Voor de goede Orde: Oud-strijders tegen de Orde schrijven consensusvoorstel

10 april 2012 Tom Cochez
290427121_12f06ebdc8_n (Foto Ernstl)
(Foto Ernstl)
290427121_12f06ebdc8_n (Foto Ernstl)
(Foto Ernstl)

Is de Orde van Geneesheren onhervormbaar? Wie er de geschiedenis van de talloze mislukte wetsvoorstellen die de voorbije veertig jaar de revue passeerden op naslaat, zou haast denken van wel. Met uitzondering van het wetsvoorstel dat in 2006 door de toenmalige VLD-senatoren Patrik Vankrunkelsven en Annemie Van de Casteele werd ingediend, slaagde geen enkel van de in totaal veertien wetsvoorstellen erin een grondige politieke discussie los te weken. Maatschappelijke discussie was er genoeg, maar een politiek verlengstuk, laat staan een politieke consensus kwam er nooit. Dat het gros van de ingediende wetsvoorstellen aanstuurde op een volledige afschaffing van de Orde van geneesheren was daar wellicht niet vreemd aan.

In een opmerkelijk artikel dat in februari in het Tijdschrift voor Geneeskunde verscheen, veranderen auteurs Vankrunkelsven, Merckx, Amy en De Meyere het geweer van schouder. De titel 'De Orde van geneesheren op een keerpunt: hervormen of verdwijnen' geeft aan dat de auteurs hun oud abolitionistisch discours intussen hebben ingeruild voor een pragmatischere opstelling.

Geneeskunde voor het Volk

Professor emeritus Jean-Jacques Amy raakte vooral bekend als strijder voor een wetgevend kader voor abortus. In het verleden weigerde hij de Orde inzage te geven in medische dossiers van vrouwen die voor abortus kozen. Professor emeritus Marc De Meyere was een van de eerste artsen die weigerde lidgeld te betalen aan de Orde van geneesheren en ere-senator Patrik Vankrunkelsven trachtte in het parlement herhaaldelijk het debat over de Orde aan te zwengelen.

Vooral voor Kris Merckx en Geneeskunde voor het Volk is de pragmatische opstelling waarbij een totale afschaffing van de Orde van geneesheren niet langer noodzakelijk wordt geacht een grote stap

Dat zij niet langer resoluut voor een afschaffing van de Orde pleiten is opvallend, maar vooral voor Kris Merckx en Geneeskunde voor het Volk is de pragmatische opstelling een grote stap. Artsen van Geneeskunde voor het Volk stonden de voorbije veertig jaar steevast vooraan op de barricaden tijdens de strijd tegen de Orde en heel wat artsen maakten er een zaak van geen lidgeld te betalen aan een Orde die volgens hen elke democratische legitimering mist. Vorige week nog werden enkele artsen van Geneeskunde voor het Volk door de rechtbank gedwongen hun lidgeld aan de Orde te betalen.

Corporatisme

Over het wetsvoorstel dat de vier oud-strijders tegen de Orde hebben neergeschreven bestaat politiek inhoudelijk een consensus. De meerderheidspartijen zijn van plan het voorstel in te dienen op voorwaarde dat de communautaire angel uit het dossier wordt gehaald (daarover meer in deel 2 van dit dossier: het B-H-V van de Belgische geneesheren).

Maar wat heeft het nieuwe wetsvoorstel voor de Belgische artsen in petto? In essentie komt het nieuwe wetsvoorstel tegemoet aan de vaakst gehoorde punten van kritiek op de werking van de orde:

  • De zwakke wettelijke basis (de werking van de Orde werd in een definitieve plooi gelegd door een KB uit 1967, tot stand gekomen in de schoot van de 'volmachtenregering' Vanden Boeynants I. De werking van de Orde werd dus nooit aan het parlement voorgelegd.)
  • Het uitgesproken corporatisme (geen controle door de overheid en de doorgedreven keuze voor 'vrije' geneeskunde)
  • De vaak maatschappelijk achterhaalde ethische keuzes en deontologische regels
  • De oubollige tuchtrechtspraak waarbij de Orde optreedt als aanklager, onderzoeker én rechter
  • De zwakke positie van patiënten in de hele tuchtrechtspraak.

Transparantie

In de plaats komen algemene principes en concrete, nieuwe of aangepaste structuren.

Enkele algemene principes waar het wetsvoorstel op verder bouwt zijn:

  • De 'eer en waardigheid' van het beroep is niet langer de grondslag van het tuchtrecht, wel het streven naar kwalitatief hoogstaande zorgverlening.
  • Een bindende code van medische plichtenleer.
  • De samenstelling van de 'orde' weerspiegel het breed gamma aan gezondheidswerkers.
  • Transparantie en respect voor algemeen aanvaarde principes van rechtspraak.
  • Een strikte scheiding tussen de normerende instanties, de onderzoeksinstantie en de raad die de beoordeling uitspreekt.
  • De patiënt wordt gehoord in elke zaak die hij aanhangig maakt, hij wordt op de hoogte gebracht van de uitspraak en hij kan in beroep gaan.

Om die principes vorm te geven voorziet het wetsvoorstel in de oprichting van een Hoge Raad voor de Deontologie van de Gezondheidsberoepen (HRD) met daarin vertegenwoordigers van alle gezondheidsberoepen en vertegenwoordigers van de maatschappij. Parallel, maar ondergeschikt aan de HRD kunnen verschillende beroepsgroepen (artsen, kinesisten, apothekers, ...) nog een eigen 'orde' hebben die concrete zaken in eerste aanleg behandelt.  Daarnaast komt er ook een Raad van Beroep.

Die algemene principes en de concrete structuren werden intussen in een wetsvoorstel gegoten dat volledig klaar is. De meerderheidspartijen zitten op dezelfde golflengte. Slechts één twistappel staat een grondige hervorming van de Orde van geneesheren nog in de weg en die is, zoals zo vaak in België, communautair van aard.

Morgen deel 2: Het B-H-V van de Belgische geneesheren.

LEES OOK