Sceptisch tegenover Skepp

86

Slaat het terechte scepticisme bij sommige leden van SKEPP om in gevaarlijk fanatisme? Volgens professor Robrecht Vanderbeeken cultiveren Joël De Ceulaer en Geerdt Magiels in De Standaard al wekenlang een moderne ‘Kulturkampf’. Samen met een groep academici bestrijden ze te vuur en te zwaard alles wat als postmodern gebrandmerkt kan worden.

Sigmund Freud, grondlegger van de door Joël De Ceulaer en Geerdt Magiels verketterde psychoanalyse (Foto Sara~)

De vorige maanden maakten journalisten Joël De Ceulaer en Geerdt Magiels er een erezaak van om de door hen zorgvuldig gecultiveerde cultuurkamp op karikaturale wijze op de spits te drijven. Na een ridiculisering van de theorieën van Slavoj Žižek werd de psychoanalyse afgedaan als pseudowetenschappelijk en gevaarlijk.

Universiteiten zouden de vakgroepen waar psychoanalyse aan bod komt, moeten sluiten. Enkele weken later werd ‘literatuur’ en bij uitbreiding ook ‘kunst’ integraal geschoffeerd en aan de kant geschoven als een gedateerd discours dat ten onrechte aanspraak wil maken op waarheid en kennisverwerving.

Darwinitis

Volgens deze journalisten moeten de expliciete afwijzing en de gedeeltelijke excommunicatie van wat voor vele mensen nog altijd cultuur heet, begrepen worden als een belangenbehartiging van de wetenschap. Weliswaar wordt ‘wetenschap’ hier gereduceerd tot een bedenkelijke vorm ervan: sceptisch fanatisme, gepopulariseerde wetenschap uitgaande van Darwinitis, breinstudies en biotech, gecombineerd met filosofisch populisme zoals het denken van volksfilosoof Bas Haring die het opheffen van de biodiversiteit tracht te rationaliseren aan de hand van een breiwerk van drogredeneringen (niettegenstaande is De Ceulaer erg lovend over Haring).

In wat volgt, wil ik nagaan wat deze journalisten drijft in hun ideologische strijd tegen alles wat niet in hun kraam past. Alles wat enigszins uitgerafeld lijkt, als postmodern gebrandmerkt kan worden, of paradoxaal klinkt, wordt bestreden. Vanwaar deze onverdraagzaamheid, die de lezer blijkbaar als iets evident moet ondergaan, en waarom wil een krant als De Standaard daar in meegaan? Eerst een overzicht.

Het gecultiveerde ‘debat’ en de verontwaardigde reacties: een overzicht

Op 26 november schreven professor Filip Buekens en Geerdt Magiels (Buekens is zijn doctoraatspromotor) een uitermate tendentieus stuk over Slavoj Žižek waarin de lezer werd gewaarschuwd voor deze ‘rattenvanger van Hamelen’, die de maandag nadien een lezing kwam geven in Bozar voor een uitverkochte zaal van ruim tweeduizend zitjes. Het VRT nieuws nam deze ridiculiserende retoriek trouwens vlotjes over.

Dominiek Hoens schreef er prompt een reactie op in De Standaard waarin hij terecht repliceerde dat de auteurs geen argumenten gaven en dat dergelijke verdachtmakingen dus beneden de waardigheid zijn van doctorandi in de wijsbegeerte. De Standaard journalist Bert Bultinck kreeg in de krant wel ruimte voor een interview met Žižek.

http://www.youtube.com/watch?v=87dLxMLqs6Y

Op 3 december brengt De Ceulaer een lang stuk waarin de psychoanalyse wordt afgedaan als pseudowetenschappelijk, inclusief een oproep tot het opdoeken van de vakgroep psychoanalyse aan de Unversiteit Gent, geruggensteund door enkele academici van de vakgroep moraalwetenschappen en wijsbegeerte van diezelfde universiteit.

De Ceulaer neemt geen nieuw wetenschappelijk onderzoek maar wel de documentaire Le Mur – een gemanipuleerde propagandafilm tegen de psychoanalyse –  als aanleiding voor zijn opiniestuk.

Hierop volgde een debat in De Standaard dat vroegtijdig door hoofdredacteur Bart Sturtewagen werd afgesloten vanwege niet langer relevant (lees: De Standaard zoekt een uitweg na heel wat afkeurende reacties  – cf. De Ceulaers stukje ‘Moment!’)

Als reactie op het stuk van De Ceulaer verscheen er in De Standaard eerst een bedaard en genuanceerd stuk van Prof. Stijn Vanheule die uitlegt waarom zijn onderzoek een plaats mag krijgen aan de universiteit. Daarna verschenen stellige en attaquerende opiniestukken van Dr. Maarten Boudry en opnieuw Prof. Filip Buekens waarin zowel de theorie als de praktijk van de psychoanalyse als een luchtkasteel wordt afgeserveerd.

Dr. Marc De Kesel kreeg wat ruimte om op het stuk van Boudry te reageren, maar dat stuk werd wel onderaan het blad geplaatst, onder het stuk van Buekens. Verschillende andere stukken, waaronder een open brief van 22 academici van de vakgroep filosofie aan de Universiteit Gent, werden nooit gepubliceerd. Tom Naegels, de ombudsman van De Standaard kwam wel tussen om De Ceulaer er op te wijzen dat hij alvast niet overtuigd was door diens gepleegde onderzoeksjournalistiek.

Tom Naegels, de ombudsman van De Standaard kwam tussen om De Ceulaer er op te wijzen dat hij alvast niet overtuigd was door diens gepleegde onderzoeksjournalistiek.

De Ceulaer mocht het debat afsluiten met een artikel waarin hij bij wijze van samenvatting zijn vooroordelen nog eens netjes herhaalt.

Enkele dagen later presteerde De Ceulaer het om ‘literatuur’ en bij uitbreiding ook de ‘kunst’ integraal aan de kant te schuiven als een gedateerd discours dat ten onrechte aanspraak wil maken op waarheid en kennisverwerving.

Journalistiek estafettespel

De Ceulaer en Magiels lopen inzake deze dolgedraaide cultuurkamp een estafette: nadat De Ceulaer in een pseudo-ironische geste een non-debat wou uitlokken aan de hand van een zinloze oppositie tussen veel te algemene categorieën ‘literatuur’ versus ‘wetenschap’, schrijft Magiels iets meer dan een week later een lang artikel met de veelzeggende titel ‘Het brein is een hype’ dat nota bene werd opgenomen in de bijlage Standaard der Letteren.

In het kader van de cultuurstrijd die deze journalisten voeren, is dat laatste op zich eigenlijk ook een niet mis te verstane provocatie. Hoewel Magiels in dit stuk terloops de terechte bedenking maakt dat er naar aanleiding van nieuwe bevindingen in de neurologie heel wat science fiction geschreven wordt, eindigt hij met een ideologische knieval waarmee hij alvast even vooruit loopt op de stand van zaken in de wetenschappen:

Door de neurowetenschappen zullen alle andere menswetenschappelijke disciplines, van de psychologie tot de pedagogie, van de psychiatrie over de sociologie tot de economie, nog veel van hun niet-empirisch onderbouwde pluimen moeten laten.

Let op de invoeging ‘niet-empirisch’. Insinueert Magiels dat deze wetenschappen er maar wat lukraak op los theoretiseren? Voor Magiels is het monopolie van de neurowetenschappen alvast een feit dat hij nog wat kracht wil bijzetten met de afsluitende, alles behalve genuanceerde dooddoener:

Wij zijn dan weliswaar meer dan ons brein, maar zonder ons brein zijn we niets.

Hetzelfde kan nota bene ook gezegd worden van onze longen, ons hart, bloed, de zon, water, lucht, etc. Het brein is inderdaad een hype, dat heeft Magiels bij deze meteen mooi geïllustreerd. Er zijn nochtans heel wat vooraanstaande neurowetenschappers die ons waarschuwen voor dergelijke overtrokken verwachtingen en ons er attent op willen maken dat zulke verafgoding contraproductief werkt voor een goed begrip van deze wetenschappen die nog in volle ontwikkeling zijn.

Voor Magiels is het monopolie van de neurowetenschappen alvast een feit

De rechtbank

Misschien is er nu een einde gekomen aan deze cultuurkamp. Na een veelheid van opiniestukken die zonder succes aan de redactie van De Standaard werden aangeboden, verscheen er op 31 januari een weerwoord van Nathalie Laceur waarin weliswaar onder voorwaardelijke wijs de opmerking gemaakt mocht worden dat De Standaard misschien toch wel wat te ver was gegaan.

De aanleiding van het stuk van Laceur was de recente veroordeling van de regisseur Sophie Robert die het in haar documentaire Le Mur inzake mediamanipulatie wel heel bont maakte om de psychoanalyse tegen de muur te kunnen zetten. De Ceulaer nam deze documentaire als een aanleiding en ‘bewijs’ om in één schuinse beweging voor het grote publiek de legitimiteit van een vakgroep psychoanalyse aan de universiteit te betwisten. Hoewel hij wist dat er een rechtszaak lopende was inzake mediamanipulatie wou hij toch de buit – stemmingmakerij, reputatieschade – al tijdig binnenhalen door er zelf een flink rondje mediamanipulatie aan toe te voegen. De Standaard mag zich eigenlijk gelukkig prijzen dat ook de betreffende vakgroep geen rechtszaak aanspande voor laster en eerroof.

http://www.youtube.com/watch?v=TBUFMYythJQ

Het verdict van de Franse rechter: ‘documentairemaakster’ Robert – in Frankrijk kreeg ze intussen de toepasselijke bijnaam documenteur –  deed zich ten onrechte voor als journaliste die een documentaire over autisme maakte voor Arte. Uiteindelijk bleek het om een propagandafilm te gaan, met een verborgen coproducent die al jaren uithaalt naar de psychoanalyse ten gunste van een puur gedragsmatige benadering van autisme, waarin het verhaal van de geïnterviewden danig verknipt en gemonteerd werd: Robert voegde herhaaldelijk andere vragen toe ter vervanging van de vragen die ze werkelijk had gesteld, ze poneerde via een voice off absurde stellingen voorafgaand aan bepaalde passages waarmee ten onrechte de indruk wordt gewekt dat de geïnterviewden deze stellingen verdedigen, ze rukte complexe zaken moedwillig uit hun context waardoor ze wel bedenkelijk en aanstootgevend moeten overkomen.

De Ceulaer gebruikt de documentaire Le Mur , door een rechter veroordeeld als mediamanipulatie, als bewijsmateriaal om de psychoanalyse tegen de muur te kunnen zetten.

De rechter zegt dat Sophie Robert inderdaad het recht heeft om een eigen visie te vertolken in een documentaire, maar dat dit recht stopt waar dat van anderen geschaad wordt, dit wil zeggen als hun standpunten op een misleidende en gemanipuleerde manier weergegeven worden. Robert kreeg een boete van 36.000 euro en tekende ineens ook beroep aan om haar gezichtsverlies alvast wat te beperken.

Intellectuele eerlijkheid vs. damage control

Met de publicatie van dit weerwoord lijkt DS zich terecht te distantiëren van deze ‘documensonge’ en ten dele ook van de claims die hun huisjournalist naar aanleiding ervan probeerde te maken. Vanuit de optiek van intellectuele eerlijkheid lijkt mij dat de normale gang van zaken: de discussie kan natuurlijk verder worden gezet, maar fouten geeft men toe en valse of vervalste bewijslast moet worden verworpen.

De tussenkomst van de ombudsman was voor De Ceulaer nochtans geen voldoende reden om gas terug te nemen: hij sloot het debat af met een ‘laatste’ woord, en maakte al natrappend ook nog snel even de associatie tussen psychoanalyse en de crimineel Nordine Amrani die op dat moment in Luik een bloedbad aanrichtte.

Daarmee herviel De Ceulaer in net datgene waarop zijn eigen ombudsman hem berispte: guilty by association. Om wat verder te associëren op de woorden van de ombudsman, volgens De Ceulaer is de psychoanalyse duidelijk ook guilty by assumption: ze is al bij voorbaat schuldig. Het is alleen nog een zaak van bewijslast te verzamelen of te verzinnen. De Ceulaer, Darwinist en wetenschapsideoloog, gedraagt zich hier dus eigenlijk zoals een creationist: men gelooft dat God bestaat, het is alleen nog wachten op orakels en verschijningen.

Toen de uitspraak van de Franse rechter eind vorige maand bekend raakte, bracht DS een korte kennisgeving tussendoor, weliswaar met een uiterst minimum aan uitleg. Van excuses of rechtzetting was er helaas geen sprake. Integendeel, de dag erna volgde opnieuw een stuk door De Ceulaer waarin hij zijn cultuurkamp onmiddellijk verder zette, te beginnen met de alweer uiterst tendentieuze ondertitel: reportagemaakster (on)terecht veroordeeld? Hoewel de rechter duidelijk had aangegeven dat deze zaak over mediamanipulatie ging, en dat men dus niet moest doen alsof de psychoanalyse terecht stond, kon hij het niet laten om zijn fictieve oppositiedenken nog maar eens de vrije loop te laten: de veroordeling zou ‘de voorstanders van de psychoanalyse een hart onder de riem steken’.

