Onrecht in een achterkamertje

0

De ‘afkoopwet’ die het rijke mensen mogelijk maakt hun straf af te kopen, getuigt volgens Walter De Smedt van een diepe kloof tussen burger en justitie. Het gewezen Comité I en Comité P lid spaart de harde woorden niet. ‘Het is onbegrijpelijk dat een liberale justitieminister en een socialistisch premier met zoiets akkoord kunnen gaan! Dit heeft niets meer van doen met ‘recht in de openbaarheid’ maar alles met ‘onrecht in een achterkamertje’.

Koen Liégeois (Tekening Koen Huybreghts)

(Tekening Koen Huybreghts)

Deze week maakte de Liga voor de Mensenrechten bekend dat ze bij de Raad van State een vernietiging van de rondzendbrief over de fameuze afkoopwet vraagt. Vorig jaar al deden de Franstalige collega’s van de Liga hetzelfde met een vraag tot vernietiging van de wet zelf bij het Grondwettelijk Hof.

De Liga komt overal in de wereld op voor schendingen van de rechten van de mens. Veelal gebeurt dat tegen toestanden in landen die als weinig democratisch worden beschouwd. Dat zulks ook in België moet gebeuren stemt op zich al tot nadenken en geeft aan wat er in onze huidige justitie mogelijk is.

Antwerpse diamantoorlog

De actie van de Liga is een logisch gevolg van wat in de media de Antwerpse diamantoorlog is gaan heten. Daarin gaat het om de toepassing van de ‘afkoopwet’, zo genoemd omdat die wet het mogelijk maakt om gevangenisstraf, onder meer voor fiscale fraude af te kopen.

Omdat de diamantoorlog grote proporties aannam -herinner u de huiszoekingen op het parket van de procureur, een fiscale substituut en zijn medewerkers die door de procureur-generaal werden vervolgd voor valsheid in geschriften, …-  vroeg justitieminister Annemie Turtelboom aan de Hoge Raad voor de Justitie om een onderzoek te voeren.

De diamantoorlog gaat niet over personen maar over fundamentele basisbeginselen in de vervolging, het onderzoek en de behandeling voor de strafrechter

Die Hoge Raad voor de Justitie liet in het onderzoeksverslag de kans passeren om de persoonlijke elementen te relativeren en de principiële elementen te evalueren: de betwisting in de diamantoorlog gaat niet over personen, zoals het verslag aangeeft, maar over fundamentele basisbeginselen in de vervolging, het onderzoek en de behandeling voor de strafrechter.

De betrokken parketmagistraat te Antwerpen is helemaal niet karaktergestoord of onkundig zoals het verslag van de Hoge Raad wil doen verstaan. Hij is een ernstig en integer man die hard heeft gewerkt. Hij is ook niet mordicus tegen een minnelijke schikking maar wenst dit pas na onderzoek, dus met volle kennis en in alle openheid voor de strafrechter te doen.

Procureur-generaal Liégeois wil de dossiers van fiscale fraude in de diamant in een vervroegd stadium en buiten de strafrechter om afdoen. Het is zijn goed recht om hierover een mening te hebben en te trachten deze te doen aanvaarden. Maar of dit moet gebeuren met afdreigingen, huiszoekingen en vervolgingen is een vraag die in het weekblad Knack met een duidelijke cartoon, waarbij de procureur-generaal getoond wordt met een diamant in de mond, werd beantwoord.

Schrijnende ongelijkheid

De meningsverschillen over de nieuwe wet op de verruimde minnelijke schikking tonen andermaal aan hoever justitie in dit land weg is gegroeid van algemeen aanvaardde beginselen. Wat terecht de afkoopwet wordt genoemd maakt immers een einde aan de gelijkheid tussen alle burgers in dit land en voert een schrijnende ongelijkheid in tussen arm en zeer rijk. Wie rijk is kan nu zijn straf afkopen.

De wet maakt ook een einde aan de individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid aangezien de sanctie kan afgewenteld worden op de firma. De wet zet zelfs aan tot georganiseerde fraude. Niet alleen omdat alles nu kan ‘geregeld’ worden, maar ook omdat de tijdens de ‘onderhandelingen’ spontaan aangegeven fraude die niet door het parket was gekend, niet meer kan vervolgd worden en daardoor dus wordt witgewassen! Zij die denken dat door deze wet centen in de staatskas zullen vallen zullen bedrogen uitkomen. Denk aan het voorbeeld van Griekenland, waar de steenrijke reders evenmin belastingen betalen.

De ‘afkoopwet’ maakt ook een einde aan de individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid aangezien de sanctie kan afgewenteld worden op de firma.

Ondertussen is er door de justitieminister en de procureurs-generaal een omzendbrief gemaakt die de problematiek moet regelen. Wat zal daar het gevolg van zijn? Wel, blijkbaar hebben de procureurs-generaal de strijd om de macht gewonnen, tegen de bestaande wettelijke voorzieningen in. De bevoegdheid voor de opsporing en de vervolging is het monopolie van de procureur. In de door de procureurs-generaal zelf geschreven omzendbrief worden de procureurs echter verplicht zowel voorafgaand als uiteindelijk de toestemming van de procureur-generaal te vragen. In de circulaire wordt ook de opdracht van de strafrechter toegelicht : hij mag de opportuniteit niet beoordelen. Zijn opdracht wordt dus puur formeel.

Het is onbegrijpelijk dat een liberale justitieminister en een socialistisch premier met zoiets akkoord kunnen gaan. De verruimde minnelijke schikking heeft niets meer van doen met ‘recht in de openbaarheid’  of ’justice must seen to be done’, maar alles met ‘onrecht in een achterkamertje’.

Jaïntempel

De Antwerpse rechtbank kwam ook in het nieuws omdat enkele magistraten en medewerkers op uitnodiging van de Indische diamantlobby een bezoek aan de Indische Jaïntempel in Wilrijk brachten. Ook dat bezoek geeft aan waar het probleem zit. Rechtbankvoorzitter Mahieu weigerde rekening te houden met de opmerkingen van meerdere collega’s die vonden dat het onvoorzichtig en onnodig was om aan tafel te gaan met diamantairs die mogelijks betrokken waren in onderzoeken of waarover de rechtbank moest oordelen. In een wrakingprocedure heeft het hof van beroep hem daarin gelijk gegeven.

Men beseft niet dat het totaal irrelevant is wat de rechtbankvoorzitter of het hof vindt over het omstreden bezoek aan de Jaïntempel. De essentiële vraag is wat de bevolking daarvan maakt

Blijkbaar beseft men niet dat het totaal irrelevant is wat de rechtbankvoorzitter of het hof, vanuit hun grote gelijk, daarover denken. De essentiële vraag is wat de bevolking daarvan maakt: bij de modale burger ontstaat een, in dit geval wellicht verkeerde, indruk van betrokkenheid. Het vertrouwen wordt aangetast. Het volstond om niet aan tafel te gaan met de diamantairs om alle problemen te vermijden. Waarom deed men dat dan toch? Eerder dan zich daarover te bezinnen werd aan de journalisten een gebrek aan deontologie verweten en wordt zelfs, alsof het in beeld brengen van een culturele activiteit van de rechtbank een inbreuk op de privacy kan uitmaken, een opsporingsonderzoek gevoerd om “de mol” te kennen.

Ik heb het moeilijk met deze nieuwe mentaliteit. Vooral met de pogingen om langs de rechtspraak om een misdrijf een andere inhoud te geven dan deze die door de wet is bepaald. Na Dutroux werd de burger meer openheid, transparantie en begrip beloofd. Hoewel sommige magistraten nu in spijkerbroek en polo komen werken, schijnen ze verder af te staan van de burger dan hun oudere collega’s in vest en das.

De problematiek toont ook aan dat het niet volstaat om punctueel enkele bijsturingen te doen zoals dat nu als gevolg aan de recentste vraag van de ouders van de vermoorde kinderen schijnt te zullen gebeuren. De problemen in justitie zijn veel fundamenteler en snijden veel dieper. De afkoopwet en de daarop gemaakte omzendbrief maken pijnlijk duidelijk hoe groot de kloof tussen justitie en de bevolking is.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid