Over oude kunst, centen en nachtbussen


Hoe je in één ruk van een schilderijententoonstelling over kunst en centen in de negentiende eeuw op de nachtbus in Gent belandt: zo klein is de wereld in Vlaanderen. Eerst het goede nieuws. Er valt een uitnodiging in je bus voor de kleine, maar fijne expositie Kunst en financiën in Europa, 19e-eeuwse meesterwerken in een nieuw licht, en enkele dagen later sta je in het Brusselse Museum voor Schone Kunsten naar interessante schilderijen te kijken.De perstekst leert je dat het al de vijfde tentoonstelling is volgens dit concept: elk jaar wordt een andere eeuw belicht in een twintigtal kunstwerken rond het thema ‘geld’. Er werd begonnen in de vijftiende eeuw, en het gaat bijzonder goed vooruit. Voor keuze en duiding zorgt kunsthistoricus Joost Vander Auwera.

Financiële orkaan

De wetenschappelijke onderbouw is dus in goede handen. Als partner van het evenement fungeert de EAPB, voluit European Association of Public Banks. Daar heb je nooit van gehoord. Het blijkt een club van publieke banken te zijn, waarvan het Belgische Belfius deel uitmaakt. Voor je het weet ben je dus van het negentiende-eeuwse pluche terechtgekomen in het oog van de financiële orkaan – ook daar is het stil. Even spoken de laatste regels van Hebzucht, het recente stuk van theatergezelschap Braakland/ZheBilding, door je hoofd: ‘change betekent kleingeld / en dat is alles / wat nog over is / dit is waar we staan / en nu is de muziek gedaan’. Passons. Je staat tenslotte naar schilderijen in een museum te staren.

In het jaarrapport van de zorgelijk doch niet geheel wanhopig kijkende publieke bankiers – die de keurige, kleurige en drietalige bezoekersgids van de tentoonstelling sponsoren – krijgt het project Art and Finance in Europe enkele regels op pagina 56, goed verstopt tussen risks, rules en restrictive impact. Ook deze organisatie beschouwt kunst dus als een bijzaak, een koekje bij de koffie – cultuur als alibi, het bekende verhaal. Het is gemakkelijk om er cynische opmerkingen over te maken, en dat doe je dus niet. Voor een financiële instelling is cultuur immers geen kerntaak, en wat de EAPB in het museum doet, ruikt naar eerbaar engagement en een vrij correcte besteding van overheidsgeld – weliswaar langs een forse omweg.

Voor je het weet ben je dus van het negentiende-eeuwse pluche terechtgekomen in het oog van de financiële orkaan – ook daar is het stil

Het resultaat mag er zijn: enkele kunstwerken worden van onder het stof gehaald en mogen iets vertellen over de relatie tussen kunst en geld. Die kan heel divers zijn, rechtstreeks, impliciet of zijdelings. We krijgen zowel portretten van burgers in hun opulente interieurs als beelden van de pittoreske armoede op het platteland geserveerd. Om bepaalde andere werken te ‘lezen’ moet je op de details letten, of heb je de tekst van de wandelgids nodig. Dan blijkt dat niet alleen wat we op deze schilderijen zien van belang is, maar ook de context waarin ze zijn ontstaan. Wat zou een kunstenaar zijn zonder (rijke) opdrachtgever, bijvoorbeeld?

Vertoon

In zijn negentiende eeuw kan de curator voluit gaan, want met de emancipatie van zowel burgers, ondernemers als proleten – en wat dat in die dagen allemaal voor de kunst heeft opgeleverd – zit er veel vlees aan het thema. Bovendien staan het naturalisme en het realisme nog dicht bij wat vandaag herkenbaar is. Dat helpt om de lijnen die hier worden uitgezet, in gedachten door te trekken: naar de wereldwijde bankencrisis, bijvoorbeeld, de salarissen van managers, de verhouding tussen kunst en kapitaal of het fenomeen van de cultuursponsoring zelf. De nadruk waarmee zowel armoede als luxe in beeld worden gebracht, maakt de meeste werken concreet en helder, didactisch zelfs.

Over het vermogen van de breed poserende bourgeois bestaat geen twijfel, en dat de loonslaven op het schilderij Bij dageraad van Charles Hermans met afgunst kijken naar hun demonstratief consumerende soortgenoten, begrijp je ook meteen. Af en toe is de link met het thema iets minder evident. Zo verwijst het borstbeeld van Willem I, waarmee de expositie opent, stilzwijgend naar de oprichting van de Société Générale – als je dat beseft, flitsen nieuwsbeelden van beursnoteringen door je hoofd. Een andere, minder zichtbare baseline is het mecenaat: alle werken die hier getoond worden, zijn zelf het resultaat van kunstsponsoring en / of artistieke grootgrutterij. De kunstenaar verkoopt niet alleen zijn verf, canvas en arbeid, maar – heel vaak – ook zijn ziel.

Centraal in dit projectstaat het begrip ‘vertoon’. Veel van wat er getoond wordt, heeft te maken met (een verlangen naar) representatie, doorgaans van de opdrachtgever die een portret bestelt of de koper die iets unieks zoekt om zijn gasten te imponeren. Wie zich laat zien, is even belangrijk als wat er te zien is en hoe het in beeld wordt gebracht. Statige portretten zijn, als het even kan, frontaal: Gustaaf Wappers en Louis Gallait laten twee Brusselse notabelen tegen de muur van hun dure huis poseren en onbevangen naar ons kijken, alsof zij niets te verliezen hebben.

Stuiptrekking

Alfred Stevens brengt burgervrouwen op doek in interieurs als bonbondozen. Is het een toeval dat minder gegoede lui enigszins van opzij worden neergezet, vaak in een omgeving die iets vertelt over wat zij met hun handen doen? Een arbeidster van Constantin Meunier kijkt zelfs weg; zij wendt haar blik af en tuurt naar de rokende schoorstenen in de verte.Je voelt dat de fijne burgerportretten niet meer zijn dan de laatste stuiptrekking van een epoque. Straks kantelt de wereld, letterlijk dan. Met veel branie en verf gaat Vincent van Gogh een boerenkop te lijf; met de centrale opstelling van de gestalte en de onbeschaamde blik in de ogen die ons aankijken, eigent de kunstenaar zich de codes van het bourgeoisportret toe. Ook het monumentale drieluik De krijtverkopers van baron Léon Frédéric zet de wereld op zijn kop: de traditie wil immers dat een triptiek uitsluitend gebruikt wordt voor religieuze taferelen en niet om de dagtaak van schooiers uit te beelden. Een stakingsavond uit 1893 van Eugène Laermans gaat nog een stap verder.

In de betogende troep havelozen zit een dynamiek die je in de bourgeoiskunst zelden ziet: van het huilende kind rechtsonder tot de rode vlag linksboven loopt de razende vluchtlijn van de moderniteit. Paradoxaal genoeg zijn het anekdotische tableaus als De roulette van Louis Dubois of Bij dageraad waarin de schok van het nieuwe nog sterker trilt dan in Laermans’ sociaalrealisme. In het ene doek kruisen mondaine feestvierders ’s ochtends arme drommels op weg naar het werk, het andere is een catalogus van de tronies van hebzucht en verveling rond de speeltafel. Zo krijg je in een handvol goedgekozen werken een inspirerend essay over macht geserveerd. Tot zover het goede nieuws.

Kunst in de wandelgangen

Het probleem van Kunst en financiën is niet het opzet, en al helemaal niet de keuze die de curator heeft gemaakt. De monografische setting is verdedigbaar, al valt er wel wat meer uit te halen – iedereen die de sector kent, kan een handvol buitenlandse kunstencentra opsommen waar met hetzelfde materiaal een echt ambitieuze tentoonstelling ineengetimmerd zou worden. Maar als expositie is dit een symptoom, een voorbeeld van hoe het niet moet. Daar zijn minstens drie goede redenen voor.

Eén. De werken die Vander Auwera heeft geselecteerd, behoren allemaal tot de eigen schitterende KMSKB-collectie. Enkele ervan zijn uit de reserve gehaald, maar de topstukken van Laermans of Frédéric zitten – pardon, zaten – in het publieke parcours. Toch krijgen we ze al heel lang niet meer te zien, want er is iets vreemds aan de gang. Vrijwel de hele collectie moderne en hedendaagse kunst is veilig weggeborgen in afwachting van een museum voor de kunst van het fin de siècle. Dat is er nog niet, en we weten niet echt wanneer het klaar zal zijn.

Een open vraag is wat er met de rest van de collectie gebeurt – stockeren tot de schilderijen verkruimelen of het hele zootje op eBay verkopen?

Een open vraag is wat er met de rest van de collectie gebeurt – stockeren tot de schilderijen verkruimelen of het hele zootje op eBay verkopen? Denkt u vooral niet dat dit typisch is voor de armlastige federale, ‘bicommunautaire’ instellingen in Brussel. Enkele jaren geleden heeft de goede Vlaamse stad Oostende zijn museum gesloten, waarna iedereen hard begon na te denken over een alternatief. Wie in de voormalige koningin der badsteden een Ensor of een Spilliaert wou zien, kwam jarenlang van een kale reis thuis. Tot Mu.ZEE werd ingehuldigd, maar dat is een ander verhaal.

De voorlopige conclusie is een paradox. Werken die behoren tot wat ooit het ‘openbare kunstbezit’ werd genoemd en dus evengoed van u als van mij zijn, worden wetens en willens aan het oog onttrokken en komen pas opnieuw boven water dankzij privésponsoring (die dan nog een publiek randje heeft). De EAPB betaalt mee om kunst te tonen die eigenlijk sui generis tot het openbare domein behoort. De bevriende bankenclub tast in zijn portemonnee om de overheid een van zijn kerntaken te laten vervullen.

Willekeurige volgorde

Twee. De werken die daarnet zo liefdevol aan uw nieuwsgierigheid werden prijsgegeven, vormen slechts op papier – in het hoofd van de curator, van mij en van u als lezer – een tentoonstelling. In werkelijkheid waren ze in een volstrekt willekeurige volgorde opgehangen in een slecht verlichte wandelgang en een wachtzaalachtige constructie, halfweg tussen het Magrittemuseum en de tijdelijke presentatie met foto’s van Stanley Kubrick.

Het geeft niet dat u ze gemist hebt – u begon dat net een beetje jammer te vinden – want geen mens heeft ze gezien. Zelfs passanten onderweg in het gebouw hebben nauwelijks beseft dat het om een expositie ging. De fraaie wandelgidsjes bleven onaangeroerd op bezoekers wachten. De stemmige, maar luide soundtrack van de Kubrick-retrospectieve op de achtergrond kreeg die ene verdwaalde kunstliefhebber er gratis bij. Moet u weten dat een groot deel van dit reusachtige gebouw leegstaat.

Hele collecties zijn ingepakt, zalen kunnen slechts open als de vrijwilliger-suppoost op post is

Drie. Wie weet hoe rijk ons erfgoed is, beseft maar al te goed wat we allemaal niet te zien krijgen. Hele collecties zijn ingepakt, zalen kunnen slechts open als de vrijwilliger-suppoost op post is. De schat die in onze prentenkabinetten wordt bewaard, wordt wegens acuut personeelstekort nauwelijks ontsloten – als de werken op papier in Brussel netjes in zuurvrije mappen zitten, dan is dat de verdienste van anderhalve werkkracht en van de voormalige schooljuf die sinds haar pensionering een handje komt helpen, uiteraard pro Deo. De lijst van gerealiseerde tentoonstellingen is veel korter dan die van de exposities die we nooit zullen zien, omdat we er de middelen niet voor (willen) hebben. Natuurlijk kunnen we niet alles doen, want we doen al zoveel.

Coda

Terwijl ik dit stuk schrijf, waait er een gek bericht binnen – iets met weggesaneerde nachtbussen in Gent die op de valreep gered worden door een privésponsor. Brouwerij De Koninck heeft dat trucje eerder al in Antwerpen uitgehaald en krijgt ook nu applaus. Even Google gecheckt en de zoektermen ‘gent nachtbussen de koninck’ ingetikt. De vijfde hit in de rij is de site hildecrevits.be: de minister van Mobiliteit en Openbare Werken zelve toetert trots dat een privégeldschieter de nachtbussen in stand zal houden. Zelden heeft een schijnbaar fait divers de abdicatie van de politiek zo duidelijk in beeld gebracht.

In gedachten zie ik hoe de minister van Cultuur met twinkelende oogjes op jokeschauvliege.be aankondigt dat een gulle sponsor de toekomst van het barokorkest La Petite Bande veilig zal stellen. Sigiswald Kuijken en zijn musici zullen voortaan aantreden in truitjes met het discrete logo van EAPB. De eer is gered, het spektakel verzekerd. Vertoon – daar gaat het ook vandaag om. Waar hebben we dat eerder gezien?

De tentoonstelling Kunst en financiën in Europa. 19e-eeuwse meesterwerken in een nieuw licht liep van 30 april tot 6 september 2012 in het KMSKB in Brussel, maar werd ‘om hoogstnoodzakelijke wijzigingen aan het gebouw’ vroegtijdig stopgezet.

Eric Min is essayist en criticus. Hij publiceert over schilderkunst en fotografie.

RektoVerso

Dit artikel is het gevolg van een samenwerking tussen Apache en Rekto:Verso.


Over dit artikel

BronApache [https://www.apache.be]
TitelOver oude kunst, centen en nachtbussen
Auteur(s)Eric Min
Permalinkhttps://www.apache.be/?p=30582
Gepubliceerd 02 oktober 2012 @ 13:41
Opgevraagd11 december 2019 @ 18:00
Klik hier om te printen