Uw foto in de krant? Discussie over nieuwe richtlijn Code voor de Journalistiek


Mag een krant zomaar foto’s van verongelukte kinderen van een site plukken en publiceren, zonder de toestemming van de ouders te vragen? Met een nieuwe richtlijn tracht de Raad voor de Journalistiek op dergelijke vragen een antwoord te formuleren. Maar is de richtlijn ook bruikbaar? Apache vroeg het aan Dirk Voorhoof, Tom Naegels en Flip Voets.De nieuwe richtlijn in de Code voor de Journalistiek komt er naar aanleiding van de berichtgeving rond de busramp in Sierre. “Ze was al langer in de maak”, zegt Flip Voets, secretaris-generaal en ombudsman van de Raad voor de Journalistiek. “Naar aanleiding van een eerdere uitspraak van de Raad waren er misverstanden gerezen over het gebruik van foto’s afkomstig van Facebook. We wilden duidelijkheid scheppen. De berichtgeving over de ramp in Sierre heeft de zaak wel bespoedigd.”

De meningen over het nut en de bruikbaarheid van de richtlijn zijn verdeeld. Dirk Voorhoof, hoogleraar mediarecht aan de UGent, vindt dat de Raad voor de Journalistiek niet altijd streng genoeg is. Tom Naegels , ombudsman van De Standaard, sprak zich eerder in een opiniestuk al uit over de praktische moeilijkheden die de nieuwe maatregelen met zich mee zullen brengen.

Niet parallel met de wet

Het belangrijkste punt van kritiek van Voorhoof is dat de deontologische richtlijn strijdig is met het recht van afbeelding. De Raad zegt immers dat de journalist beeldmateriaal van sociale netwerksites niet mag gebruiken wanneer de nabestaanden of het slachtoffer zelf dat expliciet verbieden. De wet op het recht van afbeelding zegt het andersom: de journalist moet de toestemming vooraf vragen.

Die stelling is volgens zowel Voets als Naegels niet houdbaar. “Dirk Voorhoof benadert de zaak hier te sterk als jurist”, zegt Tom Naegels. “Er verschijnen doorlopend foto’s waar niet altijd toestemming voor werd gevraagd en toch stappen er bijna nooit mensen naar de rechtbank omdat ze vinden dat hun portretrecht geschonden is. Dat komt omdat er veel begrip bestaat: er moeten nu eenmaal foto’s gepubliceerd kunnen worden in de media. Uiteraard moet je de wet steeds in het achterhoofd houden, maar in dit geval is de praktijk van alledag doorslaggevend, eerder dan het strikt juridische.”

Tom Naegels: ‘Er verschijnen doorlopend foto’s waar niet altijd toestemming voor werd gevraagd en toch stappen er bijna nooit mensen naar de rechtbank.’

Dat vindt ook Voets: “Het recht van afbeelding is een juridisch principe. Wij houden ons enkel bezig met deontologie. Het recht van afbeelding is ook erg verregaand. Als je het strikt zou toepassen, dan zou je bij wijze van spreken in geen enkele publicatie nog foto’s kunnen plaatsen. De rechtspraak heeft het recht van afbeelding overigens zelf al in sterke mate gerelativeerd.” Voets vindt het dan ook niet vreemd dat deontologie en de Belgische en Europese wetgeving niet parallel lopen. “Het is niet de eerste keer dat de beroepsethiek niet helemaal strookt met de letter van de wet. Vroeger was het bijvoorbeeld net zo met het bronnengeheim.”

Bewijslast

De omgang met informatie en beeldmateriaal afkomstig van persoonlijke websites of sociale netwerksites wordt nu ernstig ingeperkt door de Code voor de Journalistiek. De nieuwe richtlijn bepaalt dat het overnemen van foto’s van Facebook niet zomaar kan. De journalist mag in principe geen materiaal gebruiken waarvoor de gebruiker de toegang heeft beperkt, ook al is de site zelf publiek. Er moet ook rekening gehouden worden met de aard en de doelstelling van de site. Als de gebruiker de site duidelijk niet heeft bedoeld voor een algemeen publiek, moet die beschouwd worden als privé.

Toch wordt het gebruik van foto’s zonder toestemming niet helemaal uitgesloten. De journalist moet in dat geval wel kunnen tonen dat het maatschappelijk belang het recht op privacy overtreft. Een goede zaak volgens Voorhoof: “Het sluit journalistiek gebruik niet uit, maar het legt wel duidelijk vast dat de journalist of de redactie het maatschappelijk belang met bewijslast moeten kunnen verantwoorden. Dat lijkt me de juiste optie.”

Publiek of privé?

Een ander heikel punt in de nieuwe richtlijn is volgens Voorhoof het niet gedefinieerde onderscheid tussen publieke en niet-publieke personen. In een opiniestuk op Mediakritiek verwijst hij in dat verband naar een eerdere controversiële uitspraak van de Raad die de directe aanleiding vormde voor de nieuwe richtlijn. In een regionaal weekblad verschenen foto’s van een overleden scoutsleidster, afkomstig van Facebook. De toestemming van de nabestaanden werd niet gevraagd. De Raad oordeelde dat de publicatie van de foto’s uit het publieke domein van de Facebookpagina van de overledene was toegestaan, omdat ze lokaal een publiek figuur was.

Professor Voorhoof leest de nieuwe richtlijn als een signaal van de Raad dat ze de ‘sensationalisering’ van de media wil tegengaan

Daarmee zochten de media een wel erg grijs gebied op, vindt Voorhoof. “De Raad zal er over moeten waken dat het begrip ‘publiek persoon’ in de praktijk niet te breed geïnterpreteerd wordt, zoals in het geval van de foto’s van de jonge vrouw.” Wordt het onderscheid tussen publieke en niet-publieke personen versoepeld, dan zou dat de verstrenging van de regelgeving tenietdoen, oordeelt Voorhoof.

Flip Voets is het daar niet helemaal mee eens. “De beslissing die toen door de Raad werd genomen hield wel degelijk steek en is ook niet in strijd met de richtlijn die we intussen hebben geformuleerd. De vrouw in kwestie was lokaal een publiek figuur, en de publicatie gebeurde ook op lokaal niveau. Er werd dus rekening gehouden met de context. Dat is ook wat we nu zeggen: bij de afweging of iemand een publiek figuur is, moet je kijken naar de context waarbinnen de berichtgeving gebeurt.”

Duidelijkheid scheppen

Over de werkbaarheid van de nieuwe richtlijn bestaat voorlopig dus nog behoorlijk wat discussie. Voorhoof beschouwt het alleszins als een signaal van de Raad dat ze de ‘sensationalisering’ van de media wil tegengaan. Maar Voets nuanceert die conclusie: “We zijn sowieso tegen sensationalisering, dat is een feit. Maar in dit concrete geval ging het vooral om het corrigeren van een eerder ontstane foute indruk.”

Tom Naegels is kritisch voor de werkbaarheid van de richtlijn, maar is wel tevreden over de intenties van de Raad: “De Raad wil duidelijkheid scheppen in een nieuw situatie, namelijk de toevloed aan informatie die online beschikbaar is. Voor het soort inlichtingen dat je nu gewoon online vindt, moest je vroeger bij de mensen thuis aanbellen. Dan wist je meteen of je er gebruik van mocht maken of niet. De nieuwe richtlijn stelt dat de intentie van de gebruiker belangrijker is dan het feit dat hij zijn foto’s publiek heeft gemaakt. Het is goed dat de Raad dat duidelijk maakt zodat daarover geen misverstand meer bestaat. Van termen als sensationalisering hou ik niet. Ik denk ook niet dat deze richtlijn kan of wil tegengaan dat er morgen opnieuw vijftien pagina’s aan een busongeval gewijd worden.”

Naegels denkt wel dat de richtlijn niet lang in haar huidige vorm zal blijven bestaan. “Het onderscheid dat nu wordt gemaakt tussen sites voor privé en publiek gebruik zal niet lang volgehouden kunnen worden. Het gaat in tegen de aard van het medium zelf. Als je een blog online plaatst is dat een publicatie, dus waarom zou daar niet uit mogen geciteerd worden? Het is alsof ik een stuk in de krant zou zetten maar niet zou willen dat er iets uit herhaald wordt. Wat je online plaatst, maak je zelf openbaar. Mensen moeten zich daar beter bewust van worden.”


Over dit artikel

BronApache [https://www.apache.be]
TitelUw foto in de krant? Discussie over nieuwe richtlijn Code voor de Journalistiek
Auteur(s)Charlotte Doolaege
Permalinkhttps://www.apache.be/?p=26546
Gepubliceerd 09 mei 2012 @ 13:39. Met update op 09 mei 2012 @ 14:20
Opgevraagd08 december 2019 @ 08:43
Klik hier om te printen