Een Senaat zonder stemmenkanonnen

5

Straks zitten er geen prinsen meer in de Senaat. Ook geen rechtstreeks verkozen senatoren. Daardoor belooft de hele kiesstrijd anders te verlopen. De absolute stemmentrekkers kunnen immers niet meer bikkelen om de Senaat. Volgens professor Herman Matthijs zal het ‘rode pluche’ nooit meer hetzelfde zijn.

De nieuwe Senaat zal geen rechtstreeks verkozen senatoren meer tellen. (Foto Wim Van Cappellen - Reporters)

De nieuwe Senaat zal geen rechtstreeks verkozen senatoren meer tellen. (Foto Wim Van Cappellen - Reporters)

De onderhandelende partijen begonnen weken geleden aan een lange en zeer zware tourrit. Met het BHV-akkoord en de hervorming van de Senaat namen ze de Galbier, de hoogste col. Wat nu volgt zijn diverse beklimmingen buiten categorie (de financieringswet, de begroting, de staatshervorming en zijn bevoegdheden, justitie, asiel, migratie, …). In afwachting van de klim naar de eindmeet op l’Alpe d’Huez mag het akkoord over de ‘nieuwe Senaat’ wel historisch worden genoemd.

Rechtstreekse verkozen senatoren  

Het akkoord met betrekking tot de toekomstige nieuwe samenstelling van de Senaat maakt komaf met de oude samenstelling. Als dit akkoord wordt uitgevoerd dan gaan we bij de verkiezingen van 2014 voor de eerste keer sinds 1831 niet kiezen voor de Senaat. De rechtstreeks door de kiezer verkozen senatoren verdwijnen.

Bij de hervorming van 1995 werd die groep al teruggebracht tot 25 Vlamingen en 15 Franstaligen. Door de grootte van de twee kiesgebieden waren deze verkiezingen erg interessant voor de kopstukken van de politieke partijen. Bij elke stembusgang was er de vraag: wie wordt de stemmenkampioen?

Bij de verkiezingen van 1999 haalden Marc Verwilghen, Guy Verhofstadt en Jean-Luc Dehaene meer dan 500.000 stemmen. In 2004 rondden Guy Verhofstadt en Steve Stevaert vlot de kaap van de 600.000 stemmen. Yves Leterme brak in 2007 alle records met meer dan 800.000 stemmen en in juni 2010 ging Bart De Wever in dezelfde richting.

Wie wordt stemmenkampioen? De hervorming van de Senaat maakt dat die vraag de kiescampagne niet langer zal kleuren.

Kanseliersreferendum

Anders gezegd: de Senaatsverkiezing werd in belangrijke mate een ‘kanseliersreferendum’. Vooral in Vlaanderen was de strijd der stemmenkampioenen van belang. Veel heeft te maken met de mega-score van bijna een miljoen stemmen die Leo Tindemans bij de Europese verkiezingen van 1979 behaalde.

De stemmenkampioenen werden en worden in de eigen partij en daarbuiten meteen tot vijand nummer één verklaard. Teveel stemmen halen in een democratie levert alleen maar vijanden op. Daaraan komt nu een einde. Stemmenkanonnen zullen in de toekomst moeten opkomen in de provinciale kiesomschrijvingen voor de Kamer of het Vlaamse Parlement.

De praktijk leert dat binnen de provinciale kiesomschrijvingen de kaap van de 100.000 stemmen zowat het maximum is. In 2010 gingen alleen Yves Leterme in West Vlaanderen en Siegfried Bracke in Oost Vlaanderen over die magische electorale grens.

Senatoren van rechtswege

Maar terug naar de Senaat. Wie zal er, gesteld dat het akkoord effectief wordt uitgevoerd, straks de Senaat bevolken en wie verdwijnt?

Sinds 1853 zetelt op zijn minst de mannelijke troonopvolger in de Senaat. De constructie was bedoeld als politieke leerschool voor de toekomstige koning. Maar het concept kan als een anachronisme worden bestempeld. Het bovenvermelde politieke akkoord impliceert het verdwijnen van de fractie uit Laken in de Senaat. Dat is historisch en kadert in de vraag naar een protocollaire monarchie.

Gemeenschapssenatoren

De Senaat telt vandaag 21 gemeenschapssenatoren. Bij de hervorming van 1995 werd hun aantal opgetrokken omdat de Senaat een plaats moest worden van overleg en contact tussen de gemeenschappen. Alleen moeten we vaststellen dat dit onderdeel van het federaal parlement daar niets mee gedaan heeft. In het nieuwe voorstel wordt de groep gemeenschapssenatoren uitgebreid tot vijftig ( 29 uit het Vlaams Parlement, 20 uit het Parlement van de Franse Gemeenschap en 1 uit het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap). Deze dubbelmandaten worden de kern van de nieuwe Senaat.

Gecoöpteerde senatoren

Sinds de grondwetsherziening van 1921 kent men ook een aantal gecoöpteerde Senatoren. In oorsprong was het een manier om technocraten in deze parlementaire vergadering te krijgen. In de praktijk gebruiken de partijen dit systeem om gebuisde politici toch een mandaat te geven. Wil men de oorspronkelijke bedoeling respecteren dan dient men een regel in te voeren die stelt dat personen die kandidaat waren bij de verkiezingen en/of de twee jaren daarvoor een politiek mandaat bekleedden, uitgesloten worden van coöptatie.

De hervorming zet de deur open voor een confederale kijk op de staatshervorming.

Kostprijs

Momenteel geldt de regel dat de Senaat alle leden betaalt. Enige uitzondering zijn de senatoren van rechtswege die een dotatie ontvangen. Dat impliceert een besparing voor de drie gemeenschapsparlementen. In de nieuwe samenstelling daalt het aantal te betalen senatoren van 71 naar 60. In de begroting voorziet de regering een dotatie aan de Senaat van 64,7 miljoen euro. Dat bedrag kan zakken, evenredig met het dalend aantal senatoren.

Indien men er echter voor kiest om de drie parlementen van de gemeenschappen de wedden te laten betalen, zoals voor alle andere verkozenen in de assemblées, dan kan de federale staat enkele tientallen miljoenen euro besparen.

De staat keert jaarlijks ook een dotatie uit aan de Senaat ter financiering van de politieke partijen. In 2011 bedraagt die 10,1 miljoen euro. De verdeling hiervan hangt samen met de uitslag van de Senaatsverkiezing. Men kan zich moeilijk inbeelden dat de partijen deze bron van ontvangsten willen laten vallen.

Conclusie

De hervorming van de Senaat is historisch te noemen omdat ze een einde maakt aan de rechtstreeks verkozenen en aan de ‘prinselijke fractie’. De nieuwe Senaat wordt bemand op zijn Duits (Bundesrat) en naar Zwitsers model (Standenrat). Omdat men politiek geen twee derden meerderheid vindt om de Senaat helemaal af te schaffen, vormt men ze om tot een parlement van de deelstaten. De hervorming zet meteen ook de deur open voor een confederale kijk op de staatshervorming.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Auteur: Herman Matthijs

Professor aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB).

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid