Onderzoeksjournalistiek onder commerciële en andere druk

2

Met panelleden die het achterste van hun tong lieten zien en een reeks pittige vragen vanuit de zaal, kregen we gisteren een stevig debat over de toekomst van onderzoeksjournalistiek. De conclusie? Er mogen dan van alle kanten steeds hogere dammen worden opgeworpen, het geloof dat onderzoeksjournalistiek altijd zal boven komen drijven, blijft groot. Al lijkt dat geloof vooralsnog meer gestoeld op vertrouwen in een onverwoestbare journalistieke drive dan op mercantiele principes.

(Foto Mullica)

(Foto: Mullica)

Moderator Margo Smit (VVOJ) had donderdagavond een stevig hap uit het kruim van de Vlaamse en Nederlandse onderzoeksjournalistiek op de sofa zitten: Jan Antonissen (Humo), Douglas De Coninck (De Morgen) en Eric Smit (Follow The Money).

Na een introductieronde en een korte zoektocht naar wat precies de kern van onderzoeksjournalistiek uitmaakt, stak Douglas De Coninck het vuur aan de lont door te verwijzen naar de manier waarop de VRT afgelopen voorjaar omging met de publicatie van het boek ‘De keizer van Oostende’, over Johan Vande Lanotte. Het boek is een doorwrocht onderzoeksjournalistiek werkstuk van de hand van twee VRT-journalisten, Wim Van den Eynde en Luc Pauwels. De VRT distantieerde zich ervan en zette de journalisten zelfs tijdelijk op non-actief .

Pol Van Den Driessche

Voor Douglas De Coninck is het een illustratie van de manier waarop het Belgisch establishment vandaag omgaat met onderzoeksjournalistiek. “Johan Vande Lanotte riep enkele bevriende Wetstraatjournalisten samen en zette de teneur door te wijzen op 62 vermeende fouten in het boek. Zowat de voltallige media ging daarin mee en stelde zich geen vragen meer over de inhoud van het boek. In De Tijd las ik een dag later zelfs het zinnetje ‘volgens mensen die het boek hebben gelezen’. De tegenkanting die je als onderzoeksjournalist krijgt is fenomenaal. De zin om onderzoeksjournalistiek werk af te branden is vele malen groter dan de zin om zelf achter de computer te kruipen.”

Douglas De Coninck: De tegenkanting die je als onderzoeksjournalist krijgt is fenomenaal.

Jan Antonissen maakte iets vergelijkbaar mee na de publicatie van een artikel over het seksueel intimiderend gedrag van Pol Van Den Driessche (N-VA). “Nog voor de feiten goed en wel waren gepubliceerd, kreeg ik al telefoon van andere journalisten met vragen over de journalistieke deontologie. Pol Van Den Driessche had in overleg met de bevriende commentator van Het Laatste Nieuws al een hele strategie uitgestippeld om zichzelf te verdedigen. Het is onwaarschijnlijk hoe men er soms in slaagt de teneur van buitenuit te sturen.”

Maar niet alleen politiek worden er steeds meer dammen opgeworpen. Douglas De Coninck: “Ik merk dat ik de voorbije jaren meer en meer aarzel om onderzoeksjournalistiek werk te doen. Ik begin mijn werkweek maandag met te antwoorden op allerlei advocaten en aanmaningen van de Raad voor de Journalistiek. Daar wordt een heel laagdrempelig beleid gevoerd om klachten te aanvaarden. Om de haverklap word ik door de politie gevraagd om te verschijnen wanneer ik citeer uit een PV. De vraag die ze me daar stellen is keer op keer dezelfde: wie zijn uw bronnen? Mijn antwoord is ook altijd hetzelfde: ik kan u daar geen antwoord op geven. Dat klinkt misschien grappig, maar ik wil dat echt niet meer. Het kost me gigantisch veel tijd en het werkt bijzonder demotiverend.”

Commerciële druk

Volgens Eric Smit valt het op dat vlak in Nederland een stuk beter mee. “IK heb het in mijn carrière tot dusver nog maar een keer meegemaakt dat de politie me voor zo’n futiliteit liet opdraven. Toeval of niet, het was in België.” Niettemin klinkt het verhaal over directe en indirecte tegenkantingen de initiatiefnemer van Follow The Money bekend in de oren. “Voorafgaand aan de publicatie over Nina Brink (Nederlands internetondernemer ToC) heb ik links en rechts om steun gevraagd om de juridische strijd waarvan ik haast zeker wist dat ze er ging komen, financieel te ondersteunen. Werk je voor een klassieke krant of voor een weekblad dan heb je de juridische dienst die daar voor zorgt. Ben je freelancer, dan weet je dat je er ook dat deel van het gevecht moet bijnemen. Comfortabel is dat allemaal niet, maar je weet wel hoe de kaarten liggen.”

Eric Smit: Werk je voor een klassieke krant of voor een weekblad dan heb je de juridische dienst achter je. Ben je freelancer, dan weet je dat je er ook dat deel van het gevecht moet bijnemen.

Jan Antonissen en Douglas De Coninck ervaren wel de steun van een geoliede juridische machine achter hen, maar ook daar schuift het. Jan Antonissen: “Journalisten moeten door een juridische dienst en door hun hoofdredactie gedekt worden. Maar vandaag merk je dat ook daar de commerciële druk geweldig is toegenomen. Dat maakt dat het steeds moeilijker wordt om bepaalde dossiers in de krant of in een weekblad te krijgen. Vandaag is dat in het bijzonder zo wanneer je schrijft over N-VA. Doe je dat, dan krijg je scheldtirades over je heen, vergelijkbaar met hoe dat indertijd met het Vlaams Blok gebeurde. Mensen bellen massaal, echt in golven om zogezegd hun abonnement op te zeggen. Soms tot drie keer per dag. Dat zorgt voor toenemende commerciële druk die het journalisten steeds moeilijker maakt om dingen gepubliceerd te krijgen.”

Nieuwe hoofdredacteur

Dat er zowel bij De Morgen, De Standaard, De Tijd als bij Humo vandaag een relatief nieuwe hoofdredacteur aan het hoofd staat, maakt de zaken er ook al niet gemakkelijker op.

Douglas De Coninck: “Het is objectiveerbaar en onmiskenbaar zo dat er steeds minder ruimte komt voor onderzoeksjournalistiek. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik bij De Morgen een goed verhaal in de krant krijg, maar net zoals bij veel andere kranten en weekbladen is er ook bij De Morgen een relatief nieuwe en jonge hoofdredacteur. Onder Yves Desmet en Rudy Collier was er een totaal vertrouwen. Nu worden er vragen gesteld. Dat kan ook niet anders als je die jarenlange basis niet hebt opgebouwd.”

Jan Antonissen beaamt: “Onder Jörgen Oosterwaal (ex-hoofdredacteur van Humo ToC) was het vertrouwen totaal en kreeg ik zowat carte blanche. Nu moet er nog iets opgebouwd worden. Bovendien staat het weekblad onder commerciële druk door de teruglopende verkoop. Daar moeten we niet flauw over doen. Die context maakt het moeilijk. Onderzoeksjournalistiek is op vele vlakken een risico. Je weet vooraf dat het een gevecht wordt, zowel intern als extern. Dat gevecht kan je af en toe aangaan, maar je moet je energie wel doseren.”

Jan Antonissen: Onderzoeksjournalistiek is op vele vlakken een risico. Je weet vooraf dat het een gevecht wordt, zowel intern als extern

Vanuit het publiek vroeg Luc Pauwels, een van de auteurs van het boek De keizer van Oostende’ zich af hoe het verder moet met onderzoeksjournalistiek op televisie. Hij ervaart alleszins zelf aan den lijve dat op de VRT onderzoeksjournalistiek onder druk staat. “Het boek ‘De keizer van Oostende’ zouden we nooit als een reportage voor televisie gemaakt kunnen hebben. We hebben er twee jaar lang aan gewerkt, na onze werkuren. Onze vaste afspraak was om twee uur ’s nachts, gewoon omdat we dan van elkaar wisten dat we allebei bezig waren. Op de VRT krijg ik vandaag acht weken voor een volledige reportage. Dat is veel te weinig voor een onderzoeksjournalistiek verhaal.”

Volgens Luc Pauwels is het overigens niet zozeer een probleem van financiën, dan wel van focus. “Het gaat om de keuze om de waan van de dag te volgen. Dat is een beslissing. Met geld heeft het naar mijn aanvoelen minder te maken.”

Nieuwe media

Het zijn allemaal getuigenissen die er op wijzen dat onderzoeksjournalistiek via de klassieke kanalen – kranten, weekbladen, televisiezenders- in de verdrukking komt, misschien wel op een dood spoor zit. Maar kunnen nieuwe media soelaas brengen?

Douglas De Coninck gelooft alleszins wel dat internet een uitweg biedt. “Er is vandaag niet alleen te weinig onderzoeksjournalistiek, er is te weinig goede journalistiek tout court. En net zoals het telefoonboek niet de toekomst is, zal ook de papieren krant niet de toekomst zijn. Het papieren businessmodel is in elkaar aan het storten. Dat maakt dat heel veel mensen heel nerveus worden, maar je ziet in het buitenland gelukkig wel veel voorbeelden en initiatieven die het niet meer via de klassieke weg zoeken. Als ik op het net surf, dan zie ik massa’s boeiende sites en goede verhalen. Het definitieve antwoord is er nog niet en ik zie het ook niet meteen vanuit de klassieke media komen, maar het komt er vroeg of laat wel. Daar ben ik gerust in.”

Luc Pauwels (VRT): Het gaat om de keuze om de waan van de dag te volgen in plaats van onderzoek te stimuleren. Dat is een beslissing. Met geld heeft het minder te maken.

Probleem is wel dat er vandaag nog steeds geen goed, breed gedragen businessmodel is voor (onderzoeks)journalistiek op het internet. In Nederland doen de televisieomroepen en de kranten volgens Eric Smit nog steeds aan onderzoeksjournalistiek, maar initiatieven zoals Follow The Money geven aan dat onderzoeksjournalistiek ook in een andere context kan gedijen. Eric Smit: “Ik zie initiatieven zoals Follow The Money en Apache als de werkplaatsen waar nieuwe dingen worden bedacht en uitgetest. We doen ons werk als journalist en tegelijk gaan we als een soort ondernemer op zoek naar een manier om onafhankelijk en met een minimale druk te kunnen werken. Het ultieme antwoord is er nog niet, maar het komt er wel. Met Follow The Money kiezen we nu resoluut voor het zogenaamde ‘charitymodel’ waarbij we financiële weldoeners en private investeerders over de streep trekken.”

Samenwerking

Eric Smit ziet ook brood in samenwerking tussen verschillende mediaspelers. Samenwerking tussen klassieke media en nieuwe initiatieven bijvoorbeeld. “Ik ben alleszins overtuigd van het feit dat een verhaal delen de impact ervan kan vergroten. Er zijn kanalen die elkaar kunnen versterken. Daar moet in de toekomst meer gebruik van gemaakt worden.”

Douglas De Coninck ziet alleszins geen concurrentie. Ook niet met De Standaard, de klassieke opponent van De Morgen. “De Morgen wordt vandaag geleid door iemand die van De Standaard komt en ook omgekeerd zijn er overstappen geweest. Heel dat idee van concurrentie is iets dat me volledig voorbij gaat. Het is niet mijn verhaal. En wat Apache betreft, ik ben vooral blij dat er zoiets als Apache bestaat. Ik voel me ook veel meer verbonden met iemand die voor Apache werkt dan met iemand die gewoon simpele verhaaltjes en berichtjes schrijft voor een krant.”

Voor Jan Antonissen is dat niet anders, al kan je het concept concurrentie volgens hem ook niet helemaal wegcijferen. “Ik ben ook blij dat er zoiets als Apache bestaat. Dat is de toekomst, daarvan ben ik overtuigd, maar ik heb natuurlijk ook liever dat een goed verhaal in Humo staat in plaats van op Apache. Je kan scoops tot op zeker hoogte delen, maar hoe groter de scoop hoe moeilijker dat word.”

Fonds Pascal Decroos

Apache bouwt aan een lezerscoöperatie, Follow The Money werkt, net zoals het Amerikaanse Pro Publica met een charitymodel. Het Franse Mediapart maakte het voorbije jaar voor het eerst winst dankzij een betalend abonnementsysteem. Mediabedrijven proberen en zoeken. Daarnaast is er het Fonds Pascal Decroos, mede-organisator van het debat donderdagavond.

Vanuit het panel werden er vraagtekens geplaatst bij de overheidssubsidie van het Fonds Päscal Decroos. Kan het Fonds dat bijzondere journalistiek en onderzoeksjournalistiek stimuleert wel voldoende onafhankelijk opereren? Douglas De Coninck heeft het alleszins moeilijk met het idee van een subsidiërende overheid. “Als je een geloofwaardig model hebt waarbij de onafhankelijkheid is gegarandeerd, zoals bij de BBC in Groot-Brittannië, dan geloof ik wel in overheidssubsidie, maar na de saga rond het boek over Vande Lanotte stel ik me toch grote vragen bij de onafhankelijkheid van de VRT. Het Fonds Pascal Decroos doet mooie dingen, maar ik zie naar mijn smaak te weinig echte gevaarlijke onderzoeksjournalistieke projecten. Zaken die het establishment uitdagen. Zelf krijg ik een loon van mijn werkgever en vind ik niet dat ik het Fonds nodig heb. Als mijn collega Catherine Vuylsteke een prachtig boek schrijft over jonge asielzoekers, dan vind ik dat de krant dat moet betalen en niet het Fonds Pascal Decroos.”

Ook Jan Antonissen vraagt zich af hoe kwetsbaar het Fonds Pscal Decroos is. “De vraag is hoever het Fonds Pascal Decroos precies kan gaan. Zullen ze nog overheidssubsidies krijgen als ze echt gevaarlijke onderzoeksjournalistiek zouden financieren?”

Ides Debruyne: Het zijn de journalisten die de voorstellen indienen. Zij bepalen het agenda, niet het Fonds Pascal Decroos zelf

Ides Debruyne, directeur van het Fonds Pascal Decroos, pareerde de opmerkingen door te verwijzen naar ‘De keizer van Oostende’ dat met de steun van het Fonds Pascal Decroos tot stand is gekomen. Luc Pauwels bevestigde dat het Fonds Pascal Decroos de auteurs bijzonder steunde in het heetst van de strijd.

Volgens Ides Debruyne zijn het ook de journalisten zelf die het agenda bepalen. Bovendien maakt de overheidssubsidie niet het leeuwendeel uit van de budgetten. “Via het European Journalism Fund hebben we een onderzoek gesteund naar wapenhandel in Slovenië, een dossier dat tot drie boeken heeft geleid en dat de hele politieke wereld in rep en roer heeft gezet. Er zijn dus zeker en vast voorbeelden van onderzoeksjournalistiek die wel degelijk ‘gevaarlijk’ zijn. Maar het zijn de journalisten die de voorstellen indienen. Zij bepalen dus het agenda, niet wij.”

Dat het in principe de kranten, weekbladen en televisiezenders zelf zijn die zouden moeten investeren in onderzoeksjournalistiek, wil Ides Debruyne dan weer niet tegenspreken, integendeel. “Alleen zien we dat zoiets vandaag binnen het huidige businessmodel niet of nauwelijks nog gebeurt. We willen tijd en ruimte geven aan journalisten zodat ze toch nog onderzoeksjournalistiek kunnen brengen.”

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books