Mythes, excuses, voorwendsels en insinuaties

5

Deze week verscheen een interview met Laurent Binet over zijn naar het schijnt indrukwekkende debuutroman. Die gaat over de moord op Reinhard Heydrich, die in de inleiding van het artikel een topnazi werd genoemd. Dat afzichtelijke woord is een prachtvoorbeeld van een geschiedenis die besmet raakt door het heden. In streken waar alles als bij toverslag top werd, krijgen ook de nazi’s met terugwerkende kracht datzelfde voorvoegsel opgespeld.

Karel De Gucht vraagt zich af of de Vlaamse partijen ten prooi gevallen zijn aan collectieve verdwazing (Foto Danny Gys - Reporters)

Karel De Gucht vraagt zich af of de Vlaamse partijen ten prooi gevallen zijn aan collectieve verdwazing (Foto Danny Gys - Reporters)

Ik voel enige schroom om te schrijven over het amnestiedebat. Ik ben geen historicus, en de meest traumatische ervaring die ik meemaakte was een zomerkamp waar mijn ouders me naartoe stuurden. In een samenleving waar elke opiniemaker die teevee kan kijken en min of meer schrijven Dominique Strauss-Kahn schuldig acht, hoewel hij wat anders beweert en geen van beide stellingen werd bewezen, heeft terughoudendheid echter iets pathetisch. Dan kan ik net zo goed enkele kattebelletjes onder elkaar zetten.

Bovendien werd de ondergrens van het debat alreeds ingetrapt door Chris Van den Abeele. In zijn hoedanigheid van mediawatcher bij De Zevende Dag had hij vorige week berekend dat het journaal van de VRT negenentwintig seconden aan het betreffende wetsvoorstel van Vlaams Belang besteedde, waar de RTBF meer dan vijf minuten nodig had. “Het komt nooit meer goed”, besloot Linda De Win. “Als we het niet eens raken over ons verleden, wat moet die arme Koning dan”, zei de mediawatcher er met een uitgestreken gezicht achteraan, alsof hij daarmee de essentie van het probleem dat België heet te pakken had. Het stel maakte zichzelf klaarblijkelijk op om te verdampen.

Innemende apathie

Met hun zondagochtendgekwetter bevonden Van den Abeele en zijn aangeefster zich nochtans in goed gezelschap. Gediplomeerd politicoloog Bart Maddens mocht enkele dagen later bij Kathleen Cools een lijntje uitgooien, en kwam terecht bij “het verschil dat langs Franstalige kant de emoties hoog oplaaien terwijl langs Vlaamse kant die emoties verdwenen zijn”. Een modieuze tegenstelling, maar toch merkwaardig voor een debat op vraag van de door rancune aangezette senator Bart Laeremans, waar enkel door alle andere Vlaamse partijen (uitgezonderd Groen!) gewillig op werd ingegaan.

Het kan natuurlijk zo zijn dat Maddens doelde op uitspraken van Stefaan De Clerck, die inderdaad blijk gaf van een innemende apathie. “Misschien moeten we het [de hele santenkraam, pc] ook vergeten, want het gaat om het verleden.” Kon hij enkel dankzij de nieuwe ideologie van zijn partij rechtzetten. Enerzijds had De Clerck het woord oublier gebruikt, maar anderzijds is zijn Frans niet al te best. Nu weten wij ook, in tegenstelling tot het Simon Wiesenthal Center waarschijnlijk, dat de minister het tegenwoordig zwaar te stellen heeft met zijn kroost en nog altijd niet helemaal bekomen is van de regeringsval die zijn magistrale justitiehervorming blokkeerde. Die man is er met zijn gedachten niet volledig bij. Zand erover.

Opgeblonken staatsman

Waarom gunnen de Vlaamse partijen Vlaams Belang dit zeldzaam geworden gloriemoment?

Sowieso was de uitleg van Johan Vande Lanotte in De Morgen interessanter. “De Senaat is de uitgelezen plaats voor een sereen debat en we hebben er toch niet veel anders te doen.” Dat tweede getuigt van eenzelfde lichtzinnigheid die De Clerck’s oproep kenmerkte, maar die eerste reden brengt een sluimerende krankzinnigheid dan wel volslagen amateurisme aan het licht. Dacht de opgeblonken staatsman werkelijk een sereen debat over amnestie te kunnen voeren in deze hysterische tijden?

Dat hij, vermoedelijk sinds het droombeeld van een Belgische Unie hem te binnen viel, zijn eigen kunnen mateloos overschat, bleek ook uit zijn beoogd doel. “We zijn nu 70 jaar na de oorlog, laat ons daar dan eindelijk komaf mee maken.” De man die zichzelf in 2007 kandidaat-premier van dit land doopte, denkt met het stemmen (ergo: afwijzen) van een wetsvoorstel van het Vlaams Belang één van de zwartste bladzijden uit de Belgische geschiedenis te kunnen omslaan.

Een wetsvoorstel dat, volgens historicus Marc Reynebeau, “helemaal niet op verzoening gericht is, maar de controverse net weer oppookt.” “De toelichting bij het ontwerp herhaalt slechts alle mythes, excuses, voorwendsels en insinuaties, halve waarheden en hele leugens inbegrepen, die de Vlaamse collaboratie decennialang hebben goedgepraat en geminimaliseerd”, gaat hij verder. Johan Vande Lanotte vindt dat als basis voor een definitief debat over de kwestie prima. Je vraagt je af waarom Laurette Onkelinx die man per se aan de onderhandelingstafel wil houden.

Om ter beste Vlaming

Je vraagt je sowieso af waarom de Vlaamse partijen Vlaams Belang dit zeldzaam geworden gloriemoment gunnen. Waarom een tegenstelling oppompen die er eigenlijk geen is? Bij gebrek aan ander verklaringsmateriaal, kom ik daarvoor bij Karel De Gucht uit. Die daalde afgelopen weekend van zijn Europese berg af om in Het Laatste Nieuws te constateren dat de Vlaamse partijen zich tegenwoordig gedragen als “de cheerleaders van N-VA. Alsof ze ten prooi gevallen zijn aan collectieve verdwazing”. Nu heeft die partij werkelijk niets met de ranzigheid van het Belang van doen, maar de wedstrijd om ter beste Vlaming, waar dit wetsvoorstel een subdiscipline van leek, werd door N-VA georganiseerd. Als het enkel een in overwegingneming betreft, zou je wel gek zijn om die punten te laten liggen.

Zo komt het nooit meer goed, Linda De Win kirde het al. Gelukkig was Luc Huyse er om het debat in het juiste perspectief te plaatsen. Hij schetste in een opiniestuk in De Standaard de voorwaarden wanneer deze inktzwarte bladzijde eindelijk zou kunnen worden omgeslagen. “Dat kan pas, vind ik, als de politici de jaren veertig teruggeven aan de bevolking en aan de historici, waar dat verleden thuishoort. De mensen van de Wetstraat vergissen zich. Je kunt het vergeven – laat staan het vergeten – niet met een wet of een decreet aan de bewoners van de Dorpsstraat opleggen,” schreef hij. De geschiedenis wordt misschien door politici geschreven, maar de lezing ervan kunnen zij onmogelijk dicteren. Ze houden zich beter met de toekomst bezig – take it away, Frank.

Auteur: Peter Casteels

Peter Casteels (1989) studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Op Twitter spreekt u hem best aan met @pcasteels en mailen kan naar peter.casteels@apache.be.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid