Eigenlijk zijn dat persberichten

26 april 2011 Peter Casteels
Louis Tobback kan in De Morgen kritiekloos zijn ideetjes kwijt (Foto Wim Van Cappellen - Reporters)
Louis Tobback kan in De Morgen kritiekloos zijn ideetjes kwijt (Foto Wim Van Cappellen - Reporters)
Louis Tobback kan in De Morgen kritiekloos zijn ideetjes kwijt (Foto Wim Van Cappellen - Reporters)
Louis Tobback kan in De Morgen kritiekloos zijn ideetjes kwijt (Foto Wim Van Cappellen - Reporters)

Louis Tobback was de eerste die een vervolg suggereerde. Hij deed dat in zijn column die hij wekelijks voor De Morgen schrijft. Meestal zijn dat onschuldige beschouwingen over onderwerpen waarvan iedereen al veel langer weet wat Tobback erover denkt, maar 14 april gebruikte hij die column om nieuws te maken. Tobback senior wil een regering zonder N-VA. Dat is strategie. Meer nieuwskatern dan opiniepagina.

Niet meteen onverantwoord interessant

Kranten en andere media dienen vaker om meningen door te geven. Als het over politiek gaat, is het handig om weten wat iedereen van elkaar vindt. Af en toe een concreet standpunt als verplicht nummertje. Voor journalisten valt daar weinig eer mee te behalen, maar het zou raar zijn wanneer ze die feiten niet zouden publiceren. Net als wanneer een krant het zou nalaten te melden dat het zomeruur ingaat. Niet meteen onverantwoord interessant, maar toch praktische wetenswaardigheden.

Over de vorm valt te discussiëren. Meestal komen meningen tot de lezers in een artikel waarin citaten van politici worden omkaderd door redactionele tekst. Een eigen stuk van een politicus die zoals Louis Tobback wat wil melden afdrukken, is al meer betwistbaar. Eigenlijk is dat een persbericht. Maar wie vaak opiniepagina’s leest, is blij als hij wat nieuwswaardigs ziet staan tussen het geneuzel van politicologen en economen. Een andere vorm wordt ook steeds meer gebruikt om politici hun zegje en alleen hun zegje te laten doen. Het interview.

Kritisch kuchen

De dag waarop Tobback met zijn manoeuvre in De Morgen stond, zat hij ook in De Ochtend. Hij zat daar als gast tussen acht en half negen, in welk tijdslot dat radioprogramma tegenwoordig altijd bezoek heeft. Dat is steeds een hele hap uit het programma, waarvan je kan vermoeden dat de redactie er op voorhand een naam bij zoekt. Tobback zat daar niet omdat een oplettende redacteur zijn stuk diezelfde ochtend had gelezen, maar omdat De Ochtend op voorhand te horen had gekregen dat hij een knuppel in het hoenderhok wilde gooien.

Het interview is wezenlijk veranderd. Vormelijk ziet het er nog steeds hetzelfde uit, maar wat inhoudelijk ooit stond voor kritische ondervragingen, is verbleekt tot verknipte mededelingen.

Zo ging het vorige week nog verschillende keren. Bruno Tobback, Gwendolyn Rutten en Servais Verherstraeten schoven maandag aan om duidelijk te maken dat ze de politieke spelletjes van N-VA beu waren. Donderdag was Vincent Van Quickenborne present om zijn stelling te lanceren dat Bart De Wever maar weer eens de leiding moet nemen. Politici die zichzelf uitnodigen, met als bedankje een boodschap die langer dan het programma meegaat. In de kranten gaat het vaak net hetzelfde. Mark Eyskens riep een paar dagen geleden een interviewer bij zich om zijn pleidooi voor een regering zonder N-VA op te tekenen. Wouter Van Besien was de hele week bereikbaar voor interviews (hij moest waarschijnlijk thuis op de kinderen letten) en wilde kwijt dat Groen! niet in een regering stapt zonder een kernuitstap. Over televisieprogramma’s weet iedereen al langer dat de deelnames van politici daaraan uitvoerig worden onderhandeld.

Zo is het interview wezenlijk veranderd. Vormelijk ziet het er nog steeds hetzelfde uit, maar wat inhoudelijk ooit stond voor kritische ondervragingen, is verbleekt tot verknipte mededelingen. Het is de prijs die betaald wordt voor een deal tussen politici die aandacht zoeken en journalisten die op het primeurtje van een gedachte hopen. Erg goedkoop nieuws is dat. Er wordt een strijd tussen twee kampen gesuggereerd, waar eigenlijk sprake is van een verbond. Het interview als gespeeld theater voor lezers en luisteraars, waarbij een journalist in de feiten de knecht is die alleen akte mag nemen en af en toe kritisch kuchen om het opzetje echt te laten lijken.  Enkel tijdschriften als Humo die niet tot aan de knieën in de nieuwsstroom staan, kunnen zich interviews permitteren die niet rond de verspreiding van één enkele boodschap draaien. Bij alle andere heb je eigenlijk aan de kop genoeg.

LEES OOK