Een zoektocht naar de weerstand tegen literatuur

3

Bas Heijne moet een gevoel ‘dat zo nu en dan verdacht veel lijkt op weerzin’ overwinnen vooraleer hij aan een roman begint. In Echt zien – Literatuur in het mediatijdperk onderzoekt hij waar die weerstand vandaan komt en wat de literatuur de afgelopen decennia is overkomen. Daar liet ik graag de weekendkranten links voor liggen.

Het essay van Heijne werd enthousiast ontvangen door de meeste recensenten. Bert Bultinck noemde het vrijdag in De Standaard ‘nu al een van de boeken van het jaar’, en ook Jeroen Vullings en Marja Pruis schreven erg positieve commentaren. Enkel Aleid Truijens was het in de Volkskrant (“De roman op sterven na dood? Onzin”) helemaal oneens met Echt zien, en Dirk Leyman schreef er in De Morgen zo een kort stukje over dat eigenlijk enkel de vraag bleef hangen of hij het boekje wel gelezen heeft.

Die positieve kritieken zijn verrassend. Wie Bas Heijne niet graag mag (omwille van zijn gezeur over het populisme, bijvoorbeeld), zou zijn essay kunnen wegzetten als knip- en plakwerk. Echt zien is een verzamelplaats van andere teksten over eerdere en de recente crisis waarin de literatuur zich volgens de meeste auteurs bevindt, en eigenlijk weet Heijne daar nooit ver bovenuit te stijgen. Hij becommentarieert, en vult enkel aan met persoonlijke anekdotes. Vooral als hij in het tweede hoofdstuk schetst wat er zich de afgelopen tijd in de collectieve cultuur van de samenleving heeft voltrokken (verwoest, op zijn minst hopeloos versplinterd), herhaalt hij een analyse die al meermaals werd gemaakt.

Zonder weerzin

Toch boeit het essay van Heijne mateloos. Wie de boekenkaternen leest, krijgt absoluut niet het gevoel dat de roman door een malaise gaat. Het lijkt wel elke week feest. Echt zien moet niet zozeer worden beschouwd als een meesterwerkje, maar vooral als een welgekomen bijdrage aan een debat dat zelden in het openbaar wordt gevoerd. De discussie over de relevantie van literatuur, en eigenlijke alle andere kunstvormen, is – hoewel tijdloos – een van de meest interessante maar ook meeste heikele van deze tijd. Het is bovendien moeilijk discussiëren als uitgeverijen kunnen gooien met indrukwekkende verkoopcijfers.

Echt zien moet niet zozeer worden beschouwd als een meesterwerkje, maar vooral als een welgekomen bijdrage aan een debat dat zelden in het openbaar wordt gevoerd.

Aan het hele debat heb ik weinig bij te dragen. Ik zie er hooguit van ver uit als een literatuurkenner, maar de teleurstelling die Heijne beschrijft komt mij maar al te bekend voor. Wanneer hij weerzin voelt aan het begin van een roman, ben ik nog steeds kinderlijk enthousiast, maar achteraf blijf ik meestal verweesd achter. Ik zie zelden het talent of de brille die uitgevers en recensenten mij beloofden. Omdat het geruststellend is te weten dat iemand anders daar ook mee zit, en omdat ik niet wil dat ik ooit met weerzin aan een boek moet beginnen, vind ik deze discussie over kunst en het essay van Heijne erg relevant.

Indrukwekkende afwezigheid

Een andere reden waarom kunstenaars er goed aan doen te reflecteren over hun werk, is de indrukwekkende afwezigheid van kunst in de politiek. Er zijn wel politici die af en toe de indruk wekken dat ze wel eens een theaterzaal van binnen zien, maar in hun gedachten komt dat nooit terug. Eigenlijk ontbreekt kunst, en verbeelding, in het hele publieke debat. Het enige verhaal dat een beroep doet op de verbeeldingskracht van mensen, is momenteel het onafhankelijke Vlaanderen als wonderoplossing voor al onze problemen. Misschien ook, maar dat wordt iets voor verstokte fans, de vrije markt. Kunst is nog heel wat anders.

De gevolgen daarvan worden zichtbaar. De Nederlandse regering slaagde erin het cultuurbudget dramatisch te korten. De oorzaken zijn lastiger aan te wijzen. Een samenleving die haar burgers enkel als consumenten en arbeidskrachten aanspreekt, en daar haar onderwijs naar inricht, helpt niet. Bas Heijne brengt in Echt zien misschien enkel andere auteurs samen, maar de inzichten die hij daarmee als bekende columnist doorgeeft aan een breed publiek, zijn niettemin de moeite waard. Het enthousiasme van sommige critici stemt hoopvol voor een verder debat. Ik luister geboeid.

Auteur: Peter Casteels

Peter Casteels (1989) studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Op Twitter spreekt u hem best aan met @pcasteels en mailen kan naar peter.casteels@apache.be.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid