Hier spreekt men Nederlands

25

Anderstaligen hebben per definitie een taalprobleem, en hun taalprobleem tast de sociale cohesie aan. Die onwankelbare problematisering van meertaligheid staat centraal in een hedendaags nationalistisch discours waarvan de Antwerpse professor Taalkunde Jef Verschueren huivert.

Diversiteit roept beelden op van chaos – de Toren van Babel – diversiteit als handicap.(Foto seriykotik)

Diversiteit roept beelden op van chaos – de Toren van Babel – diversiteit als handicap.(Foto seriykotik)

Het naïeve geloof in de realiteit van afzonderlijke talen kan onschuldig zijn. Het promoten van standaardisering kan bovendien maatschappelijke processen op ruimere schaal vergemakkelijken. Maar de onschuld verdwijnt, en de faciliterende effecten worden ondermijnd, wanneer een ingebeelde orde wordt opgelegd als norm. Ik denk aan territoriale eentaligheid die vanuit een nationalistische ideologie de leidraad wordt ondanks verregaande meertaligheid als sociaal feit.

Verbeeldingsvermogen

Het nationalistische verbeeldingsvermogen kan zover gaan dat grote groepen zogenaamd ‘anderstaligen’ zelfs na decennia niet worden erkend als realiteit. Er is een regio in Europa waar dat gebeurt. Ik noem geen namen, want jammer genoeg gaat het niet om een uitzondering, maar om een maatschappijtype waarvan diverse varianten ruim zijn verspreid. Hun gemeenschappelijke kern is een onwankelbare problematisering van meertaligheid: ‘anderstaligen’ hebben per definitie een taalprobleem, en hun taalprobleem tast de sociale cohesie aan.

Zij hebben geen boodschap aan empirisch onderzoek dat aantoont met welke virtuositeit kinderen van immigranten meerdere talen en taalvarianten bespelen, terwijl ze misschien toch last hebben van omgang met formele schooltaal – een heel specifiek register dat niet alleen de kinderen van immigranten doet struikelen. Zij hebben ook geen boodschap aan de vaststelling dat eentalige territoria op wereldniveau uitzonderingen zijn en dat ze ook in Europa pas in de recentere geschiedenis doelbewust werden gecreëerd.

Er is een respectabel politicus die onlangs in zijn tweewekelijkse column beweerde dat echte tweetaligheid – om nog te zwijgen van meertaligheid – onmogelijk is. Ik vraag me af in welke wereld deze man leeft.

Ingebeelde orde

Er is een respectabel politicus die onlangs in zijn tweewekelijkse column beweerde dat echte tweetaligheid – om nog te zwijgen van meertaligheid – onmogelijk is. Ik vraag me af in welke wereld deze man leeft. In elk geval één met veel ingebeelde orde, een wereld waarin elkaar druk citerende politieke leiders zich welbespraakt uitlaten over het failliet van de interculturele samenleving. Wat zij bedoelen is dat de ontwikkelingen geen eind hebben gemaakt aan diversiteit, dat ze hun ‘normale’ orde niet hebben hersteld, en dus dat interculturaliteit, feitelijk beschouwd, een groot succesverhaal blijkt te zijn.

Taal is een universeel menselijk verschijnsel. Niet meer, en ook niet minder dan het resultaat van een biologische ontwikkeling. Zoals andere biologische processen leidt de ontwikkeling van taal tot een diversiteit aan verschijningsvormen. De graad van diversiteit overstijgt echter die van de fysiologische wereld omdat taal, dankzij en omwille van het menselijke cognitieve vermogen, dagdagelijks kan en moet worden ingezet voor interactie in steeds variërende contexten die niet herleidbaar zijn tot een beperkt aantal parameters zoals voedsel en beschutting, maar die gekenmerkt worden door complexe sociale patronen, institutionele beperkingen, culturele en psychologische variabelen.

Babel

Diversiteit roept beelden op van chaos – de Toren van Babel – diversiteit als handicap. Er zijn, ruw geschat en afhankelijk van hoe men telt, meer dan 6.000 talen, zeer oneven verdeeld over het aardoppervlak, met een ongelijkmatige verdeling over aantallen sprekers, met talloze mengvormen, en met meer dan 6 miljard idiolectische varianten die taal letterlijk verheffen tot ieders individuele eigenschap en eigendom.

Hoewel geen twee mensen een volledig identieke taal spreken, kunnen we communiceren dankzij gemeenschappelijke principes en strategieën om betekenis te genereren en te negotiëren

Maar die chaos is bedrieglijk. Taal heeft universele kenmerken. Er is geen taal zonder klinkers. Taal heeft geen behoefte aan een verband tussen een woord en zijn betekenis – het woord ‘zout’ smaakt niet zout en is ook niet korrelig. Taaluitingen hebben een lineaire structuur – we kunnen geen twee dingen tegelijk zeggen. Taalgebruik is altijd reflexief – we horen onszelf praten, interpreteren wat we zelf zeggen, en vormen hypothesen over de interpretaties van anderen. Geen enkele taaluiting is volledig expliciet. En hoewel geen twee mensen een volledig identieke taal spreken, kunnen we communiceren dankzij gemeenschappelijke principes en strategieën om betekenis te genereren en te negotiëren.

Ideologie

Taal vertoont dus voldoende orde. Maar er is ook ingebeelde orde. Taal is een natuurlijk verschijnsel. Maar een taal is altijd, zonder uitzondering, een artificiële constructie, een abstractie, die meestal tot stand komt en ondersteund wordt door politieke en ideologische processen. Of zoals de Britten zeggen, “A language is a dialect with an army and a navy”. De Britten konden het weten. Dankzij hun army and navy werd het imperium opgebouwd dat de basis vormde voor de huidige status van het Engels als wereldtaal. Datzelfde Engels toont meteen de paradox van een universele taal: hoe meer een taal zich verspreidt, hoe meer interne diversiteit ze zal vertonen, hoe minder universeel ze zal zijn, en hoe moeilijker het wordt om nog van een taal te spreken.

In een institutionele context – de sociale sector, overheidsadministratie, onderwijs, gerecht – vormt een beleid dat weigert of niet in staat is zich aan te passen aan de realiteit van meertaligheid een groter probleem dan die meertaligheid zelf, ook al vereist die inderdaad inspanningen, middelen en aandacht. Het conflict tussen realiteit en beleid heeft grote gevolgen: de problematisering van een natuurlijk fenomeen (vergelijk het maar met de ontkenning van de zwaartekracht), stigmatisering van de betrokkenen, vormen van uitsluiting gebaseerd op afwijkingen van de eentalige norm, en – daardoor – sociale achterstand.

Een beleid dat weigert of niet in staat is zich aan te passen aan de realiteit van meertaligheid vormt een groter probleem dan die meertaligheid zelf, ook al vereist die inderdaad inspanningen, middelen en aandacht.

Valse premissen

Stigmatiserende en discriminerende maatregelen worden door politici dezer dagen als de normaalste zaak van de wereld voorgesteld – zelfs als een noodzaak en soms als een blijk van openheid. Een goed voorbeeld is de beslissing – in de Europese regio waarnaar ik daarstraks verwees – om een taaleis te verbinden aan toegang tot een sociale woning. Die is gebaseerd op drie valse premissen: 1. zonder dwang leren ‘ze’ de lokale taal niet; 2. onder dwang leren ze die wél; 3. als ze de lokale taal zo´n beetje kennen dan zijn de communicatieproblemen opgelost. Het argument dat uitsluiting van recht op een sociale woning op basis van een taalcriterium ervoor zal zorgen dat iedereen op termijn vlot communiceert in de lokale taal en dat daardoor de sociale cohesie wordt versterkt, mist realiteitszin en houdt geen rekening met de nefaste gevolgen van stigmatisering en discriminatie.

Ik ken geen enkele definitie van discriminatie die hierop niet van toepassing is: een verdeling van middelen – tenzij bepaald door loterij of in orde van aanmelding – moet gebaseerd zijn op kenmerken of criteria die te maken hebben met de aard of bestemming van de middelen. Omgekeerd, het gebruik van elk ander kenmerk als criterium (zeker wanneer het een reële of gepercipieerde ‘groep’ identificeert of privilegieert: huidkleur, etniciteit, religie, afkomst, taal) om te bepalen wie toegang heeft en wie niet, is discriminatie. Is het alleen een ‘bereidheid’ om ‘de’ taal te leren die vereist wordt? Het criterium blijft wel taal. Heeft een rechterlijke instantie zich positief uitgesproken over de wettelijkheid van de maatregel? Het gerecht zal wel gelijk hebben wat de bestaande wetgeving betreft. Maar wetten kunnen zelf discriminerend zijn, en gelukkig zijn ze veranderlijk. Maar meertaligheid blijft.

In het onderwijs zien we recente stappen, zoals het stopzetten van experimenten met meertalig onderwijs, die de illusie van de ingebeelde eentalige orde nogmaals versterken

Creativiteit

De vraag is dan: wat te doen? Niet alle taalgemeenschappen zijn in dezelfde mate vragende partij om met het oog op taalbehoud ondersteund te worden. Bovendien kan de wens veranderen van generatie tot generatie. Als taal ieders eigendom is, dan is bescherming noodzakelijk, maar heeft iedereen ook het recht om van een taal afstand te doen. Concrete maatregelen zijn nooit evident, en creativiteit is vereist. Bijvoorbeeld in het onderwijs. En net daar zien we recente stappen, zoals het stopzetten van experimenten met meertalig onderwijs, die de illusie van de ingebeelde orde nogmaals versterken.

Immigranten adopteren de dominante taal van hun nieuwe omgeving. Zij doen dit in verschillende mate, afhankelijk van context en noden. Het steeds variabele taallandschap dat daardoor wordt versterkt staat in schril contrast met een homogeniserend denken. Niet alleen de taalvariatie, maar ook het vereenvoudigende denkpatroon wordt ondersteund door onvermijdelijke taalprocessen. Ideologieën leiden geen abstract leven. Zij worden gedragen door taalgebruik dat vooral de lagen van impliciete betekenis intertextueel kopieert en verder zet. Ook dat is een natuurlijk proces. We kunnen ons wel wapenen tegen de gevolgen ervan. Bijvoorbeeld door een alarmbel te doen rinkelen telkens wanneer beleid wordt voorgesteld als ‘normaal’.

Een bewerking van deze tekst werd uitgesproken tijdens de 42e editie van Poetry International.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid