitenlands nieuws stopt niet bij rellen en aanslagen’

0

MO* (*Mondiaal nieuws) bestaat tien jaar. Het maandblad neemt wereldleiders de maat en brengt buitenlandnieuws en achtergrondstukken van over de hele wereld. Niet zelden van plekken die door krantenjournalisten niet meer op een kaart kunnen worden aangeduid. Gie Goris (57), de hoofdredacteur van het blad, werd eerder deze maand tot Journalist voor de Vrede gekozen. En nu mag u drie keer raden – meer had Apache niet nodig om hem in Brussel op te zoeken.

MO* bestaat 10 jaar

Hoe gaat het met MO*?

“Wij hebben de luxe dat we, om een antwoord te geven op die vraag, niet zoals andere media naar de verkoopcijfers moeten kijken. Ons magazine wordt door Roularta aan elke abonnee van Knack bezorgd. Dat zijn ongeveer 100 000 adressen, het overgrote deel van onze lezers. Als het slecht gaat met MO*, zou dat misschien meer over Knack zeggen. Wij kijken naar de leescijfers van het CIM, en daaruit blijkt dat wij 170 000 mensen bereiken. Daar mogen we trots op zijn, en dat vinden we ook belangrijk. Je kan artikels schrijven over de mondiale politiek voor een club van tien mensen, maar we vinden het bereik net zo belangrijk als de kwaliteit van de journalistiek. Naar die kwaliteit doen wij lezersonderzoek, en ook daaruit blijkt dat onze lezers tevreden zijn. Net als onze collega’s en andere kenners waarderen en vertrouwen zij wat wij doen.”

Hoe verloopt die samenwerking met Knack?

“Dat is een zakelijke afspraak met Roularta. Zij investeren geen geld in ons, maar zorgen wel voor de distributie. Daar zijn geen redactionele richtlijnen aan verbonden. Die afspraak was er nog voor MO* als magazine bestond. Roularta had blijkbaar vertrouwen in ons project. In het begin was het soms wat zoeken, maar ik denk dat het een succes is geworden. De abonnees van Knack appreciëren MO*, en wij zijn blij met de lezers die we daardoor bereiken.”

Knack laat nooit verstaan dat het wel wat minder kan met die kritiek op het neoliberalisme?

“Er is nog nooit een signaal gegeven van Knack of Roularta over de inhoud van ons blad. Daar wordt niet over gesproken. In het begin was er een vraag om enkele afspraken te maken omdat ook Knack aandacht besteedt aan buitenland, maar ik wilde daar niet over onderhandelen. Als kleinere broertje hadden we toch steeds het onderspit moeten delven. In de tien jaar dat we bestaan hebben we misschien drie keer een afspraak gemaakt over een onderwerp waarover we allebei wilde berichten, maar dat gaat dan meer over de insteek of invulling. Als Knack en MO* allebei Orhan Pamuk willen interviewen, heeft het weinig zin dat we net dezelfde vragen stellen.”

Tien jaar geleden hadden jullie vast ambities met het blad. Maken jullie die waar?

“Alles kan altijd beter, maar ik denk dat wat wij hebben gerealiseerd toch bijzonder is. Tien jaar geleden hing er een enge sfeer. Alles wat bezuiden Casablanca lag was enkel interessant als er een ramp of een aanslag gebeurde. Het mocht al niet meer over de Wetstraat gaan. Er was alleen nog de Dorpsstraat. Laat staan dat die Dorpsstraat geïnteresseerd zou zijn in wat er in de wereld gebeurt.  Ik koester de hoop dat wij daar iets aan hebben kunnen veranderen. Ook doordat andere journalisten ons lezen en merken dat er goede artikels over de wereld geschreven kunnen worden. Op een krant moeten buitenlandredacties knokken om aandacht te krijgen voor hun onderwerpen. Ik kan dat niet bewijzen, maar ik hoor toch dat wij hen een duwtje in de rug hebben gegeven.”

Amerikaanse tsunami

Bent u tevreden over het buitenlandnieuws in de kranten?

“Ik neem aan dat u het nu over De Morgen en De Standaard hebt, maar het is belangrijk even stil te staan bij de populaire massamedia. De meeste mensen lezen dat, en daar wordt amper aan buitenlandberichtgeving gedaan. Dat is allemaal telexnieuws. Een groot deel van de bevolking beseft niet in welke wereld zij leven. Ze worden bediend op hun parochialisme dat bestreden zou moeten worden.
Wat kwaliteitsmedia betreft, is de toestand minder miserabel dan mensen als wij graag aan de toog tegen elkaar beweren. Er valt veel kritiek op te geven, maar er worden eerlijke pogingen ondernomen en ik zie stukken verschijnen die ik met genoegen lees. Ze verschijnen enkel niet op systematische wijze. In kranten heerst toch steeds de dictatuur van de dag. Vorige week Oost-Congo, daarvoor het conflict tussen Israël en Palestina, en volgende week weer wat anders. Het komt in golven.”

(Foto Julia M. Free)

Mensen zeuren soms dat er te weinig buitenlandnieuws is, maar wat er over de Amerikaanse verkiezingen werd gepubliceerd, was een vloedgolf.

“Dat laat ik buiten beschouwing. Niemand durft het niet te doen omdat iedereen het doet. En iedereen doet het zoals iedereen omdat iedereen het doet. Ik vind ook dat er veel aandacht moet worden besteed aan de presidentsverkiezingen van het machtigste land ter wereld. Zij bepalen de richting van onze economie, beslissen over oorlogen waar wij aan geacht worden deel te nemen en beslissen over de klimaatpolitiek. Enkel de manier waarop die verkiezingen worden verslagen is helemaal verkeerd. Neem de financiering. Maand na maand kregen wij te horen hoeveel donaties Obama en Romney hadden ontvangen. Dat waren nieuwsfeiten op zich die werden gebracht als een sportwedstrijd. Niemand die uitlegt waarom dat relevant is, of hoe de Amerikaanse politiek precies verstrengeld zit met het bedrijfsleven. Als die informatie achterwege blijft, is het entertainment. Daarom reken ik die tsunami niet tot buitenlandberichtgeving.”

Hoe werkt het dan bij andere buitenlands nieuws?

“Media beloven hun publiek het belangrijkste nieuws te brengen, maar de redenen waarom het nieuws belangrijk is verschillen altijd. Het conflict tussen Gaza en Israël zat dagenlang vooraan, terwijl een conflict in Myanmar vorige maand meer doden heeft gemaakt. Dat was enkel een kortje op pagina 14. Als je het nieuws in mensenlevens uitrekent, is het oneerlijk. Maar het is vaker de geopolitieke impact die telt. De Amerikaanse media zijn gefixeerd op het conflict tussen Israel en Palestina door een sterke Israëlische lobby, en in Europa wordt het bovendien aandachtig gevolgd omdat hier veel moslims wonen die zich met de strijd identificeren. Er spelen altijd verschillende factoren.
Of neem Congo. De afgelopen vijftien jaar zijn er minstens vijftien miljoen doden gevallen in Oost-Congo. Het grootste deel van de tijd blijft dat onder de radar. Als het rebellenleger M23 een grote stad inneemt op de grens tussen Rwanda en Congo en een regionale oorlog dreigt, haalt dat pas de voorpagina’s.”

Brengen kranten eerder spectaculaire gebeurtenissen dan tendensen?

“Veel journalisten denken dat je een stuk enkel kan brengen als er een directe aanleiding voor is. Ik ben het daarmee niet eens. Nu krijgen enkel actuele gebeurtenissen aandacht, maar daaraan voorafgaand en daarna zou er ook over die onderwerpen moeten worden geschreven. Als je enkel de rellen en de aanslagen brengt, kunnen mensen dat niet begrijpen. Dat zit het begrijpen zelfs in de weg. Op zich is er niets mis met die golven van nieuwsfeiten die sowieso moeten worden gebracht, maar er moet ook een onderstroom zijn.”

Boksmatch

“Joël De Ceulaer schreef dinsdag een column in De Standaard waar ik het ook volkomen eens mee was. Dat nieuwsmakers altijd maar onbevangen moeten zijn in plaats van over expertise te bezitten. Het gaat niet meer om dossierkennis maar om het creëren van een leuke, spontane sfeer. Dat beperkt de inhoud. Dat censureert hem eigenlijk.
Kijk, journalisten hebben twee ballen in de lucht te houden. Enerzijds moet je er naar streven zoveel mogelijk mensen te bereiken. Daar sta ik helemaal achter. Nieuws moet zo toegankelijk mogelijk voor een zo ruim mogelijk publiek worden gebracht. Anderzijds moet je het belang van details, nuances en de complexiteit van de werkelijkheid in de gaten houden. Een journalist moet een breed kader kunnen schetsen. Die twee ballen moet je tegelijkertijd in de lucht houden, maar veel journalisten hebben de ene bal laten vallen. ‘Zie eens hoe goed we kunnen jongleren met één bal’, zeggen ze dan. Wel, ik ben onder de indruk.”

Wat mij opviel aan de berichtgeving over het conflict in Gaza, was dat journalisten zich vaak beperkten tot het faciliteren van een debat tussen de twee partijen.

“Er bestaat geen ander format meer dan een praatprogramma waarin twee gasten tegenover elkaar worden gezet. Dat is waar. Terwijl er zoveel andere vormen zijn te bedenken. Men hanteert ook altijd de regels van een boksmatch. Alsof zou worden besloten om alle sporten tijdens de Olympische spelen te laten doorgaan onder de regels van het boksen. De mensen kennen dat, het is altijd spannend. Zo werkt het natuurlijk niet. Met dat zwart-wit denken gaat zoveel nuance verloren. Interessante mensen komen niet meer aan bod omdat ze daar niet in passen. Enkele de vlotte jongen die altijd een oneliner klaar heeft en niet te beroerd is om zijn tegenstander te vloeren met een ironische opmerking, wordt op deze manier gehoord.”

Missen journalisten de expertise om zelf een heldere analyse te maken, en beperken ze zich daarom tot een discussie?

“Ik denk dat het andersom werkt. Eerst heeft men dat format bedacht, en later heeft men er personeel bij gezocht. Het is een verschuiving van journalisten naar ankers. Programma’s worden gedragen door gezichten en niet door mensen die bekend zijn omwille van hun expertise. Vroeger werden radio-interviews bijna altijd gedaan door de journalist die dat dossier beheerste. Nu zijn er duidingsprogramma’s van drie uur waarin een anker zeventien verschillende items moet afwerken. Zij krijgen wel informatie die door anderen is voorbereid. Wat ze doen, doen ze meestal ook goed, maar het blijft beperkt. Ik pleit er niet voor om alle nieuwsuitzendingen door doorwinterde experts te laten maken, maar deze monocultuur heeft het aanbod erg verschraald.”

Ik weet dat Vlaanderen een kleine regio is, maar Denemarken is niet veel groter en daar slaagt men er wel in kwaliteitskranten af te leveren.

Geen vorm maar vent

De Morgen heeft ervoor gekozen de stukken van de correspondenten van De Volkskrant over te nemen. Die zijn veel beter dan wat de kleine buitenlandredactie van de krant voor mekaar zou kunnen krijgen. Is dat een goede oplossing om een gebrek aan budget goed te maken?

“Ik ben daar eerlijk gezegd niet voor. Je krijgt nog maar een paar stemmen over de hele wereld te horen: The New York Times en The Guardian. Le Monde al niet meer want niemand leest nog Frans. Ik weet dat Vlaanderen een kleine regio is, maar Denemarken is niet veel groter en daar slaagt men er wel in kwaliteitskranten af te leveren. Ik heb het idee dat het vaak als een excuus gebruikt wordt om de kosten te drukken. Je zou eens moeten berekenen hoeveel geld er geïnvesteerd kan worden in sportverslaggeving. Dat is werkelijk onvoorstelbaar, maar daar zijn blijkbaar altijd voldoende middelen voor te vinden.”

De Morgen neemt de sportberichtgeving van Het Laatste Nieuws over…

“Dat is waar. De Morgen neemt hoe langer hoe meer artikels over. Maar ik vind het daarmee niet echt een betere krant worden. Ik verwacht van een krant meer dan dat ze het nieuws ergens anders haalt, en dat aan haar lezers meegeeft. Een krant moet een bepaalde benadering voorstaan. Daarom is The Guardian zo goed. Die krant spreekt. Gelukkig niet meer zo partijgebonden als vroeger. Je leest in The Guardian niet meer enkel het partijstandpunt van Labour, maar er spreekt nog steeds een engagement uit. In literatuurtermen is The Guardian geen vorm maar een vent. Een krant die zich beperkt tot nieuwsselectie houdt weinig over. Ik weet niet wat ik daaraan heb, of wat die selectie precies inhoudt.”

Het DNA van De Morgen vervaagt naarmate de krant meer inhoud van anderen overneemt?

“Ja. Met alle respect voor mijn vrienden van Knack, maar ook dat blad heeft daar last van. Het grootste deel van de buitenlandberichtgeving wordt daar door Newsweek en Der Spiegel verzorgd. Dat heeft zo zijn voordelen. Newsweek raakt sneller dan eender welke Vlaamse redactie bij Kofi Annan, maar er gaat toch iets verloren.”

MO* heeft een verdienmodel dat leunt op NGO’s en overheidssteun. Werkt dat goed?

“Ik ben er van overtuigd dat een levendige en participatieve democratie wel vaart bij betrouwbare kwaliteitsmedia, en denk dat we zoiets niet aan de vrije markt kunnen overlaten. Het is een mythe dat de markt de vraag weerspiegelt. Ze vertekent die, en daarom zijn er andere bronnen nodig. Dat kan op verschillende manieren worden georganiseerd. In de Verenigde Staten kijkt men naar stichtingen om financiering te voorzien, maar merkt men dat het minder goed werkt dan gehoopt. In Europa hebben wij een traditie van overheidssteun. Daar mogen we blij om zijn. MO* is tien jaar geleden op een uniek model gestoten waarbij het middenveld ons wilde steunen en de overheid daarbij is betrokken. Roularta zorgt als commerciële partner voor de distributie. Dat model is moeilijk te kopiëren door anderen, maar wij zijn daar erg blij mee.”

U hebt het niet moeilijk dat u steun nodig hebt van NGO’s en overheden?

“In principe heb ik daar geen bezwaar tegen, en zolang uit de praktijk blijkt dat dat niet tot problemen leidt, ben ik daar tevreden over. In die discussies over inmenging vergeet men vaak dat het adverteerders zijn die waarschijnlijk het actiefst redacties proberen te beïnvloeden. Niet rechtstreeks natuurlijk, maar als je geld wil ontvangen van bedrijven moet je daar niet al te kritisch over schrijven. Overheidssteun zorgt niet voor een grotere druk. Overigens ontvangt ook een groot deel van de artistieke sector steun van de overheid. Het is aan redacties om met hun statuten en successen aan een mogelijke druk te kunnen weerstaan.”

Auteur: Peter Casteels

Peter Casteels (1989) studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Op Twitter spreekt u hem best aan met @pcasteels en mailen kan naar peter.casteels@apache.be.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid