Media in tijden van medeleven: Esthetica of ethica?

0

In de uitzending van ‘Reyers Laat’ op donderdag 15 maart verdedigde Liesbeth Van Impe haar keuze als hoofdredactrice van ‘Het Nieuwsblad’ om alle foto’s van de slachtoffers van het busongeval op de voorpagina te publiceren. Haar argumenten leggen de symptomen bloot van de ethische crisis waarin onze journalistiek verkeert: de morele grenzen schuiven almaar op en verschillen tussen medeleven, nieuwsgierigheid, leedvermaak, voyeurisme, speculatie en informatie worden steeds vager.

Katleen Gabriëls

Katleen Gabriëls

Het vervagen van de grenzen komt het sterkst tot uiting als er zich een drama voltrekt. De voorbije dagen klonk de roep om een debat almaar luider. Er is inderdaad absoluut nood aan kritische reflectie over media-ethiek waarbij ook de ontvanger van het nieuws – de lezer, kijker, luisteraar, surfer – de hand in eigen boezem moet durven steken.

Als er een ramp gebeurt die de gemeenschap diep raakt, heeft de journalistiek de taak om, als onderdeel van diezelfde gemeenschap, haar burgers te informeren. Uiteraard kan dé journalistiek niet homogeen benaderd worden: er zijn gelukkig zeer goede journalisten die integer zijn, op afstand blijven en hun plaats kennen. Toch voltrekken de praktijken van ‘Het Nieuwsblad’ zich niet in de periferie en komen ze ook in andere media tot uiting. In wat volgt analyseren we het gesprek om symptomen van de crisis te ontrafelen.

 ‘Een pak beslissingen’

Al in de eerste minuten komen de verschijnselen van die crisis tot uiting. Van Impe heeft het over de vele keuzes die op een redactie gemaakt moeten worden. Interessant daarbij zijn de voorbeelden die ze geeft. Hoe geef je de volwassen slachtoffers een plaats? Ga je een schuldige zoeken of houd je het sereen? Ga je zoeken naar het mogelijke gevaar van die tunnel of aanvaard je dat er mogelijk geen ‘waarom’ is?

Het is opmerkelijk dat ze het over een ‘schuldige’ heeft en niet over een ‘oorzaak’. We aanvaarden niet dat er bij bepaalde rampen geen schuldige is, maar hoogstens een pijnlijke samenloop van omstandigheden. Liefst van al willen we één duidelijke schuldige zien die we met zijn allen kunnen demoniseren en virtueel kunnen opknopen. Dat maakt het voorbeeld van de journalist van ‘Le Monde’ die er Dutroux en pedofilie in de kerk bijhaalt ook duidelijk: door die vergelijking met de busramp te trekken, creëert men de perceptie dat er, net als bij het kindermisbruik, een duidelijke dader is.

Maar het is niet omdat het volk graag een schuldige ziet of op zijn minst en liefst wel meteen een oorzaak wil weten, dat het zoeken van die oorzaak of schuldige de taak van een redactie zou zijn. Dit is het werk van deskundigen die het onderzoek voeren, net als de vraag of de tunnel gevaarlijk is. Daarbij moeten we aanvaarden dat zo een onderzoek lang kan duren. Dit aanvaarden legt een ander pijnlijk symptoom bloot: we moeten meteen weten hoe dit in hemelsnaam is kunnen gebeuren. Geduldig afwachten is geen optie; het moet snél gaan.

Als de redactie zich over deze vragen gaat buigen, is het gevaar reëel dat men uitkomt bij pure speculatie waarbij de media zelf het nieuws maken. Zelfs in een moment dat stilte misschien het meest aangewezen is, mag het niet stil zijn. Het volk moet blijven geïnformeerd worden, ook al is er geen nieuwe verwikkeling. De omvang van de ramp moet op bepaalde redacties klaarblijkelijk met even grote omvang gebracht worden.

In het praatprogramma Reyers Laat verdedigt hoofdredactrice van Het Nieuwsblad, Liesbeth Van Impe de keuze van haar krant om een reeks foto's van slachtoffers te publiceren op pagina één.

 

Esthetisch, niet ethisch

Drie à vier uren hebben ze bij ‘Het Nieuwsblad’ gediscussieerd over de voorpagina. Alles wat op het internet staat, is kennelijk publiek bezit. Die foto’s van het internet waren er, dus de hamvraag was: doen we er iets mee of niet? Van Impe stelt dat ze een aantal familieleden gehoord hebben, maar niet allemaal; de meesten onder hen zaten op het vliegtuig.

Op het moment dat ze dit zegt, kan je alleen maar hopen dat ze niet de waarheid spreekt. Want die waarheid impliceert dat ze journalisten de opdracht gaf om de telefoonnummers van de ouders op te zoeken, die mensen te bellen op een moment dat ze niet eens weten of hun kinderen dood of levend zijn en hun lijn bezet te houden zodat écht belangrijke mensen hen misschien niet kunnen bereiken. Het idee om een deskundige op ethisch en wettelijk gebied te contacteren, kwam blijkbaar bij niemand op, maar de familieleden benaderen was geen probleem.

De uitleg van Liesbeth Van Impe impliceert dat ze journalisten de opdracht gaf om de telefoonnummers van de ouders op te zoeken en die mensen te bellen op een moment dat ze niet eens weten of hun kinderen dood of levend zijn

De uiteindelijke beslissing van de redactie was niet ethisch maar esthetisch: verkleinde zwart-witte foto’s om de omvang, impact en emotie van de ramp te vangen, waarbij ze een eerbetoon wilden ‘uitstralen’. De verontwaardiging en het medeleven zijn collectief en het is belangrijk voor het maatschappelijke weefsel om aan de slachtoffers en hun omgeving te tonen dat men meeleeft, maar het is niet omdat de ramp diep snijdt in de gemeenschap, dat de slachtoffers en hun naasten opeens publiek goed worden. Als een redactie uren discussieert om tot een beslissing te komen waarover geen toestemming is, dan legt dat bloot dat er geen deontologische code is of dat ze die niet begrijpen of dat ze die niet langer nodig achten in de huidige context waarin grenzen verschuiven en de pers tegen elkaar opbiedt.

Aan het einde van het gesprek polst Lieven Van Gils naar de cover van morgen. Van Impe zegt dat dat waarschijnlijk een onherkenbaar beeld van ouders op de rug wordt. Omwille van tijdgebrek worden geen vragen meer gesteld. Zo een foto impliceert dat er iemand, mogelijk opgesteld vanuit de struiken, een telelens naar de ouders richt. Eerder stelde Van Impe dat er van cynisme geen sprake was op de redactie, maar haar houding bij de cover van morgen, wees op puur cynisme.

Van nieuws naar format

Zich taken van experts toe-eigenen, liever schuldigen dan oorzaken zoeken, een constante lawine aan emotie veroorzaken, via speculatie zelf het nieuws maken, de grenzen tussen privé en publiek – op het internet en elders – niet langer bevragen, opteren voor esthetica in plaats van ethica, … Het zijn allemaal symptomen van een journalistiek in ethische crisis. De grens tussen enerzijds journalistiek en anderzijds een soapachtig ‘format’ waarin men met veel gevoel voor esthetiek en dramatiek een verhaal brengt, wordt daarbij akelig dun. Let wel, niet iedereen is schuldig, maar ook media die geen foto’s publiceerden zonder toestemming, vertonen weleens deze verschijnselen.

De grenzen tussen medeleven, nieuwsgierigheid, leedvermaak, voyeurisme, speculatie, recht op informatie en inbreuk in de persoonlijke levenssfeer worden te weinig bevraagd. Ook het publiek, dat niet alleen ‘consument’ van het nieuws is, maar op het internet het nieuws mee verspreidt, moet zich vragen stellen over die grenzen. De foto’s van de sneeuwklassen werden bijvoorbeeld op Facebook gedeeld. Dit ‘sharen’ is een dagdagelijkse handeling geworden, waar we niet meer bij stilstaan. We moeten de moed hebben om ons gedrag mee in vraag te stellen en ons te bevragen in hoeverre we meegaan in vormen van ‘geësthetiseerde emotie’.

Niet iedereen is fout, maar iedereen moet zich die vragen durven stellen omdat ze er mee geconfronteerd worden. Het is ook niet omdat men zulke gedragingen ‘verwacht’ van bepaalde populaire media, dat we ons erbij moeten neerleggen. We horen eveneens vaak dat het bij ons, in vergelijking met de UK en elders, allemaal nog meevalt. Dit is een dubieuze uitspraak. Ten eerste omdat we met het bellen van de familieleden almaar meer in de richting van de UK opschuiven en ten tweede omdat dit ‘meevallen’ het overschrijden van ethische en wettelijke grenzen lijkt te relativeren. De vele verontwaardigde stemmen van de voorbije dagen wijzen op de nood aan kritische (zelf)reflectie over goed fatsoen en wat waardevol is. Dit debat mag niet uitdoven, zoals de veelvuldige verslaggeving over deze ramp dat wel zal doen en we verzadigd door het nieuws ons terug op de orde van de dag richten.

Vlaamse Overheid

Dit artikel kwam tot stand met steun van de Vlaamse overheid.

Auteur: Katleen Gabriels

als doctoranda in de moraalfilosofie verbonden aan de onderzoekscentra IBBT-SMIT en het Centrum voor Ethiek en Humanisme van de Vrije Universiteit Brussel.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid