Het autonome programma- en uitzendschema van de VRT … of niet?

16 oktober 2012 Tim Raats
Vrt_logo
Vrt_logo

 

Kritiek op de publieke omroep beperkt zich niet tot Vlaanderen of Europa. Kritiek op de publieke omroep is bovendien zo oud als de publieke omroep zelf. Op zich kan iedere kritische, maar tegelijkertijd constructieve discussie over de publieke omroep alleen maar toegejuicht worden. En men kan zich inderdaad afvragen of de VRT niet te veel inzet op de verkiezingen in de kijkcijferstrijd; of de VRT zich wel genoeg objectief opstelt en of hij zich laat verleiden tot mediagenieke polemieken ten koste van inhoud en debat. Opvallend aan de discussies (zeker het laatste jaar) echter, is een zelden geëvenaarde navelstaarderigheid met een reeks anekdotische discussies tot gevolg.

Mediaberichtgeving is in de meeste kranten uitgegroeid tot een vaste rubriek, met media die zichzelf tot scoop verheffen. Zij worden hierbij graag geholpen door politici die via het inhakken op de VRT – onder het mom van zorg voor het algemeen belang en overheidsgeld – de kolommen van de kranten kunnen halen. Onderliggend ook is er de concurrentieslag tussen media, die dit najaar verscherpt is en waarbij de privéomroepen via de eigen krantenkanalen de VRT niet ontzien voor het uitdelen van stoten. Hoe dan ook zeggen de  uitlatingen veel over de wijze waarop vanuit het politieke veld het debat rond media wordt gevoerd. Een evolutie die ons zorgen baart op drie niveaus.

Toiletten

Ten eerste zijn de tendensen getuigend van een terugkerende - zij het geleidelijke - gretigheid van politici om greep te hebben op de VRT, en een inmenging op de onafhankelijkheid die de VRT geniet in het samenstellen en invullen van haar aanbod. Het in vraag stellen van het aanbod van VRT op het vlak van informatie en duiding en zelfs futiele kritiek op Franstalige  opschriften van toiletten in Thuis gaat in tegen die onafhankelijkheid. Het mediadecreet en ook de beheersovereenkomst zijn hierin heel duidelijk:

Binnen de perken van het mediadecreet en de bepalingen van deze beheersovereenkomst stelt de VRT autonoom haar aanbod- en uitzendschema vast, en bepaalt zij autonoom op welke wijze het aanbod aan het publiek wordt aangeboden (beheersovereenkomst 2012-2016: §4, p.11, eigen klemtoon).

Zeker wat betreft informatieve en duidingsprogramma’s is enige terughoudendheid bij politici (niet bij columnisten zoals bijvoorbeeld Hugo Camps) aan de orde. Zij moeten hun visie doordrukken tijdens onderhandelingen over een nieuwe beheersovereenkomst of bij aanpassingen van het mediadecreet. Vlaanderen is in deze overigens geen alleenstaand geval. De onafhankelijkheid van de publieke omroep in een democratische samenleving mag vandaag dan al vanzelfsprekend lijken, ze is dat niet.

n1025192542_30476795_3338076
Tim Raats

De tijd waarin publieke omroepen als de BBC onder druk gezet werden om negatief over stakingen te berichten en het vaderland in internationale conflicten positief voor te stellen ligt ver, maar ook weer niet zo ver achter ons. Het is juist daarom dat heel wat Europese landen (België inbegrepen) de onafhankelijkheid van de publieke omroep verankerd hebben in wetteksten op regionaal, nationaal en Europees niveau. De greep van politici en partijen op de publieke omroep is een zorgwekkende evolutie die wetenschappers in heel wat Europese landen (en ook de West-Europese!) opmerken.

Experiment

Ten tweede dreigt de offensieve houding vanuit sommige politieke actoren, een bijzonder defensieve reactie vanuit de VRT ten opzichte van de broodheren met zich mee te brengen. Het gevolg is een  vaak krampachtige houding en gevoelde nood om in het gareel te lopen, en op termijn het risico op erosie van elke vorm van experiment, visie of langetermijnplanning en het  noodzakelijke ‘right to fail’ van een publieke omroep. De oprichting van een humorcommissie aan de Reyerslaan naar aanleiding van Gunter D-gate is er een treffend voorbeeld van.

Een eenzijdige focus op de publieke omroep en de  neiging tot anekdotiek staat een grondige discussie over de rol en positie van de VRT in de weg.

Daaruit voortvloeiend staat een eenzijdige focus op de publieke omroep en de genoemde neiging tot anekdotiek, ten derde, een grondige discussie over de rol en positie van de VRT in de weg. En dit net op het moment dat de VRT nood heeft aan de ontwikkeling van een langetermijnvisie wil ze haar rol en positie in een 21ste-eeuws medialandschap legitimeren. Het uitwerken van dergelijke visie vereist echter de nodige ruimte en flexibiliteit voor de VRT, en tegelijk een regelgever die zich opwerpt als inhoudelijk sterke en genuanceerde sparring partner. Vraag is of een discussie over de rol en toekomst van de VRT dan nog te rijmen valt met reflecties over de opschriften van de toiletten uit Thuis. Uiteraard mag en moet er kritiek op de VRT zijn. Evenzeer gaat de VRT af en toe over de schreef, en dient ze tot verantwoording geroepen te worden.

Discussies ten gronde zijn daarbij onontbeerlijk. De publieke omroep heeft een bijzonder belangrijke en een breed gedragen rol in Vlaanderen. Ze is dan ook te belangrijk om meegesleurd te worden in een emotionele concurrentiestrijd of een politiek spel om media-aandacht. Zeker als we hiermee en passant haar onafhankelijkheid te grabbel gooien.

LEES OOK