Kan fraudebestrijding de crisis oplossen?

2

Rijke Grieken hebben, alleen al in Zwitserland ongeveer evenveel zwart geld als het Griekse BBP. Het zwart geld van de Belgen zou ruim 120 procent van het BBP bedragen. Gewestelijk BBi-inspecteur Karel Anthonissen legt uit hoe dertig jaar ondoeltreffende fraudebestrijding aan de basis ligt van de huidige crisis. Toch volstaat correcte fraudebestrijding niet om de crisis op te lossen. Daarvoor is volgens de fraudebestrijder een stevige belasting op grote fortuinen bij de overgang naar een volgende generatie nodig.

(Foto : 401K)

Ik val maar meteen met de deur in huis. Het antwoord op bovenstaande vraag is ‘neen’: fraudebestrijding kan de crisis niet oplossen. Toch is de huidige geldcrisis of schuldencrisis grotendeels het gevolg van fiscale fraude, maar dan wel van tientallen jaren opgestapelde fraude.

Enkele cijfers maken dat duidelijk. De Belgische staatsfinanciën zullen dit jaar een tekort van ongeveer 3 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP) hebben. Dat is het tekort van één jaar. Het opgestapelde tekort over de jaren heen, onze staatsschuld, bedraagt nagenoeg 100 procent van het BBP. Dat terwijl de zogenaamde Maastrichtnorm, de maxima die volgens het verdrag van Maastricht (1992) toegelaten zijn, respectievelijk 3 procent voor het jaartekort en 60 procent voor het gecumuleerde tekort bedragen.

Daar kunnen we de fraudecijfers eenvoudig naast leggen, met hetzelfde onderscheid: enerzijds het jaarcijfer, anderzijds het gecumuleerde cijfer. Voor de schatting van de jaarlijkse fraude zijn er verschillende bronnen; die gaan van 3,8 procent tot 17,8 procent. Dat betekent eigenlijk zoveel als dat we het eigenlijk niet goed weten.

Naast de ongekende zwarte economie, zijn er de belastingkortingen. Die kennen we wel precies. Alle verminderingen samen, van de woonbonus over de kinderaftrek tot de notionele intrestaftrek bedragen 20,8 procent van het BBP.

Niemand zal me tegenspreken, en ik overdrijf zeker niet als ik de belasting die we hadden moeten innen, maar niet geïnd hebben, op 6 procent raam. Het dubbele van de Maastrichtnorm dus. Ik heb het hier over de onrechtmatig niet betaalde belastingen.

‘Onrechtmatig’ is een iets breder begrip dan ons strafrechtelijk begrip van fraude: daar spreekt de wet van ‘bedrieglijk niet betaalde belastingen’. Je kunt namelijk ook onrechtmatig geen belastingen betalen zonder een bedrieger te zijn: door vergissingen of door ontwijking. Wat dat laatste betreft, spreekt de wet sinds kort van ‘fiscaal misbruik voor ongeoorloofde ontwijking’.

Half zoveel fraude

Als er in de loop van mijn loopbaan als belastingambtenaar maar half zoveel fraude en misbruik geweest was, dan hadden we haast nooit een tekort en vaak een overschot gehad.

Ik kom nu tot mijn eerste stelling. Als er in de loop van mijn loopbaan als belastingambtenaar (sinds 1977) maar half zoveel fraude en misbruik geweest was, dan hadden we haast nooit een tekort en vaak een overschot gehad. Ik pleit dus schuldig: dertig jaar lang heb ik fraude niet goed genoeg aangepakt. De meer liberale tegenhanger van mijn stelling is natuurlijk ook waar: als in dezelfde periode sommige regeringen wat beter op de uitgaven gepast hadden, dan hadden we misschien ook geen tekort en geen schuld gehad.

Zoals gezegd, het opgestapelde tekort of onze schuld bedraagt bijna 100 procent van het BBP. Dat is geen prettig vooruitzicht voor jonge mensen. Maar er staat een reserve tegenover: het opgestapelde zwart geld dat alle Belgen samen in kluizen, op buitenlandse rekeningen en in zogenaamde spaarverzekeringen hebben zitten. Daarover verschijnen nauwelijks cijfers. Ik denk dat de universiteiten het niet kunnen en dat de banken het niet durven berekenen. Ergens lees ik het bedrag van 174 miljard euro geld in het buitenland.

Karel Anthonissen

Rijke Grieken zouden samen ongeveer evenveel als het Griekse BBP aan zwart geld hebben, alleen al in Zwitserland. Als ik zie dat enkele honderden diamantairs meer dan een miljard bij één bank hebben, en tegelijk mijn jaarschatting van 6 procent doortrek, dan denk ik het zwart geld van de Belgen gerust te mogen ramen op 120 procent van het BBP. Dat is ook het dubbele van de Maastrichtnorm. Anders gezegd: het zwart geld is het dubbele van het tekort, zowel op jaarbasis als op gecumuleerde basis.

Zwart geld

Zo kom ik tot mijn tweede stelling : als wij er de komende jaren (ik kan nog zeven jaar aanblijven als belastingambtenaar) in zouden slagen de helft van het zwart geld uit het verleden te recupereren, dan zakt onze staatsschuld meteen onder de Maastrichtnorm. Hier gaat de meer liberale tegenhanger van mijn stelling niet op. Met ‘gewone’ besparingen en met nog meer ‘gewone’ belastingen gaan we er niet komen, niet in Griekenland, en niet in verschillende andere landen.

Nu is het recupereren van zwart geld juridisch geen belasting maar een straf. Het is niet op grond van de fiscale wet dat de Staat een ernstige vordering heeft op het zwart geld. Het is op basis van de strafwet. De strafwet voorziet in geval van witwassen een verbeurdverklaring van het onrechtmatige vermogensvoordeel.

Met ‘gewone’ besparingen en met nog meer ‘gewone’ belastingen gaan we er niet komen, niet in Griekenland, en niet in verschillende andere landen.

Een voorbeeld. Stel dat iemand tien miljoen euro zwart geld heeft en dat de laatste zeven jaar belegd heeft in belastingvrije spaarverzekeringen in Luxemburg, dan heeft de fiscus geen enkele actuele vordering meer. Maar stel dat daar in de jaren 90 vier miljoen euro belasting ontdoken is, dan is dat zogenaamde vermogensvoordeel uit fraude hier en nu nog aanwezig, en kan het verbeurd worden. Dat is dus een strafvordering van vier miljoen euro waarover niet de BBi maar het openbaar ministerie beschikt.

De Belgische staat heeft dus in principe een enorm tegoed dat de staatsschuld meteen weer onder de Maastrichtnorm zou brengen. We doen ons best om die mogelijkheden niet te laten liggen, maar de weerstand is groot. Jongeren mogen dan ook niet te veel verwachten van de belastingen. Ik weet niet of we de berg zwart geld ooit zullen recupereren. Met de amnestiemaatregel van de vorige regeringen is het alvast niet gelukt. De lokmiddelen, eerst de eenmalige bevrijdende aangifte en vervolgens de permanente regularisatiemogelijkheid hebben slechts kruimels opgebracht. Er zijn een paar duifjes gevallen, maar hele zwermen zwarte spreeuwen zijn blijven zitten waar ze zaten.

Nu mogen wij van de BBi en de parketten verwachten dat we er massaal aan kunnen beginnen. Het zou echt moeten gaan knallen om al die spreeuwen op te schrikken. Helaas, we zijn amper begonnen en kijk wat er in Antwerpen gebeurt. Alle kranten schreven het vorige week: de procureur-generaal jaagt zijn beste fraudebestrijders weg omdat ze kritiek hebben.

Ook de nieuwe verruimde mogelijkheid tot minnelijke schikking zal maar op grote schaal succes hebben, als de dreiging van een gerechtelijke vervolging voor witwassen minstens vertienvoudigt. Maar hoe dan ook denk ik dat dit allemaal nooit genoeg zal kunnen zijn. Belastingen zijn een goed middel om inkomsten te herverdelen, maar als middel om de vermogens te herverdelen, schieten belastingen te kort, zelfs als de procureur een handje zou willen helpen.

Ver verleden

Zo kom ik tot mijn derde stelling, die ook de titel is van dit stuk: fraudebestrijding kan de crisis niet oplossen, zelfs al ligt dertig jaar van ondoeltreffende fraudebestrijding aan de basis van de crisis. Ik zeg niet dat fraudebestrijding geen zin heeft, integendeel, maar het volstaat niet. Je mag niet alles van de fiscus verwachten. Laat ik het zo uitdrukken: fraudebestrijding kan en moet de onrechtmatigheden van het heden rechtzetten, ook die van een recent verleden, en als het kan via de witwaswet zelfs die van een iets verder verleden, maar niet die van een ver verleden.

Iemands rijkdom kan het gevolg zijn van onrechtvaardigheden in een ver verleden, misschien gepleegd door verre voorouders. Maar na verloop van jaren is het onderscheid tussen eerlijk en oneerlijk verworven rijkdom niet meer te maken.

Fraudebestrijding kan en moet de onrechtmatigheden van het heden rechtzetten, ook die van een recent verleden, en als het kan via de witwaswet zelfs die van een iets verder verleden, maar niet die van een ver verleden.

Wat moet er dan nog gebeuren, naast fraudebestrijding? Algemeen gesteld moeten we eerder denken aan monetaire maatregelen dan aan drastische onteigeningen. Vanzelfsprekend kan de rechter zwart geld verbeurd verklaren in een concrete situatie, dat is een soort onteigening. Maar in het algemeen denk ik toch eerder aan middelen om het geld en de schuld wat te doen ‘krimpen’. Ik spreek dan over een beleid van lage rente, soms zelfs negatieve intresten, een matige inflatie, schuldenregelingen en faillissement wanneer dat aangewezen of nodig is.

Als ik, naast schuldverlichting, één belasting naar voor zou moeten schuiven, dan kies ik voor de successierechten. Inkomstenbelastingen zorgen voor een herverdeling van de jaarlijkse inkomsten.  Successierechten zouden – één keer per generatie als het ware- de vermogens mee helpen herverdelen.  Dat doen ze nu niet omdat ze veel te weinig voorstellen. Die belasting wordt door onze Vlaams overheid ernstig verwaarloosd. Grote fortuinen zouden, minstens bij de overgang naar de volgende generatie voor een ernstige herverdeling in aanmerking kunnen komen.

We weten in principe niet of ze eerlijk verdiend zijn, maar de erfgenamen hebben geen verdienste aan de goede verdiensten van hun ouders, evenmin als ze schuld hebben aan eventuele wandaden, zoals grootschalige fiscale fraude. Dus is er hoe dan ook wat voor te zeggen dat de erfgenamen een behoorlijk stuk van het fortuin terugbrengen in de gemeenschap.

Met belastingen en besparingen kunnen wij in de nabije toekomst een evenwicht herstellen, maar met ‘gewone’ belastingen en ‘gewone’ besparingen ook nog eens de schuld van het verleden aflossen, dat gaat niet. Dat zou betekenen dat de kinderen van de bestolenen de dieven van het verleden moeten redden.

De tekst is een bewerking van een lezing die Karel Anthonissen afgelopen weekend gaf voor de Westvlaamse jongsocialisten in Oostkamp

Auteur: Karel Anthonissen

is gewestelijk directeur van de Bijzondere Belastinginspectie Gent

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid