Eerste Wereldoorlog: tussen commercie en commemoratie

0

Hoe ziet Vlaams minister Geert Bourgeois de herdenking van 100 Jaar WOI?  ‘Opiniemakers’ als Jan Leyers, Mark Reynebeau, Steven Maes en Giselle Nath lieten hun kritisch licht schijnen over deze verjaardag. Te emotioneel, te lokaal, te commercieel, te eng, zo vonden ze. Maar, zo beweert Jeroen Wijnendaele, een vergelijking met Australië toont aan dat het geen kwaad kan om waakzaam te blijven over hoe overheden een historisch evenement als de Eerste Wereldoorlog – in Australië de Anzac Day – willen herdenken.

Herdenking Anzac Day in Brisbane: hoe historisch correct is deze herdenking van WO I? (Foto David Jackmanson)

Herdenking Anzac Day in Brisbane: hoe historisch correct is deze herdenking van WO I? (Foto David Jackmanson)

Elk jaar op 25 april viert de Australische federatie Anzac Day. Het acroniem staat voor ‘Australian and New-Zealand Army Corps’ en verwijst naar de troepen die deze landen van het Britse Gemenebest leverden voor de geallieerde strijdkrachten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Specifiek herdenkt men de landing op 25 april 1915 bij het Turkse Gallipoli.

Anzac Day

Vandaag de dag heerst er in Australië een haast mystieke aura rond de toenmalige campagne. Jaarlijks trekken enkele tienduizenden Australiërs naar de Turkse stad en stranden, als ware het een pelgrimstocht. Anzac Day is populairder dan ooit. Doorheen metropolen zoals Melbourne of Sidney kan men op 24 april geen straat voorbij zonder te botsen op massa’s met Australische vlaggen, uitgedost in de nationale kleuren. Anzac koekjes gaan in alle winkels vlot over de toonbank.

Het populaire discours claimt dat de Gallipoli campagne de vuurdoop van de Australische natie vertegenwoordigt. De Australische federatie had pas in 1901 haar autonomie van het Verenigd Koninkrijk verworven. De ervaring die Australische soldaten in 1915 opdeden – voor de allereerste keer als eigen natie strijden voor een internationale zaak – zou echter het definitieve psychologische kantelmoment worden in het onafhankelijkheidsproces. Voor buitenstaanders en historici, zoals ondergetekende, is het bijzonder moeilijk om een dergelijk vertoon ernstig te nemen.

Gallipoli

“Gallipoli was niets minder dan een bloedige slachting en een van de grootste fiasco’s die de geallieerden ondernamen tussen 1914-1918”

Gallipoli was niets minder dan een bloedige slachting en een van de grootste fiasco’s die de geallieerden ondernamen tussen 1914-1918. Meer dan een kwart miljoen geallieerde soldaten verloren hun leven op de stranden van de Dardanellen. Aan Osmaanse kant lag het aantal slachtoffers nog hoger. Maar in januari 1916 moesten de geallieerden de campagne staken. In het grootste geheim werden ze geëvacueerd. De politieke gevolgen waren enorm.

Bulgarije, dat zich voorheen neutraal had opgesteld, schaarde zich aan de zijde van Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk. Bij de Britten rolden koppen en de toenmalige First Lord of the Admiralty Winston Churchill, een van de architecten van de campagne, mocht zijn bureau leegmaken. De echte overwinnaar van Gallipoli zou de jonge Mustafa Kemal worden, die zich als officier onderscheiden had in de gevechten. Op dit elan zou hij later het aftakelend Osmaanse imperium opdoeken en als Atatürk de grondvesten leggen voor het moderne Turkije.

Historici aan de University of Melbourne doen Gallipoli (als heroïsche bakermat van de Australische natie) af als ‘absurd’. In tegenstelling tot de populaire perceptie was de campagne van 1915 niet de eerste waarbij Australische soldaten zich mengden in een internationaal conflict. Getuige daarvan is de deelname aan de Boerenoorlogen in Zuid-Afrika of het onderdrukken van de Boksersopstand in China. Bovendien is het bijzonder moeilijk om de Australische bijdrage aan Gallipoli als symbool van onafhankelijkheid te zien.

Diggers

De Australische publieke opinie was destijds fel gekant tegen conscripties voor de campagne. Men kon moeilijk inzien hoe het Osmaanse Rijk aan de andere kant van de planeet een bedreiging kon vormen voor de prille federatie. Bovendien was de Australische bijdrage aan de geallieerde troepenmacht relatief bescheiden. Met 50.000 soldaten bedroegen de Australische divisies slechts een tiende van de totale troepenmacht. Op het Westfront alleen bedroeg hun aandeel vijf keer meer. Hoewel het moeilijk is kwantitatieve abstracties te maken van menselijk lijden, stierven ‘slechts’ 8141 Australiërs tijdens de acht maanden bij Gallipoli. Een nodeloos verlies aan mensenlevens, maar een getal dat in het niets verdwijnt bij het kwart miljoen soldaten dat langs beide zijden nooit meer terugkwam.

Een van de populaire mythes rond de Australische soldaten was die van de diggers. De Australische soldaten zouden zich voorbeeldig gedragen hebben tijdens het ondergaan van de vele ontberingen aan het front. Na verloop van tijd begon men een hele reeks karakteristieken te associëren met deze soldaten, zoals kameraderie, goedgemustheid en minachting voor gevaar. Verscheidene documenten tonen echter aan dat de Australische eenheden zich lang niet altijd zo voorbeeldig gedroegen als de traditie dat wil doen geloven. In zijn baankbrekend A History of Australia verwees professor Manning Clark naar diverse incidenten van seksueel wangedrag door de soldaten.

“Australië heeft consequent troepen geleverd aan alle belangrijke Amerikaanse oorlogen van de laatste vijftig jaar”

Het meest cynische aan de Anzacmythe is echter dat de soldaten die als voorvechters van de nieuwe natie worden beschouwd, in feite sneuvelden onder Brits bevel voor The Empire, op de stranden van Marmara.

Jingoism

De Australische natie heeft een ongewone obsessie met oorlog. Het is de enige Westerse staat van wie regeringen consequent troepen geleverd hebben aan alle belangrijke Amerikaanse oorlogen van de laatste vijftig jaar, van Vietnam tot Afghanistan en Irak. De gretigheid waarmee grote groepen Australische jongeren dwepen met het martiale verleden, is verontrustend. Zeker omdat het Australische continent als zodanig nooit is blootgesteld aan oorlog, als we de incidentele Japanse bombardementen van de noordelijke stad Darwin tijdens de Tweede Wereldoorlog even vergeten.

Tijdens groepsdiscussies met studenten aan de University of Melbourne hebben docenten het bijzonder moeilijk om de Anzacmythe te doorprikken. Veel studenten horen het donderen in Keulen, als men hen vraagt om kritische opmerkingen over de campagne in Gallipoli te formuleren. Niet toevallig staan Europese of Amerikaanse uitwisselingsstudenten meer open voor dergelijke discussies.

Het meest verontrustende aan de Anzacmythe is dat ze eigenlijk relatief recent in de steigers gezet werd. Zeker tijdens de jaren 1960 met de Vietnam oorlog stond het animo voor de festiviteiten rond Anzac Day op een bijzonder laag pitje. Tot in de jaren 1990 verzette toenmalig premier Paul Keating zich tegen het legendarische karakter van Anzac Day. Gallipoli als bakermat van een ‘herboren’ natie noemt hij nog steeds ‘utter nonsense‘.

Dat veranderde met zijn conservatieve opvolger John Howard. Elf jaar lang stond hij aan het hoofd van de Australische federatie. Howard trok resoluut de Anzackaart als natieversterkend medium. Hij deed dat zo succesvol dat, zelfs na zijn aftreden en de verkiezing van een Labour regering, zijn opvolger Kevin Rudd geen afstand meer nam van deze gefabriceerde nationale traditie. Veel commentaren van intellectuelen en academici ten spijt: men zal het opgeklopte krijgslustige patriottisme dat onkritisch gedragen wordt door een sterk segment van de mannelijke Australische samenleving, niet meteen weg krijgen.

Quo vadis, N.VA?

“Australië toont aan dat het niet gezond is om een gebeurtenis zoals de Eerste Wereldoorlog vanuit een welbepaalde eenzijdige herinneringstraditie te vereren”

Het ware al te gemakkelijk om nu reeds het ergste te vrezen voor wat de langetermijneffecten kunnen zijn van de herdenkingen 1914-1918 in Vlaanderen. Toch blijft het opletten. De Australische casus is immers niet uniek. Sinds het aantreden van zijn legislatuur heeft de Britse conservatieve premier David Cameron ook heel nadrukkelijk de kaart getrokken van ‘gemeenschapsversterkende’ projecten. Er brak een storm van verontwaardiging los onder universiteiten in het Verenigd Koninkrijk, toen zij zich moesten inschrijven in zijn ideologische ‘Big Society’, als zij tenminste nog langer wilden aanspraak maken op financiering van bepaalde onderzoeksprojecten.

Ondertussen is Cameron ook bereid om 50 miljoen pond te spenderen om alle Britse scholieren naar Flanders Fields te sturen als herinnering aan een eeuw WOI. Bourgeois’ richtlijnen voor de diverse instellingen die het project in de steigers hebben staan, spelen daar nu reeds op in, zoals Steven Maes aantoont.

Dat de N.VA als nationalistische partij haar eigen visie op het verleden heeft, is zelfs geen publiek geheim. Op zich niets mis mee, want het is onmogelijk subjectieve factoren te vermijden bij de interpretatie van het verleden. Australië toont echter aan dat het alles behalve gezond is voor een samenleving om een gebeurtenis zoals de Eerste Wereldoorlog vanuit een welbepaalde eenzijdige herinneringstraditie te vereren. Een commerciële aanpak rond slechts enkele delen van West-Vlaanderen, niet toevallig de electorale basis van minister Geert Bourgeois, stemt tot nadenken.

Auteur: Jeroen Wijnendaele

Dr. Jeroen Wijnendaele is post-doctoraal onderzoeker van het FWO (vakgroep geschiedenis, Universiteit Gent) en expert Laat-Romeinse Geschiedenis. Hij schreef eerder Romeinen en barbaren (Davidsfonds, 2013) en publiceert binnenkort De wereld van Clovis (De Bezige Bij).

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid