‘Geen hoop voor meer persvrijheid in Marokkaanse kranten’

 Leestijd: 7 minuten0

Er is geen hoop voor meer persvrijheid bij de Marokkaanse gedrukte media. Dat is de mening van journalist Aboubakr Jamaï, redacteur bij de Marokkaanse nieuwswebsite Lakome. In een interview geeft hij zijn visie op de mogelijkheden voor online media en de politiek in Marokko.

Aboubakr Jamaï

Aboubakr Jamaï

In 2003 won Jamaï de International Press Freedom Award van het ‘Committee To Protect Journalists’. Hij kreeg die prijs voor zijn strijd voor democratie, als uitgever van twee Marokkaanse kranten die na repressie vanwege de staat opgedoekt werden. Nadat in februari 2011 Marokkanen op straat betoogden voor een parlementaire monarchie, sloot hij zich aan bij Ali Anouzla die eind 2010 de website Lakome lanceerde. Ook Anouzla zag eerder zijn gedrukte krant verdwijnen na meerdere rechtszaken.

De context waarin Jamaï en andere journalisten vandaag werken is niet veel beter dan toen. In de Pressfreedom index 2011 van Reporters zonder Grenzen zakte Marokko drie plaatsen. Dat Rachid Nini, voormalig redacteur van een van de grootste Marokkaanse kranten, een jaar in de cel zat omwille van zijn columns, beschadigde Marokko’s reputatie als een van de meeste liberale landen in de regio. Niettemin belooft de nieuwe grondwet een grotere persvrijheid. De grondwet voorziet ook meer ruimte voor vrije meningsuiting. Aboubakr Jamaï ziet echter enkel nog hoop bij online media.

De strijd voor meer democratie is belangrijk in je werk. Welke rol kunnen online media zoals Lakome spelen bij het democratiseringsproces in Marokko?

Aboubakr Jamaï: “Wat de online pers doet is volgens mij geweldig. Er is een voorbeeld waarbij online media naar de stad Taza gingen toen daar rellen uitbraken tussen demonstranten en politie. De journalisten spraken met de inwoners, plaatsten hen voor een camera en zetten hun getuigenissen op een website en op Youtube. Dat stimuleerde het debat over wat er gaande was in Taza. Ik denk niet dat mensen die realiteit zouden hebben gekend als Lakome of andere online media niet bestonden. Normaal gezien zou over dergelijke gebeurtenissen bericht moeten worden door de nationale media, vanuit verschillende perspectieven: die van de politie, van politici, burgers, vakbonden. Maar dat gebeurde niet.”

Nadat jouw website het nieuws over de rellen verspreidde, beschuldigde de regering online media ervan verantwoordelijk te zijn voor de spanningen. Het regime dreigde zelfs met sancties tegen de eigenaars van de websites.

“Het probleem dat de regering heeft met online media is dat ze veel moeilijker te controleren zijn. De website Demainonline (een tegendraadse nieuwswebsite, nvdr.) werkt vanuit Spanje, Lakome zit ook in Europa en onze server zit in Canada. Juridisch gezien is er niets geregistreerd in Marokko zelf.

Maar de site kan wel geblokkeerd worden voor internetgebruikers in Marokko.

“Dat kan, maar ik ben ervan overtuigd dat de kost van zulke repressie tegen online media zeer hoog zou zijn. Het regime zou in dat geval haar misdaad moeten ‘tekenen’, terwijl het bij de repressie tegen offline media net heel moeilijk was om de oorsprong van de repressie aan te tonen. Als ze een website blokkeren, dan is dat duidelijk directe censuur. Ons geluk is dat dit regime nog steeds nood heeft aan een imago van liberalisme en openheid. Van die bewegingsruimte maken we gebruiken. De hoofdreden waarom we investeerden in Lakome is net omdat de mogelijkheid van het regime om ons te dwarsbomen veel kleiner is dan bij de traditionele media waar er veel methodes zijn om de pers aan te vallen.”

In het geval van jouw vroegere kranten waren advertentieboycots een van de manieren om de pers aan te vallen. Hoe kan een staat zoveel invloed hebben op de manier waarop bedrijven adverteren?

“Eerst en vooral is de koning de grootste zakenman in Marokko, dus is hij zelf een grote adverteerder. Wanneer de koning en zijn vertrouwelingen niet bij jou willen adverteren dan wordt dat meteen ook een duidelijke boodschap voor de rest. Als een ander bedrijf toch advertenties bij jou plaatst, wordt dat geïnterpreteerd als een geste ‘tegen de koning’, en niemand is bereid om zich te keren tegen ‘the biggest gorilla in the room’. Zo werkt de zakenwereld. Je kan niet verwachten dat mensen hun bedrijf in gevaar brengen om jouw strijd voor democratie kracht bij te zetten. Ik heb het meegemaakt met de kranten Le Journal Hebdomadaire en Assahifa al-Ousbouiya (oude kranten van Jamaï, nvdr). Sommige adverteerders die deden alsof ze de boodschap niet begrepen, kregen telefoontjes om onze samenwerking stop te zetten.”

Lukt het je nu wel om vrijer met adverteerders te werken?

“Lakome was tot voor kort in staat om wat inkomsten te genereren uit advertenties. Deze bron van inkomsten is recent opgedroogd en we weten dat druk vanuit de staat hiervan de reden is. De Franstalige versie van onze website kende een kort bestaan omdat we niet genoeg inkomsten hadden en we besloten om al onze energie te investeren in de Arabische site. Maar hopelijk kunnen we de Franstalige versie in de komende maanden opnieuw opstarten.”

Hoeveel mensen bereik je met je website?

“Ik ken het exacte cijfer niet, maar ik denk dat het momenteel schommelt rond de 100.000 unieke bezoekers per dag. De meeste van hen komen uit Marokko, maar we hebben ook een redelijk bereik in België, Frankrijk en Canada.”

Lakome was tot voor kort in staat om wat inkomsten te genereren uit advertenties. Deze bron van inkomsten is recent opgedroogd en we weten dat druk vanuit de staat hiervan de reden is.

Vormt de lage alfabetiseringsgraad onder Marokkanen een obstakel voor het verspreiden van jouw nieuws?

“De analfabetiseringskwestie wordt wat te sterk benadrukt. Er is geen Marokkaans gezin waar niet een van de leden onderwijs genoten heeft. Kijk je naar de demonstraties van de 20 februari-beweging, dan is het waarschijnlijk zo dat elk van de activisten een geletterde persoon is, maar dat hij of zij in het gezin of in de buurt door zijn of haar opleiding waarschijnlijk de intellectuele leider is. Concreet denk ik nu aan Kamal Al-Amari die stierf na een protest in Safi. Hij werkte in de mijnsector, maar wat mensen niet zagen was dat hij ook een bachelordiploma had in chemie. Je kan je inbeelden dat die kerel de intellectuele drijvende kracht achter zijn familie was. Het ging niet zomaar om een werkloze analfabeet die verjaagd en geslagen werd door de politie.

“Kijk je naar de revoluties in Egypte en Tunisië, dan was het steeds een kleine minderheid die de revoluties op gang trok. Als je het totaalplaatje bekijkt, dan stelden de mensen op het Tahrirplein oin aantal niet zoveel voor. Maar zij zetten de verandering wel in gang. Als een kleine minderheid van geïnformeerde of gemobiliseerde mensen het argument is voor een voortzetting van het status quo in Marokko, dan denk ik niet dat het een geldig argument is.”

Jouw nieuwswebsite is een voorstander van de 20 februari-beweging. Een van jullie reporters, Najib Chaouki, is lid van de beweging. Brengt dat de onafhankelijkheid niet in gevaar?

“Ik denk het niet. Er is een probleem met het woord objectiviteit. Ik moet nog een journalist tegenkomen die objectief is. Er bestaat wel zoiets als eerlijke journalistiek. Eerlijkheid in journalistiek is de feiten niet verdraaien zodat ze in jouw verhaal passen. Je moet je aan de feiten houden als je verslag uitbrengt. En toch is een presentatie van de feiten, of je het nu wilt of niet, altijd een soort editorialisatie. Maar zelfs bij een editoriaal dat per definitie een opinie is, mag je de feiten niet veranderen om jouw mening te versterken. Dat is geen kwestie van objectiviteit maar van eerlijkheid.

“Lakome onderschrijft de doelen van de 20 februari-beweging. De reden waarom de publicaties van Ali Anouzla en mijn offline-uitgaven eindigden, is net omdat we allebei duidelijke voorstanders zijn van democratie. We kunnen het dus enkel eens zijn met de 20 februari-beweging en met wat in het algemeen de Arabische lente genoemd wordt.”

Dat doet me denken aan een quote die ik las bij een Egyptische journalist en activist: ‘In een dictatuur is onafhankelijke journalistiek op zich een soort van activisme, en de verspreiding van informatie is in feite een handeling die aanzet tot beweging.’ Bekijk je journalistiek in Marokko ook zo?

Offline kranten weten dat, als ze te fel afwijken van het officiële discours, het voor hen onmogelijk zou kunnen worden om salarissen, drukwerk en papier te betalen.”

“Ja, het is activisme. Journalistiek kan enkel vrij en onafhankelijk uitgeoefend worden in een democratische samenleving. Je kan het vechten voor je recht om je uit te spreken, en om een stem te geven aan zij die uitgesloten zijn van de publieke ruimte, activisme noemen, maar het is nog steeds journalistiek. Ik heb moeite met het idee van wat journalistiek zou moeten zijn omdat het als argument gebruikt wordt door autoritaire regimes: ‘Deze mensen zijn niet objectief want ze zijn voorstander van de 20 februari-beweging.’ Als het gaat om objectiviteit, hoe zou je dan berichten over Hitler? Je kan toch geen stem geven aan de nazi’s op dezelfde manier als je die zou geven aan de Joden? Dat slaat nergens op.”

Sinds november 2011 maakt de islamistische PJD (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling) voor het eerst deel uit van de Marokkaanse regering. Kan dat de situatie voor journalisten verbeteren?

“Voor offline journalistiek is het te laat om dingen te veranderen. Ik zie adverteerders niet uit vrije wil terug werken met onafhankelijke nieuwsmedia. Het risico om advertenties te verliezen is aanvaard bij de bestaande kranten en magazines. Ze weten dat als ze te fel afwijken van het officiële discours, het voor hen onmogelijk zou kunnen worden om salarissen, drukwerk en papier te betalen.”

Terwijl je probeert om Marokkanen te informeren over wat er gebeurt in verband met de protesten in hun land, hebben buitenlandse media weinig aandacht voor Marokko. Maken ze een fout?

“Ik ben niet tevreden met de manier waarop over Marokko werd bericht, maar ik kan het journalisten moeilijk kwalijk nemen. Voor een Franse journalist in Parijs of een Belgische journalist in Brussel waren er, telkens er betekenisvolle ontwikkelingen in Marokko waren, veel nieuwswaardigere en vaak catastrofale verhalen elders. Je had Tunesië, dan had je Egypte, dan Jemen en nu hebben we Syrië non-stop. Het is normaal dat mensen de meeste werkkrachten gebruiken om over die sitauties te berichten. In Marokko had je tot nu toe ook niet de repressieve methoden die andere Arabische regimes wel gebruiken. Wat natuurlijk niet betekent dat er niets gebeurt. Het verhaal is trouwens nog niet ten einde. We zijn nog steeds in het midden ervan.”

Hoe zou jij dat verhaal beschrijven?

“Marokko is een land dat het waard is gevolgd te worden, maar Marokko is ook een droevig verhaal, in de zin dat het de nodige ingrediënten had, en hopelijk nog steeds heeft, om een vreedzaam democratiseringsproces door te maken. Maar de kans wordt met de dag kleiner omdat het regime duidelijk niet wil loslaten. Als je kijkt naar het nepotisme en de manier waarop het zichzelf en zijn mensen verrijkt, dan spreekt dat boekdelen over de onwil om vooruitgang te brengen inzake democratie en politiek liberalisme.

“De economische situatie in Marokko is ook zeer slecht. Er zijn veel meer stakingen dan vroeger. Met de economische problemen die Europa doormaakt en die Marokko nu ook begint te voelen, kom je in een situatie waarbij mensen meer vragen terwijl de regering gedwongen is om hen minder te geven. Die situatie zou een politieke vertaling moeten krijgen, maar dat gebeurt niet echt.”

Wat is volgens jou de bijdrage geweest van de 20 februari-beweging aan de Marokkaanse politiek?

“Zonder de 20 februari-beweging zou de PJD geen deel uitmaken van de regering. De PJD zit wel in de regering, maar ze heeft geen echte macht. De PJD heeft campagne gevoerd rond het thema  corruptiebestrijding . Alleen is er geen manier om corruptie te bestrijden zonder de monarchie te confronteren, dus zitten ze in een verliezende positie.”

Zou zo’n confrontatie met de monarchie niet het begin van een grote politieke crisis inluiden?

“Ofwel wordt de monarchie aangesproken op een beschaafde manier door politici en door organisaties. Ofwel gebeurt het op straat. En op straat betekent ‘irhal’: vertrek.”

StampMedia

Dit artikel is het gevolg van een samenwerking tussen Apache en StampMedia.

Auteur: HasnaAnkal

De biografie van deze auteur is niet beschikbaar.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,33 euro per maand.


Ja, ik word lid