‘Sociale media als researchinstrument voor reporter’

3

Sociale media hebben de mogelijkheden van de nieuwsberichtgeving drastisch uitgebreid, maar het blijven ‘maar’ media. Twitter en Facebook zullen journalisten niet vervangen en vergen een grondige kwaliteitscontrole voordat ze nuttig zijn, bleek uit het debat over buitenlandjournalistiek dat Apache afgelopen donderdag samen met MO* organiseerde.

Damien Spleeters neemt een foto van het publiek aanwezig op het debat (Foto Damien Spleeters)

Damien Spleeters neemt een foto van het publiek aanwezig op het debat (Foto Damien Spleeters)

Het panel van het debat bestond uit:

  • Damien Spleeters (freelancer bij Apache)
  • Roel Pennemans (VRT-medewerker op de buitenlandredactie)
  • Gijs van Gassen (communicatie Artsen Zonder Grenzen)

Moderator Alma De Walsche van MO* viel meteen met de deur in huis. In de berichtgeving over het protest in Syrië speelden sociale media een heel belangrijke rol, stelde ze vast. Terwijl buitenlandjournalistiek op redacties moeilijke tijden beleven, steunen heel wat journalisten op sociale media voor hun berichtgeving. Maar wat doet een journalist met dit materiaal waarvan hij niet weet hoe betrouwbaar het is?

De zoektocht naar meerwaarde

Volgens Damien Spleeters is de oplossing eenvoudig: je doet je werk als journalist. Spleeters heeft zich gespecialiseerd in berichtgeving over wapenhandel en maakte voor Apache een dossier over de Belgische wapens in Libië. Daarvoor gebruikte hij Twitter voor het vergaren van informatie, beeldmateriaal, bronnen en deskundigen. Spleeters: “De mogelijkheden van Twitter zijn heel groot. Je kan aandacht van je publiek krijgen en reacties zoeken. Die reacties roepen nieuwe vragen op, brengen je op nieuwe sporen. Zo kan je een artikel maken via interactiviteit. Maar ik ben ook effectief naar Libië geweest om wapens te lokaliseren en met mensen te praten.”

Dat countert meteen ook de kritiek dat sociale media zeer vluchtig en oppervlakkig zouden zijn. Maar Roel Pennemans zegt dat die manier van werken op de redactie van de VRT niet werkbaar is. “Sociale media hebben zoveel mooie mogelijkheden. Wij gebruiken het in de klassieke media voornamelijk voor beeldmateriaal, minder voor interactiviteit. Misschien is dat voor ons ook minder van toepassing. We zoeken nog naar de manier waarop het voor ons de grootste meerwaarde kan bieden.”

Geen vliegtuig meer nodig

Tegelijkertijd zegt Pennemans dat sociale media ook voor de VRT heel belangrijk zijn. Voor de berichtgeving rond de Arabische Lente, maar evengoed ook om te kijken wat er in het buitenland leeft zonder echt op een vliegtuig te moeten springen. Voor de buitenlandredactie van de VRT is het ook zeer handig om over de landsgrenzen heen op een laagdrempelige manier aan research te doen voor reportages, of gewoon om te zien wat er bij de bevolking leeft.

Spleeters erkent echter dat het veel moeilijker moet zijn om sociale media te gebruiken voor algemene berichtgeving. “Er is veel ruis op Twitter, dus je moet veel selectiever te werk gaan dan normaal. Het is de verantwoordelijkheid van de journalist om de waarheid van de ruis te onderscheiden, om te schiften en er dan experts bij te halen. Dat is nu eenmaal makkelijker als je zoals ik rond een duidelijk afgelijnd thema werkt. Veel moeilijker is het als je algemeen nieuws brengt.”

Pennemans getuigt over de Britse openbare zender BBC waar ze een eigen ‘sociale media’-redactie hebben. Die redacteurs woelen de sociale media dag in dag uit, proberen het kaf van het koren te scheiden en checken de informatie. De VRT kan enkel maar dromen van zo’n redactie, geeft Pennemans toe.

Ongecensureerd

Gijs Van Gassen (AZG):
‘Het is zelfs geen keuze meer, wie wil meespelen moet wel meedoen met sociale media’

Gijs Van Gassen (Artsen Zonder Grenzen) merkt op dat er een groot verschil is tussen een freelance journalist dat alles zelf moet doen, of een redacteur op een grote redactie dat slechts een deeltje van het raderwerk is. Op zo’n redactie werken de journalisten als team. De een schrijft, de ander doet research, nog een andere zoekt beeldmateriaal, iemand doet eindredactie. Maar dat maakt het net moeilijk om te bepalen wie reageert op commentaar van buitenaf. “Interactiviteit is veel makkelijker voor een freelancer dan voor een hiërarchisch gestructureerde organisatie als de VRT of Artsen Zonder Grenzen”, aldus Van Gassen.

Voor ngo’s is de relatie met sociale media complexer, zegt Van Gassen. “Het is zelfs geen keuze meer, wie wil meespelen moet wel meedoen met sociale media.” Maar de communicatie van Artsen Zonder Grenzen is er een die heel erg is afgestemd op de structuur van de klassieke media. De communicatieafdeling weet wie op welke buitenlandredactie in welk land gespecialiseerd is. Het is dus veel makkelijker om het nieuws door te spelen en in de oude media te krijgen. Sociale media hebben wel als voordeel dat een ngo ongecensureerd en in haar pure vorm een verhaal kan brengen, weet Van Gassen.

Wanneer er mensen van de organisatie ontvoerd of vermoord worden, kunnen sociale media ongewild meer kwaad dan goed doen, zegt Van Gassen. “Op die momenten spelen er erg veel belangen mee en staan er levens op het spel. Met de klassieke media kan je dan rond de tafel gaan zitten en uitleggen waarom je iets nog niet naar buiten wil brengen, maar met de nieuwe media kan dat niet, de controle valt weg.”

De wereld kijkt mee

Alle panelleden lijken het erover eens te zijn dat de macht van sociale media dan wel groot is, maar dat het belang voor buitenlandberichtgeving toch gerelativeerd moet worden. Spleeters: “Het is alleen maar een instrument. De impact hangt af van wat je ermee doet. De Arabische Lente is er niet gekomen door Facebook, maar door mensen die het gebruiken als medium. De frustratie was al lang aanwezig.” Het beste bewijs: het internet werd in Libië tijdens de revolutie een aantal dagen platgelegd, maar de revolutie ging gewoon door.

Roel Pennemans (VRT): “Als je geen bodem, geen mensen hebt die iets doen bewegen, gaat Facebook ook niets kunnen doen”

De Walsche besluit dat sociale media wel een extra dimensie kunnen geven aan het democratiseringsproces, in de zin dat de dictator weet dat de wereld meekijkt. Daar is Pennemans het mee eens: “Mensen plaatsen niet voor niets noodkreten online. Zonder de druk van sociale media zat Ben Ali daar nu misschien nog”. Hij voegt daaraan toe dat er uiteraard nog zeer veel andere factoren meespelen. “In Bahrein is er bijvoorbeeld nog altijd niets veranderd. Geopolitiek is nog altijd erg belangrijk. Sociale media alleen kunnen ook geen revolutie teweegbrengen. Als je geen voedingsbodem hebt en geen mensen hebt die iets willen doen bewegen, gaat Facebook er ook niet aan kunnen veranderen.”

Auteur: Charlotte Doolaege

De biografie van deze auteur is niet beschikbaar.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid