Van lezersdebat tot volksberaad

14 juni 2011 Peter Casteels
'Jongeren' op de Shame-betoging verwoorden de hun frustratie over de aanslepende regeringsvorming (Foto Simon Blackley)
'Jongeren' op de Shame-betoging verwoorden de hun frustratie over de aanslepende regeringsvorming (Foto Simon Blackley)
'Jongeren' op de Shame-betoging verwoorden de hun frustratie over de aanslepende regeringsvorming (Foto Simon Blackley)
'Jongeren' op de Shame-betoging verwoorden de hun frustratie over de aanslepende regeringsvorming (Foto Simon Blackley)

Dat alle politieke partijen tegenwoordig op elkaar lijken. Het is een verzuchting die u – mocht u dat willen – al geruime tijd niet enkel door jongeren kan horen slaken, maar meer dan een poging om de eigen luiheid en desinteresse te cultiveren tot politicologie is het niet. In dit land liggen de verschillen tussen politici zelfs tijdens regeringsonderhandelingen (een periode waarin doorgaans discreet naar een compromis wordt gezocht) voor het oprapen. Die zijn soms weinig verheven, maar wortelen vaker in een inhoudelijke dispuut. De stemmingen die dezer dagen in de Kamer plaatsvinden, en waarbij de breuklijnen steeds duidelijk zichtbaar worden, zijn daar een schoolvoorbeeld van.

Dat neemt niet weg dat er, inderdaad, een zekere overeenkomst bestaat over de hoofdzaak. Waar alle politici na de Tweede Wereldoorlog beseften dat een verzorgingsstaat moest worden opgebouwd, lijkt iedereen er het momenteel over eens dat die maar beter terug wordt afgebroken. Vaak lijken politici daarover enkel in woordkeuzes en enthousiasme te verschillen. Daarbij past de kanttekening dat het hele publieke debat momenteel doordrongen is van deze wetenschap. Elke dag publiceren kranten opiniestukken over de onhoudbaarheid van ons welvaartssysteem. Als politici aan die druk kunnen weerstaan, wordt het hen ’s avonds ingepeperd door Kathleen Cools. Het is een maatschappelijke consensus, een mode, of een carcan waar maar af en toe iemand kan uitbreken. Op dit punt representeren politici de civiele samenleving enkel, wat niemand hen kwalijk kan nemen.

Als twee druppels water

Dat de tegenstelling tussen links en rechts achterhaald is. Ik zou fingeren als ik beweerde dat deze platitude werd uitgesproken door iemand die ook de vorige onderschreef, maar de merkwaardige tegenstrijdigheid tussen beide valt op. Alle partijen marcheerden naar het vermaledijde centrum, maar ook de laatste restanten van hun achterhaalde ideologieën zijn een doorn in het oog van sommigen. Niemand vindt het aangenaam om te moeten toegeven dat de samenleving waarin hij leeft als twee druppels water lijkt op de wereld zoals die er enkele decennia geleden bij lag. Het is veel spannender om een nieuwe wereld te ontwarren die samen met ons het zonlicht zag en om een totaal andere aanpak vraagt dan alle verouderde edities.

Het is een klassiek misverstand dat Twitter die wereld heeft veranderd. Buiten enkele grenzen die zijn geopend, is er de afgelopen jaren weinig gewijzigd. De mens al helemaal niet. Het welvaartspeil is weliswaar gestegen, waardoor de tegenstelling tussen links en rechts voor veel mensen irrelevant werd, maar als intellectueel kader doet ze het nog steeds prima. Zeker nu de rijkdom van het Westen afkalft en over de verdeling van steeds minder middelen moet worden beslist, zou het van een opmerkelijke blindheid getuigen om economische verhoudingen niet langer als referentiepunt te nemen. Afwachten wat de Europese technocraten voorstellen en verder eclectisch wezen.

Het huidige systeem ondergraven zonder een alternatief voor te stellen, creëert een vacuüm dat door de meest ongure types makkelijk kan worden ingevuld.

Sympathieke mist

En ja, dat de hele politiek eigenlijk niet meer werkt. Deze hartenkreet weerklinkt al langer niet meer enkel bij deelnemers van programma’s van VT4, maar nu bleken ook sommige jongeren die rekening te hebben gemaakt. Meestal wordt deze observatie als een wijsheid geponeerd, waarna het grote niets volgt. In kringen waar de stelling al jaren wordt verkondigd is dat waarschijnlijk een gesprek over voetbal, de nieuwste verdedigers hullen zich het liefst in sympathieke mist. “Een duurzamer economisch en sociaal model en een meer participatieve en eerlijke democratie”, zag Felix De Clerck als oplossing voor alles. Als de reacties van de andere jongeren in De Morgen niet even vaag waren, herkauwden ze recepten die hun ouders hen met de paplepel hadden ingegeven. Eentje vond zijn heil in het beperken van de uitkeringen in de tijd.

Op zichzelf is er weinig mis met gefrustreerde zielen. Na een jaar harrewarren over een staatshervorming is dat zelfs begrijpelijk, en je kan niet van iedereen een nieuwe blauwdruk voor de democratie verwachten. Dat neemt niet weg dat het gevaarlijk is met veel aplomb en herhaaldelijk een troebel gedefinieerd probleem uit te roepen zonder zelfs maar een aanzet tot een realistische oplossing te formuleren. Het huidige systeem ondergraven zonder een alternatief voor te stellen, creëert een vacuüm dat door de meest ongure types makkelijk kan worden ingevuld. Willen we niet, jongens. Het zou mooi zijn als aanstormende talenten als De Clerck de hele discussie omdraaien. In plaats van steeds vanuit diezelfde eindeloos omgeploegde malaise te vertrekken, construeer je beter een verhaal rond eigen, concrete voorstellen. Als basis zou ik overigens het huidige model nemen, maar dat hangt er een beetje vanaf hoe ver je werkelijk wil raken.

Met de waanzinnige slogan dat de lopende politieke crisis een crisis van negen partijvoorzitters is, deed David Van Reybrouck ook een aardige poging om het hele bestel in diskrediet te brengen. Met zijn fantastische initiatief om een gigantisch volksberaad te organiseren, zet hij daar nu een eigen concept tegenover. Dat de resultaten van deze denkoefening een politieke vertaling zullen kennen, is onwaarschijnlijk, maar ze zullen ongetwijfeld interessanter zijn en meer inspireren dan het geneuzel dat de afgelopen weken in De Morgen stond te lezen.

LEES OOK