Het schabouwelijke kwijlen achter het populisme

12

N-VA is geen partij van populisten! Dat is het spectaculaire resultaat – anders haal je er de voorpagina van De Morgen niet mee – van onderzoek van Mark Elchardus, socioloog aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij nam het populistisch gehalte van de Vlamingen onder de sociaalwetenschappelijke loep. Wie zulke wetenschappen bij voorbaat wantrouwt, kan zijn pret niet op.

Mark Elchardus (Foto: Jan Van de Vel - Reporters)

Mark Elchardus (Foto: Jan Van de Vel - Reporters)

Het oeverloze debat over populisme is één van de meest vervelende van deze tijd. Dat komt grotendeels door het gebrek aan een algemeen aanvaarde definitie van de term. Net als in het debat over de crisis van de media praat iedereen naast elkaar en geeft lucht aan zijn hoogst persoonlijke ergernissen. In de praktijk wordt de term populisme door de meeste politici en andere luie intellectuelen gebruikt om standpunten aan te duiden waar zij het oneens mee zijn.

Beneden niveau

Zo niet professor Elchardus. Hij definieert populisme als – ik citeer De Morgen, het onderzoek is niet te vinden – “een kloof tussen goede, verstandige ‘gewone mensen’ enerzijds en wereldvreemde en al dan niet corrupte ‘elite’ anderzijds”. Dat is helder. Verderop wordt als voorbeeld een stelling gegeven waar de correspondenten hun waardering voor moesten uitspreken: “Ministers zouden beter wat minder in hun bureau zitten en zich wat meer onder het gewone volk begeven”.

Dat is een opmerkelijk uitgangspunt. Meestal wordt populisme, als een strategie om het volk naar de mond te praten, bij politici gezocht, niet bij kiezers. Een tweede opmerking – die wel bij meer onderzoeken uit de sociale wetenschappen valt te maken – is dat met stellingen als de voorgaande eigenlijk weinig kan worden aangetoond. Iedereen die zich überhaupt bereid verklaart een oordeel te vellen over zulke generaliserende uitspraken, zit eigenlijk beneden een aanvaardbaar intelligentieniveau. Of je nu vindt dat (alle) ministers meer onder het gewone volk moeten komen of niet, het is idioot om in zulke grove bewoordingen over een onderwerp te willen spreken.

Iedereen populist

Het weerhoudt Elchardus er niet van om met zijn onderzoek ook een hoogdravend essay naar De Morgen mee te zenden. Daarin stelt hij dat vooral Vlaams Belang en PvdA populistische partijen zijn, hoewel alle andere partijen ‘nagenoeg even populistisch’ zijn. Waarom die twee er niettemin worden uitgelicht, is mij een raadsel. Niet minder dan 76 procent van de ondervraagde Vlamingen vindt overigens dat ministers wat minder in hun bureau moeten zitten. Dat u dat weet.

Elchardus somt verder drie kenmerken op van populisten. Ze vinden dat ze niet krijgen wat hen toekomt, ze lezen voornamelijk populaire bladen en kijken graag reality-TV – of dat ook voor de aanwezige PvdA’ers geldt wordt niet duidelijk, waarschijnlijk was hun aantal onmeetbaar klein –, en de meest belangrijke reden om populist te worden is volgens de onderzoekers een pessimistisch mensbeeld. “Het zijn vooral de mensen die van oordeel zijn dat het steil bergaf gaat met onze samenleving, die populist worden.” Dan komt Bart De Wever alsnog in de gevarenzone. En ik ook. Eigenlijk zou iedereen die dezer dagen af en toe een krant leest aan een zelfonderzoek moeten beginnen.

Originele kijk

Allemaal heel bizar, maar gelukkig heeft Elchardus ook een oplossing. Helaas is die misschien nog merkwaardiger. Tegenover deze massa pessimisten, zet hij – nu moet u even heel goed opletten – het Europese democratisch deficit. De beslissingen die Europa neemt zijn gelukkig nog vrij van populisme. Waarschijnlijk leest Elchardus zelf geen kranten, anders lijkt het mij moeilijk om te beargumenteren dat het populisme, zoals hij het definieert, momenteel een groter probleem is dan het Europese deficit. Laat ons het er op houden dat het alleszins een originele manier is om naar de sloop van Griekenland te kijken.

Bij het formuleren van die oplossing, en eigenlijk doorheen het hele essay, maakt Elchardus een sprongetje. Hij onderzocht het populisme onder kiezers, maar heeft het voortdurend toch over populistische politiek. “Het probleem [met populistische politici] is dat ze in naam van het gezond verstand schabouwelijke onzin kwijlen”, merkt hij scherpzinnig op. Wat eerst een ongelukkige poging was om populisme scherp te definiëren, blijkt zo nog minder waard te zijn. Een herkauwing van één van de meest vervelende debatten van deze tijd.

Auteur: Peter Casteels

Peter Casteels (1989) studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Op Twitter spreekt u hem best aan met @pcasteels en mailen kan naar peter.casteels@apache.be.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid