'Ik wilde niet de Waal zijn die geen Nederlands spreekt'

1 februari 2012 Sylvain Malcorps
Formateur Elio Di Rupo stelde gisteren zijn Vlinderakkoord voor (Foto Danny Gys - Reporter)
Premier Elio Di Rupo (Foto Danny Gys - Reporter)
Formateur Elio Di Rupo stelde gisteren zijn Vlinderakkoord voor (Foto Danny Gys - Reporter)
Premier Elio Di Rupo wordt afgerekend op zijn beperkte kennis van het Nederlands (Foto Danny Gys - Reporter)

Aurore studeert dit jaar af als arts in Luik. Een paar weken geleden reisde ze met de trein naar Antwerpen. In de buurt van Mechelen bleef de trein verdacht lang stil staan.

Er zaten andere mensen in de wagon. Allemaal spraken ze Nederlands. Ik wilde hen vragen wat er precies gebeurde, maar ik spreek geen woord Nederlands en ik voelde me gegeneerd om hen in het Frans aan te spreken. Uiteindelijk sprak ik een van de dames in de wagon aan in het Engels, een taal die ik wel vlot praat. Ze antwoordde in het Engels en legde me uit wat er aan de hand was.

De trein zette zich terug in beweging en Aurore kreeg een telefoontje van haar moeder. Ze sprak even met haar. In het Frans. Kort voor aankomst in Antwerpen zei dezelfde dame aan Aurore dat ze de volgende halte moest afstappen, in het Frans deze keer.

Ze had me Frans horen praten met mijn moeder. De dame was heel sympathiek en ik voelde me onnozel omdat ik haar niet meteen in het Frans had aangesproken. De echte reden waarom ik dat niet deed? De vrees om over te komen als de Waal die geen Nederlands spreekt.

‘De domme Waal die geen Nederlands spreekt’

Onbehagen, gêne, het zijn twee gevoelens die ik meteen herken. Ik werkte voor Apache, sprak dus Nederlands op de werkvloer, en bracht vele dagen door in Antwerpen. Hoewel ik me behoorlijk uit de slag trek in het Nederlands voelde ik ook geregeld gêne. Zeker in het begin. Een soort gêne die verder reikt dan de typische terughoudendheid wanneer mensen zich moeten uitdrukken in een andere taal.

Het was subtieler dan dat: ik voelde me tekortschieten, schuldig zelfs, omdat ik me niet correct en niet vlot kon uitdrukken in het Nederlands. Ik leefde met een soort vrees dat ik mijn Vlaamse gesprekspartners indirect zou dwingen om me in het Frans te antwoorden. Het vreemde is dat ik van dat schuldgevoel niets merk wanneer ik me in het Nederlands moet uitdrukken in Nederland, of in het Engels waar dan ook.

Het vreemde is dat ik van dat schuldgevoel niets merk wanneer ik me in het Nederlands moet uitdrukken in Nederland, of in het Engels waar dan ook.

In werkelijkheid wilde ik, net zoals Aurore vooral niet het stereotiepe beeld bevestigen van de ‘ietwat domme Waal die geen Nederlands spreekt’. Een beeld waarvan veel Walen overtuigd zijn dat het sterk verankerd zit in de geesten in het noorden van het land.

Gêne en afwijzing

Niet alle Walen hebben dat gevoel, maar een rondvraag in mijn omgeving leerde me toch dat nogal wat andere mensen iets gelijkaardigs voelen. Dat je jezelf niet op je gemak voelt als je een vreemde taal spreekt is logisch, maar dit is anders. Dit gaat over een schuldgevoel omdat je een taal niet of slecht spreekt. De aandrang om jezelf vooraf te verontschuldigen tegenover je gesprekspartners is niet normaal.

Van de reacties op mijn rondvraag is me vooral de uitspraak bijgebleven van Stéphanie, een leerkracht Nederlands uit de buurt van Luik:

Ik word in de klas niet zozeer geconfronteerd met de gêne om Nederlands te praten, wel met de afwijzing van de Nederlandse taal. Beiden hangen samen. De Franstaligen moeten toegeven dat de Vlamingen het Frans beter beheersen dan andersom. Dat is wat Vlamingen ons duidelijk willen maken, en dat komt nogal wat Franstaligen goed uit want uiteindelijk is het toch normaal ‘dat zij er meer belang bij hebben Frans te kennen dan wij Nederlands’. Dat is geruststellend. Het excuus is groot genoeg om ons er allemaal achter te verschuilen.

Vlamingen op een keerpunt

Ik heb voorlopig nog geen overtuigende wetenschappelijke verklaring gehoord voor de gêne en het schuldgevoel. Ik heb wel een vermoeden: er is iets veranderd op het moment dat de Vlamingen ‘beslist hebben’ dat het maar eens voorbij moest zijn. Dat zij niet altijd de inspanning moesten doen om de andere taal te spreken. Dat keerpunt wordt ook door wetenschappers beschreven.

Kris Deschouwer, politicoloog aan de VUB:

We stellen vast dat Vlamingen steeds nadrukkelijker Nederlands willen praten. Ze halen er een vorm van fierheid uit dat ze zich niet telkens meer moeten aanpassen. Als Vlaming spreek je Frans als je naar Wallonië gaat. Maar het omgekeerde is niet automatisch waar, want de tweetaligheid blijft belangrijker in Vlaanderen dan in Wallonië.

Philippe Van Parijs, professor aan de Université Catholique de Louvain, beschreef de situatie in juni vorig jaar in de Franse krant Libération:

Ook al wordt in alle Vlaamse scholen al vanaf de lagere school Frans gegeven, toch gaat de kennis van het Frans bij de Vlaamse elite jaar na jaar achteruit. Ze beheersen tegenwoordig veel beter het Engels. Vlamingen zijn 50 procent talrijker en 15 procent rijker dan Franstalige Belgen, en dus vragen ze zich terecht af waarom zij moeite moeten doen om de taal van de minderheid te spreken, en niet andersom. Aan Franstalige kant worden vandaag meer inspanningen geleverd om Nederlands te leren, maar het blijft bescheiden. In Wallonië beginnen leerlingen pas in het secundair onderwijs Nederlands te leren, de helft als derde taal na het Engels. Sommigen leren helemaal geen Nederlands. Slechts 14 procent van de Walen zegt een elementaire kennis van het Nederlands te hebben. Daar tegenover staat 51 procent van de Vlamingen die een goede basiskennis van het Frans hebben.

Symbolische verklaringen

In 2007 vormden Yves Leterme en Bart De Wever een kartel tussen Cd&v en N-VA nadat peilingen N-VA onder de kiesdrempel scoorden (Foto Danny Gys - Reporters)
Zowel Yves Leterme als Bart De Wever lieten zich al neerbuigend uit over de kennis van het Nederlands aan de andere kant van de taalgrens (Foto Danny Gys - Reporters)

Toch geloof ik in de hypothese dat die ‘ommekeer’ bij de Vlamingen, samen met de aanslepende economische en politieke crisis aan de basis ligt van het schuldgevoel en de gêne om Nederlands te praten bij sommige Walen.

Elio Di Rupo, de ‘premier’ van de Walen, zou niet in staat zijn zich correct in het Nederlands uit te drukken. Het wijst ons op onze eigen taalkennis: zijn wij beter dan hij?

Ik denk ook dat bepaalde uitspraken van Vlaamse politici, en vooral de enorme aandacht die de Franstalige media eraan hebben geven, een grote invloed hebben gehad. In 2006 zei Yves Leterme in Libération:

In het begin hadden we het idee dat de Franstaligen zich zouden aanpassen aan de nieuwe taalrealiteit ( uitspraak in het kader van de taalfaciliteiten SM). Maar blijkbaar zijn de Franstaligen intellectueel niet in staat om Nederlands te leren, waardoor het uitzonderingsstatuut verlengd werd.

Of het nu ironisch bedoeld was of niet, het zinnetje veroorzaakte veel ophef in Wallonië. En dat gebeurde onlangs opnieuw, in oktober 2011, toen Bart De Wever in het weekblad Humo zei:

Nee, je kunt met die man geen discussie in het Nederlands voeren. Ik heb een Nigeriaanse poetsvrouw die hier twee jaar woont. Ze spreekt veel beter Nederlands dan Elio. Je kunt geen handtassen verkopen op de Louizalaan zonder tweetalig te zijn, maar het is wel mogelijk eerste minister te worden zonder het Nederlands te beheersen.

Nogmaals: het is de symbolische lading van de boodschap die steekt in Wallonië. Elio Di Rupo, de ‘premier’ van de Walen, zou niet in staat zijn zich correct in het Nederlands uit te drukken. Het wijst ons op onze eigen taalkennis: zijn wij beter dan hij? Zouden wij handtassen kunnen verkopen op de Louizalaan? Misschien niet.

 ‘De arrogante Vlaming die neerkijkt op zijn kleine Waalse broertje’

Dergelijke uitspraken – alsook kritiek op het economische beleid van Wallonië bijvoorbeeld – en de weerklank in de Waalse media, zijn niet zonder gevolg gebleven. Gefundeerde kritiek of niet, in Wallonië is mede daardoor het beeld ontstaan van de ‘arrogante Vlaming die neerkijkt op zijn kleine Waalse broertje’.

Nogmaals, het zijn gewoon bedenkingen zonder enige wetenschappelijke pretentie, maar zelf ben ik er intussen wel van overtuigd dat de uitspraken mee een rol hebben gespeeld bij de constructie van de stereotypes – zowel van de Waal als van de Vlaming – in Wallonië. Stereotypes die de relatie die we met elkaar aangaan beïnvloeden. De treinreis van Aurore is een mooi voorbeeld: ze werd geconfronteerd met haar eigen vooroordelen.

Heerlijke kakofonie

Afsluitend nog even terug naar mijn eigen ervaring in Antwerpen. Intussen ben ik mijn schuldgevoel en de gêne om Nederlands te praten in Vlaanderen kwijt. Ik verloor ze toen het me begon te dagen dat de jonge mensen hier in Antwerpen met wie ik optrok zelden ‘perfect tweetalig’ waren. Zelfs als – en in mijn ogen kun je dat niet ontkennen – de kennis van het Frans in Vlaanderen een stuk beter is dan die van het Nederlands in Wallonië, dan nog blijft het een uitdaging om de taal van de andere te spreken. Of dat een probleem is? Misschien moeten we ons gewoon koesteren in die heerlijke kakofonie.

LEES OOK