Een triootje met Burke, Dalrymple en De Wever

17 mei 2011 Raf Debaene
Edmund Burke is geen fan van de Verlichting (Foto Fergal Claddagh)
Edmund Burke is geen fan van de Verlichting (Foto Fergal Claddagh)
Edmund Burke is geen fan van de Verlichting (Foto Fergal Claddagh)
Edmund Burke is geen fan van de Verlichting (Foto Fergal Claddagh)

Intussen hadden we, ook al in de krant, vernomen dat Bart De Wever nog steeds vol bewondering kijkt naar Dalrymple, rabiaat tegenstander van de verzorgingsstaat en van de sociale zekerheid. Die bewondering ligt in de lijn van De Wevers blijvende sympathie voor een andere 'conservatief', Edmund Burke, rabiaat tegenstander van de Franse Revolutie en van de Verlichting.

Weinig verrassend was dan ook dat de column van Bart De Wever, vorige week in De Standaard eindigde met een raak citaat van Burke: 'To make us love our country, our country ought to be lovely.' Met dat citaat rondde hij een merkwaardige redenering af. Kort gezegd kwam die hierop neer: omdat er geen Belgisch patriottisme meer is, zouden wij allen Vlaanderen als ons vaderland liefhebben.

Geldbuidel

Raar, als je niet van Mieke houdt, dan hou je blijkbaar van haar zus. Zou het niet kunnen dat je van geen van beide houdt? In elk geval, wat Vlaanderen als alternatief liefdesobject voor België betreft, levert uitgerekend Bart De Wever zelf voldoende materiaal om te twijfelen. Regelmatig betreurt hij immers het gebrek aan gemeenschapsgevoel, het wild om zich heen grijpende relativisme en het individualisme. Zouden die individualistische narcistische Vlamingen dan toch plots vatbaar zijn geworden voor de hogere waarde ‘Vlaanderen’? Of worden ze gewoon gedreven door de eigen geldbuidel en zijn ze ervan overtuigd dat die beter gevuld zal zijn zonder Wallonië?

In die context valt dan de uitspraak van Burke. De Wever suggereert dat België uiteenvalt omdat er geen redenen zijn om ervan te houden.Dat hij daarvoor net Burke, notoir tegenstander van de verlichting en van de mensenrechten opvoert is vreemd. In Burkes optiek is liefde voor het vaderland immers niet het redelijke resultaat van de positieve kenmerken van dat vaderland. Liefde voor het vaderland heeft bij Burke een heel andere grond: het is het gevolg van een mentaliteit uit het verleden waarbij de machtigen ook de ideologie van de bevolking controleerden.

Swinish multitude

Het door De  Wever gebruikte citaat van Burke komt uit zijn pamflet ‘Reflections on the Revolution in France’ dat weinig meer is dan een tirade en bitter weinig denken bevat. Het citaat zelf behoort tot een passage waarin Burke treurt om de teloorgang van de aristocratische geest. Zolang het onderwijs van de adel en de clerus zorgde voor het onderhoud en de versteviging van hun gemeenschappelijke machtspositie, was er geen vuiltje aan de lucht. Maar, zo orakelt Burke, als kennis niet langer bewaakt wordt door adel en clerus, zal ze samen met haar bewakers en beschermers vertrapt worden door de ‘swinish multitude’. Voor Burke is de overgrote meerderheid van de bevolking een varkenstroep, die niet in staat is tot denken en daarom aan het lijntje moet worden gehouden met sluiers en illusies. Het hoeft wellicht niet vermeld dat in zijn tijd de galg en deportatie ook een steuntje in de rug waren van die zachte overtuigingskracht.

Volksmens

Maar doet dat alles ertoe? Gun De Wever toch het plezier te koketteren met een citaat van een zogezegd grote naam uit het verleden, gun hem toch het plezier weer eens te pronken met de geuzennaam ‘conservatief’, gun hem toch zijn provocatieve stijl. Waarom zou hij als postmodernist zijn imago van friet etende volksmens niet mogen combineren met de belezenheid van de elite? Is die postmoderne lichtheid waarmee hij met teksten omspringt niet juist positief?

Een aantal zaken wijzen in een andere richting. In zijn column noemt Bart De Wever Paul Magnette ‘schaamteloos’. Waarom? Omdat Magnette een reden aangeeft om van een land te houden, in casu België: het bestaan van de sociale zekerheid. Die stelling vindt in de ogen van De Wever geen genade. Dat België iedereen, ook in moeilijke omstandigheden wettelijk bestaanszekerheid garandeert is voor De Wever geen argument ten gunste van een staat.

Die opvatting is in de huidige context behoorlijk verontrustend. En De Wevers bewondering voor Theodore Dalrymple kan die onrust alleen maar vergroten. Dalrymple is de auteur van korte tekstjes die in sensatieblaadjes niet zouden misstaan. Keer op keer put hij uit zijn herinneringen en ervaringen als gevangenispsychiater om ons op de hoogte te brengen van de ellendige mentaliteit en de gruwelijke gedragingen van zijn cliënten. En al die ellende is het resultaat van de verzorgingsstaat die mensen niet op hun verantwoordelijkheid wijst. Integendeel, stelt Dalrymple: sociaal werkers doen niets anders dan hun cliënten aanpraten dat zij slachtoffer zijn van de samenleving en bevestigen ze daardoor in hun levensstijl.

Liefdadigheid

Dalrymples beweringen over het gedrag van sociaal werkers zijn manifest onwaar en dat roept vragen op over zijn betrouwbaarheid op andere vlakken. Zijn analyse van de samenleving is dan ook ongelooflijk simpel: alles is het resultaat van moraal. Sociale en economische omstandigheden zijn enkel het gevolg van die moraal en iedereen is volstrekt individueel verantwoordelijk voor de positie waarin hij zit. De samenleving zelf heeft geen enkele verantwoordelijkheid. Daarom moet de sociale zekerheid worden afgeschaft en vervangen door liefdadigheid. Het hoeft ons niet te verwonderen dat ook Dalrymple zijn sympathie voor Burke niet onder stoelen of banken steekt.

Behalve hun liefde voor Burke delen Bart De Wever en Theodore Dalrymple nog wat anders: net als De Wever meent Dalrymple dat kritiek aan zijn adres bewijst dat hij gelijk heeft. Dat zijn schrijfsels niet van meet af aan werden uitgegeven kon niet anders zijn dan een complot van linkse morele relativisten. Het doet denken aan de uitspraak van De Wever dat wie kritiek krijgt van zowel Lanoye als van het Vlaams Belang wellicht goed zit. Dat maakt argumentatie wat minder nodig.

Mogen we hopen dat De Wever in zijn politieke praktijk iets realistischer is en het minder moet hebben van provocatie en straffe uitspraken? Of is hij onder het mom van een rebels en sympathiek conservatisme eigenlijk gewoon een reactionair, zoals Burke en Dalrymple? Hopelijk is het een triootje voor de kick en is er geen echte liefde in het spel.

Raf Debaene is docent filosofie aan de opleiding Sociaal Werk, Arteveldehogeschool Gent

LEES OOK