De Ceulaer, Darwinist en wetenschapsideoloog, gedraagt zich als een creationist: men gelooft dat God bestaat, het is alleen nog wachten op orakels en verschijningen.

Maar waarom zouden alleen de voorstanders tevreden moeten zijn? Is niet iedereen gebaat bij het ontmaskeren van mediamanipulatie? Deze tekst sluit af met de bedenking dat het toch wel ‘zorgwekkend’ is dat een rechter een journalist ter orde roept en daarbij het ruw materiaal van een documentaire opvraagt. De Ceulaer herhaalt hier opnieuw de misplaatste retoriek van Robert, de enige verdediging die ze blijkbaar had: de vrije meningsuiting zou in gevaar zijn! Het ultieme argument van heel wat onethische vuilspuiterij: Islam-bashers, negationisten, racisten, etc.

Het enige dat hier echt zorgwekkend is, is de manier waarop De Standaard met dit artikel aan damage control probeert te doen, zichzelf dus wat uit de wind probeert te zetten, en daarbij zelf niet eens de bedenking maakt dat net mediamanipulatie een van de grootste bedreigingen is voor de vrije meningsuiting. Met het publiceren van het weerwoord van Laceur kunnen we alleen maar hopen dat deze idiote en contraproductieve cultuurstrijd tot een einde is gekomen en dat de betreffende onderwerpen, voor zover men er nog iets over wil brengen, vanaf nu op een andere manier aan bod mogen komen.

Waarom toch die cultuurkamp?

Rest de vraag: wat bezielt deze journalisten en waarom gaat De Standaard, met name de hoofdredacteur Bart Sturtewagen daar zo in mee? Wat dat laatste betreft, is er alvast een voor de hand liggend antwoord. Kranten hebben hoe langer hoe minder visie, idealen of engagement. Men neemt zelf liever geen standpunt in, zo lijkt het althans.

De succesfactor is de oplage, wat betekent dat men kabaal moet maken, stof opstampen, warm en koud blazen tot iedereen verkouden is. Zolang de reclameblokken maar opbrengen, gaat de aandacht naar wat voor hen het meest voordelig en hapklaar is. De lezer wordt bijgevolg op een erg cynische wijze continu aangetrokken en afgestoten met stemmingmakerij en halve waarheden, opgevreeën en uitgespuwd, opgejaagd door paniekzaaierij. Men bedient vooral die partijen die het meeste in de pap te brokken hebben.

Wat bezielt deze journalisten in hun strijd en waarom gaat De Standaard, met name hoofdredacteur Bart Sturtewagen daar zo in mee?

Resultaat: verdeeldheid, verwarring, pessimisme of opgefokt optimisme om de foute redenen, fatalisme, conformisme. Met het oog op sensatie zoekt men daarom naar onderwerpen die spektakel en commotie garanderen zonder dat het weer over de parachutemoord hoeft te gaan.

Momenteel loopt bijvoorbeeld een feuilleton in De Standaard over het wel en wee van de loges. De Ceulaer mag de stukken die hij vroeger in Knack al bracht nu in De Standaard nog eens dunnetjes overdoen. Hij kan niet altijd opnieuw sensationeel blijven uithalen naar psychoanalyse en literatuur onder het mom van een publiek ‘debat’.

Opvallend is echter dat De Standaard hier de logica volgt van wat we een gesublimeerde of geciviliseerde sensatiezucht kunnen noemen. Aangezien heel wat mensen mateloos geïnteresseerd zijn in moorden, accidenten en misdrijven, voorziet de entertainmentindustrie ons in een overvloed aan misdaadseries en films over rechtszaken. Daarmee kunnen we netjes meekijken vanachter de veilige schouder van de detective of de onderzoeksrechter.

Wanneer we als consument van horrorfilms of thrillers nog ontmaskerd kunnen worden als ordinaire ramptoerist, kunnen we nu zonder schroom meekijken bij een uitvoerig forensisch onderzoek na bijvoorbeeld een gewelddadige verkrachting of massale schietpartij, omdat we kunnen doen alsof we geïnteresseerd zijn in, jawel, de strijd tegen de misdaad en het kwaad. Nu staan we aan de goede kant, laat maar komen die heerlijk smeuïge en geheimzinnige verhalen uit de riool van de realiteit!

Op een vergelijkbare manier garandeert de sceptische blik van de onderzoeksjournalist een vrijgeleide om onze sensatiezucht te bevredigen naar onderwerpen die ons in wezen wel interesseren, maar waarmee we zeker niet zomaar geassocieerd willen worden: alternatieve geneeswijzen, hedendaagse druïden, ufo’s, complottheorieën, loges, etcetera. Minder sexy onderwerpen zoals de eventuele pseudowetenschappelijkheid van de formele linguïstiek zijn blijkbaar minder in trek, zowel bij journalisten als bij hun bevriende academici.

Deze gesublimeerde sensatiezucht slaat echter tilt zodra men onder het mom van de sceptische blik ook bepaalde ideologische agenda’s wil behartigen: pr voor de biotech industrie (De Ceulaer pleit tussendoor voor meer ggo-industrie en big pharma (Magiels was en is misschien nog steeds een werknemer voor een farmaceutisch bedrijf), tegen de ecologische beweging, tegen het linkse politieke denken dat zich beroept op psychoanalyse en literatuur.

Mediageniek scepticisme vs. banditisme

Inzake het mediagenieke scepticisme hebben de journalisten Magiels en De Ceulaer hun ‘partners in crime’ gevonden bij ideologische academici als Johan Braeckman, Maarten Boudry, Filip Buekens, Griet Vandermassen en bij een steeds fanatieker wordende organisatie als Skepp. De manier waarop deze journalisten en academici een onderonsje opvoeren, druist in tegen de kritische geest en de rationele deugden die ze voorstaan. De Ceulaer schreef bijvoorbeeld een gratuit ophemelend stuk over het zogenaamd kritisch jong talent Maarten Boudry.

De manier waarop deze journalisten en academici een onderonsje opvoeren, druist in tegen de kritische geest en de rationele deugden die ze voorstaan.

Niet toevallig een week voordat zijn stuk Freud-bashen in de De Standaard verscheen. Kwestie van de geesten op voorhand al wat te masseren. In tegenstelling tot heel wat andere kandidaten, mocht Boudry nadien overigens wel een opiniestuk in De Standaard publiceren. Ook Filip Buekens kreeg het woord, ondanks zijn uitschuiver inzake het stuk over Slavoj Žižek twee weken voordien.

Samenstelling van de redactie van het Skepp tijdschrift

Magiels schreef op zijn beurt tussendoor (DS, 16 dec) een uiterst lovende recensie over het boek ‘De ongelovige thomas had een punt’ van Braeckman en Boudry. Het kreeg de maximum score van 5 sterren. Toch vreemd voor een boek dat een gepopulariseerde verzameling is van eenzijdige opinies en kritieken die men bijeen sprokkelde uit andere (Engelstalige) artikels en boeken. Opvallend ook hoe weinig boeken De Standaard bijvoorbeeld recenseert over psychoanalyse, marxisme of kritische denkers zoals Žižek. Ook op de website van Houtekiet vinden we eenzelfde lezersbedrog over de ‘Ongelovige Thomas’ terug: als promo bij de aankondiging van het boek vinden we enthousiaste aanbevelingen van, jawel, Etienne Vermeersch, Joël de Ceulaer en Geerdt Magiels. Tevens lezen we dat het boek een prijs heeft gewonnen van de ‘onafhankelijke’ maar liberale denktank Liberales van Dirk Verhofstadt.

Diezelfde Boudry vond het nodig om op De Wereld Morgen samen met Filip Buekens een neptekst te schrijven, een flauwe remake van de sokal-affaire, onder de schuilnaam ‘Thomas’ van der Elst, met als doel hun critici te ontmaskeren als vulgaire schuinfilosofeerders, en tegelijk ook De Wereld Morgen af te kunnen schrijven als een postmodern rookgordijn. Deze tekst werd, hun hardnekkig ongeloof ten spijt, onmiddellijk ontmaskerd.

Daarmee werd ook pijnlijk duidelijk dat zij er niet voor terug schrikken om met heimelijke trucjes hun groot gelijk bevestigd te krijgen als blijkt dat hun argumenten waarheden met te korte pootjes blijken te zijn. Zoals voor de docufictie-maakster Robert, zijn ook voor hen blijkbaar alle middelen goed in de kruistocht tegen de psychoanalyse.

Scepticisme vs. fanatiek sofisme

Dit brengt ons uiteindelijk bij de organisatie Skepp: zowel de bovenvermelde academici als journalisten zijn er op een of andere manier mee verbonden. Scepticisme is belangrijk om dwalend denken een halt toe te roepen en een betrouwbaar wereldbeeld op te bouwen. Tevens is het van belang om andere mensen actief te confronteren met inzichten als blijkt dat hun denken irrationeel, onvoldragen of in tegenspraak is met de verworven wetenschappelijke kennis.

Hoe dat in zijn werk gaat, werd onlangs op Canvas mooi geïllustreerd door Prof. Dr. Jean Paul Van Bendegem in het programma Rusland voor Beginners. Op een vriendelijke en ontwapenende manier gaat hij als spiritueel atheïst, zoals hij zichzelf omschrijft, in gesprek met gelovigen en priesters ergens in een ruraal dorp. Zonder hen te bruuskeren brengt hij hen zelf tot het punt waar de knoop zit: in het vuur van hun geloof voelen ze zich geroepen om de evolutieleer van Darwin af te wijzen. Ze dwalen en dat is alles behalve onschuldig. Ook al is dat het platteland van Rusland en niet België, ook bij ons is het van belang dat theorieën en praktijken onder de sceptische scanner worden gelegd.

De manier waarop het scepticisme onder meer door sommige leden van de organisatie Skepp wordt beoefend, is dermate overijverig dat het omslaat in dogmatisch hooliganisme en fanatieke gelijkhebberigheid.

Maar de manier waarop dit onder meer door sommige leden van de organisatie Skepp gebeurt, is dermate overijverig dat het omslaat in dogmatisch hooliganisme en fanatieke gelijkhebberigheid. Enige scepsis ten opzichte van Skepp is daarom niet overbodig.

Zoals de lezers van De Standaard er kritisch op zouden moeten toezien dat ‘kritisch’ denken niet wordt gerecupereerd door wetenschapsideologen met hun eigen politieke agenda, zo zouden ook de leden van Skepp er op moeten toezien dat hun missie niet wordt gekaapt door arrogante tafelspringers die heel wat debathygiëne missen en die bovendien ook in aanvaring komen met het gerecht: Willem Betz, voorzitter van Skepp, redactielid Luc Bonneux én Skepp als organisatie werden onlangs veroordeeld voor laster en eerroof omdat ze op een drieste en absolutistische manier tegen ‘bijgeloof’ ten strijde trekken. Heeft iemand bij Skepp sindsdien eigenlijk al eens een reorganisatie overwogen, minder fundi en meer realo?

[Noot van de redactie: Volgens Skepp zelf besliste de rechtbank enkel dat het woord kwakzalver uit een tekst moest worden verwijderd. De organisatie en de auteurs zouden bijgevolg niet voor laster en eerroof zijn veroordeeld. Nog volgens Skepp zou dat arrest intussen met succes voor cassatie zijn aangevochten.]

Adorno schreef ooit een knappe analyse over hoe verlichtingsidealen zich na verloop van tijd tegen zichzelf keren (de zogenaamde ‘dialectiek van de verlichting’). Ik wil niet beweren dat Skepp of boven vernoemde journalisten in hetzelfde usurperende bedje ziek zijn en dat alle hoop tevergeefs is, maar een bewijs van het tegendeel is alleszins meer dan welkom. Enkele tips: een kritisch denken over de economische wetenschap als pseudowetenschap, over de manier waarop academisch onderzoek dreigt opgekocht te worden door de industrie, over de gevaren van het verabsoluteren van het wetenschappelijk paradigma, bijvoorbeeld aan de hand van een studie van de eugenetica, en de parallel ermee met transhumanisme en andere radicalen die goochelen met evolutionaire psychologie.

Vlaamse Overheid

Dit artikel kwam tot stand met steun van de Vlaamse overheid.

Auteur: Robrecht Vanderbeeken

behaalde zijn doctoraat in de Wijsbegeerte in 2003 aan de Universiteit Gent, met als onderwerp: een pluralisme van verklaringen van acties. (wetenschapsfilosofie, filosofie van de psychologie, de biologie en de sociale wetenschappen). Van 2004 tot 2006 was hij als onderzoeker verbonden aan het theorie-departement van de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Binnen dit tweejarig mandaat werkte Vanderbeeken ondermeer op de filosofie van Deleuze en Zizek en op kunstfilosofische thema’s. Van 2005 tot 2007 was hij actief als postdoctoraal onderzoeker aan de UGent en verrichtte onderzoek over onderwerpen als analytische metafysica, technowetenschapskritiek en mediakunst. Sinds 2007 is hij als doctor assistent verbonden aan het KASK. Zijn onderzoeksdomein: de filosofische implicaties van mediakunst, de interpretatie van videokunst.

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books