Vijf tips om het vertrouwen in de media te herstellen

21 juni 2012 Tom Cochez
(Foto Jamesyju)
(Foto Jamesyju)
(Foto Jamesyju)
(Foto Jamesyju)

‘De media hebben een gigantisch probleem. Geen hond gelooft ze nog. Mochten ze buiten komen, ze zouden het zelf vaststellen.’ Met die woorden veroorzaakte Bart De Wever enkele weken terug een flinke mediastorm. De N-VA-voorzitter zette de zaken weliswaar op scherp, maar onderzoek uitgevoerd door het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (CeSO) en het Instituut voor Sociaal en politiek Opinieonderzoek (IPSO) van de KU Leuven bevestigt in belangrijke mate de stelling van De Wever.

Maar wat kunnen we er aan doen? Hoe kunnen we het vertrouwen opnieuw een boost geven? De sleutel ligt in de eerste plaats bij de betrokkenen: bij mediagroepen, journalisten en (media)beleidsmakers. We zetten vijf tips op een rijtje in de hoop de discussie op gang te trekken.

1. Erken dat er een probleem is

Er is helemaal geen probleem. Telkens er mediakritiek geformuleerd wordt, spat de ontkenning van de krantenpagina's. De reacties op de uithaal van Bart De Wever spraken boekdelen. Zowat elke opiniemaker in Vlaanderen kroop in zijn pen om koud en warm te blazen. Ja, er waren enkele uitzonderingen die voorzichtig in eigen boezem trachtten te kijken, maar de teneur bleef de teneur die al vele jaren het mediadebat kenmerkt: kritiek geven is altijd mogelijk, helemaal perfect zit het nog niet, maar we vijlen en slijpen moedig verder om onze kranten nog beter te maken. Gevolgd door de obligate uitsmijter dat onze kranten vandaag toch veel beter zijn dan vroeger.

De verkramptheid waarmee heel wat mediamensen op mediakritiek reageren, staat in schril contrast met het plezier waarmee ze doorgaans zelf anderen de les spellen

De verkramptheid waarmee heel wat mediamensen op mediakritiek reageren, staat in schril contrast met het plezier waarmee ze doorgaans zelf anderen de les spellen. Dat laatste is nu eenmaal eigen aan journalistiek: journalisten kijken en melden vooral wat er niet goed gaat. Dat doen journalisten met hun eigen nieuwsobjecten maar zelf verwachten ze op zijn minst af en toe een aai over de bol. De gedachte dat ook media en journalistiek zelf onderwerp van journalistieke bevraging kunnen zijn, wordt in de mediawereld nog steeds als een behoorlijke schok ervaren.

Ook de manier waarop sommige mediakritiek wordt geformuleerd - en ja, we pleiten een beetje schuldig- draagt bij tot die egelstelling. Als de winkel wordt aangevallen, dan moet je die verdedigen. Zo wil de logica het. Alleen is mediakritiek niet per se een aanval. Zolang dat besef niet doordringt en iedereen gewoon in de loopgraven blijft, is er geen kans op verandering.

2. Durf kijken naar onderliggende structurele verklaringen

Pas wanneer we durven te bekennen dat het geloofwaardigheidsprobleem reëel is en dat het misschien ook wel eens iets met de media zelf te maken zou kunnen hebben, kan de zoektocht naar de onderliggende structurele verklaringen beginnen. Bijzonder problematisch daarbij is dat die zoektocht al snel leidt tot gemorrel aan het bestaande businessmodel. Om evidente redenen hebben grote mediagroepen dat niet graag, maar moet dat journalisten ervan weerhouden om toch de juiste vragen te stellen en er vervolgens ook over te schrijven?

Is er een gegronde reden te bedenken waarom mediagroepen, in tegenstelling tot sommige banken, farmaceutische bedrijven of wapenfabrikanten ethiek niet ondergeschikt zouden maken aan winstverwachtingen?

Is er een gegronde reden te bedenken waarom mediagroepen, in tegenstelling tot sommige banken, farmaceutische bedrijven of wapenfabrikanten ethiek niet ondergeschikt zouden maken aan winstverwachtingen? Blijkbaar nemen journalisten voetstoots aan dat mediabedrijven niet kritisch bevraagd moeten worden. Helaas neemt dat niet weg dat er op de achtergrond dingen gebeuren: de reclamebestedingen van de kwaliteitskranten daalden het voorbije jaar met tien procent, de losse verkoop stort in en wordt ingewisseld voor vaak zeer goedkoop aangeboden abonnementen en de toekomst van de indirecte perssteun via Bpost staat onder Europese druk. Drie financiële peilers onder de huidige mediagroepen wankelen, maar dat wordt vooral nergens geschreven.

3. Stop met het subsidiëren van dode bomen en mediagroepen

Heroriënteer de naar schatting 300 miljoen euro aan overheidssteun. Dat de overheid het maatschappelijk belang van een goed functionerende pluriforme pers erkent, is een goede zaak. Dat de overheid er geld in stopt, is best verdedigbaar. Alleen stroomt het geld vandaag niet naar 'journalistiek' maar naar de grote mediagroepen die op geen enkele wijze moeten aantonen dat het geld ook tot die initiële bedoeling bijdraagt.

Met de ruim 200 miljoen indirecte perssteun via Bpost kan je 3.000 journalisten een meer dan deftig loon betalen

De oplossing is op zijn minst in theorie evident: investeer het geld in journalistiek/journalisten in plaats van in hun werkgevers. Alleen al met de ruim 200 miljoen indirecte perssteun via Bpost kan je 3.000 journalisten een meer dan deftig loon betalen. Precieze cijfers over het aantal journalisten dat vast of freelance voor de dag- en weekbladsector werkt ontbreken, maar veel meer zullen het er niet zijn. Laat staan dat ze vandaag allemaal een deftig loon zouden verdienen.

Hoe je zoiets concreet maakt, is voer voor discussie maar met wat creativiteit geef je op die manier journalisten veel meer armslag op de eigen redacties. Wordt het aantal journalisten het criterium voor overheidssteun in plaats van het aantal verkochte exemplaren, dan ondersteun je als overheid journalistiek en niet, zoals dat vandaag het geval is, mediagroepen.

4. Investeer online

Zet de stap naar online. Die stap is sowieso onvermijdbaar en hoeft helemaal niet te impliceren dat 'print' verdwijnt. In België krijgt online nieuws een uiterst conservatieve invulling. Omdat niemand er echt in durft te investeren en omdat het genereren van clicks blijkbaar het enige is wat telt, vreet alles wat online is in belangrijke mate de geloofwaardigheid van de originele titels en 'de media' in het algemeen aan.

De krantenwebsites vreten in snel tempo de geloofwaardigheid van de originele titels en 'de media' in het algemeen aan.

Zo hoeft het niet te gaan. Online biedt immers tal van nieuwe journalistieke mogelijkheden. Daar gebruik van maken veronderstelt wel investeringen en vandaag durft niemand die aan. In Groot-Brittannië is The Guardian het lichtend voorbeeld. En ja, die krant maakt momenteel, mede als gevolg van die keuze verlies, maar zo gaat dat wel vaker met investeringen: ze renderen pas op termijn. In België gaat de keuze naar het uitknijpen van een al zo goed als volledig uitgeperste citroen.

5. Kom uit de zetel

Je moet het natuurlijk mogen en je moet er als journalist ook tijd voor krijgen, maar om het vertrouwen in 'de media' te herstellen is een veel directere relatie tussen journalist en lezer nodig. Print laat zoiets nauwelijks toe, maar het internet smeekt haast om interactiviteit. De Franse website Rue89 toont mooi hoe journalisten in discussie gaan met hun lezers. Dat levert naast een spiegel voor het eigen werk vaak ook journalistiek bruikbare informatie op.

We zijn het allemaal bijzonder gewoon om zowat ex cathedra te schrijven en te analyseren

De ombudsman van De Standaard is een voorzichtige stap in de goede richting en Facebook en Twitter dwingen journalisten er voorzichtig toe, maar om lezers echt ernstig te nemen en de relatie met 'hun krant' opnieuw aan te halen, is een directere relatie met journalisten veel belangrijker dan een nieuwe DVD box bij de krant.

Dat veronderstelt natuurlijk de bereidheid om met de billen bloot te gaan en dat valt zwaar. We zijn het allemaal bijzonder gewoon om zowat ex cathedra te schrijven en te analyseren. Lezers die kritiek uiten of vragen stellen, worden op de redactievloer al snel 'zeikerds' die niet begrijpen hoe een krant nu eenmaal werkt. Die zeikerds zijn er ongetwijfeld, maar ze worden vandaag net iets te gretig gehanteerd als een scherm dat elke blik in de spiegel verhindert.

LEES OOK