Buitenlandnieuws ‘De Standaard’ onder internationale standaard

6

De buitenlandberichtgeving van De Standaard scoort slecht in vergelijking met die van Le Monde, NRC Handelsblad en Frankfurter Allgemeine. Tot die conclusie kwam masterstudente journalistiek Barbara Moens in haar scriptie. Een van de pijnpunten bij De Standaard blijkt het lage aantal artikels dat door correspondenten wordt geschreven.

DS BuitenlandIn haar masterproef ‘Wat is kwaliteitsvolle buitenlandsberichtgeving?’ vergelijkt Barbara Moens vier internationale dagbladen: De Standaard, het Nederlandse NRC Handelsblad, het Franse Le Monde en het Duitse Frankfurter Allgemeine (FAZ). Ze onderzocht het buitenlandse nieuws van die kranten gedurende een geconstrueerde week in de periode oktober 2010 tot maart 2011.

Parameters

Bij de analyse werd rekening gehouden met de volgende acht parameters: het aandeel buitenlandberichtgeving, de verhouding ‘puur of gedomesticeerd’ buitenlands nieuws, het thematische spectrum (of buitenlands nieuws hard, soft of sensationeel van aard is), het journalistieke genre (beschrijvend, duidend of opiniërend), het aantal bronnen per artikel, het aandeel stukken gemaakt door correspondenten, het aandeel anonieme artikelen en het inhoudelijke evenwicht van een geschreven stuk.

Gemiddeld 17 procent van de pagina’s in De Standaard wordt met buitenlands nieuws gevuld. Daarmee staat de krant in schril contrast met NRC Handelsblad (28 procent) en zeker met FAZ (36 procent)

Aan elke parameter hing een kwaliteitsscore vast. Zo scoren Le Monde, NRC Handelsblad en FAZ vijftien punten. De Standaard doet het met een tien een pak minder goed. Dat komt vooral door een ‘relatief’ laag aandeel berichten over het buitenland, een gering aantal artikels geschreven door correspondenten en tamelijk veel soft en sensationeel nieuws. Deze kwaliteitsmeters worden hieronder nader bestudeerd.

Corry Hancké, chef buitenland van De Standaard, is niet verbaasd door de matige score van de krant in het onderzoek. “Het doet ons plezier vast te stellen dat een student naar De Standaard grijpt als zij een vergelijking wil maken met buitenlandse kwaliteitskranten. Het is een label dat wij zelf niet hanteren, omdat we ons er te zeer bewust van zijn dat wij in een ‘different league’ spelen dan de drie andere kranten.” Hancké doelt daarmee op het verschil in budget. Een nuancering waarvan ook Moens zich bewust is.

Uitzonderlijke internationale gebeurtenissen

De cijfers uit het onderzoek leren dat gemiddeld 17 procent van de pagina’s in De Standaard met buitenlands nieuws gevuld worden. Daarmee staat de krant in schril contrast met NRC Handelsblad (28 procent) en zeker met FAZ (36 procent).

Moens wijst erop dat “de bestudeerde periode werd gekenmerkt door uitzonderlijke internationale gebeurtenissen zoals de Arabische omwentelingen (waaronder de discussie over een internationaal ingrijpen in Libië) en de aardbeving en tsunami met het daaropvolgend nucleair risico in Japan”.

Veel varieert ook van dag tot dag, stelt Moens vast. “Op 22 maart 2011 had België net beslist vier F16’s in te zetten voor de no-flyzone in Libië. Dit onderwerp werd in de hele krant uitgebreid besproken en leidde tot meer dan een derde buitenlandberichtgeving. Op andere dagen moeten de lezers van DS op hun honger zitten voor buitenlands nieuws tot pagina 17 alvorens ze de vaste buitenlandrubriek van vier pagina’s te lezen krijgen.”

Ter plaatse

Een van de opvallendste vaststellingen in de masterproef is het kleine aantal stukken (14 procent) in De Standaard dat door correspondenten wordt gemaakt. Bij de drie andere dagbladen wordt buitenlands nieuws significant meer geschreven door journalisten ter plaatste. Al moet gezegd worden dat Le Monde en Faz hiervoor ook over de middelen beschikken.

Toch wijst Moens op het belang van correspondenten. “De uitdaging voor kranten is om ondanks financiële moeilijkheden te blijven investeren in een uitgebreid netwerk en daardoor de kwaliteit van haar buitenlandberichtgeving te optimaliseren. Iemand ter plaatse kan een absolute meerwaarde bieden door meer diepgang te brengen en op een lokaal netwerk en regionale voorkennis te bouwen. Bovendien zal een ooggetuigenverslag altijd meer waard zijn dan een reeks berichten van persbureaus.”

Verder blijft haast 70 procent van de buitenlandberichtgeving van De Standaard anoniem. Dat betekent dat de volledige naam van de schrijver niet bij het artikel wordt gezet. Bij korte nieuwsberichten is dat meestal de gewoonte.

Kanttekening hierbij is dat Moens ook initialen en persbureaus als anoniem rekende. Een foute keuze, geeft ze toe. Al wil ze daarbij de essentie niet uit het oog verliezen: “Een auteur drukt (onbewust) zijn stempel op een artikel en dus is transparantie nodig.”

Wake-up call

Het laatste punt waarbij De Standaard in het onderzoek moet onderdoen betreft het aandeel hard buitenlands nieuws. Wat Moens als ‘hard’ nieuws bestempelt, legt ze in volgend voorbeeld uit: “Op 24 november 2010 zou de Franse president Sarkozy een lastige journalist een pedofiel hebben genoemd. De FAZ legde in haar nieuwsbericht de nadruk op de beschuldiging en de mogelijke politieke gevolgen voor Sarkozy voor de presidentscampagne. Politiek en dus hard nieuws. De Standaard beschreef de commotie, de houding van Sarkozy, de roddels en de reflectie van de journalisten. Faits divers en dus zacht nieuws.”

De Standaard brengt  12 procent minder hard buitenlands nieuws dan Le Monde, de beste van de klas.

Moens omschrijft hard nieuws als een indicatie voor een kwaliteitsmedium. “Een zekere mate van soft nieuws kan de drempel tot nieuws verlagen, maar de nadruk voor berichtgeving, zeker in de zogenaamde kwaliteitskranten, moet volgens mij op hard nieuws liggen, zodat burgers zich een mening kunnen vormen over maatschappelijke en politieke thema’s.”

Corry Hancké (chef buitenland De Standaard):

De vergelijking in de studie, die voor de rest zeer degelijk is, loopt mank omdat ze geen rekening houdt met het budget, de personeelsbezetting en de oplage van de kranten

De Standaard komt ietwat gehavend uit de internationale vergelijking. Toch is nuancering op zijn plaats, concludeert Moens. In België zou de krant wellicht als een van de beste uit de bus komen. “Ze wordt vergeleken met drie internationale toppers, die middelen hebben waar De Standaard alleen maar van kan dromen.”

Dat stelt ook Hancké: “De vergelijking in de studie, die voor de rest zeer degelijk is, loopt mank omdat ze geen rekening houdt met het budget, de personeelsbezetting en de oplage van de kranten. Vele conclusies van het onderzoek zijn juist te verklaren door het verschil in budget en mankracht. Om onze buitenlandberichtgeving extra mogelijkheden te geven, hebben we trouwens een copyright op NRC en op The Guardian.”

Desondanks omschrijft Moens de score als een wake-up call. “Als De Standaard op het internationaal forum een stem wil hebben, zal ze de kwaliteit van haar buitenlands nieuws moeten bijschaven.”

Vlaamse Overheid

Dit artikel kwam tot stand met steun van de Vlaamse overheid.

Auteur: Tomas Bachot

Verdiepte zich drie jaar in de journalistiek op de Plantijn Hogeschool. Hij dikt zijn ervaring aan bij Apache. Voorts leeft hij zich uit op Zonder Graten. Een journalistieke website die hij eind 2010 uit de grond stampte. Momenteel studeert hij fotografie in Gent.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid